‘Digitalisering is geen wondermiddel en mag geen doel op zich zijn’

‘Is digitalisering dé motor voor ontwikkeling of niet meer dan een modeverschijnsel?’

© Memisa

Tussen 2010 en 2018 verdrievoudigde het aantal internetgebruikers in Afrika en vandaag hebben meer Afrikanen een gsm dan toegang tot proper water, blijkt uit cijfers van de Wereldbank. Annelies Van Erp van de ngo Memisa vraagt zich af wat de impact is van die digitalisering en hoe de sector van ontwikkelingssamenwerking daarmee moet omgaan. 

Vandaag hebben meer mensen in Afrika een gsm dan toegang tot proper water, blijkt uit cijfers van de Wereldbank (2019). Tussen 2010 en 2018 verdrievoudigde het aantal internetgebruikers in Afrika. Dat wil zeggen dat de toegang tot internet sneller groeit, dan de toegang tot elektriciteit en proper water in het Globale Zuiden (ITU data, 2019). 

Wat zegt dit over de wereld waarin we leven: dat de digitale kloof kleiner wordt waardoor nieuwe kansen ontstaan in armere landen? Of net dat onze prioriteiten helemaal verkeerd liggen?  

Het antwoord zal afhangen aan wie je het vraagt…

Sinds een tiental jaren is digitalisering overal aanwezig. Het beïnvloedt alle domeinen van de samenleving. Het is dus logisch dat ook binnen de ontwikkelingssamenwerking projecten vorm krijgen die inspelen op deze trend. Of het nu gaat om een elektronisch betaalsysteem voor landbouwers in Kenia, een sms-dienst in Niger om op de hoogte te blijven van de weersomstandigheden of een app om de beschikbaarheid van ambulances te controleren in India.

Zorgt deze digitalisering binnen internationale samenwerking wel voor meer efficiëntie?

Ontwikkelingssamenwerking bleef niet aan de zijlijn toekijken hoe andere sectoren versnelden en efficiënter werden dankzij de inzet van innovatieve technologieën. 

Maar zorgt deze digitalisering binnen internationale samenwerking wel voor meer efficiëntie? En leidt het tot duurzame oplossingen?

Van bij zijn start als minister van Ontwikkelingssamenwerking in 2014 schoof Alexander De Croo (die niet toevallig ook minister was voor Digitale Agenda en Telecommunicatie) digitalisering naar voor als een beleidsprioriteit. Grote budgetten werden vrijgemaakt voor projecten in Belgische partnerlanden die hierop inzetten.

Toenmalig minister De Croo ondersteunde de tweejaarlijkse prijs Digitalisation for Development (D4D).  Een initiatief van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) met steun van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD) dat een innovatief initiatief dat digitalisering inzet als hefboom voor ontwikkeling (rekening houdend met de SDG’s) een onderscheiding toekent. 

In 2020 sleepte de medische ngo Memisa met het project Smart Glasses 4 Health de prijs in de wacht. Dit project (in samenwerking met Iristick, het Instituut voor Tropische Geneeskunde en Avanti) wil de kwaliteit van de gezondheidszorg in DR Congo verhogen door de technologie van smart glasses te gebruiken. Deze brillen bevatten een camera, microfoon en geluidssprekers en worden gebruikt in afgelegen gezondheidscentra.

Dankzij de brillen kan er live informatie uitgewisseld worden met dokters of experts die zelf niet ter plaatste zijn. Het voordeel van het gebruik van zulke brillen (in vergelijking met telefoons of tablets) is dat zorgverleners zo de handen vrij hebben tijdens de consultatie. In een land als DR Congo waar patiënten vaak uren moeten wandelen om een gezondheidsstructuur te bereiken kan een medische consultatie vanop afstand letterlijk levens redden. 

Een geniaal project, nee? Of net te mooi om waar te zijn?

In december was ik in Kingandu in DR Congo en bezocht ik de gezondheidscentra en het ziekenhuis waar verpleegkundigen en dokters deze slimme brillen gebruiken. Ik sprak er met patiënten, dorpsbewoners, verpleegkundigen, … om de impact van het project beter te begrijpen. Ter voorbereiding las ik een rapport van CONCORD Europe (European confederation of relief and development NGOs) waarin zij enkele factoren oplijstten die doorslaggevend kunnen zijn voor het succes of falen van digitaliseringsprojecten in een internationale context.  

Lessen die ik in het achterhoofd hield eenmaal in DR Congo. 

1. Idealiter bouwen digitaliseringsprojecten in het Globale Zuiden voort op de reeds beschikbare infrastructuur. 

Geen overbodige luxe zo bleek. Hindernis nummer één in Kingandu: door technische problemen was er de eerste maanden geen stabiele internetverbinding waardoor de brillen niet altijd gebruikt konden worden.  

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Maar paradoxaal bewijst dit ook hoe innovatieve acties gebreken kunnen ombuigen in opportuniteiten. De afwezigheid van bepaalde infrastructuur in partnerlanden zorgt ervoor dat ze onmiddellijk nieuwe technologieën invoeren.

De gezondheidscentra opgenomen in het Memisa-project bijvoorbeeld, draaien op zonne-energie via zonnepanelen aangezien er geen elektriciteitsnetwerk is. Een ander voorbeeld is mobiel bankieren. Door de afwezigheid van een bekabeld netwerk en weinig vaste computers vond dit snel ingang in Afrika. 

2. Betrek de hele gemeenschap en laat het project aansluiten bij reeds bestaande gewoontes van de bevolking. 

Terug  naar onze slimme brillen in DR Congo. Uit gesprekken leerde ik dat omwonenden en (toekomstige) patiënten ontzettend goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden van consultaties op afstand via een internetverbinding. Door bovendien motorambulances gefinancierd via een solidariteitssysteem te koppelen aan het project, wordt een traditionele praktijk in een nieuw jasje gestoken en uitgebreid. 

Al valt hier ook een kanttekening te plaatsen. Het project is soms slachtoffer van haar eigen succes. Bepaalde patiënten uit omliggende dorpen kiezen ervoor om niet naar hun eigen gezondheidscentrum te gaan bij ziekte, maar om een centrum verder weg te bezoeken dat uitgerust is met smart glasses. Dit leidt tot wachtrijen en een tekort een medicijnen. 

3. Digitalisering kan een kloof creëren, aangezien niet iedereen van de vernieuwing kan profiteren of niet iedereen dezelfde digitale skills heeft.  

In Kingandu hadden sommige bewoners nog nooit een smartphone van dichtbij gezien. Doordat de verpleegkundigen aan de slag gaan met een digitale bril en een smartphone met WhatsApp groep, krijgt de bevolking een beeld van wat technologie in haar dagelijks leven kan betekenen. Sterker nog, de successen van het project gaan rond als een lopend vuurtje waardoor de patiënten optreden als ware ambassadeurs en de rest van het dorp aanzetten om zich in technologie te gaan interesseren. 

Om digitalisering te laten slagen in het Globale Zuiden is meer nodig dan technische innovatie alleen.

En dit is essentieel, want om digitalisering te laten slagen in het Globale Zuiden op lange termijn is meer nodig dan technische innovatie alleen. Pleitbezorgers die ijveren voor creatieve oplossingen én een aangepast beleid zijn nodig opdat er een draagvlak wordt gecreëerd waarbinnen digitalisering zich kan ontplooien. 

We moeten ons bewust zijn van de gevaren en risico’s van digitalisering binnen de ontwikkelingssamenwerking. De impact is vaak beperkt tot een kleine groep, de duurzaamheid is niet gegarandeerd en de kans op mislukking is reëel.

Digitalisering is geen wondermiddel en mag geen doel op zich zijn. Wél is het een katalysator, die verandering in gang kan zetten en altijd parallel met andere inspanningen. Want laten we niet vergeten dat om pakweg een pakje online te bestellen en te laten leveren je niet alleen een stabiele internetverbinding nodig hebt, maar ook goede wegen. 

Annelies Van Erp is medewerker bij de ngo Memisa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift