De gevaren van een Hariri-tribunaal

Mario Bergen

Opinie

De gevaren van een Hariri-tribunaal

17 januari 2011

Op 12 januari 2011 stortte de één jaar oude Libanese regering van nationale eenheid in. Dit gebeurde nadat 11 ministers hun ontslag gaven na het onderzoek van het VN-tribunaal naar de in 2005 vermoorde Rafik al-Hariri. Hariri was de voormalige Libanese premier, een Libanees-Saudisch zakenman en vader van Saad al-Hariri, de huidige minister-president.

Het Speciaal Tribunaal voor Libanon is naar verluidt dicht bij het aanklagen van hooggeplaatste leden van Hezbollah voor de moord. Maar wie is eisende partij en heeft belang bij zo’n tribunaal en een eventuele veroordeling van een politieke- en verzetsbeweging als Hezbollah?

Libanon stevent af op maanden van politieke instabiliteit om een nieuwe regering te vormen die een broos evenwicht moet zijn van de verschillende politieke, etnische- en religieuze strekkingen die het land rijk is. Niemand wil een terugkeer van de rellen van drie jaar geleden die toen aan tachtig Libanezen het leven kostte. Maar iedereen zag deze crisis rond het internationaal tribunaal in slow-motion ontstaan. Niemand kan echter op middellange termijn de toekomst voorspellen. De rellen van januari 2008 escaleerden de ergste politieke crisis sinds een 25-jaar durende burgeroorlog eindigde in 1990.

Syrië was stabiliserende factor

Sinds de oprichting van de onafhankelijke staat Libanon in 1943 kende het land 220 politieke moorden. Het duurde vijfentwintig jaar voor Syrische troepen enige stabiliteit konden brengen in het land. Maar na de moord op Hariri, nabij de zeeboulevard Corniche en op wandelafstand van het parlement in hartje Beiroet, kwam een eind aan deze relatieve stabiliteit.

Israël zette de V.S. en Frankrijk onder druk zodat deze eisten dat de Syrische inlichtingendiensten en troepen Libanon zouden verlieten. Het triumviraat begon een campagne om het Libanese volk op te jutten tegen Syrië; het land dat de Israëlische agressor verdreef uit de straten van Beiroet. De laatste Syriërs verlieten de Libanese republiek op 26 april 2005. Het gevolg was dat diegene die het best geplaatst waren op de moord op Rafik Hariri te onderzoeken op instructies van Tel Aviv waren weggestuurd zonder dat ze essentiële informatie konden vergaren om de moord op Hariri en 22 omstaanders op te lossen.

De toestand verslechterde in Libanon met 12 politieke moordaanslagen sinds 2005, waarvan 9 succesvol. Voornamelijk christelijke politici waren het doelwit. Tel Aviv en zijn boezemvrienden in Parijs en Washington gaven Syrië en Hezbollah de schuld van deze moorden die begonnen op Valentijnsdag 2005. Met zijn dubbele nationaliteit kreeg Hariri openlijke steun uit Saudi-Arabië, daar waar verzetsbeweging Hezbollah – ontstaan na de bloedige Israëlische onderdrukking van Zuid-Libanon tijdens de burgeroorlog — nauwe banden heeft met Syrië.

14 maart en 8 maart allianties tegenover elkaar

Na de moord op Rafik Hariri stonden deze twee kampen lijnrecht tegenover elkaar. De 14 maart beweging stelde op deze dag via een “Cederrevolutie” een totaal onafhankelijk Libanon voorop. De soennitische miljardairszoon Saad Hariri en Samir Geagea van de (maronisch-christelijke) Libanese strijdkrachten waren de trekkers. Andere coalitieleden zijn Walid Jumblatt (druzen) en Qornet Shehwan Gathering; een groep rechtse maronitisch christelijke partijen waarvan twee parlementsleden werden vermoord.

Daar tegenover staat Generaal Michel Aoun met een pro-Syrische 8 maart alliantie. Zij dankten de Syriërs voor het stoppen van de burgeroorlog en het verdrijven van Israël van het Libanees grondgebied. De 8 maart alliantie heeft als grootste politieke factor de Free Patriotic Movement, de seculiere beweging van Aoun met veel aanhang onder Libanese christenen. Verder bestaat de zogenaamde oppositie uit Hezbollah, Amal (beiden sjiitisch), El Marada (maronitisch-christelijk) en de Syrisch Sociaal Nationalitische Partij (seculier).

Amerika keldert Saudisch-Syrische verzoeningspoging

Een Saudisch-Syrisch initiatief om de twee kampen te verzoenen rond het internationaal tribunaal dat de moord op Hariri moet onderzoeken werd op bevel van president Obama gekelderd. Blijkbaar waren er krachten in het Midden-Oosten die er belang bij hadden dat Libanon zou afstevenen op maanden politieke onbestuurbaarheid en instabiliteit.

Een partij die Libanon bevrijde van de Israëlische bezettingsmacht moest ten alle prijzen voor een internationaal tribunaal worden gesleept zodat ele verzet in Libanon monddood zou worden gemaakt. Alleen Israël had belang bij de demonisering van Hezbollah en Syrië voor een internationale rechtbank en alleen Tel Aviv beschikte als betrokken partij over instrumenten om de schuld voor de moord op Rafik Hariri en latere aanslagen te leggen bij de partij van de islamitische geestelijke Hassan Nasrallah. In 2006 nog ontketende Tel Aviv een bloedige oorlog tegen Libanon om alzo de Libanese bevolking tegen Hezbollah op te zetten.

Libanon stevent af op maanden van politieke instabiliteit om een nieuwe regering te vormen die een broos evenwicht moet zijn van de verschillende politieke, etnische- en religieuze strekkingen die het land rijk is.

Het tribunaal is het eerste dat wordt gecreëerd onder hoofdstuk 7 van het VN-charter. Opmerkelijk, geen rechtbank om te onderzoeken waarom thallium (een oud vergif tegen ratten en insecten) werd teruggevonden in het bloed van de Palestijnse president Yasser Arafat in het Parijse Percy Hospitaal in november 2004 voor deze stierf. En geen tribunaal rond de oorlogen in Libanon en de Gazastrook of de aanval in internationale wateren op de Turkse boot Mavi Marmara?

Waarom geen tribunaal om de moordaanslag op Hamas-leider Khalid Mish’al in Jordanië in 1998 te onderzoeken? Of de moorden op Ghassan Khanafani in Beiroet in 1970, Wael Adel Zuaiter in Rome in 1972, Bassel Rauf al-Kais in Parijs in 1973, Ahmed Bouchiki in Lillehammer, Noorwegen in 1973, Mahmoud Wahlad Saleh in Parijs in 1977, Said Hamami in Londen in 1978, Samir Tokan in Cyprus in 1979, Josef Mubarak in Parijs in 1980, Naim Khader in Brussel in 1981, Mohammad Taha in Duitsland in 1982, Ma’amon Imresh al-Shaier en Jamel Abed al-Khader Abu al-Rob in Athene in 1983, Hnna Meqbel in Nicosia in 1984, Mohammad Hasan Behias, Mohammad Basem Hamdi en Marwan al- Kayali in Limassol in 1988, Atef Bseiso in Parijs in 1992, Izz El-Deen Sheik Khalil in Damascus in 2004, Sheikh Yassin en Abdel Aziz al-Rantissi; de religieuze- en politieke leider van Hamas in de Gazastrook in 2004, de Iraanse wetenschapper Dr. Ardeshir Hosseinpour in 2007 en Mahmoud al-Mabhouh in Dubai in 2010? Het zijn slechts enkele van de lange lijst moorden waarbij betrokkenheid van de geheime dienste Mossad en de Israëlische staat onderzocht horen te worden.

Gekleurd tribunaal

Eerste minister Saad Hariri gaf eerder toe dat zijn politiek blok valse getuigenissen heeft afgelegd aan het Hariri-tribunaal. Dit om de oppositie en het verzet als schuldige voor moorden en instabiliteit in Libanon aan te wijzen. De regering van deze premier Hariri, die meer in het buitenland verblijft dan in Beiroet, werd nu op een democratische manier het vertrouwen opgezegd.

Dat er nog steeds nood is aan verzet tegen de Israëlische buur wordt duidelijk door de manier waarop Tel Aviv alle vredespogingen met de Palestijnen opblaast om illegaal huizen te bouwen en hun agressieve bezetting verder te zetten. Alsook schond Tel Aviv sinds het einde van de Libanon-oorlog liefst 7.000 keer de territoriale wateren, luchtruim en grondgebied van Libanon aldus de VN.

Beiroet arresteerde sinds 2005 tientallen Mossad-agenten. Israëlische afluisterapparatuur werd meermaals teruggevonden in telefoons, huizen en auto’s van Hezbollah. Apparatuur werd door de Mossad in gebouwen bevestigd in Beiroet om doelen te markeren en deze te bombarderen in 2006. Tijdens de Gaza-oorlog steunde Tel Aviv via tussenpersonen een extreme moslimgroepering in Libanon om raketten op Israël af te schieten en alzo Hezbollah de schuld te geven.

En in 2008 mocht Hezbollah geen eigen telecommunicatienetwerk in Libanon uitbouwen omdat Israël al jaren alle communicatie in Libanon via een eigen netwerk controleert. Het ging er Hezbollah niet om om een eigen staat te vestigen in het zuiden van Libanon, maar om zich te verzetten tegen een agressief buurland dat hen al decennia afluistert en weigert de grenzen van Libanon te erkennen.

De status quo van een premier Hariri die weigert deze gevaren van de Israëlische staat tegen de integriteit van Libanon onder ogen te zien, was onaanvaardbaar voor de Libanese oppositie. Ook het fabrikeren van valse getuigenissen om Hezbollah te schaden voor politieke doeleinden is niet aanvaardbaar. De huidige beschuldigingen tegenover Hezbollah voor het internationaal tribunaal missen elke grond zonder grondig en onafhankelijk onderzoek. Deze getuigenissen werden in elkaar gestoken door de Hariri-clan met de hulp van Israëlische communicatietechnologie.

Tot heden echter weigert zowel Saad Hariri als de regeringen in Parijs en Washington onder druk van Tel Aviv om Israëlische betrokkenheid te onderzoeken. Israëlische afluistertapes en ingehuurde getuigen worden dan wel ernstig genomen. Zolang de VN zulk eenzijdig onderzoek voert is dit een blamage voor de instelling die de stabiliteit in het Midden-Oosten alleen maar schade toebrengt. Men begraaft de waarheid omwille van de eis van een apartheidsstaat die alle rechtmatige verzetsbewegingen wil demoniseren om zelf een paria te blijven in de regio.

Mario Bergen, Leuven.