Een Marshallplan voor Molenbeek

Molenbeek heeft eerder dan een Kanaalplan dat exclusief inzet op veiligheid nood aan een Marshallplan voor veiligheid, onderwijs en werk. Dat schrijft Jef Van Damme, Molenbekenaar, gemeenteraadslid in Sint-Jans-Molenbeek en fractieleider voor de sp.a in het Brussels Parlement.

  • © Reuters Optocht in Molenbeek vlak na de aanslagen in Parijs, nog voor de aanslagen in Brussel. © Reuters

De aanslagen van 22 maart hebben niemand onberoerd gelaten. De tol voor Brussel is groot. De stad herstelt zich, dat wel, maar het vergt haar tijd om opnieuw te charmeren zonder stil te staan. Om opnieuw haar bezoekers te omarmen zonder na te denken.

Ikzelf ben Molenbekenaar. Het was een tweede schok om te beseffen dat de aanslagen voor een groot deel gepland en uitgevoerd werden door mensen uit de buurt. Molenbeekse wijken als voedingsbodem voor radicalisering en marginalisering, ontgonnen door ronselaars: zo ging mijn gemeente als een sneltrein de wereld rond. Alleen niet op de manier die ik gewild had.

In meer dan tien jaar Molenbeek heb ik mijn gemeente op verschillende manieren leren kennen. Net zoals elders wonen er alleenstaanden en gezinnen met gedeelde zorgen en dromen. Papa’s — net zoals ik — en mama’s voor wie de toekomst van hun kind het allerbelangrijkste is. Zonen en dochters voor wie de zorg van hun ouders primordiaal is. Maar ook veelbelovende jongeren — in scholen of in jeugdbewegingen — net als artiesten en kunstenaars die vooral kracht putten uit Molenbeek. Een overgrote meerderheid die kansen met beide handen wil grijpen om er weer een ‘place to be’ van te maken. Zij trekken zich niks aan van de achterklap en het imago. Zij doen.

Maar in die periode heb ik er ook gezien die onderweg het kompas verliezen. Jongeren die zich terugplooien, afsluiten en radicaliseren. Participeren en zich ontplooien doen zij niet. Zij kiezen een andere weg, een weg die veel kapot maakt.

Na alle leed, boosheid en verdriet had ik gehoopt op een ‘sense of urgency’ voor de gemeente die ik zo koester.

Na alle leed, boosheid en verdriet had ik gehoopt op een ‘sense of urgency’ voor de gemeente die ik zo koester. Noem het een vorm van collectief besef dat alleen nieuwe zuurstof een dam kan opwerpen tegen uitzichtloosheid en radicalisering.

Nieuwe zuurstof in de vorm van investeringen in een goed werkende, aandachtige en betrokken politie.

Maar ook nieuwe zuurstof in de vorm van investeringen in een zorgzame overheid, net als in scholen waar geëngageerde leerkrachten elke dag hun best doen, om jongeren klaar te stomen voor een eerlijke kans op de arbeidsmarkt.

Kortom, investeren in een betrokken samenleving.

Meer dan een jaar later kom ik tot de pijnlijke vaststelling dat die omslag niet gemaakt is.

Kanaalplan van quick wins

Zo focust het Kanaalplan van minister Jan Jambon uitsluitend op veiligheid en politie. Uiteraard heeft dat een aantal zaken in beweging gezet. Zo werden de meest onderbezette politiezones versterkt en werden nieuwe afspraken gemaakt rond coördinatie, informatiedoorstroming en samenwerking. Ja, dat is positief.

Maar zijn we er nu?

Neen, nog lang niet. Zo krijgt de politiezone Brussel-West (waar Molenbeek met 4 andere gemeenten toe behoort) vandaag verhoudingsgewijs nog altijd veel minder middelen dan andere zones binnen en buiten Brussel. Er zijn meer dan 150 politieagenten te kort. Tel dat samen met het dreigingsniveau 3 en je weet dat het korps op zijn tanden zit.

Zaken die op korte termijn geen quick wins leveren, zoals wijkwerking en de ‘community policing’—kortom, een politie die dichtbij de mensen staat en die de inwoners door en door kent—krijgen te weinig aandacht.

Vandaag ontbreken de middelen nog altijd om agenten te leren ‘omgaan’ met de uitdagingen die een diverse gemeente met zich meebrengt.

Vandaag ontbreken de middelen nog altijd om agenten te leren ‘omgaan’ met de uitdagingen die een diverse gemeente met zich meebrengt. Meer zelfs, de Brusselse politie heeft te weinig troeven om politiemensen—die door ervaring Molenbeek en Brussel intussen goed kennen—ook hier te houden.

En dan heb ik het nog niet eens over de versnippering (of is het verspilling?) van mensen én middelen in een stad die opgedeeld is in zes politiezones. Zelfs New York, met meer dan tien keer zoveel inwoners, heeft slechts één lokale politiestructuur. We moeten die veiligheidsorganisatie dus dringen omturnen: een eengemaakt commando, ondersteunende diensten én een verdere uitbouw van de wijkwerking.

Dat doe je door eerst en vooral volop te gaan voor lokaal gerekruteerde agenten die een afspiegeling vormen van de diverse gemeente die Molenbeek is. Agenten die dicht bij de mensen staan, hun problemen begrijpen en beleven. Een quick win is dat niet, maar op termijn win je er wel dubbel zo veel mee.

Als eersten zullen zij tekenen van radicalisering in een vroeg stadium herkennen, capteren en ermee aan de slag gaan.

Marshallplan, in de diepte

Om jongeren van Molenbeek weerbaar te maken voor de verleiding van radicalisering, om te maken dat ze het hoofd bieden aan ronselaars, is meer nodig dan enkel een efficiënte politie-en wijkwerking. Dat vergt werk in de diepte, met een duidelijke visie op lange termijn. Daar is een ander plan voor nodig. Ik noem dat een ‘Marshallplan’, omdat het ook een visie, samenwerking en middelen vereist.

Dat Molenbeek daar een jaar later nog altijd nood aan heeft, bewijzen de woorden van de Molenbeekse radicaliseringsambtenaar Olivier Vanderhaegen. Want op het terrein is weinig tot niks veranderd. Meer zelfs, het radicaliseren gaat gewoon door.

Dat zorgzaam plan valt en staat met onderwijs. In kwetsbare wijken met veel kansarme kinderen is dat letterlijk van levensbelang. Dit betekent dat beide taalgemeenschappen moeten investeren in scholen in de meest kwetsbare wijken. Dat betekent volop samenwerken met sociale diensten om schooluitval (in Brussel ligt de schooluitval dubbel zo hoog als in de rest van het land) tegen te gaan en aan te pakken. Dat betekent dat we jongeren — die uitvallen of tijdelijk worden geschorst — van veel dichterbij opvolgen.

Zoiets lukt alleen met sterke schoolteams, voldoende middelen voor de Centra voor Leerlingenbegeleiding én een uitstekende wissel- en samenwerking tussen politiediensten, onderwijsverstrekkers en de gemeente.

Generaties werkloos

Zo’n onderwijs moet in een volgende stap reëel uitzicht bieden op werk. Werk waarmee je voor jezelf en je gezin een toekomst kunt uitbouwen. Brussel is een machtige stad die heel wat rijkdom produceert, maar het is ook een stad waar de werkloosheid piekt. In de wijken rond het Kanaal is ze zelfs systematisch en generationeel. Eén op vier Molenbekenaren is werkloos, in sommige wijken bedraagt de werkloosheid meer dan 40 procent.

Conclusie: er is een gigantische mismatch tussen vorming en arbeidsmarkt. Dat opnieuw matchen lukt alleen als je volop inzet op vorming, stages, arbeidsbemiddeling en trajectbegeleiding. De rand rond Brussel is in dat verhaal niet zonder belang. De bereikbaarheid met — bijvoorbeeld de luchthaven van Zaventem — moet véél beter voor Brusselaars die werk zoeken.

Uiteraard zijn er nog de schrijnende getuigenissen — te veel getuigenissen — van discriminatie. 

En uiteraard zijn er nog de schrijnende getuigenissen — te veel getuigenissen — van discriminatie. De praktijktesten die de Brusselse regering invoerde is alvast een noodzakelijke stap. Het zet de toon. Maar een omslag in het denken van velen betekent dat vooralsnog niet.

Een politie die de wijken en haar inwoners door en door kent, inzetten op onderwijs en onze arbeidsmarkt zonder onderscheid. Ziedaar de essentiële ingrediënten van een zorgzaam plan om Molenbeek en de hele Kanaalzone van iedereen te maken.

Maar geld alleen lost uiteraard niet alles op. Daar is ook minstens een portie gedeeld burgerschap voor nodig. Tegen het huidige klimaat van polarisering in, moeten we dus zoeken naar wat ons bindt. Hoe moeilijk dat op het eerste gezicht ook lijkt, is dit geen flauw romantisch gezwets.

Muntthee én pint

We hebben geen andere keuze dan de diversiteit en de multiculturaliteit die Molenbeek en Brussel zo typeren, te omarmen. En vooral: de immense rijkdom die dat met zich meebrengt, uitpuren. In plaats van mensen voor elkaar bang te maken door alleen de problemen te benoemen, moeten wij — politici — er dus voor zorgen dat ze elkaar ontmoeten.

In parken, in jeugdhuizen, en in cafés waar je behalve muntthee ook gewoon een pint kunt drinken. Brusselaars, dat zijn wij allemaal.

De aanslagen hebben problemen in het hart van onze hoofdstad in het volle daglicht geplaatst. Intussen is al heel wat water door de Zenne gevloeid, maar nog niet veel structureels veranderd. Als Molenbekenaar roep ik daarom alle bevoegde overheden — en ik weet, dat zijn er (te) veel — op om de handen in elkaar te slaan.

Met een heus en allesomvattend Marshallplan voor Molenbeek kunnen we de Kanaalzone niet alleen weer uitbouwen, maar vooral onzichtbare grenzen slopen en zichtbare kansen bieden. Alleen zo’n aanpak biedt vele tienduizenden gezinnen weer toekomst en neemt de voedingsbodem voor marginalisering, isolement en radicalisering weg. 

 

Jef Van Damme is fractieleider voor de sp.a in het Brussels Parlement en gemeenteraadslid in Sint-Jans-Molenbeek.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift