Eritrese vluchtelingen betalen het gelag

Het Belgisch asielbeleid behoort tot de betere voorbeelden in Europa, maar als de asielaanvragen stijgen, gaat het beleid in een kramp. De Eritrese vluchtelingen moesten dat de voorbije maanden aan  den lijve ondervinden. Ze verdienen beter.

© Reuters

Een jonge vrouw wiegt haar baby aan boord van een Maltees patrouilleschip nadat ze gered werd van de zinkende rubberboot waarmee ze Europa probeerde te bereiken.

De voorbije maanden vond in België een ontzettende toename van Eritrese asielaanvragen plaats nadat eerder dit jaar Nederland met hetzelfde fenomeen geconfronteerd werd. Waar er voorheen gemiddeld zo’n 60 à 70 asielaanvragen van Eritreërs per jaar geregistreerd werden in ons land, steeg dat aantal spectaculair naar 215 per maand (in juli 2014).

Het erkenningspercentage van Eritrese asielaanvragen ligt algemeen genomen in alle Europese landen even hoog omwille van de politieke en veiligheidssituatie in Eritrea. Eritreërs ontvluchten al enkele jaren massaal hun vaderland. Maar ondanks het feit dat Eritreërs bijna overal in Europa – en dus ook in België – recht hebben op een beschermingsstatuut, moeten velen van hen hun leven wagen – o.a. op de Middellandse Zee – om nog maar een aanvraag voor dit beschermingsstatuut te kunnen indienen. Mensenhandelaars verdienen er grof geld mee.

Hoe al deze doden op de Middellandse Zee ten gevolge van deze migratie vermeden kunnen worden, is eigenlijk al stof voor een stevige discussie op zich.

Terug naar Italië

Wat ik nu echter aan de kaak wil stellen, is het feit dat de Dienst Vreemdelingenzaken een groot aantal Eritrese asielaanvragen heeft geblokkeerd met het oog op een zogenaamd Dublin onderzoek (al dan niet op aangeven, maar zeker met medeweten van het toenmalig kabinet De Block).

Het merendeel van deze Eritreërs is immers via Italië Europa binnengekomen, en volgens de Europese ‘Dublin’ wetgeving is het eerste land van binnenkomst verantwoordelijk voor de asielaanvraag van de persoon in kwestie. België heeft nu voor deze groep Eritreërs een verzoek tot terugname ingediend bij de Italiaanse autoriteiten.

België heeft voor een groep Eritreërs een verzoek tot terugname ingediend bij de Italiaanse autoriteiten.

Deze verzoeken gebeurden niet op basis van vingerafdrukken of andere objectieve informatie die aantoont dat de personen geregistreerd werden in Italië, maar op basis van loutere verklaringen van de vluchtelingen zelf die vertellen dat ze via Italië naar België zijn gekomen.

In de praktijk gaat het er dan zo aan toe: de Italiaanse autoriteiten reageren ofwel niet op de terugnameverzoeken vanuit België (omwille van een niet bijster goed werkende administratie) of Italië weigert het terugnameverzoek aangezien de personen niet geregistreerd werden in Italië en bijgevolg een objectieve grond ontbreekt voor een terugname.

De Belgische instanties lijken vooral te hopen op een niet-reactie vanuit Italië. Indien België immers na twee maanden geen antwoord heeft ontvangen, wordt Italië verantwoordelijk voor de asielaanvraag en kan België zich onbevoegd verklaren. Op die manier wordt er alleszins een duidelijk signaal gegeven aan de mensenhandelaars.

Spijtige nieuwigheid

De Belgische migratiediensten hebben dit voorheen nooit zo gedaan. Het gebeurde wel eens in individuele gevallen dat Italië verantwoordelijk gesteld werd voor een Eritrese asielaanvraag, maar enkel wanneer het objectief en verifieerbaar duidelijk was dat de Eritrese vluchteling effectief geregistreerd was in Italië (via vingerafdrukken of via een eerdere asielaanvraag in Italië).

Op basis van loutere verklaringen van een kandidaat-vluchteling wordt omzeggens nooit een Dublin-onderzoek opgestart. Anders zou voor een groot deel van de asielaanvragen zulk onderzoek kunnen worden aangevat aangezien weinig vluchtelingen rechtstreeks naar België komen. En zoals gezegd kunnen de landen aan wie dergelijke verzoeken gericht worden in deze gevallen de terugname weigeren aangezien er geen objectieve gegevens zijn die een terugname rechtvaardigen. In het geval van de Eritreërs lijkt bijgevolg pure willekeur in het spel.

In plaats van de mensenhandelaars aan te pakken, zijn de Eritrese vluchtelingen het slachtoffer van dit beleid

De strategie achter deze gezamenlijke blokkering van Eritrese asielaanvragen is wellicht duidelijk maken aan mensenhandelaars dat België niet gediend is met een dergelijke spectaculaire toename van asielaanvragen, en dat ze beter elders een poging wagen. In plaats van de mensenhandelaars zelf aan te pakken, zijn de Eritrese vluchtelingen (nogmaals) het slachtoffer van deze beleidsdaad.

Vele Eritrese asielzoekers hebben een helse tocht achter de rug alvorens Europa binnen te komen. Degenen die uiteindelijk Europa weten te bereiken, vormen overigens slechts een kleine groep van ‘gelukkigen’. De meeste Eritrese vluchtelingen geraken niet verder dan vluchtelingenkampen in één van Eritrea’s buurlanden. In het slechtste geval eindigt hun tocht in de Midellandse Zee – denk maar aan de bootramp in oktober 2013 voor de Italiaanse kust waarbij meer dan 350 personen het leven lieten waaronder het grootste deel Eritreërs.

Voor deze asielzoekers is het dan ook erg bitter om vervolgens nog eens geconfronteerd te worden met een overheid die louter geïnteresseerd lijkt te zijn in het beperken van de asielstatistieken, en niet in het welzijn van Eritreërs die in principe in aanmerking komen voor een beschermingsstatuut in het licht van de vluchtelingenconventie van Génève. De bevoegde asielinstanties zullen wellicht aanvoeren dat enkel de geldende Europese wetgeving wordt toegepast, maar dit lijkt toch meer op het ontlopen van verantwoordelijkheden.

Tegen de trend

Vanuit louter cijferperspectief leek het de laatste jaren nochtans de goede kant op te gaan met het Belgische asielbeleid. Mede hierdoor nam de politieke carrière van toenmalig staatssecretaris De Block een hoge vlucht. Omgekeerd evenredig met haar populariteit daalde het aantal asielaanvragen in België op korte tijd aanzienlijk. Van 25.479 asielaanvragen in 2011 tot 15.840 vorig jaar.

Deze neerwaartse trend kwam er door een aantal maatregelen – waarvan een aantal werden opgestart door De Blocks voorganger Wathelet – zoals een lijst van “veilige” landen, een sterkere bemanning van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) en ontradingscampagnes.  

Het beleid van de vorige regering realiseerde een daling van het aantal oneigenlijke asielaanvragen

De dossierachterstand bij het CGVS smolt en de asielprocedures werden in vele gevallen korter. Niet onbelangrijk is dat naast een daling van het aantal asielaanvragen het aantal erkenningen van de vluchtelingenstatus en toekenningen van de subsidiaire beschermingsstatus toenam en nog steeds toeneemt. Het erkenningspercentage is gestegen van om en bij de 25% naar zo’n 45%. Vorige maand (september 2014) bedroeg het erkenningspercentage zelfs 50%.

Dit erkenningspercentage  werd altijd als een goede zaak bestempeld door zowel de commissaris-generaal voor de vluchtelingen als door staatssecretaris De Block zelf aangezien het een daling van het aantal oneigenlijke asielaanvragen betekende. M.a.w. het aantal personen dat in feite niet in aanmerking komt voor een beschermingsstatuut, maar toch asiel aanvraagt bij gebrek aan andere toegangsprocedures, neemt af. Tot daar het relatief goede nieuws.

Maar wat gedaan als blijkt dat het aantal asielaanvragen van personen die effectief nood hebben aan internationale bescherming stijgt? Zo zien we de laatste maanden daadwerkelijk weer een toename van het aantal asielaanvragen – in vergelijking met vorig jaar – terwijl het erkenningspercentage rond de 45 procent blijft schommelen. Hoe zullen de Belgische beleidsverantwoordelijken hierop reageren? Humanitair gezien is het makkelijker om zogenaamde ‘economische’ migranten vanuit bijvoorbeeld de Balkanlanden aan te pakken, dan migranten die oorlogs- en conflictgebieden ontvluchten zoals nu vaker het geval is.

Falend Europees asielbeleid

De problemen rond de Eritrese asielzoekers tonen nogmaals het falen van het Europese asielbeleid aan, alsook de non-solidariteit tussen de verschillende Europese lidstaten als het over asiel gaat. Nederland werd in het voorjaar eveneens geconfronteerd met een nog spectaculairdere stijging van het aantal Eritrese asielaanvragen waarop enkele strengere maatregelen ingevoerd werden (zoals gerichte controles aan de grenzen) die de asielaanvragen van Eritreërs effectief deden kelderen. De mensenhandelaars hadden de boodschap begrepen en moesten vervolgens op zoek naar een ander Europees land.

De mensenhandelaars hadden de boodschap begrepen en moesten op zoek naar een ander Europees land.

Om te vermijden dat vluchtelingen niet enkel speelbal worden van mensensmokkelaars, maar ook nog eens van individuele Europese lidstaten, is een reactie vanuit de Europese Unie nodig. De individuele aanpak van verschillende lidstaten inzake asiel – met dikwijls als doel zo min mogelijk vluchtelingen in eigen land – moet in de toekomst vermeden worden.

Een meer gecoördineerd en solidair asielbeleid aangestuurd vanuit Europa, harmonisering van asielprocedures en uitwisseling van best practices zijn meer dan ooit nodig. En waarom zou België – toch bekend in Europa om zijn kwaliteitsvolle asielprocedures – hierin niet het voortouw kunnen nemen?

Het is duidelijk dat verschillende benaderingen qua beleid, wetgeving en praktische uitvoering in de lidstaten zowel nefast zijn voor de vluchtelingen als voor de lidstaten die wél hun verantwoordelijkheid willen opnemen. Voor de volledigheid dient gezegd dat België eerder in dit laatste rijtje van landen thuishoort. België hoort in Europa in de top vijf van landen die het meeste asielzoekers ontvangt. Des te meer is het daarom verontrustend dat een land als het onze op een dergelijke manier omgaat met de recente stijging van Eritrese asielaanvragen.

Nieuwe Griekse Europese Commissaris

De nieuwe Europese Commissaris voor migratie Dimitris Avramopoulos – afkomstig uit een land dat niet meteen goed scoort als het over opvang en behandeling van asielzoekers gaat – staat voor heel wat uitdagingen in zijn ambtsperiode. Conflicten in het Midden-Oosten en Afrika veroorzaken een nog grotere stroom van asielzoekers die bereid zijn hun leven op het spel te zetten om Europa te bereiken.

De nieuwe commissaris zou enerzijds moeten nadenken hoe vluchtelingen die nood hebben aan internationale bescherming op een veilige en legale manier naar Europa kunnen komen, in plaats van de Europese grenzen steeds meer systematisch af te sluiten.

Europa moet er op toezien dat een bepaalde kwaliteitstandaard -en geen minimumnormen- inzake asielbeleid en opvang gehaald wordt

Anderzijds zou hij de lidstaten een meer collectief en solidair asielbeleid moeten opleggen waarbij iedere lidstaat zijn verantwoordelijkheid opneemt en waarbij dus een gelijkere verdeling van kandidaat-vluchtelingen over de verschillende lidstaten gerealiseerd wordt.

Europa moet er ook op toezien dat een bepaalde kwaliteitstandaard -en geen minimumnormen- inzake asielbeleid en opvang behaald wordt in elke lidstaat. De Commissie moet desnoods landen bijstaan waar de standaarden niet gehaald worden en in het uiterste geval sanctioneren. Waarom zou Europa wel ingrijpen als het om het met de voeten treden van begrotingsregels gaat en niet als het over asielbeleid gaat?

Een veilige haven

Een gemeenschappelijk Europees asielbeleid (CEAS – Common European Asylum System) is uiteraard niet nieuw – het begrip werd voor het eerst vermeld in 1999 in het verdrag van Amsterdam en werd nadien verder uitgewerkt in verschillende programma’s. Maar het is wat dit betreft eindelijk tijd om enkele versnellingen hoger te schakelen.

De zuidelijke Europese landen voelen zich in de steek gelaten en halen aan dat ze overdonderd worden door het grote aantal vluchtelingen, en Noord-Europese landen geven aan dat ze al genoeg doen. Zolang deze mentaliteit blijft heersen, zullen vluchtelingen uit landen zoals Eritrea, Somalië en Syrië gedwongen blijven om gevaarlijke wegen en routes naar Europa te volgen. Maar misschien dat de veranderende context en de toenemende vluchtelingenstroom naar Europa hierin eindelijk verandering kan brengen.

Laten we in ieder geval hopen dat de recent aangekomen Eritrese kandidaat-vluchtelingen in België alsnog de kans krijgen om in ons land hun asielaanvraag te verdedigen zodat er alvast een einde komt aan hun barre tocht vanuit Eritrea en hun zoektocht naar een veilige haven.   

Maarten Dejonghe is sinds een stage in het Brusselse Klein Kasteeltje en een thesis over mensen zonder papieren in Brussel geboeid door het thema asiel en migratie. Hij heeft meer dan drie jaar gewerkt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift