Eén auto kopen, drie plaatsen gratis

Hoera voor de autobezitter, pech voor de autoloze want autobezit schept vooral extra rechten, zelden plichten, schrijft mobiliteitsexpert Kris Peeters. Hij verklaart waarom dit één van de meest cassante voorbeelden van het Mattheüseffect is. 

  • Traveller_40 (CC BY-NC-ND 2.0) 'Hoera voor de autobezitter, pech voor de autoloze' Traveller_40 (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Jeremy Brooks (CC BY-NC 2.0) Jeremy Brooks (CC BY-NC 2.0)

Wist je dat er in onze maatschappij een legale manier bestaat om publiek domein te privatiseren, zomaar, zonder dat daar enige procedure voor nodig is?

De lezer die al één van mijn boeken ter hand nam, roept nu natuurlijk: ‘Door een auto te kopen!’ En hij (m/v) heeft nog gelijk ook. Om het autoregime niet in de soep te laten lopen, hebben we voor elke auto minstens drie parkeerplaatsen nodig. In de praktijk komt dat meestal neer op “één auto kopen, drie plaatsen gratis”. Want wat er ook beweerd wordt, parkeren is op de meeste plaatsen nog altijd gratis. We rekenen het tot de plicht van de overheid ervoor te zorgen dat we onze vierwieler altijd weggestouwd krijgen.

We rekenen het tot de plicht van de overheid ervoor te zorgen dat we onze vierwieler altijd weggestouwd krijgen.

Om te begrijpen dat dit niet helemaal onlogisch is, volstaat het om ‘onze vierwieler’  in de bovenstaande zin te vervangen door pakweg ‘ons salon’ of ‘ons bubbelbad’. Geen wonder dus dat deze gang van zaken niet altijd en overal even vanzelfsprekend werd en wordt gevonden. In het Zwitserse Graubunden bijvoorbeeld, hielden ze tot 1925 de auto tegen, precies om de privatisering van de publieke ruimte tegen te gaan. En in Japan moet je vandaag eerst bewijzen over een stalplaats beschikken om überhaupt een auto te mogen aanschaffen.

Maar bij ons is het dus anders. Hier schept autobezit vooral rechten, zelden plichten. In veel steden en gemeenten is het recht op autoruimte geofficialiseerd met de bewonerskaartregeling. Wie een auto heeft, krijgt een bewonerskaart. Meestal gratis, soms voor een habbekrats. Wie geen auto heeft, krijgt… niets. Het is één van de meest cassante voorbeelden van het Mattheüseffect, zo genoemd naar een vers in de parabel over de talenten: “Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen.”

Jeremy Brooks (CC BY-NC 2.0)

Het recht op autoruimte wordt als een vanzelfsprekendheid genomen.

Recht op een plek voor de deur

Hoera voor de autobezitter, want hij heeft recht op een plek voor de deur. Pech voor de autoloze, want hem wordt de ruimte voor zijn deur ontnomen. Hem is alleen een blik op andermans blik gegund. En een deel van de rekening natuurlijk. Want die zogenaamd gratis parkeerplaats wordt wel op kosten van de gemeenschap aangelegd en onderhouden. Mijn collega Joris Willems aan onze opleiding ‘Verkeerskunde’ raamde die kost enkele jaren geleden op een eenmalige 3000 en een jaarlijkse 400 euro.

De autoloze moet investeren in iets wat hij niet nodig heeft. Zo wordt de drempel voor het verwerven van een eigen woning opgetrokken met 25 tot 30.000 euro.

Overdrijf ik niet een beetje? Moet ik niet een beetje nuanceren? Soms wordt ook hier getornd aan de vanzelfsprekendheid van het recht op autoruimte. Wanneer een huis wordt gebouwd, verplicht de overheid de bouwheer vaak om te voorzien in een garage, carport of stalplaats. Eind goed, al goed? Nou nee, want de overheid maakt geen onderscheid tussen autobezitters en autolozen. Gevolg: de autoloze moet investeren in iets wat hij niet nodig heeft. Zo wordt de drempel voor het verwerven van een eigen woning opgetrokken met 25 tot 30.000 euro. Voor sommige mensen is dat het verschil tussen ‘een huis kunnen kopen ‘ en ‘geen huis kunnen kopen’.

Zo’n garage heeft overigens nog een ander pervers effect. Doordat de inrit altijd moet worden vrijgehouden, wordt die de facto onbruikbaar voor anderen – vaak zelfs om er andere voertuigen te laten passeren, want het volstaat om de eigen nummerplaat op de poort te hangen om het alleenrecht te verwerven om ervoor te parkeren. Op die manier vertaalt het beslag op private ruimte zich toch nog in de feitelijke toeëigening van publieke ruimte.

Verhuren wat niet van jou is

Onrechtvaardig? Wees gerust, het kan nog onrechtvaardiger. Wat had je ervan gedacht om, bijvoorbeeld tijdens je vakantie of overdag, wanneer je toch niet thuis bent, de ruimte voor ‘jouw’ inrit te verhuren? Noem het gerust het gouden ei van Columbus: geld verdienen door iets te verhuren wat niet van jou is, maar van de gemeenschap.

Kris Peeters is Lector PCVO Limburg Verkeerskunde, auteur van o.m. ‘Weg van mobiliteit’ (Uitgeverij Vrijdag) Absurd? Niet zo absurd dat er geen steden en gemeenten zouden zijn die overwegen om het binnenkort mogelijk te maken én actief aan te moedigen. Geef toe, die evangelist wist verdomd goed wat hij schreef, lang voordat er auto’s waren: wie heeft, zal nog meer krijgen.

Misschien moeten we die nieuwe praktijk maar gewoon ‘Mattheüsparkeren’ dopen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift