De toekomst van de 'Arabische Lente' is onmogelijk te voorspellen

Vier jaar geleden ondertussen stak Mohammed Bouazizi zichzelf in brand, spoedig gevolgd door de verdrijving van de Tunesische president Ben Ali. Midden-Oosten expert Paul Aarts biedt aan de hand van een vijfdelige videoreeks een terugblik en kijkt ook naar de toekomst van de ‘Arabische Lente’.

  • D.I.Y. Music (CC BY-NC-ND 2.0) 'Vele wegen leiden naar Rome, zeggen de meeste experts, maar ik zeg: 'Er is helemaal geen Rome!'' D.I.Y. Music (CC BY-NC-ND 2.0)

Wat waren mensen blij toen bleek dat ze in staat waren gebleken om door wekenlang te demonstreren hun dictators van de troon te stoten. Eerst dus Ben Ali, spoedig daarna Moebarak in Egypte en later in 2011 ook Kadhafi in Libië. Euforie alom: de Arabische wereld leek ‘voorgoed veranderd’ en had eindelijk ook de weg naar ‘democratie’ gevonden.

Democratie als het ultieme eindstadium, ook al zou de weg daarnaartoe niet zonder hobbels en valkuilen zijn. Dat die weg niet makkelijk zou zijn bleek inderdaad al heel snel toen niet alleen in Egypte, maar vooral in Libië en Syrië, zaken anders liepen dan gehoopt. Plotseling sprak men dan ook niet meer van een Arabische ‘lente’, maar van een Arabische ‘winter’.

Maar er zijn ook stemmen, vooral onder collega’s én in de wereld van de zogeheten ‘civil society’-organisaties, die beweren dat er slechts sprake is van een tijdelijke ‘dip’, dat het een tijdje zal duren, maar dat op termijn ook de Arabische wereld het walhalla van de liberale democratie zal bereiken. Beide opvattingen zijn onjuist, kortzichtig en vooral onhistorisch.

Waarom kwam de Arabische Lente zelfs voor kenners als een verrassing?

‘Vivaldisering’

De vraag is of dit soort labels (‘lente’, ‘winter’) ons helpen te begrijpen wat er aan de hand is. Schieten we iets op met die simplificerende ‘vivaldisering’ van maatschappelijke processen? Het is nog veel te vroeg om dit soort etiketten te plakken. Nóg fundamenteler is de vraag of ‘democratie’ het eindstadium zal zijn. Die twee vragen zal ik proberen te beantwoorden.

‘Fundamenteler is de vraag of ‘democratie’ het eindstadium zal zijn.’

We weten niet zeker of het historisch helemaal klopt, maar er circuleert een bekende anekdote over het bezoek van de Chinese premier Zhou En Lai aan Parijs in 1971. Een journalist vroeg hem wat de premier vond van de Franse Revolutie en zijn schertsende antwoord was: ‘Beste man, het is nog te vroeg om daar iets over te zeggen!’

Waar gebeurd of niet, deze uitspraak bevat een kern van waarheid. Op welk moment, ná een ‘revolutionaire’ gebeurtenis, zijn we in staat om iets zinnigs te zeggen over de afloop ervan?

Dat is ook van toepassing op de Arabische Lente. Laten we niet te snel ‘hoera’ roepen bij elke ‘revolutie’ of opstand die ergens uitbreekt. De toekomst is nou eenmaal lastig te voorspellen, ook niet in termen van ‘het kan nu alleen maar beter worden’, en we moeten niet bezwijken voor de verleiding dat alsnog proberen te doen.

Die verleiding is namelijk groot, héél groot. En dat heeft te maken met de menselijke behoefte aan zekerheid, dat wil zeggen willen weten wat ons te wachten staat.

De journalist Dan Gardner heeft dat zeer levendig beschreven in zijn spectaculaire, onvolprezen boek Future Babble. How to Stop Worrying and Love the Unpredictable (2012). Het staat vol met even schokkende als hilarische voorbeelden van grote wetenschappers die er met hun voorspellingen stuk voor stuk naast hebben gezeten. Ook Nobelprijswinnaars als Paul Krugman krijgen ervan langs.

Heeft democratie een kans in de Arabische wereld?

Einddoel

En dan nu de tweede vraag: is men in de Arabische wereld inderdaad begonnen aan de transitie naar één bepaald einddoel, ‘democratie’? Laat ik maar meteen verklappen wat het antwoord is: het lijkt mij tamelijk onwaarschijnlijk.

‘Is men in de Arabische wereld begonnen aan de transitie naar één bepaald einddoel, ‘democratie’?’

Kijken we op dit moment naar de ‘transitie’-processen in de Arabische wereld, dan zien we zéér uiteenlopende trajecten, van Tunesië als tot nog toe meest succesvolle geval en Syrië als het tegenovergestelde met de rest daar ergens tussenin.

Dat Tunesië het naar verhouding zo goed doet heeft onder meer te maken met het feit dat het land een grote mate van nationale eenheid kent, sterk ontwikkelde instituties heeft, een apolitiek militair apparaat en een politieke elite die bereid is compromissen te sluiten.

In Libië bijvoorbeeld geldt dit allemaal niet. Daar is sprake van staat noch natie en vechten stammen en religieuze groeperingen elkaar de tent uit.

Of Tunesië ooit een liberale democratie zal kennen, is met geen mogelijkheid te beantwoorden. Daarvoor spelen te veel factoren een rol en is het dus ook onverantwoord Tunesië als ‘voorbeeld’ te nemen voor andere landen. Daarvoor zijn de omstandigheden per land nou eenmaal te verschillend.

Kun je een revolutie de kop indrukken door met geld te strooien?

Overgangsprocessen

Laten we het wat concreter maken. Een paar jaar geleden hebben Noorse onderzoekers geprobeerd alle mogelijke ‘randvoorwaarden’ voor democratie op een rijtje te zetten: economische niveau, niveau van het onderwijs, aanwezigheid van een middenklasse, inkomensongelijkheid, culturele waarden, homogeniteit van de samenleving, enz.

De onderzoekers brachten in totaal vijfentachtig (!) indicatoren in beeld die ze vervolgens getest hebben. Hun conclusie was even simpel als opmerkelijk: ‘the results are messy’, zo constateerden ze. Ze ontdekten nauwelijks robuuste determinanten voor democratie.

‘Laten we ook niet vergeten dat de vraag naar dictaturen van alle tijden is.’

Dat maakt het allemaal niet makkelijker om iets zinnigs te zeggen over ‘de kansen op democratie’ in de Arabische wereld. Toch kan dat. Als we die Arabische wereld niet als iets ‘unieks’ zien, maar als een deel van de niet-westerse wereld dat bezig is zich te ontworstelen aan decennialang dictatoriaal bestuur, dan kunnen we – sterker nog: dan móeten we – leren van eerdere, vergelijkbare transitieprocessen in Latijns Amerika, Oost-Europa, Azië en Afrika. Daar ben ik dan ook een groot voorstander van.

Waarom is Iran veel democratischer dan we denken?

Er is grondig empirisch onderzoek gedaan naar dat soort overgangsprocessen en de uitkomsten daarvan zijn de moeite waard om kennis van te nemen. Bijvoorbeeld: van de 35 landen die na het einde van de Koude Oorlog (in de periode 1990-95) geprobeerd hebben een eind te maken aan hun autoritair bestuur, is slechts een beperkt aantal erin geslaagd te democratiseren (grotendeels landen in Latijns-Amerika).

Een groot aantal staten heeft een ‘hybride’ karakter aangenomen: niet volledig autoritair en niet volledig democratisch (steeds vaker in de vorm van illiberale democratieën, zoals het huidige Hongarije van Victor Orbán of het Venezuela van Hugo Chávez of zijn opvolger Nicolás Maduro). Sommige regimes zijn simpelweg autoritair gebleven, zijn nog meer autoritair geworden, óf zijn na een korte periode van ‘democratisering’ opnieuw hervallen in hun oude (autoritaire) patronen. Bij dat laatste kunnen we denken aan Egypte waar immers sprake is van ‘Moebarakisme zonder Moebarak’.

Zonder te claimen dat hier sprake is van ‘wetmatigheden’, geeft dit allemaal op zijn minst te denken over de kansen op daadwerkelijke democratisering van de Arabische wereld. Laten we ook niet vergeten dat de vraag naar dictaturen – of op z’n minst een ‘sterke man’ – van alle tijden is. Abdel Fattah Sisi in Egypte is hier het beste voorbeeld van.

Hoe kon IS zo succesvol worden?

Het hoogste goed

En dan nog iets: bedenk dat veel mensen ‘democratie’ niet eens als het hoogste goed beschouwen – wat wij in ons ‘vrije Westen’ maar moeilijk kunnen geloven. Uit een recente peiling, gedaan door de Verenigde Naties onder 1,4 miljoen mensen in 194 landen, bleek bijvoorbeeld dat men eerder prioriteit geeft aan goed onderwijs, gezondheidszorg en een baan dan aan politieke vrijheden. Uit een lijst van zestien items kwam de behoefte aan ‘politieke vrijheden’ slechts op de vier na laatste plaats.

Het kan dus vele kanten op met die ‘democratisering’ in de Arabische wereld. Vele wegen leiden naar Rome, zeggen de meeste experts, maar ik zeg: ‘Er is helemaal geen Rome!’

Paul Aarts doceerde tot voor kort internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is expert op het gebied van het Midden-Oosten en de Golfstaten in het bijzonder. Binnenkort verschijnt de Engelse, geüpdate vertaling van zijn boek Saoedi-Arabië. De revolutie die nog moet komen (Nieuw Amsterdam, 2013) onder de titel Saudi Arabia. A Kingdom in Peril (Hurst 2015).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness