Dekoloniseer de Vlaamse straten en pleinen

C-monster (CC BY-NC 2.0)

 

Idesbald Goddeeris publiceerde op 16 januari een opiniestuk in De Standaard over de dekolonisering van onze mentaliteit. Zijn tekst moest ingekort worden. Hier de oorspronkelijke versie, inclusief een overzicht van de nieuwe straatnamen in Vlaamse gemeenten die in 2017 in de media zijn gekomen. 

Op 17 januari 1961 werd de eerste premier van onafhankelijk Congo, Patrice Lumumba, vermoord. Voor ‘Hand in Hand tegen Racisme’ is deze verjaardag het symbolische startschot van een nieuwe campagne: ‘Dekoloniseer de lokale samenleving’. De VZW klaagt aan dat koloniale denkbeelden en machtsverhoudingen nog steeds discriminerend werken in onze maatschappij, en zal daarom actie voeren in bibliotheken, aan scholen en rond koloniale monumenten.

Op het eerste gezicht lijkt dit oud nieuws. Al in 2004 werd een hand afgezaagd van een van de beelden van zwarten die het ruitermonument van Leopold II aan de Oostendse Zeedijk bejubelen, en de voorbije jaren is de koloniale herinnering met de regelmaat van de klok aan de kaak gesteld en bijgestuurd. In 2015 plaatste Wilrijk een informatiebordje bij het standbeeld van missionaris De Deken, in 2016 kondigde Gent aan om hetzelfde te doen bij het borstbeeld van Leopold II, in januari 2017 volgde Geraardsbergen bij zijn koloniaal monument ‘De olifant’, en in augustus 2017 werd de publieke ruimte in Vlaanderen nog eens in vraag gesteld naar aanleiding van de protesten in het Amerikaanse Charlottesville.

De manier waarop het debat over de publieke ruimte is gevoerd, toont dat Vlaanderen nog veel werk heeft

De manier waarop dat laatste debat is gevoerd, toont echter dat Vlaanderen nog veel werk heeft. De discussie verplaatste zich al snel van Leopold II, de klassieke schietschijf van antikoloniale agitatie, naar Cyriel Verschaeve, de nazipriester die in Vlaanderen nog zes straatnamen heeft (sinds kort nog maar vijf, want Lanaken heeft de zijne na augustus herdoopt tot Anne Frankstraat). De gelijkschakeling van de Verschaeve-straten met de koloniale monumenten verblindt ons echter voor enkele belangrijke verschillen.

Verschaeve vs. Leopold

Ten eerste de aantallen. De koloniale geschiedenis heeft een veel grotere plaats in ons straatbeeld. Brussel alleen telt zeker 39 straten met een koloniale referentie. Leopold II heeft minstens vijftien standbeelden over heel het land. En in nogal wat provinciesteden en gemeenten zijn er monumenten voor de lokale pioniers van de “beschavingsmissie” in Congo. Zij zijn er bewust neergezet, de meeste tussen de jaren 1920 en de jaren 1950, als onderdeel van een campagne om Leopold II te rehabiliteren en steun te vinden voor het koloniale project.

Het is pas als we ze allemaal zouden samen zetten, bv. in een park dat kan uitgroeien tot een museum van de koloniale propaganda, dat we zouden beseffen hoe groot de lobby voor Belgisch Congo was. Nu weten nogal wat steden er geen blijf mee. Deinze heeft zijn monument in 2008 een nieuwe, centralere plaats gegeven; Halle was in 2009 de eerste om er een informatiebordje bij te plaatsen.

In feite is Vlaanderen uniek om een andere reden: er zijn alleen maar straten genoemd naar kolonisatoren, en niet naar hun slachtoffers of tegenstanders. Dat is wel een fel contrast met onze buurlanden.

Ten tweede de uniciteit. We zijn geneigd te denken dat Vlaanderen uniek is omdat er straten genoemd zijn naar een collaborateur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat komt echter ook elders voor, denk maar aan de División Azul-straten in Spanje, de Dokter-Karl-Lueger-Platz, -Gasse en -Strasse in Oostenrijk, de Mussolini-zuil in Rome, en de vele eerbetuigingen aan Stepan Bandera in Oekraïne en Subhas Chandra Bose in India. In feite is Vlaanderen uniek om een andere reden: er zijn alleen maar straten genoemd naar kolonisatoren, en niet naar hun slachtoffers of tegenstanders. Dat is wel een fel contrast met onze buurlanden. In Groot-Brittannië vind je standbeelden voor Gandhi, in Frankrijk Rues Sétif, in Nederland Hattasingels en in Duitsland Hererostrassen.

Ten derde de omgang. De tegenstanders van Verschaeve-straten worden geruggensteund door de talrijke specialisten van de Tweede Wereldoorlog die onze universiteiten rijk zijn. Voor meningen over Leopold II moeten journalisten daarentegen te rade gaan bij blanke experten van de monarchie of van hedendaags Centraal Afrika. De Congolese stem is hierover in 2017 niet aan bod gekomen in de reguliere media. We vinden die alleen in internetbladen met een uitgesproken links of mondiaal profiel (zie bv. mo.be van 18 augustus 2017 en 20 december 2017).

De enige uitzondering was een opiniestuk van Zana Etambala (DS 14 december 2017), die drugs en werkloosheid onder de Afrikaanse jongeren in België urgentere problemen vond dan het al dan niet wegnemen van een standbeeld, en stelde dat Congolese machthebbers eerst vergiffenis moeten vragen aan de bevolking voor al het leed en het onrecht dat zij haar hebben aangedaan en nog aandoen, vooraleer België zich moet excuseren voor het misdadige regime van Leopold II.

Blanke eenzijdigheid

De verschillen tussen de Verschaeve-straten en de Congo-monumenten tonen het belang van de dekoloniseringscampagne. Sommige interessevelden en opinies hebben een dominantere plaats in onze samenleving. Daardoor wegen bepaalde narratieven en perspectieven zwaarder door. Dat verkleurt onze blik. Als historici in het debat over Verschaeve stellen dat er weinig straten zijn genoemd naar verzetshelden in WO II, zijn zij niet fout, maar leiden zij wel de aandacht af van een probleem dat veel groter is: de totale afwezigheid van eerbetuigingen aan Congolezen.

Als Etambala schrijft dat een standbeeld niet onze hoogste prioriteit moet zijn, heeft hij gelijk, maar negeert hij wel de gevoeligheden bij veel Congolese en andere migranten. En met zijn eis dat Congo de eerste stap moet zetten in een normalisering van de betrekkingen, ontkent hij de onevenwichtige machtsrelatie – ook na 1960 – en keert hij terug naar een traditionele visie die de verantwoordelijkheid voor de calamiteiten bij de Congolezen legt.

Zelfs Brussel en Wallonië – waar men vanuit een groter Belgisch patriottisme traditioneel ook een warmer hart heeft voor het koloniale verleden – staan meer open voor tegenstemmen.

Zelfs Brussel en Wallonië – waar men vanuit een groter Belgisch patriottisme traditioneel ook een warmer hart heeft voor het koloniale verleden – staan meer open voor tegenstemmen. Anderlecht besloot in augustus 2017 te onderzoeken wat er met het Koloniale Veteranensquare moet gebeuren, Bergen kondigde in september aan een plaque commémorative voor Lumumba te zullen plaatsen, Elsene deed hetzelfde in oktober (na meer dan tien jaar van verzet tegen een Lumumbaplein), en Charleroi liet in december weten dat de Rue Paul Pastur herdoopt zal worden in de Rue Lumumba. Er lijkt een domino op gang te komen in Franstalig België. Dat komt natuurlijk omdat de Congolese, en dus hoofdzakelijk Franstalige migranten, er veel meer druk kunnen uitoefenen. Een organisatie als het Collectif Mémoire Coloniale krijgt in Vlaanderen amper aandacht.

In de plaats proberen we hier het debat te sussen met informatiebordjes die met wollige teksten het probleem omfloersen of, zoals in Wilrijk, meteen door de tijd verweren. Nochtans liggen de mogelijkheden voor het grijpen. Er gaat geen week voorbij zonder dat nieuwe straten een naam krijgen of ingehuldigd worden. In 2017 is dat gebeurd met minstens 236 straten, verspreid over minstens 66 Vlaamse steden en gemeenten (zie “Nieuwe straatnamen in Vlaanderen”). In 2018 zal dat aantal nog toenemen omdat zes van de zeven nieuwe fusiegemeenten die in de maak zijn, zeker 157 “dubbele” straatnamen zullen moeten herdopen (de veertig nieuwe namen in Oudsbergen zijn al toegekend in 2017). Zou het niet tijd worden om ook eens een straat naar een Congolees te noemen?

In december 2017 hekelde de Antwerpse burgemeester Bart De Wever het overwicht aan mannelijke straatnamen in zijn stad en kondigde hij aan om voor straten die naar personen genoemd worden, voortaan afwisselend een man en een vrouw te kiezen. Dat is niet zo origineel: zijn voormalige collega in Hasselt, Steve Stevaert, had al in 1998 hetzelfde besloten.

Het zou pas revolutionair zijn om in zo’n ritssysteem ook migranten of Congolezen te integreren. Zij maken ook deel uit van onze geschiedenis

Het zou pas revolutionair zijn om in zo’n ritssysteem ook migranten of Congolezen te integreren. Zij maken ook deel uit van onze geschiedenis, net als Koning Willem I die in 2017 een straat kreeg in Gent, Maarten Luther in Antwerpen, Margaretha van Oostenrijk in Mechelen, Margaretha van Parma in Beveren, en de vijf verschillende verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog die in 2017 geëerd werden met nieuwe straten in Kortrijk en Ninove.

Het feit dat we daar nog niet aan toe zijn, toont dat de dekolonisatie van onze mentaliteit nog moet beginnen. Want onze publieke ruimte is illustratief voor een veel groter probleem. Ook in het onderwijs, in maatschappelijke debatten en zelfs in de historisch expertise in Vlaanderen weegt de blanke stem nog veel te zwaar door. Als gevolg daarvan worden bepaalde groepen uit het collectieve geheugen geweerd en worden hen plaatsen van herinnering ontzegd. Deze eenzijdigheid is even betreurenswaardig als de discriminatie zelf. Ze leidt tot verengde visies, die Vlaanderen isoleren en intellectueel verarmen in een wereld die steeds meer geglobaliseerd wordt.

Idesbald Goddeeris is hoogleraar Koloniale geschiedenis aan de KU Leuven

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift