Een cynische plotwending in het Europees klimaatdebat: de vervuiler moet niet betalen

‘We smijten nu met geld naar bedrijven in de hoop dat ze hier zullen blijven’

CC0

Er is al lang nood aan eerlijke concurrentie tussen bedrijven in Europa, dat een actief klimaatbeleid voert, en bedrijven van buiten Europa. Met een nieuw initiatief wil Europa er iets aan doen, schrijft Europarlementslid Sara Matthieu (Groen). ‘Maar vorige week schoten rechtse partijen en de industrie zichzelf in de voet tijdens de plenaire stemming in het Europees Parlement.’

Al jaren zit het Europees klimaatbeleid vast in een defensieve kramp. Aan de ene kant wil de EU graag de leiding nemen in de strijd tegen klimaatverandering. Maar aan de andere kant gaapt er een flinke kloof tussen woord en daad.

De Europese Unie was in 2005 de eerste om een systeem in te voeren voor de handel in uitstootrechten. En in 2019 stelden Europese leiders het doel voorop om het eerste klimaatneutraal continent ter wereld te zijn tegen 2050.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Maar de huidige Europese klimaatdoelstellingen volstaan absoluut niet om tijdig klimaatneutraliteit te halen. De situatie is in het bijzonder precair voor de industriële klimaatuitstoot. In Europa maar ook in Vlaanderen daalt die uitstoot sinds een tiental jaar niet verder. De voorbije jaren is ze zelfs licht gestegen. Dat is het gevolg van een klimaatcompromis dat de voorbije 15 jaar standhield.

Dat compromis kwam er op basis van deze redenering: er wordt erkend dat de uitstoot van de industrie, energie en luchtvaartsector omlaag moet en dat op die koolstofuitstoot een prijs moet gekleefd worden. Zo worden bedrijven gestimuleerd om hun productie op te schonen.

Maar, zo klinkt het ook, dat mag niet ten koste gaan van de competitiviteit van onze bedrijven. Europese fabrieken en bedrijven zouden een nadeel ondervinden ten opzichte van concurrenten die werken in landen zonder CO2-prijs. Daarom krijgen die bedrijven massale compensaties uit het EU-emissiehandelssysteem.

Tussen 2008 en 2015 kregen CO2-intensieve bedrijven in Europa een cadeau van 25 miljard euro.

Aanvankelijk leidde dat systeem zelfs tot overcompensaties. Tussen 2008 en 2015 kregen CO2-intensieve bedrijven in Europa een cadeau van 25 miljard euro. Ondertussen werden die excessen weggewerkt, maar tussen 2013 en 2019 kregen industriële bedrijven in Vlaanderen nog steeds meer dan 1,6 miljard euro aan gratis uitstootrechten.

De vervuiler moet eindelijk betalen

Er is geen doorslaggevend bewijs dat het emissiehandelssysteem zou leiden tot delokalisatie naar landen zonder CO2-prijs. Dat geeft ook de Europese Commissie aan. Toch bleef die vrees voor competiviteitsverlies een belangrijk argument om de klimaatdoelstellingen niet te fel aan te scherpen.

Dit is niet langer houdbaar, dat lijken meer en meer mensen te beseffen. Hoewel het lang niet de enige voorwaarde is, moet en zal de CO2-prijs in het emissiehandelssysteem omhoog moeten als we klimaatneutrale alternatieven economisch rendabel willen maken.

Daarom is het hoog tijd dat klimaatvervuilers betalen voor hun CO2-uitstoot. Dat kan alleen als we het spel eerlijk spelen, dus moeten ook de concurrenten buiten Europa mee aan boord. In de Green Deal van de Europese Commissie is sprake van een aanpassingsmechanisme voor CO2 aan de Europese grenzen dat daarvoor moet zorgen.

Dit mechanisme verplicht zware vervuilers buiten Europa om dezelfde kosten voor CO2-uitstoot betalen als Europese bedrijven. Het zorgt niet alleen voor een eerlijk speelveld voor onze bedrijven, maar het biedt ook een alternatief voor de miljarden gratis uitstootrechten, die hierdoor geen reden van bestaan meer hebben.

Met dit mechanisme winnen we dus drie keer.

Bovendien levert deze maatregel naar schatting 5 à 14 miljard euro extra op voor Europese en internationale klimaatfinanciering. Daarmee vergroten we onze geloofwaardigheid op het internationale toneel. Met dit mechanisme winnen we dus drie keer.

Bovendien kan Europa eindelijk een vuist maken in haar klimaatbeleid, en tonen dat het haar ambities serieus neemt. We mogen niet meer naïef zijn tegenover China of de VS, dat zonder gêne hoge tarieven heft op staal uit onze fabrieken. Het verschil met het eigen-land-eerstbeleid dat andere grootmachten hanteren, is dat de EU geen bedrijven discrimineert. Europese én niet-Europese bedrijven moeten in dezelfde mate opdraaien voor hun klimaatvervuiling.

Hypocrisie in het Europees Parlement

Maar daar knelt het schoentje. De industrie wil van twee walletjes eten. Ze is vragende partij voor het aanpassingsmechanisme voor CO2 aan onze grenzen, maar wil tegelijk de gratis uitstootrechten behouden. Dat komt neer op een dubbele bescherming die multinationals in Europa een oneerlijk voordeel oplevert.

De industrie wil van twee walletjes eten. Ze wil het aanpassingsmechanisme voor CO2 aan onze grenzen, maar ook de gratis uitstootrechten behouden.

Het is een open doelkans voor andere grootmachten om Europa in een handelsconflict te slepen, want zo’n dubbele bescherming gaat lijnrecht in tegen de internationale handelsregels van de Wereldhandelsorganisatie. Toch is dat precies waarvoor de rechtse partijen in het Europees Parlement hebben gestemd.

Na maanden onderhandelen kwam het Europees Parlement tot het compromis om de gratis uitstootrechten ‘gradueel’ uit te faseren, naarmate het aanpassingsmechanisme in voege zou treden. Maar op de dag van de plenaire stemming keren de conservatieve EPP (de Europese Volkspartij waarin CD&V en CDH deel van uitmaken, red.) en de rechtse ECR (de Europese Conservatieven en Hervormers waar N-VA deel van uitmaakt, red.) koudweg hun kar, en stemmen ze de uitfasering van de gratis uitstootrechten weg.

Het is niet alleen moreel onaanvaardbaar om klimaatvervuiling te blijven subsidiëren, het is ook bijzonder contraproductief. Zonder dit aanpassingsmechanisme is het quasi onmogelijk om onze klimaatambities aan te scherpen en het emissiehandelssysteem te hervormen, net vanwege het gevaar voor delokalisatie. Of misschien is dat de cynische strategie van de industrie en deze partijen?

Gezond verstand nodig

De Europese Commissie komt in juni met haar definitieve voorstel voor een aanpassingsmechanisme, in combinatie met een lange reeks wetgevende voorstellen, zoals een hervorming van het emissiehandelssysteem. Ook Commissaris Timmermans beseft dat het gaat om een kwestie van overleven voor de industrie én onze klimaatambities. Wij roepen hem en zijn Commissie op om dit met een nuchtere blik te bekijken.

We smijten nu met geld naar bedrijven in de hoop dat ze hier zullen blijven. Met dit aanpassingsmechanisme is dat niet meer nodig. We moeten dan ook deze kans grijpen. Voor onze planeet, uiteraard, maar even goed voor de Europese bedrijven. Ten opzichte van concurrenten elders in de wereld staan zij nu verder. Wij willen dat ze nog lange tijd klimaatvoorlopers blijven.

Sara Matthieu is sinds 2020 actief als Europarlementslid voor Groen in de fractie van De Groenen/Europese Vrije Alliantie (EVA). Ze is lid van de Commissies internationale handel, werkgelegenheid en sociale zaken en milieubeheer, volksgezondheid & voedselveiligheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift