‘Als feministe besefte ik niet dat niet elke vrouw vertegenwoordigd wordt in onze beweging’

Maëlle Salzinger

08 maart 2023
Opinie

Waarom feminisme inclusiever moet worden

‘Als feministe besefte ik niet dat niet elke vrouw vertegenwoordigd wordt in onze beweging’

‘Als feministe besefte ik niet dat niet elke vrouw vertegenwoordigd wordt in onze beweging’
‘Als feministe besefte ik niet dat niet elke vrouw vertegenwoordigd wordt in onze beweging’

Op Internationale Vrouwendag richt Maëlle Salzinger zich tot haar witte medefeministen. ‘Vrouwenrechtenactivisten over de hele wereld moeten hún versie van feminisme kunnen ontwikkelen op basis van hún uitdagingen en behoeften.’

Ipsita Divedi (CC-BY-NC-SA)

Ipsita Divedi (CC-BY-NC-SA)

Op Internationale Vrouwendag houdt Maëlle Salzinger vooral een pleidooi gericht aan haar witte medefeministen. Want nog te veel stemmen worden uitgesloten of ongehoord in de feministische beweging vindt ze. ‘Vrouwenrechtenactivisten over de hele wereld moeten hún versie van feminisme kunnen ontwikkelen op basis van hún uitdagingen en behoeften.’

Feministe worden hielp me onder woorden brengen waar ik mee worstel en wat voor onrecht ik zie. Het zorgt ervoor dat ik me vertegenwoordigd en gehoord voel. Alleen kwam het nooit in me op dat niet alle vrouwen dat zo ervaren.

Feminisme richt zich veelal op ervaringen, opvattingen en belangen van witte, westerse vrouwen. Vrouwen uit andere landen of van een andere herkomst worden daarbij gemarginaliseerd.

Het gevolg hiervan is dat reactionaire bewegingen, bijvoorbeeld in Afrika, feminisme als een westerse constructie zien en het als argument gebruiken om zich te verzetten tegen elke stap in de richting van meer gendergelijkheid.

Tijdens mijn werk bij de Afrikaans-Europese denktank ECDPM zie ik het maar te vaak. Zulke argumenten oogsten bijval, omdat veel niet-westerse vrouwen zich onbegrepen en ondervertegenwoordigd voelen in de feministische beweging.

Daarom heeft die beweging een update nodig, zodat het de kritiek kan pareren en relevant blijft voor toekomstige generaties én op mondiale schaal.

Pleidooi voor verandering

Mijn begrip over raciale ongelijkheid binnen het feminisme is inherent beperkt. Dit stuk dient daarom als pleidooi voor vrouwen zoals ik, witte, Europese vrouwen uit de middenklasse, om te erkennen wat ons privilege is en ons aan te sluiten bij de strijd die niet-westerse vrouwen voeren voor een inclusiever feminisme.

Met een update van het feminisme moet er meer ruimte komen voor verschillende stemmen, meer tegemoetkoming voor de noden van vrouwen uit andere geografische regio’s, met andere sociaal-economische achtergronden en andere seksuele geaardheid.

Mijn belangrijkste inspiratiebron voor dit pleidooi is een boek dat me aangeraden werd door mijn vriendin Nora. Against White Feminism van de Pakistaans-Amerikaanse feministe Rafia Zakaria geeft een briljante kritiek op de dominantie van witte perspectieven binnen de feministische beweging — maar níet de dominantie van witte feministen. Ze laat goed zien hoe dat geworteld zit in de koloniale tijd en er een voortdurende erfenis aanwezig is in westerse ideologieën, tot op vandaag.

Wie bepaalt het narratief?

Sinds Iraanse vrouwen zich in september 2022 mobiliseerden wordt dit verhaal in Europese media vaak gereduceerd tot de hoofddoek. Maar de beslissing van deze vrouwen om hun hoofddoek af te doen of te verbranden kan niet worden losgekoppeld van de context waarin ze leven: dat van een regime dat het vrouwenlichaam aan banden wil leggen en vrijheden voor vrouwen, maar ook voor de samenleving als geheel, beperkt.

Dat deze vrouwen hun hoofddoek afnemen is een moedige daad van verzet tegen een onderdrukkende staat. Alleen verschilt dat radicaal van de situatie van vrouwen die een hoofddoek dragen om religieuze redenen in landen waar dit niet verplicht is en afgedwongen wordt door een moraalpolitie.

Dit is een eerste voorbeeld van een onevenwicht in het feminisme: de vooringenomenheid van verhalen. Vrouwen van kleur kregen geen gelijke stem bij het vormgeven van feministische verhalen. Wanneer we praten over onderwerpen zoals de Iraanse protesten en de hoofddoek creëert dat een westerse vooringenomenheid.

Ook in Frankrijk is de hoofddoek het onderwerp van verhitte debatten. Alleen worden vrouwen met een hoofddoek daarin zelden aan het woord gelaten. Het gevolg is dat ze verkeerd begrepen, gestigmatiseerd en uitgesloten worden van de openbare ruimte.

Terwijl ik in Frankrijk opgroeide was ik me ervan bewust. Maar het was pas in gesprek met moslimvrouwen, zoals mijn Algerijns-Franse vriendin Kawsar dat ik besefte hoe alomtegenwoordig en moeilijk dit is.

Ook in België is het een heikele kwestie. Vrouwen met een hoofddoek die leerkracht willen worden moeten bijvoorbeeld in vele gevallen kiezen tussen die hoofddoek of hun carrière. En dat terwijl België met een ernstig lerarentekort kampt. In Brussel, waar 20% van de ruim 1 miljoen inwoners moslim is, komen sommige scholen tot een vierde van de benodigde leerkrachten tekort.

Europa kan en mag niet langer denken dat het weet hoe vrijheid er voor álle vrouwen uitziet.

Voor veel moslimvrouwen is de hoofddoek afdoen geen optie. Het vormt een integraal onderdeel van hun religieuze praktijk en bij uitbreiding hun leven. Of het nu gaat om scholen of andere plekken in de openbare ruimte, vrouwen met een hoofddoek mogen niet worden uitgesloten van de gesprekken die hén diep raken.

Europa kan en mag niet langer denken dat het weet hoe vrijheid er voor álle vrouwen uitziet. Wanneer over vrouwenemancipatie wordt gesproken moeten de standpunten van over wie het gaat ook effectief centraal staan.

Wie is de referentie?

Daarnaast is er een onevenwicht wanneer het aankomt op de referenties binnen de feministische beweging. Die worden gedomineerd door witte vrouwen en hun perspectieven.

Zo werd de #MeToo-beweging al in 2006 opgericht door Tarana Burke, een Afro-Amerikaanse activiste die een inclusieve gemeenschap wilde creëren om slachtoffers van seksueel geweld te ondersteunen.

Maar #MeToo ging pas viraal in 2017, toen Amerikaanse actrices hun ervaringen met seksueel geweld deelden. Meer vrouwen konden daardoor vrijuit spreken over het structurele geweld waar ze wereldwijd mee te maken krijgen. Ik herinner me ook hoe dat bij mij en mijn studiegenoten een mix van emoties teweeg bracht, van woede, verdriet, opluchting en hoop.

Maar dat nieuwe #MeToo-verhaal, uitgedragen door beroemdheden, focuste niet op gemarginaliseerde gemeenschappen zoals dat wel het geval was bij de eerste versie van Tarana Burke. Zij erkende dat vrouwen van kleur zelfden gerechtigheid krijgen in geval van seksueel geweld.

Dat is waarschijnlijk de reden waarom getuigenissen van vrouwen uit Afrika en het Midden-Oosten zo weinig zichtbaar zijn binnen de #MeToo-beweging. Dat had niet te maken met een gebrek aan activisme. Er bestaan genoeg voorbeelden van impactvolle bewegingen tegen gendergerelateerd geweld.

Zo was er in Zuid-Afrika de #TotalShutDown, waarbij opgeroepen werd tot overheidsmaatregelen tegen de alarmerende verkrachtings- en femicidecijfers (Zuid-Afrika behoort tot de landen met de hoogste femicidecijfers ter wereld).

Gevoed door verhalen in de media over ontvoering, verkrachting en brutale moord nam de wanhoop van vrouwen al jaren toe. Het is dit soort van activisme dat meer weerklank vindt op eigen bodem, meer dan #MeToo, dat vanuit het Westen wel aanzien werd als een wereldwijde beweging, maar dat zeker niet was.

Wat in het Westen ontstaat, zoals de #MeToo-beweging hoeft niet de enige norm te zijn voor feministisch activisme, zelfs al is ze wereldwijd zichtbaar. Bewegingen zoals #TotalShutDown verdienen het om op zichzelf te staan.

En dat betekent niet, zoals sommige journalisten het verwoorden, als “de Afrikaanse versie” van #MeToo. Zo’n simplistische visie doet afbreuk aan de unieke aard en uitdagingen waar de strijd voor gendergelijkheid in Afrikaanse landen mee gepaard gaat.

Dat inzicht werd me duidelijk bij een recent ECDPM-panel tijdens de African Women in Media Conference. Ik modereerde het gesprek tussen Tigist Shewarega Hussen, Kiki Mordi en Nompumelelo Rungi die aanbrachten hoe de erfenis van #MeToo gewoonlijk niet op deze manier ter discussie wordt gesteld.

Wie oogst de voordelen?

Dat leidt ertoe dat vooral witte vrouwen uit de midden- en hogere klasse profiteren van het feminisme, het derde onevenwicht in de feministische beweging. Dat feminisme weerspiegelt de uitdagingen waarmee deze vrouwen worden geconfronteerd, zoals toegang tot leidinggevende posities in de politiek of op het werk. Hun onderzoek en belangenbehartiging is bijgevolg daarop gericht.

Dat zijn essentiële doelstellingen, maar die mogen de doelstellingen niet uitsluiten van vrouwen die in slechtere omstandigheden verkeren door de extra uitdagingen die ze ondergaan, zoals genderidentiteit, ras en klasse.

Wanneer covid-19 toesloeg werden vrouwen en meisjes in lage-inkomenslanden onevenredig hard getroffen door stijgende werkloosheid, schooluitval en vroegtijdige huwelijken. Binnen OESO-landen waren gekleurde migrantenvrouwen oververtegenwoordigd in eerstelijnszorg, wat bovenop de extra taken thuis kwamen door schoolsluitingen. In Finland werkten deze vrouwen 17% meer per dag en in Slovenië zelfs 25%.

En covid of geen covid, migrantenvrouwen van kleur werken vaker in laagbetaalde banen met tijdelijke contracten, ondervinden moeite om toegang te krijgen tot gezondheidszorg en hebben beperkte middelen om gerechtigheid te bekomen wanneer ze te maken krijgen met seksueel geweld en uitbuiting.

Uitdagingen en problemen waarmee gekleurde vrouwen te maken krijgen worden te vaak geschuwd door westerse vrouwenbewegingen. Zo wordt in Canada de gedwongen sterilisatie van zwarte en inheemse vrouwen doorgaans genegeerd.

Wil het feminisme álle vrouwen mondiger maken, dan moet het oog hebben voor deze ontberingen, waarmee veel witte middenklasse vrouwen niet vertrouwd zijn, en ze aanpakken.

Volgens _Against White Feminism-_auteur Zakaria ligt de kern van het probleem vooral bij de doelstellingen van het witte feminisme. Dat stelt het bestaande systeem niet in twijfel, maar streeft ernaar, als vrouw, een betere positie te verwerven binnen dat systeem.

Het gaat met andere woorden om het streven naar een succesvolle carrière in een kapitistisch systeem waarin een kleine minderheid bevoordeeld wordt en waar laagbetaalde jobs vooral door vrouwen worden gedaan.

Dat gebeurt waarschijnlijk niet met opzet. Vrouwen geloven waarschijnlijk dat dit de enige optie is op beterschap.

Hoe kunnen we dit aanpakken?

Maar we kunnen er wel degelijk iets aan doen. Het eerste dat we kunnen doen is onszelf eraan te herinneren dat we een collectieve macht bezitten.

Basisorganisaties en protest zijn lange tijd de ruggengraat van het feminisme geweest. Sociale media kunnen dat activisme helpen versterken. Met straatprotest en online activisme kunnen feministische organisatie toewerken naar een inclusiever feminisme met steun voor gemarginaliseerde vrouwen van verschillende afkomst, ras en klasse.

Gezamenlijke actie met vrouwen-, arbeiders- en migrantenrechtengroepen is mogelijk. Kijk maar naar de strijd tegen menstruatiearmoede. Verschillende organisaties verlenen al menstruatieproducten aan vrouwen in opvangcentra en sloppenwijken, zoals Myna Mahila Foundation in India. Alleen gebeurt dit nog op een onsamenhangende manier die geen grootschalig effect mogelijk maakt.

In de tweede plaats moeten de standpunten van niet-westerse vrouwen gelijkwaardig vertegenwoordig zijn binnen het feministisch discours. Dat betekent niet dat eenvoudigweg meer vrouwen moeten bijdragen aan een rigide set van beginselen.

Een inclusieve feministische beweging moet fluide, flexibel en horizontaal zijn. Vrouwenrechtenactivisten over de hele wereld moeten hún versie van feminisme kunnen ontwikkelen op basis van hun uitdagingen en behoeften. Net zoals #TotalShutDown dat deed in Zuid-Afrika.

Kort gezegd: feminisme moet gecontextualiseerde interpretatie en levendig debat moet verwelkomen.

In de derde plaats zal meer zichtbaarheid of meer vertegenwoordiging van niet-westerse feminististen niet genoeg zijn om de disbalans binnen de beweging op te lossen. Het onevenwicht zit vervat in grote economische ongelijkheden tussen regio’s.

Voor veel feministische bewegingen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika zijn de middelen bijzonder schaars. Het werk van fondsen zoals MamaCash om feministische en lhbti+organisaties te financieren en hen vertrouwen te schenken, is daarom bewonderenswaardig.

Tot slot: ik herhaal graag mijn pleidooi aan andere witte feministen zoals ik, om de feministische beweging die we erfden en de privileges die we daarin hebben, ter discussie te stellen. We moeten beter nadenken over wanneer we ons uitspreken en wanneer we luisteren.

Wanneer het gaat over genderongelijkheid buiten onze landsgrenzen betekent dat per definitie: luisteren. Mijn ego liep een kleine deuk op door te zwijgen in gesprek met feministen met een andere achtergrond. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door wat ik van hen leerde.

Het motiveert me om erover te schrijven, ondanks mijn beperkte kennis en inzicht. Ik geloof dat de som van onze feministische ervaringen en ideeën kracht in zich draagt. Dat kan ons verenigen om te blijven strijden voor gendergelijkheid en ons beter in te zetten voor de empowerment van alle vrouwen wereldwijd.

Met dank aan mijn vrienden en collega’s Ennatu Domingo, Kawsar Laanani, Esad Kılıç en Aidan Lewins, die met inspireerden en hieraan hebben bijgedragen. De standpunten in die opiniestuk zijn die van de auteurs en niet noodzakelijk die van ECDPM.

Maëlle Salzinger is een gepassioneerde feministe en beleidsanalist voor de Afrikaans-Europese denktank ECDPM, die zich richt op gender, conflict en activisme. Ze heeft een masterdiploma van Sciences Po, Parijs.

Dit opiniestuk werd uit het Engels vertaald door Brita Vandermeulen.