WTO conferentie in Argentinië

De strijd om de economie van de 21ste eeuw woedt volop

© WTO

 

Van 10 tot 13 december vindt in Buenos Aires de 11de Ministerconferentie van de WTO plaats. Of ze tot iets zal leiden is erg onzeker, want unilateralist Donald Trump wil niet dat er iets beslist wordt. Bovendien staat de tegenstelling tussen Noord en Zuid op scherp: het Zuiden zoekt nog steeds naar herstel en een oplossing voor 20ste eeuwse problemen, het Noorden wil de economie van de 21ste eeuw beheersen.

Voor de grote uitdaging van onze tijd, namelijk de transitie naar een duurzamere samenleving is er echter nauwelijks aandacht.

‘De VS hebben altijd een afkeer gehad van multilateraal gezag waaraan ze zich zouden moeten onderwerpen’

De VS hebben altijd een afkeer gehad van multilateraal gezag waaraan ze zich zouden moeten onderwerpen, behalve als ze dit gezag zelf kunnen domineren. Nu het geschillenregelingsorgaan van de WTO de VS enkele keren in het ongelijk heeft gesteld liggen de VS dwars. En met Trump aan het hoofd wil dit zeggen dat het geschillenregelingsorgaan helemaal plat wordt gelegd.

Trump weigert nieuwe arbiters aan te stellen, zodat het orgaan niet meer kan functioneren. Op soortgelijke wijze gaat hij om met de inhoudelijke discussies en de WTO-conferentie. Hij wil niet dat de ministers in Buenos Aires ook maar iets beslissen.

En daarmee zullen de ontwikkelingslanden nog maar eens op hun honger blijven zitten. Voor een groot stuk zelfs letterlijk. Al jaren dringt een groot aantal ontwikkelingslanden aan op meer mogelijkheden om de voedselzekerheid van hun arme bevolking te beschermen en om uitvoeringsproblemen met de bestaande WTO-akkoorden (die dateren van 1994) op te lossen.

Handelsverstorende overheidsingreep

De top in Argentinië zou een definitieve regeling moeten aannemen voor het aanleggen van voedselvoorraden. Meerdere ontwikkelingslanden doen dit door op de lokale markt voedsel te kopen aan een vaste prijs om dat dan aan een lagere prijs aan te bieden aan behoeftigen. Ze willen zekerheid dat dit systeem niet kan aangevallen worden als een handelsverstorende overheidsingreep.

‘Terwijl het Zuiden zich zorgen maakt over landbouw, visserij en goederen wil het Noorden akkoorden over diensten, investeringen, overheidsaanbestedingen, intellectuele eigendomsrechten en internethandel’

Ontwikkelingslanden vinden ook dat de WTO-akkoorden van 1994 te veel landbouw- en visserijsubsidies hebben toegelaten voor de rijke landen terwijl hun eigen subsidiemogelijkheden op een te laag niveau zijn geplafonneerd.

Elk van deze dossiers is een moeizame strijd voor het Zuiden. De prijs die de industrielanden ervoor vragen is erg hoog. Terwijl het Zuiden zich zorgen maakt over landbouw, visserij en goederen willen het Noorden in ruil nieuwe akkoorden over diensten, investeringen, overheidsaanbestedingen, intellectuele eigendomsrechten en internethandel.

En net zoals in de fel gecontesteerde handelsverdragen van de EU en de VS (TTIP, CETA, TPP, TISA) proberen de industrielanden in de WTO bindende regels af te spreken die de beleidsruimte van overheden en binnenlandse regelgeving inperken ten voordele van (hun) handelsbelangen.

De binnenlandse regelgeving voor de dienstensector bijvoorbeeld moet “zo weinig mogelijk belastend” zijn, “objectief”, en “onpartijdig”. Dit zijn vage termen die een beleid ten voordele van het milieu of kwetsbare bevolkingsgroepen bemoeilijken. De industrielanden eisen ook verplichte consultatie van buitenlandse bedrijven bij de voorbereiding van nieuwe binnenlandse regelgeving over de technische en sanitaire veiligheid van goederen.

Uitholling van hun belastingbastingsbasis

Het speerpunt van het Noorden zijn nieuwe regels voor de E-commerce, de internethandel. Vooral de VS, het thuisland van Google, Uber, Facebook en Amazon wil dat deze handel en vooral het dataverkeer vrij en onbelast is en dat er geen verplichtingen zijn om data lokaal op te slaan.

Vooral de VS wil dat de internethandel en vooral het dataverkeer vrij en onbelast is en dat er geen verplichtingen zijn om data lokaal op te slaan’

Dit zou de grote voorsprong van de voorlopers vastklikken en het ongecontroleerd en onbelast versluizen van data en winsten naar het buitenland mogelijk maken.

Voor de ontwikkelingslanden, in het bijzonder India en de Afrikaanse landen, is dit een no go-zone. Ook omdat internethandel de binnenlandse distributiesector verdringt, taks vrijstelling aan de grens eist en enkel belastingen betaalt in het thuisland. Dat is voor invoerende landen een grote uitholling van hun belastingbastingsbasis én hun binnenlandse markt.

Aan de klimaatverandering en de uitputting van de natuurlijke rijkdommen wordt in de WTO ondertussen weinig aandacht besteed. Haar grootste betrachting is tenslotte om economische groei te bevorderen door bedrijven en handel zo weinig mogelijk in de weg te leggen, niet om ze te onderwerpen aan regels om de economie socialer en milieuvriendelijker te maken.

Onze vrees is dat de WTO de richting van de recentste bilaterale handelsakkoorden uitgaat en de beleidsruimte voor een duurzamer mondiaal beleid ondermijnt.

Marc Maes is beleidsmedewerker voor handelsbeleid van 11.11.11.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift