De westerse kijk op Turkije, tussen informatie en desinformatie

Mehmet A. Saygin

Opinie

De westerse kijk op Turkije, tussen informatie en desinformatie

17 juni 2013
De westerse kijk op Turkije, tussen informatie en desinformatie
De westerse kijk op Turkije, tussen informatie en desinformatie

Sinds enkele weken behoren het Taksimplein en het Gezipark tot de gewone woordenschat van internationale media en betrokken burgers. Ook in België wordt fel gediscussieerd, niet in het minst onder Belgen van Turkse afkomst. Mehmet Saygin wil zijn stem toevoegen in het koor van meningen. Het Westen, zegt hij, begrijpt niet goed wat er gebeurt, omdat het elk politiek conflict waarbij moslims een rol spelen, blijft oriëntaliseren.

Het begon met een vreedzame demonstratie van milieuactivisten en bewoners van het Taksimplein in Istanbul, tegen een bouwproject dat unaniem werd goedgekeurd door het stadsbestuur (met raadsleden van de AKP, partij van premier Erdoğan, en van de CHP, de kemalistische partij). Reden van het protest: het kappen van bomen in het Gezi Park en de rigoureuze manier waarop het project werd bekrachtigd (ondertussen is de beslissing van de stad Istanbul door een administratieve rechtbank geschorst). De politie trad hardhandig op om de manifestanten van het Taksimplein te verdrijven en maakte daarbij gebruik van buitensporig geweld, zoals dat al tientallen jaren vaak gebeurt bij betogingen in Turkije. Het geweld kreeg al snel de overhand en sindsdien nam het protest een totaal ​​andere wending.

Autoritarisme

Tal van betogers hebben zich aangesloten bij de eerste groep demonstranten in het park. Doelwit van deze heterogene groep – ultranationalisten, Koerdische separatisten, kemalisten en enkele conservatieven – is het “autoritarisme van de AKP, belichaamd door Erdoğan” en voor een aantal onder hen de “sluipende islamisering van de Turkse samenleving”. Meer had de westerse pers niet nodig om een parallel te maken met de Arabische lente en nieuw leven te blazen in haar redactionele lijn aangaande de “islamistische agenda” van een politieke partij, die in 2002 werd begroet met een wantrouwen dat vandaag de dag nog altijd aanhoudt.

Is er sprake van “autoritarisme” bij de leiding van de AKP, en bij Erdoğan in het bijzonder? Zonder twijfel. Het is zelfs een van de belangrijkste eigenschappen van de politieke cultuur in Turkije, en dit bij alle partijen: verering van de leider, een zekere persoonlijkheidscultus, jacobinisme. Kortom, het is de erfenis van Mustafa Kemal, die het systeem van één politieke partij invoerde en zelf het toonbeeld is van autoritarisme.

Democratie in transitie

Feit is dat Turkije vandaag een democratie is. En de AKP is en blijft, hoeveel kritiek er ook moge zijn, de belangrijkste actor in de opbouw van deze democratie. Naast zijn uitstekende prestaties in het bevorderen van de economische vooruitgang (geen buitenlandse schulden meer en sinds mei bijdragend lid van het IMF) en de herpositionering van Turkije tussen de prominente spelers op het internationale toneel, hebben zich in eigen land belangrijke hervormingen voorgedaan: de politiek staat niet meer onder voogdij van het leger, het leger heeft zich teruggetrokken in de kazernes en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is versterkt. Met name de staatsgrepen van 1960 en 1980 leidden tot de installatie van een waardenhiërarchie: de bescherming van een staatsideologie (het kemalisme) aan de ene kant, en de democratische beginselen aan de andere kant. Daarbij dienden deze laatste enkel te worden gegarandeerd indien ze het eerste principe niet in gevaar brachten.

Bovendien is het de AKP die, in tegenstelling tot de CHP, de MHP (ultranationalistische partij) en de BDP (Koerdische partij), in september 2010 een belangrijke grondwetsherziening doorvoerde met maatregelen voor positieve discriminatie, de versterking van de bescherming op persoonlijke gegevens, meer aandacht voor de rechten van kinderen, het einde van het verbod op het stakingsrecht voor ambtenaren, het verbod op militaire rechtbanken om burgers te berechten en de invoering van het recht voor burgers om beroep aan te tekenen bij het ​​Grondwettelijk Hof.

Het is ook de AKP die, ondanks de oppositie van de CHP en de MHP maar met de steun van de BDP, op het punt staat een politieke oplossing te bieden voor het Koerdische probleem: de PKK heeft zich teruggetrokken tot buiten de grenzen, en meer nog, de beleidsmaatregelen die de gelijkheid van alle burgers van Turkije waarborgen, nemen stellig toe. Onlangs werd het gebruik van de Koerdische taal in een gerechtelijke procedure gelegaliseerd en werd er een vergunning verleend voor de oprichting van de eerste Koerdische universiteit in Turkije. Een commissie werd bijeengeroepen om een constitutioneel burgerschap in te stellen dat de Turks-etnische referenties moet vervangen waarvan de huidige grondwet doordrongen is (stigmata van de kemalistische erfenis).

Turkije kan omschreven worden als een democratie in transitie. Er moeten structurele maatregelen komen om dit overgangsproces te versnellen. Essentieel daarbij zijn de goedkeuring van een nieuwe burgerlijke grondwet waarin rechten en vrijheden voor iedereen verankerd worden volgens het principe van gelijkheid, het versterken van de lokale overheden en het toepassen van de mechanismen van een participerende democratie. Het blijkt nogmaals dat de AKP de enige partij is die zich sterk inzet voor deze nieuwe grondwet.

Deze partij moet, waar nodig, onderworpen worden aan kritiek, hoe scherp dan ook, maar het gaat hier duidelijk om een sterk beleid dat ondersteuning verdient. Bovendien moeten we als democraten de verkiezingsuitslag, waarvan de AKP het product is, respecteren eerder dan deze te misprijzen. Verkiezingen mogen dan geen voldoende voorwaarde zijn voor een democratie, ze zijn wel de noodzakelijke voorwaarde. Dit is geen gegeven waar je achteloos over kunt stappen, je moet het juist aangrijpen om verder op te bouwen.

Geloofwaardige oppositie

De uitdaging vandaag is om de actuele betogingen om te zetten in een politiek engagement tot meer democratie en in een opportuniteit om de AKP aan te sporen zijn beleid aan te passen. Deze laatste lijkt in ieder geval al de situatie in de hand te nemen: de vice-premier heeft zich verontschuldigd voor het politiegeweld (een ongebruikelijke houding voor de woordvoerder van een regering die zichzelf “altijd gelijk” zou geven).

In deze context moeten verantwoordelijkheden vastgesteld worden en moet er rekenschap afgelegd worden. Vorige donderdagnacht ontving de premier een delegatie van het middenveld (waaronder vertegenwoordigers van de demonstranten) en gaf te kennen dat de regering het einde van de gerechtelijke procedure rond het bouwproject zal afwachten en tot die tijd geen enkel initiatief zal nemen. Hij voegde daaraan toe dat de regering zich, in geval van annulering van het project, zal schikken naar de gerechtelijke beslissing en, in geval van goedkeuring, desondanks een referendum zal organiseren onder de burgers van Istanbul.

Tijdens deze bijeenkomst deed de premier een oproep aan de demonstranten om het Gezi Park en het Taksimplein te verlaten, zodat de normale toestand aldaar hersteld wordt; hij heeft hen met name verzocht om hun kinderen uit de buurt van het protest te houden. Deze oproep werd zaterdag in Ankara herhaald tijdens een demonstratie ter ondersteuning van de premier, een krachtdadige opkomst die honderden duizenden mensen bijeenbracht. Terwijl een groot aantal betogers deze oproep navolgden, bleef een laatste groep tegenstanders van de regering op het Taksimplein volharden in hun protest tot ze zaterdagavond onder dwang werden verdreven door de ordediensten. De uitdaging vandaag is ook voor de andere partijen om het protest te kanaliseren en zo een geloofwaardige oppositie neer te zetten zoals dat vereist is in een democratie.

De rol van de media

Onder de verliezers van de gebeurtenissen die de voorbije dagen Turkije door elkaar schudden, zijn ook de nationale media. Zoals overal waar opstanden plaatsvonden in de afgelopen jaren, zijn deze overweldigd door sociale media, met Twitter als de belangrijkste actor in het verspreiden van informatie. Dit toont eens te meer aan dat censuur een modus operandi is van een vervlogen tijdperk.

Het overgrote deel van de westerse pers volhardt op haar beurt in het islamiseren of oriëntaliseren van politieke kwesties zodra er moslims op het toneel verschijnen. Wanneer Groot-Brittannië en Zweden regelingen treffen die de verkoop van alcohol binnen bepaalde tijdstippen en/of in de buurt van bepaalde plaatsen beperken (wat ook al werd voorgesteld door de burgemeester van de stad Brussel in 2012), dan gaat het debat over de legitimiteit van deze maatregelen op het gebied van de volksgezondheid. Wanneer Turkije dergelijke maatregelen treft, dan gaat het debat over de “sluipende islamisering van de samenleving.” Zo ook kregen we gedurende een hele week van rellen in Zweden geen krantenkoppen voorgeschoteld als “Zweedse lente in Stockholm.”

Mehmet A. Saygin, jurist, politicoloog, antidiscriminatieactivist en Turks-Belgische burger. Zie ook: blog.saygin.eu