De Syrische opstand: 5 jaar, 5 vragen en 5 antwoorden

In maart 2011 kwamen Syrische burgers voor het eerst massaal op straat om hun ongenoegen te uiten over het regime. Vijf jaar later lijkt het zelfs bijna utopisch te hopen dat er onderhandelingen mogelijk zijn om het allesvernietigende geweld te stoppen. Brigitte Herremans kijkt verder dan de krantenkoppen en vat haar analyse samen in vijf vragen en antwoorden. 

  • CC Freedom House (CC BY 2.0) CC Freedom House (CC BY 2.0)

De Syrische protestbeweging deelde dezelfde verzuchtingen als de betogers in de andere Arabische landen: vrijheid en een einde aan de onderdrukking. Door de extreme repressie en vrijlating van extremistische jihadi’s door het Assadregime raakte de opstand echter gemilitariseerd en traden terreurgroepen zoals Islamitische Staat op de voorgrond. Vijf jaar na de start van de protesten verkeert het land in een uitzichtloze oorlog. Maar toch is de geest van het verzet niet helemaal gebroken: burgers blijven opkomen voor hun basisrechten.

1. Brengt het staakt-het-vuren verlichting op het terrein?

Het bestand geldt niet voor de Islamitische Staat (IS) en Jabhat al-Nusra, en de aanvallen tegen deze groepen blijven doorgaan.

Eind februari 2016 slaagden de Verenigde Naties erin om een “stopzetting van de vijandelijkheden” tot stand te brengen. Het Syrische regime, samen met zijn bondgenoten Rusland en Hezbollah, en de rebellengroeperingen gingen akkoord om de wapens neer te leggen. Dat moet VN-gezant Staffan de Mistura toelaten om vanaf 14 maart opnieuw onderhandelingen op te starten. Het bestand geldt echter niet voor de Islamitische Staat (IS) en Jabhat al-Nusra, en de aanvallen tegen deze groepen blijven doorgaan.

Het probleem is dat het regime en Rusland de meeste rebellengroepen beschouwen als legitiem doelwit en slechts een miniem deel van het Syrische grondgebied vrijstellen van mogelijke aanvallen (zie kaartje). Zo voerden ze nog bombardementen uit, vooral in het noordwesten. Toch zijn de effecten van het bestand voelbaar, en geeft het de burgers voorzichtige hoop op verbetering.

2. Zijn protesten en verzet van burgers nog mogelijk?

Zodra de luchtbombardementen van het regime en Rusland verminderden, trokken betogers overal in Syrië opnieuw de straat op. Op 4 maart 2016 waren er 100 protesten onder het motto ‘Met minder dan de val van het regime nemen we geen genoegen’. Ondanks de repressie van het regime en IS blijven burgeractivisten en organisaties opkomen voor basisrechten en leveren ze onder meer humanitaire hulp.

Zo rukken de vrijwilligers van The White Helmets uit naar plaatsen waar bombardementen plaatsvonden om burgers van onder het puin te halen. Tal van burgerjournalisten zoals de groepen Enab Baladi en Raqqa Is Being Slaughtered Silently blijven nieuws brengen, met gevaar voor hun leven.

Een ander voorbeeld is Kesh Malek, dat negen scholen beheert in Aleppo, waardoor 3.300 kinderen onderwijs en psychologische ondersteuning krijgen. Veel burgeractivisten trokken echter weg naar de buurlanden. Vaak zijn zij daar nog actief in hulpverlening. Zo biedt de organisatie Basmeh & Zeitooneh ondersteuning aan Syrische vluchtelingen in Libanon en Turkije.

3. Waarom lijkt een onderhandelde oplossing zo moeilijk haalbaar?

Factbox:
Aantal vluchtelingen in het buitenland:
4,6 miljoen
Aantal intern verplaatste personen:
7 miljoen
Aantal mensen dat basishulp nodig heeft:
13,5 miljoen
Aantal burgers in (vooral door het regime) belegerde steden:
500.000

Voor een onderhandelde oplossing zijn compromissen nodig van de strijdende partijen en hun supporters, en politieke daadkracht van de bemiddelaars. Daar ontbreekt het op dit moment aan. Het Assadregime, gesteund door zijn bondgenoten Iran, Hezbollah en Rusland, kant zich tegen een politieke transitie. Van meet af aan bestempelde het regime de oppositie als “terroristen” en verwierp het politieke hervormingen.

Van meet af aan bestempelde het regime de oppositie als “terroristen” en verwierp het politieke hervormingen.

De voormalige VN-gezanten Kofi Annan en Lakdar Brahimi beten daar hun tanden op stuk. Ze laakten de Russische steun aan Assad, waardoor de VN-Veiligheidsraad werd verlamd.

Een ander probleem is dat de Syrische oppositie lange tijd verdeeld was: pas in december 2015 werden de politieke en militaire oppositie herenigd. Door de aanhoudende regimebombardementen op de “bevrijde steden”, kan de politieke oppositie geen alternatief bieden en verbetering op het terrein brengen.

Daarnaast liepen veel strijders van rebellengroepen zoals het Vrije Syrische Leger over naar IS en Jabhat al-Nusra, omdat ze radicaliseerden en omdat deze terreurgroepen militair beter zijn uitgerust. Bovendien strijdt de gewapende oppositie zowel tegen het regime als tegen IS en zijn er ook militaire confrontaties met de Koerdische militie YPG. De Koerden boekten recent in het noordwesten terreinwinst, mede door de Russische interventie.

Door de beperkte slagkracht van de gewapende oppositie, kunnen het regime en zijn bondgenoten volharden in hun voornemen om de oppositie militair te verslaan. Momenteel lijkt de Russisch-Syrische strategie er vooral op gericht om de gewapende rebellengroepen uit te schakelen, zodat het Assadregime zich kan opwerpen als dam tegen IS.

4. Wat zijn de grootste obstakels voor de vredesgesprekken?

Op 14 maart 2016 start VN-gezant de Mistura in Genève de volgende ronde van onderhandelingen. De vraag is of de oppositie deze keer zal willen deelnemen. Bij de vorige ronde weigerde ze immers deelname zolang de bombardementen van het regime aanhielden. De oppositie eiste ook andere vertrouwenwekkende maatregelen zoals het einde van de belegeringen, de onbeperkte doorgang van humanitaire hulp en vrijlating van de politieke gevangenen. De schendingen van het bestand zijn een eerste struikelblok voor de gesprekken.

IS kan niet alleen met militaire middelen verslagen worden.

Daarnaast is er het probleem van representativiteit: een deel van de oppositie mag niet mee aan de onderhandelingstafel zitten. Ten derde zijn er de internationale verstoorders, zoals Rusland, Iran en Hezbollah enerzijds en Saudi-Arabië, Qatar en Turkije anderzijds, die hun eigen belangen in Syrië blijven verdedigen. De recente Turkse aanvallen tegen Koerdische rebellen van YPG in Noord-Syrië zijn hier een pijnlijk voorbeeld van.

Ten vierde is er de parallelle strijd tegen IS, die nog lang niet is gestreden: IS kan niet alleen met militaire middelen verslagen worden. Tot slot is er in de vredesgesprekken onvoldoende aandacht voor de basisoorzaken van dit conflict: straffeloosheid en grootschalige schendingen van het internationaal recht.

5. Wat is de positie van Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen?

Wij steunen van meet af aan de Syrische burgeractivisten, uit solidariteit en omdat we geloven dat hun inspanningen de beste garantie bieden op een democratisch Syrië. Het is een illusie te denken dat Assad het beste alternatief is tegen IS.

Een politieke oplossing moet de bescherming van burgers vooropstellen en een uitzicht bieden op een inclusieve staat.

De opkomst van IS komt niet alleen voort uit de Irakoorlog, maar is ook rechtstreeks gelinkt aan de extreme repressie van het Assadregime. Daarom moet een politieke oplossing de bescherming van burgers vooropstellen en een uitzicht bieden op een inclusieve staat. Wij betwijfelen of de zogenaamde pragmatische benadering, waarbij het Assadregime uit de wind wordt gezet om te focussen op de strijd tegen IS, duurzaam is.

Daarom menen we dat een Belgische deelname aan de militaire inspanningen tegen IS in Syrië niet wenselijk is. Om stabiliteit te creëren is een globaal kader nodig dat een politieke transitie in het vooruitzicht stelt. België zou zich wel sterker kunnen inzetten voor de Syrische burgerrechtenactivisten die nu opgejaagd worden door het regime en IS.

De grootste humanitaire ramp van het moment bedreigt niet alleen de stabiliteit in de regio, maar confronteert de EU met een ongeziene vluchtelingencrisis. Die noopt beleidsmakers tot een coherente aanpak, waarbij de bescherming van vluchtelingen en menselijke veiligheid voorop moeten staan.

Brigitte Herremans is medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur