De vraag van Bonn: kunnen we blijven groeien?

De klimaattop in Bonn drukt ons met de neus op de feiten: een kwarteeuw klimaatbeleid heeft op mondiaal vlak niet geleid tot een daling van de uitstoot van broeikasgassen. De suggestie dat wij het als westers land beter doen laten we beter achterwege, we verplaatsten een belangrijk deel van onze uitstoot naar de fabriek van de wereld, China.

Marc Worrell (CC BY-NC-ND 2.0)

Het groot vraagteken voor de consument

Decennia investeren in zuinigere huishoudapparaten, spaarlampen en beter geïsoleerde huizen blijkt niet te volstaan. De focus op ecologische efficiëntie is misschien noodzakelijk, maar ze volstaat niet in een op groei gebaseerde economie. Als de markt alles bepaalt, is het dweilen met de kraan open. Producten en apparaten die eco-efficënter en daardoor goedkoper zijn in aankoop of gebruik, gebruiken we gewoon meer en minder doordacht.

Denk aan spaarlampen: omdat ze minder verbruiken, laten we ze langer branden. Auto’s zijn zuiniger dan dertig jaar geleden, alleen rijden we nu met meer auto’s en leggen we meer autokilometers af.

De cruciale kwestie is: hebben we de moed ons af te vragen hoeveel genoeg is?

Dergelijke rebound of terugslageffecten spelen zich af op verschillende niveaus. Neem bijvoorbeeld een stad waar het beleid bewoners stimuleert hun dak te isoleren. Mensen sparen geld uit, maar als ze dat uitgespaarde geld gebruiken om met het vliegtuig op citytrip te gaan, dan is de totale milieu-impact negatief.

De eco-eficiëntie aanpak volstaat dus niet. Het is vijzen vastdraaien van een systeem dat ergens moet eindigen. De cruciale kwestie is: hebben we de moed ons af te vragen hoeveel genoeg is? Hoeveel citytrips, hippe electro gadgets en nieuwe kleren hebben we nodig voor een goed leven? Of aansluitend: maakt deze jacht op steeds meer en in een steeds hoger tempo, ons niet vooral onzeker, gespannen en misschien wel ongelukkig?

Deze aanpak van het genoeg (sufficiëntie) betekent niet dat we komaf maken met eco-efficiëntie. We hebben beide nodig. Ook de trein van morgen verbruikt best minder stroom dan die van vandaag.

Het individu

Om het milieu te verbeteren, legt men de verantwoordelijkheid graag in de schoot van het individu. Met een gemakkelijk gemoraliseer zeggen we dat ‘de mensen maar wat minder moeten consumeren’. Alsof mensen zich kunnen onttrekken aan wat een consumptiemaatschappij waardeert als belangrijk en aantrekkelijk. Mensen vragen om te diëten in een snoepwinkel werkt niet.

Zoals ik in Vrijheid & Zekerheid uitwerk, vertrekt een realistische aanpak vanuit systeemdenken. We maken onze consumentenkeuzes binnen een bepaalde politiek-economische omgeving met bijbehorende regulering waarbij bedrijven specifieke producten en diensten leveren. Een dergelijk perspectief is minder geïnteresseerd in bepaalde producten en richt zich vooral op structuren en regels die het gedrag sturen van producenten en consumenten.

Je vindt bijvoorbeeld vandaag in de supermarkt meestal geen lokaal fruit maar bijvoorbeeld wel appels uit Zuid-Afrika. Daar sta je dan als bewuste consument.

Je vindt bijvoorbeeld vandaag in de supermarkt meestal geen lokaal fruit maar bijvoorbeeld wel appels uit Zuid-Afrika. Daar sta je dan als bewuste consument. Wie heeft de tijd om alle etiketten te lezen en dan een bewuste keuze te maken?

Finaal gaat het om een proces om als gemeenschap te leren omgaan met grenzen. Juist door grenzen te erkennen, kunnen we een rijker leven leiden. En een kwaliteitsvolle toekomst voor onze kinderen vrijwaren. We doen dit in feite nu al.

Door grenzen te stellen (gebeurt in ons land te weinig) aan het volbouwen van open ruimte kunnen we als wandelaars genieten van natuurgebieden. Door visquota in te stellen (vaak nog niet streng genoeg) zwemt er nog kabeljauw in de Noordzee.

Energie budget

Een netwerk van ngo’s en experten ontwikkelde een beleidsinstrument gericht op een sufficiëntie-aanpak van het energievraagstuk. Het zogeheten Energy Budget Scheme beoogt een absolute reductie van energiegebruik in de EU terwijl het elke burger toegang geeft tot een gelijk fair share. Het combineert quota, waarbij elke burger het recht heeft op eenzelfde hoeveelheid, met een handel in over- en onderconsumptie. Zij die meer energie nodig hebben dan hun quota, zullen dat moeten kopen van zij die toekomen met minder. Het voorstel respecteert absolute grenzen zonder dat we in een communistisch systeem terecht komen. Uiteraard is dit geen perfect systeem, het is wel een mooi voorbeeld van out-of-the-box denken.

Als de extra inkomsten uit een koolstoftaks deels gaan naar het verhogen van de laagste inkomens en het verlagen van de lasten op arbeid, boeken we zowel ecologische als sociale winst.

De kans dat we op korte termijn tot zo’n systeem komen, is klein. Daarom pleiten heel wat economen voor de invoering van een koolstoftaks. Het zal de citytrip naar Barcelona een pak duurder maken, zodat mensen minder en waarschijnlijk langer op reis zullen gaan. Uiteraard behoeft zo’n koolstoftaks een sociale dimensie. Als de extra inkomsten uit zo’n taks deels gaan naar het verhogen van de laagste (vervangings)inkomens en het verlagen van de lasten op arbeid, boeken we zowel ecologische als sociale winst.

Wie in dit alles een pleidooi voor een planeconomie leest, is er aan voor de moeite. Het is evenmin een pleidooi tegen de markt. Die is al ouder dan ons huidig kapitalistisch systeem en binnen het juiste kader en voor welbepaalde domeinen best nuttig. De communistische planconomie, die de markt uitschakelde, was trouwens catastrofaal op milieuvlak. Het gaat om democratische regulering die kiest voor de beste instrumenten die voorhanden zijn.

Eco-sufficiëntie stelt een reuze uitdaging aan bedrijven. Ze moeten weg van zo veel mogelijk willen verkopen tegen de laagste prijs, zeg maar het Primark model, met kledij herleid tot het statuut van wegwerp zakdoekjes. Alles is zo goedkoop dat hergebruik of herstel zinloos lijkt. We hebben bedrijven nodig die burgers ondersteunen in hun zoektocht naar sufficiënte levensstijlen. Die inzetten op het minder verkopen van betere producten die zo lang mogelijk meegaan. Dat is het Mud Jeans-model, een Nederlands jeansmerk dat nieuwe jeans maakt uit oude jeansstof en eigenaars actief ondersteunt bij het laten herstellen van hun kapotte jeans. Niemand zegt trouwens dat alles in euro’s moet gebeuren. De economie draait om de bevrediging van onze behoeften, dat kan ook buiten de markt. Denk aan publieke diensten zoals onderwijs, alsook aan het werk dat we uitvoeren los van markt en staat, zoals de zorg voor ouderen en naasten, buurtactiviteiten en gemeenschapsgebaseerde initiatieven. Van deze laatste komen er trouwens elk jaar bij.

Sufficiëntie

Sufficiëntie draait niet om minder mogen doen in de huidige consumptiemaatschappij. Het gaat om het bouwen van andere systemen die alternatieve levenskeuzes, rijker dan die vandaag, mogelijk maken. We hebben nood aan andere economische instituties en actoren.

Vervang bijvoorbeeld de grote energiemaatschappijen, verslaafd aan groei en winst voor de aandeelhouders, door energiecoöperaties. Denk in eigen land aan Ecopower, dat nog nooit één euro besteedde aan reclame, steeds meer klanten heeft die het bovendien actief aanspoort om steeds minder elektriciteit te verbruiken.

Dit soort partnerships zijn de toekomst. Stel dat je daarbij een partnerstaat hebt die deze ontwikkelingen fiscaal ondersteunt. Dan krijg je burgers die hun dak isoleren en het uitgespaarde geld niet in een vliegreis investeren maar in een extra aandeel van een energiecoöperatie. Zo ontstaat in plaats van een negatief terugslageffect een positief sneeuwbaleffect, zodat we de energie die we nog nodig hebben – steeds minder en minder- meer en meer klimaatneutraal produceren.

 

Dit opiniestuk verschijnt naar aanleiding van het congres Eco-Suficiency dat Friends of the Earth, ism. Denktank Oikos, organiseert op 20 november.
Dirk Holemans is coördinator van Oikos – Denktank voor sociaal-ecologische verandering.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift