‘Er zijn meer structurele maatregelen nodig tegen politiegeweld’

Thomas Verburgt

17 maart 2013
Opinie

‘Er zijn meer structurele maatregelen nodig tegen politiegeweld’

‘Er zijn meer structurele maatregelen nodig tegen politiegeweld’
‘Er zijn meer structurele maatregelen nodig tegen politiegeweld’

De Panorama-uitzending over de brutale behandeling van Jonathan Jacob heeft heel wat stof doen opwaaien over het ongeoorloofde politiegeweld. Het thema speelde ook op de achtergrond op de betoging vorige vrijdag in Brussel, ter gelegenheid van de jaarlijkse internationale dag tegen politiebrutaliteit. MO* sprak over politieagressie met Jos Van Der Velpen, voorzitter van de Liga voor Mensenrechten.  'Er worden steeds meer klachten tegen politiegeweld ingediend', aldus Van Der Velpen.

Wat doet de Liga voor Mensenrechten precies wanneer er een klacht binnenkomt omtrent politiegeweld?

Jos Van Der Velpen: Wij hebben niet de bevoegdheid om klachten te onderzoeken. We kunnen ze hooguit doorspelen aan het comité P, het meest bekende meldpunt voor politiegeweld. Het comité P kan wel klachten onderzoeken. Wanneer wij een klacht ontvangen, proberen we mensen vooral duidelijk te maken wat hun rechten zijn. Het probleem is echter dat mensen vaak geen klacht neerleggen. Ze gaan ervanuit dat het toch niets uithaalt. Het komt ook voor dat de politie de persoon die de klacht neerlegt, beticht van weerspannigheid. Bovendien is er niet altijd bewijsmateriaal, dat is een heikel punt. Wanneer een politieman je komt oppakken en er geen getuigen zijn, of wanneer die getuigen geen verklaring durven afleggen, wordt het moeilijk. Als er toch voldoende bewijs is, dan remt het Openbaar Ministerie de onderzoeken in sommige gevallen een beetje af. Ze doen dat omdat er een verkeerde en misplaatste vorm van solidariteit heerst tussen sommige politiemensen en het Openbaar Ministerie. Ze vechten samen tegen de misdaad, en staan dikwijls zij aan zij. Dat leidt ertoe dat in sommige gevallen politiemensen niet vervolgd worden, of dat ze er na een vervolging goed vanaf komen.

Mensen krijgen de indruk dat politiegeweld steeds vaker voorkomt. Bent u het eens met die opvatting?

Jos Van Der Velpen: Ik denk dat het heel moeilijk is om cijfermatig aan te tonen dat politiegeweld vaker voorkomt. Normaal zou elk geweldincident heel nauwkeurig geregistreerd moeten worden door de politie zelf, maar dat gebeurt niet altijd. Het enige waar we ons op kunnen baseren zijn de jaarverslagen van het comité P. Daarin zien we dat er inderdaad meer klachten zijn ingediend inzake politieagressie. Of er daadwerkelijk meer agressie voorkomt, kunnen we niet bewijzen. Het is natuurlijk wel verontrustend dat er meer klachten zijn. Maar misschien wijst dat dan weer op een toegenomen mondigheid van de burger. De tendens bewijst in ieder geval dat politiegeweld een probleem blijft, ondanks alle inspanningen die men zogezegd geleverd heeft.

De politie heeft een monopolie op geweld, wat betekent dat bij gewelddadige arrestaties de kans bestaat dat bepaalde mensenrechten geschonden worden. Er zijn ook bepaalde gevoelige sectoren waar politiegeweld meer tot uiting komt. Als er bijvoorbeeld stakingen of opstanden plaatsvinden in gevangenissen, gebruikt de politie daar vaker excessief geweld. Iedereen weet ook dat burgers die het te bont maken en daarna overmeesterd worden, soms nog een paar extra tikken krijgen, hoewel ze machteloos zijn. We kunnen echter klagen zoveel we willen, zonder structurele maatregelen zal er weinig veranderen.

Welke maatregelen moeten er dan worden genomen?

Jos Van Der Velpen: Een betere selectie bij de politie zou een van de oplossingen kunnen zijn. Wanneer er goed geselecteerd wordt, kan men er al een aantal agressievelingen uitvissen. Een andere maatregel die ik voorstel is het verbeteren van de politieopleiding. Men moet bij de opleiding meer aandacht besteden aan het feit dat de politie ook de mensenrechten moet respecteren. Agenten moeten leren dat ze niet mogen discrimineren en dat ze correct moeten optreden tegen mensen van vreemde origine. Zo’n zaken moeten meer ingeoefend worden, liefst op het terrein zelf. Politiegeweld moet ook veel beter geregistreerd worden door de politie zelf. In processen-verbaal moet het politieoptreden niet met een paar woorden afgewimpeld worden, maar volledig uiteengezet worden. Op die manier kan het politie-ingrijpen ook gecontroleerd worden door andere instanties. Bepaalde optredens van de politie zouden ook gefilmd kunnen worden. Dat gebeurt in het buitenland, bijvoorbeeld wanneer de oproerpolitie in actie komt. Er zijn dus een heleboel structurele maatregelen mogelijk. En natuurlijk moeten agenten die hun boekje te buiten gaan, ook een sanctie krijgen.

De agenten in de zaak Jonathan Jacob zijn niet gesanctioneerd.

Jos Van Der Velpen: Er wordt momenteel inderdaad te weinig gesanctioneerd, en dat is duidelijk zichtbaar in de zaak Jonathan Jacob. In eerste instantie vroeg het Openbaar Ministerie de buitenvervolgingstelling van de betrokken politiemensen, terwijl heel Vlaanderen zag dat er buitensporig geweld is gebruikt.

Politiemensen worden zelf ook vaak het slachtoffer van geweld. Is het geen mes dat langs twee kanten snijdt?

Jos Van Der Velpen: Het werk van politiemensen is inderdaad niet altijd te benijden, laten we daar eerlijk in zijn. Politiemensen hebben het recht om zichzelf te verdedigen. Geweld is echter het ultieme wapen, het mag enkel gebruikt worden wanneer er geen andere mogelijkheden zijn, zoals bijvoorbeeld in dialoog treden. De voorbije decennia heeft men op dat vlak wel vooruitgang geboekt. Politiemensen worden meer getraind in sociale en communicatieve vaardigheden. Ik moet toegeven dat ik zelf soms bewondering heb voor het geduld en incasseringsvermogen van bepaalde agenten. Neem nu een simpele caféruzie. Het is niet gemakkelijk wanneer je met twee agenten naar een café moet waar twee groepen met getrokken messen tegenover elkaar staan. Soms keren beide kampen zich dan ook nog eens tegen de politie, dat moet niet simpel zijn.

Vrijdag ging de website van jullie Franstalige collega’s van de Ligue des droits de l’homme online. Slachtoffers kunnen er getuigenissen indienen over politiegeweld. Is uw organisatie dit ook van plan?

Jos Van Der Velpen: Het is een goed initiatief, maar we zullen bekijken of het rendabel is. Er zijn sowieso al meldpunten, zoals het comité P. Voor zo’n meldpunt moet je de middelen, mankracht en tijd hebben. Wij kampen voorlopig nog met tijdsgebrek om zo’n meldpunt op te richten.

Vrijdagavond werd er in Brussel betoogd tegen politiegeweld. Was u van de partij?

Jos Van Der Velpen: Ik kon die dag niet, maar ik ben altijd positief over het feit dat mensen zich op een actieve manier engageren. Ik hou niet van een samenleving met mensen die enkel naar YouTube zitten te kijken. Het democratisch gehalte van zo’n maatschappij daalt zienderogen. De betoging is ook een goede manier om het probleem van politiegeweld nog eens in de schijnwerpers te plaatsen.