De zondebok van Europa

Op zaterdag 28 juni werd in Sarajevo de moord op Frans Ferdinand herdacht. Een erfzonde waar Bosnië-Herzegovina nog steeds onder kreunt. Terwijl Sarajevo een boodschap van vrede in de wereld tracht te sturen, schittert de Europese Unie door afwezigheid.

  • (c) Thomas Auman Latinska Cuprija, de plaats waar Gavrilo Princip Frans Ferdinand doodschoot. (c) Thomas Auman

De zondebok van Europa

De aanslag van zogenaamde nationalistische Serviërs op aartshertog Franz Ferdinand is in zowat elk geschiedenisboek het startschot voor de Eerste Wereldoorlog. Niet veel meer dan een symbool, een comfortabele keuze. Uiteraard is de Eerste Wereldoorlog ontworpen in de megalomane paleizen van negentiende eeuws Europees-koloniale staatshoofden.

Alleen grote en zwaarbewapende mogendheden wiens tegenstellingen een kritisch punt bereiken kunnen een wereldoorlog ontketenen. Gavrilo Princip deed niks meer dan de pal overhalen van een lang voorbereid raderwerk van ententes en ‘logische gevolgen’. De anekdote dat Gavrilo Princip zijn wapen kocht van een Belg die naar Belgrado was gevlucht om zijn dienstplicht te ontlopen is veelbetekenend.                                                                                                                           

‘Ik ben een Joegoslavische nationalist en mijn doel is de eenheid van alle Joegoslaven. Het kan me niet schelen welke staatsvorm het krijgt, als het maar vrij is van Oostenrijk’ verklaart Princip tijdens zijn proces. In de kringen van Gavrilo Princip bewogen zich evengoed Kroaten en bosnjakken. Het nationalisme en de idee van natiestaat bestonden niet in de Ottomaanse provincies tot het werd geïmporteerd uit West Europa. Van Herder tot Wilson hebben Westerse denkers de etnisch-homogene staat geprezen, een erfenis waarvan Bosnië tot vandaag de gevolgen van draagt.

Gesegregeerde herdenking

De manier waarop de honderdste verjaardag van de aanslag wordt gevierd, toont enkel aan dat de aanslag niet succesvol was. Kroatische, Servische en bosnjakse kinderen krijgen elk hun versie van de geschiedenis voorgeschoteld.

In de Servische geschiedenis is Gavrilo een vrijheidsstrijder: de vrijheid heeft geen prijs. ‘Vrijheid of de dood.’ Een leuze die Servische paramilitairen graag met zich meedroegen tijdens de etnische zuiveringen in de Joegoslavische oorlogen.

In Oost-Sarajevo wordt ter ere van het eeuwfeest een standbeeld van Gavrilo Princip ingehuldigd. Een jonge acteur verkleed als Gavrilo Princip poseert met een geweer in de lucht geheven voor het standbeeld terwijl de menigte hem toeroept te richten naar de NAVO en de EU. Ook na de moord op Frans Ferdinand probeerde Belgrado de gebruikelijke beleefdheid in acht te nemen, maar op straat werd gefeest en gejuicht.

Milorad Dodik, president van de Servische Republiek in Bosnië, maakt van de gelegenheid gebruik om nogmaals te verklaren dat ‘de verschillende volkeren in Bosnië nooit aan dezelfde kant van de geschiedenis hebben gestaan en we nu eenmaal andere verhalen hebben.’ ‘We zijn nog steeds verdeeld in dit land dat enkel door internationale dwang en geweld wordt samengehouden.’

Volgens Dodik provoceert het Europees beleid spanningen en conflicten tussen de Balkanstaten net zoals Oostenrijk dat deed. ‘De Europese Unie is een bezettingsmacht die de droom van een groot Servische staat in de weg staat.’ Een natiestaat naar Europees model, nota bene.

Milorad Dodik tackelt de vraag of dit standbeeld geen provocatie is door er op te wijzen dat ‘Kroaten standbeelden oprichten voor de schoothondjes van Hitler en dat de Europese Unie samenspant met de fascisten.’

Geschiedenis is in Bosnië-Herzegovina niet veel meer dan verkiezingspropaganda.

In de bosnjakse en vooral Kroatische geschiedenislessen daarentegen, is Gavrilo Princip een terrorist. Een crimineel die twee onschuldige mensen heeft vermoord en, naar Europese historiografische traditie, de Eerste Wereldoorlog veroorzaakte. ‘Gavrilo Princip deed wat hem werd opgedragen uit Belgrado, Servië heeft de schuld aan Wereldoorlog Een.’

Moslims en Kroaten zien de Oostenrijks-Hongaarse periode als een gouden tijd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou Kroatië een vazalstaat van nazi-Duitsland worden, de dertiende Waffen-SS bergdivisie telde ook heel wat Bosnische moslims. ‘Logisch gevolg’ was dat Duitsland tijdens de Kroatische onafhankelijkheidsoorlogen, midden jaren negentig, zowat de Kroatische hofleverancier van wapens was.

Wanneer de Europese Unie in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst mag nemen, klinkt het dat ‘het belangrijkste doel en de verwezenlijking van de EU de broederschap tussen de volkeren van Europa is.’ Even verder legt de voorzitter van het Nobelprijscomité in zijn speech de oorzaak van de Joegoslavische desintegratie volledig bij de communist Tito. Pontius Pilatus.

In communistisch Joegoslavië kregen alle kinderen aangeleerd dat Gavrilo Princip een revolutionair was. De non-vraag of Princip held of terrorist is, ontsproot uit een politieke klasse die geen enkel manipulatief middel uit de weg gaat om te kunnen blijven verdelen en heersen. Geschiedenis is in Bosnië-Herzegovina niet veel meer dan verkiezingspropaganda. Op 12 oktober houdt Bosnië-Herzegovina verkiezingen. Weldra is het feest over, maar nu nog even niet.

Europa wast de handen in onschuld

Hoogtepunt van de herdenking is een concert van de Wiener Philharmonic in de recent heropende stadshal van Sarajevo. Zowel renovatie als concert zijn grotendeels betaald door de Europese Unie. ‘Een Europa zonder Bosnië-Herzegovina is niet compleet’ speechte de voorzitter van de Wiener Philharmoniker, professor Dr. Clemens Hellsberg.

Geen Europese leiders hier, enkel Valentin Inzko en vertegenwoordiger Peter Sorensen geven present. Grote finale van het concert is het Europees volkslied ‘Ode aan de Vreugde’. Applaus. Maar dat Bosnië weldra bij de Europese club mag gaan is een illusie, weten de genodigden: te weinig mogelijkheden tot ondernemerschap, te weinig vrije markt, te weinig economische vrijheid. De Europese eenmaking is meer dan ooit een economisch project.

Nochtans, na massademonstraties tegen de verdere teloorgang van de Bosnische economie door opgelegde privatisering en corruptie organiseerden burgers zich in plenums: het grotendeel van de bevolking wenst niets liever dan het verleden van zich af te schudden en het land richting EU te sturen.

Ondertussen blijft de Europese Unie onmogelijke eisen stellen aan een land dat smeekt om financiële hulp.

Na de toetreding van Kroatië kan Bosnië niet meer voldoen aan de strenge Europese importeisen en ziet het met lede ogen toe hoe zijn economie verder aftakelt. Een gelijktijdige integratie van de ganse Westelijke Balkan in Europa had beter geweest.

Ondertussen blijft de Europese Unie onmogelijke eisen stellen aan een land dat smeekt om financiële hulp na de zware overstromingen die het land achterlieten in een toestand, niet veel beter dan net na de oorlog. Een oorlog en genocide die eenzelfde weifelend Europa op eigen bodem geen halt kon toeroepen.

Joseph Roth, tevergeefs op zoek naar de bron van de Eerste Wereldoorlog in Sarajevo, vraagt zich in 1927 al af: ‘waarom de Europese staten voor zichzelf het recht opeisen om beschaving en goede manieren naar andere werelddelen te verspreiden, waarom niet naar Europa zelf ?’

Niet het schot van Gavrilo Princip heeft het noodlot van miljoenen Europeanen afgeroepen, maar dat het lot van Bosnië daarentegen in handen van Europa ligt, is een feit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift