‘In de wereld van morgen zullen steden de hoofdrol spelen’

IPS / The Conversation / Ian Golding

26 juni 2023
Opinie

Nood aan een nieuwe stedelijke agenda

‘In de wereld van morgen zullen steden de hoofdrol spelen’

‘In de wereld van morgen zullen steden de hoofdrol spelen’
‘In de wereld van morgen zullen steden de hoofdrol spelen’

‘Steden zijn bepalend voor onze toekomst’, schrijft Oxford-professor Ian Golding. Tegen 2050 zal twee derde van de wereldbevolking in een stad wonen. Het reilen en zeilen in steden zal dus uitmaken of we armoede kunnen overwinnen, de klimaatverandering kunnen beperken en pandemieën beheersen.

Pixabay

Een straat in de Indiase hoofdstad New Delhi.

Pixabay

‘Steden zijn bepalend voor onze toekomst’, vindt Ian Golding, professor Globalisering en Ontwikkeling aan de universiteit van Oxford. Tegen 2050 zal twee derde van de wereldbevolking in een stad wonen. Het reilen en zeilen in de steden zal dus uitmaken of we armoede kunnen overwinnen, de klimaatverandering kunnen beperken en pandemieën beheersen.

We leven in woelige tijden. Op slechts enkele jaren hebben we een golf van populistische politiek over de hele wereld zien trekken. We zijn getuige geweest van een wereldwijde pandemie, een piek in milieurampen én onrust in sommige geopolitieke relaties, zoals blijkt uit de tragische oorlog in Oekraïne en de escalerende spanningen over Taiwan.

Dat alles speelt zich af tegen een achtergrond van ingrijpende technologische veranderingen, die de manier waarop we werken en met elkaar omgaan fundamenteel veranderen.

Toekomst op het spel

Onze toekomst staat op het spel, en daarom wil ik het hier hebben over steden. Die staan om twee redenen centraal in ons lot.

Ten eerste woont nu meer dan de helft van de wereldbevolking in een stad, een aandeel dat zal stijgen tot twee derde in 2050. Dat is nog nooit eerder het geval geweest in de geschiedenis van de mensheid en betekent dat de krachten die het leven in steden aanmoedigen nu ook onze wereld als geheel bepalen.

Steden zijn de plekken waar oplossingen worden gevonden, maar ook de plaatsen waar gevaren groter worden als we niets doen.

Ten tweede zijn steden door de geschiedenis heen de motor van menselijke vooruitgang geweest. Steden zijn de plekken waar oplossingen worden gevonden - maar ook de plaatsen waar gevaren groter worden als we niets doen.

Dit opiniestuk is gebaseerd op een boek dat ik samen met Tom Lee-Devlin heb geschreven: Age of the City - Why our Future will be Won or Lost Together (recent verschenen bij Bloomsbury). Zoals de ondertitel van het boek duidelijk maakt, moeten we aandachtig zijn om steden inclusief en duurzaam te maken als we al onze gemeenschappen willen laten floreren.

Broeihaard van populisme

De grote paradox van de moderne globalisering is dat de toegenomen vlotheid van verkeer van mensen, goederen en informatie ertoe heeft geleid dat het meer dan ooit belangrijk is waar je woont.

Erkenning voor de complexiteit van globalisering heeft een lange weg afgelegd sinds het begin van de jaren 2000, toen The World is Flat van Amerikaans politiek commentator Thomas Friedman en The Death of Distance van de Britse academicus Frances Cairncross aan de haal gingen met de verbeeldingskracht van het publiek.

We weten ondertussen dat de globalisering de wereld niet plat heeft gemaakt, maar juist stekelig.

De groeiende concentratie van rijkdom en macht in grote metropolen is toxisch voor onze politiek. De golf van populisme die veel landen overspoelt, komt vaak voort vanuit een woede tegen deze kosmopolitische, stedelijke elites. Dit kwam onder meer tot uiting met de Brexit in Groot-Brittannië en de steun voor anti-establishment-politici in de VS, Frankrijk, Italië, Zweden en andere landen.

Populistische opstanden tegen dynamische steden zijn geworteld in reële grieven over stagnerende lonen en snel toenemende ongelijkheid.

Een rode draad doorheen al deze populistische organisaties is de notie dat mainstream politici, bedrijfsleiders en mediafiguren die behaaglijk in de grote steden vertoeven. Ze hebben de rest van hun land in de steek gelaten en hebben amper nog interesse voor de “achtergebleven” plekken en mensen.

Populistische opstanden tegen dynamische steden zijn geworteld in reële grieven over stagnerende lonen en snel toenemende ongelijkheid. Daarom had al lang een transformatie moeten plaatsvinden om economische kansen beter te spreiden.

Maar dynamische steden ondermijnen is niet de manier om dat te doen. Steden als Londen, New York en Parijs - en in ontwikkelingslanden ook steden als Mumbai, São Paulo, Jakarta, Shanghai, Caïro, Johannesburg en Lagos - zijn motoren van economische groei en werkgelegenheid. Zonder die motoren zouden hun respectievelijke nationale economieën verlamd zijn.

Nieuwe stedelijke agenda

Bovendien hebben veel van deze steden zelf ook te kampen met grote ongelijkheid, onder meer door peperdure huisvesting en een falend onderwijssysteem. Tegelijk zijn ze in beweging, dankzij de opkomst van het werken op afstand.

In plaatsen als San Francisco hebben kantoren en winkels het zwaar te verduren. Bedrijven die afhankelijk zijn van veel bezoek, van kappers tot straatartiesten, worden er bedreigd. Hetzelfde geldt voor het openbaar vervoer, dat vaak afhankelijk is van de massa die woon-werkverkeer op de been brengt, een sector die nu geld verliest.

Onze focus moet verder reiken dan de wereld van de rijken.

Alle landen hebben daarom dringend nood aan een nieuwe stedelijke agenda. Die moet gebaseerd zijn op appreciatie voor de kracht die grote steden in zich hebben - mits ze goed zijn ontworpen. De kracht om niet enkel economische activiteit en creativiteit aan te jagen, maar ook om mensen van allerlei rang en stand samen te brengen, sociale samenhang op te bouwen en eenzaamheid te bestrijden.

Maar onze focus moet verder reiken dan de wereld van de rijken. Het is in de ontwikkelingslanden dat de meeste groei voor de wereldbevolking in de steden te rapen valt.

Om armoede te overwinnen, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen te halen en de klimaatverandering, pandemieën en andere bedreigingen aan te pakken, moeten we oplossingen vinden in alle steden ter wereld.

Gevaren in het Globale Zuiden

Het is in de ontwikkelingslanden dat vandaag de meeste stedelingen ter wereld wonen, als een gevolg van tientallen jaren van spectaculaire stedelijke groei. In sommige gevallen, zoals in China, is de snelle verstedelijking het resultaat van een proces van economische modernisering dat grote delen van de bevolking uit de armoede heeft getild.

Om armoede te overwinnen, is het essentieel om te weten wat er in de steden van de ontwikkelingslanden gebeurt.

In andere gevallen, zoals in de Democratische Republiek Congo, zijn verstedelijking en economische ontwikkeling van elkaar losgekoppeld. Ontbering op het platteland en vluchten voor gevaar spelen daar een grotere rol in het op gang komen van migratie naar steden dan de kansen die een grootstad er biedt.

Hoe dan ook, steden zijn vandaag meer dan ooit de plek waar de armen van de wereld willen wonen. En veel van die steden zijn gigantisch groot en overbevolkt. Ze huisvesten bewoners die te vaak in ellendige omstandigheden leven.

Om armoede te overwinnen, is het essentieel om te weten wat er in de steden van de ontwikkelingslanden gebeurt. Dat is ook van vitaal belang als we willen begrijpen waarom besmettelijke ziekten een comeback maken. Moderne pandemieën, van hiv tot covid-19, vinden hun oorsprong in deze steden.

Drukte valt er samen met een aantal andere trends in arme landen, zoals snelle ontbossing en intensieve veeteelt. Én de consumptie van bushmeat, waardoor het risico toeneemt dat ziekten van dieren op mensen worden overgedragen en zich verspreiden onder de bevolking.

De verbinding tussen de steden wereldwijd, vooral via het vliegverkeer, maakt ze tot een katalysator voor de wereldwijde verspreiding van dodelijke ziekten. Dat betekent dat erbarmelijke leefomstandigheden in veel steden in ontwikkelingslanden niet enkel een dringend humanitair en ontwikkelingsprobleem zijn, maar ook een kwestie van mondiale volksgezondheid.

Centraal in de strijd tegen de klimaatverandering

De afgelopen twee eeuwen is er enorme vooruitgang geboekt in de strijd tegen infectieziekten, maar het tij keert. Steden zullen het belangrijkste strijdtoneel zijn in het gevecht dat we moeten aangaan.

Steden zijn ook de plaats waar de strijd van de mensheid tegen de klimaatverandering gewonnen of verloren zal worden. Door de stijging van de zeespiegel, de uitputting van cruciale waterbronnen en hittegolven dreigen veel steden onbewoonbaar te worden. Vooral kuststeden, die verantwoordelijk zijn voor bijna alle stedelijke groei wereldwijd, zijn kwetsbaar.

Als we deze woelige tijden willen overleven, moeten we ons vermogen om samen te werken herontdekken.

Rijke metropolen als Miami, Dubai en Amsterdam worden bedreigd, maar steden in het Zuiden zoals Mumbai, Jakarta en Lagos zijn nog kwetsbaarder vanwege de kosten om zeeweringen, afwateringssystemen en andere beschermende maatregelen te ontwikkelen.

Tegelijkertijd zullen steden, verantwoordelijk voor 70% van de wereldwijde uitstoot, centraal staan in de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. Van het aanmoedigen van het gebruik van openbaar vervoer en elektrische voertuigen tot het ontwikkelen van betere systemen voor verwarming en afvalverwerking: er is veel dat hen te doen staat.

In 1987 zou Margaret Thatcher hebben gezegd: ‘There is no such thing as society, only individual men and women and families.’ Maar de Homo sapiens is wel degelijk een sociaal wezen en onze collectieve welvaart hangt af van de sterkte van de banden die hij met anderen aangaat.

Als we de woelige tijden waarin we verkeren willen overleven, moeten we ons vermogen om samen te werken herontdekken. In de steden, die vijf millennia geleden ontstonden, is dat altijd de kerntaak geweest. We kunnen het ons niet veroorloven om die centrale taak te laten mislukken.

Ian Golding is professor Globalisering en Ontwikkeling aan de universiteit van Oxford. Deze opinie is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner The Conversation.