Europa kan niet zonder de NSA

Zolang de Europese Unie zo afhankelijk blijft van Amerikaanse inlichtingen als vandaag, zal Brussel nooit helemaal baas zijn in eigen huis.

  • Kristof Clerix Kristof Clerix

Vandaag zitten experts van de Europese Unie en de Verenigde Staten voor de tweede dag in Brussel samen om van mening te wisselen over het Prism-spionageschandaal. Het werd tijd. De onthulling door klokkenluider Edward Snowden van de wereldwijde inlichtingenoperatie-zonder-voorgaande dateert van bijna zeven weken geleden.

Dat de privacy van Europese burgers systematisch op grote schaal wordt geschonden en zelfs de Europese instellingen een rechtstreeks spionagedoelwit zijn, noopte blijkbaar niet tot haast. In plaats van de surveillance door de Amerikaanse NSA snel, krachtig en met één stem te veroordelen, braken EU-vertegenwoordigers zich het hoofd over de vraag wie bevoegd is om de dialoog met de VS aan te gaan. Stom tijdverlies.

Uiteindelijk is het een bont gezelschap dat de Amerikanen van Homeland Security en Department of Justice het vuur aan de schenen moet leggen: vertegenwoordigers van de Europese Raad (onder Litouws voorzitterschap), de diplomatieke dienst van Catherine Asthon, de Commissie, EU-antiterreurtsaar Gilles de Kerchove, een lid van de werkgroep rond dataprotectie en tien experts van Europese lidstaten –waaronder ook de voorzitter van de Belgische Privacycommissie Willem De Beuckelaere.

Hun boodschap aan de Amerikaanse spionnen: gelieve voortaan de Europese wetgeving te respecteren. De NSA zal onder de indruk zijn. 

Insiders die ik de afgelopen dagen sprak, zien de tweedaagse ontmoeting als een schijnvertoning. De Amerikanen écht tot de orde roepen? Yeah right. Zoals zo vaak zijn de Europese lidstaten grandioos verdeeld over de gewenste reactie. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland –die zelf een indrukwekkende signal intelligence-capaciteit hebben– willen Washington niet voor het hoofd stoten. Hun eigen spionageactiviteiten in het buitenland moesten maar eens uitlekken. Der Spiegel berichtte gisteren nog over de verregaande samenwerking tussen de NSA en Duitse inlichtingendiensten –geen geschenk voor Angela Merkel in deze pre-electorale tijden. 

De belangrijkste reden voor Europa’s softe reactie –de onderhandelingen met Washington over een vrijhandelsakkoord lopen gewoon voort– is dat we de NSA nodig hebben. We kunnen niet zonder de inlichtingen van onze Atlantische bondgenoot, geven hooggeplaatste functionarissen uit de Europese inlichtingenwereld toe.

‘Alle informatie in alle belangrijke veiligheidsdossiers –van terrorisme tot nucleaire proliferatie– komt van de Amerikanen’, klinkt het achter de schermen. Een verbindingsofficier van een grote Amerikaanse dienst die ik in Brussel ooit op café ontmoette, stelde het nog wat scherper: ‘Wie denk je dat er voor zorgt dat hier in België geen aanslagen gebeuren? Dat ben ik. Ik. Vergeet dat niet.’ 

Vrij spel

De vraag of de Amerikaanse spionnen vrij spel krijgen in het hart van Europa, keert sinds de Koude Oorlog om de zoveel jaar terug.

De geschiedenis herhaalt zich. De vraag of de Amerikaanse spionnen vrij spel krijgen in het hart van Europa, keert sinds de Koude Oorlog om de zoveel jaar terug. Tijdens de Oost-West-tegenstelling hadden we de Amerikanen nodig om spionnen uit het Oostblok te ontmaskeren. Medewerkers van de Staatsveiligheid vertelden destijds anoniem in de pers hoe CIA-agenten in de jaren zeventig zomaar in de kantoren van de Staatsveiligheid in- en uitliepen.

 

Albert Raes –die in 1977 aantrad als administrateur-directeur-generaal van de Staatsveiligheid– riep de Amerikanen tot de orde. Hij wees hen er in diplomatieke bewoordingen op dat zij zich dienden te gedragen zoals alle andere bevriende diensten. België mocht dan wel een trouwe bondgenoot zijn, het was geen lijfeigene van de VS. 

Na de Val van de Berlijnse Muur hetzelfde liedje. In 1996 pakte de Britse krant The Sunday Times uit met het nieuws dat Amerikaanse spionnen als hackers in de computers van het Europees Parlement en de Europese Commissie waren binnengedrongen om geheime informatie te stelen. Twee jaar later riep het Europees Parlement om een tijdelijke onderzoekscommissie in het leven over Echelon –een wereldwijd interceptiesysteem van communicatie via satelliet. Luisteren/lezen mee: de NSA & co.

En het bleef schandalen regenen. In 2006 onthulden Amerikaanse kranten het bestaan van het Terrorist Finance Tracking Program. Het Amerikaanse Treasury Department en de CIA hadden toegang gekregen tot de database van SWIFT, dat vanuit Terhulpen nabij Brussel de communicatie tussen 10.000 financiële instellingen in 212 landen beveiligt.

Nu zijn er de onthullingen van Edward Snowden. En misschien moet maar eens iemand uitzoeken welke concrete stappen Amerikaanse geheime diensten op 12 september 2001 in België hebben ondernomen –niet alleen de CIA maar ook de 66th Military Intelligence Brigade, het Air Force Office of Special Investigations (aFosI) en het Defense Intelligence Agency. Nooit van gehoord? Dat bedoel ik net. 

Zolang de Europese Unie zo afhankelijk blijft van Amerikaanse inlichtingen als vandaag, zal Brussel nooit helemaal baas zijn in eigen huis. Dat vind ik geen gezonde situatie. Mogelijk is meer Europese samenwerking op intelligence-vlak een deel van de oplossing. Maar daarvoor ontbreekt het anno 2013 aan visie en staatsmanschap. Gevolg? Washington lacht in zijn vuistje. Net als Moskou en Beijing.

Deze opinie verscheen op 23 juli 2013 ook in De Morgen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur