GGO-friet: over (aard)appelen met peren vergelijken

In haar opiniestuk op de website van MO* van 20 augustus stelt Barbara Van Dyck het nut en de noodzaak van een genetisch gemodificeerde Bintje-aardappel in vraag. Zoals zo vaak wordt daarbij een redenering opgebouwd rond zaken die feitelijk niets te maken hebben met het gebruik van de techniek van genetische modificatie voor het ontwikkelen van een resistente Bintje-aardappel.

  • 16:9clue (CC BY 2.0) René Custers (VIB): 'Wat is er nu duurzamer: een gangbaar veredeld ras met twee resistenties of een genetisch gewijzigd ras met vier resistenties?' 16:9clue (CC BY 2.0)

Zo wordt onder meer de grootte en het succes van de Belgische aardappelverwerkende industrie bekritiseerd. De feiten zijn juist: we telen hier meer aardappelen dan we consumeren en we verwerken nog eens meer aardappelen dan we hier telen. Je kunt niet anders dan concluderen dat België een echt aardappelland is.

De situatie omdraaien zodat we niet meer aardappelen telen en verwerken dan we hier consumeren, lost het probleem van de aardappelziekte echter niet op. Dat bewijst de situatie in landen waar er relatief gezien veel minder aardappelen geteeld worden. Ook daar is de ziekte in vochtige zomers een ware plaag.

Het is überhaupt niet de vraag of er nieuwe aardappelen die resistent zijn tegen de aardappelplaag op de markt zullen komen. En of ze nu via genetische modificatie tot stand zijn gekomen of via gangbare veredeling, er zullen precies dezelfde natuurlijke resistentiegenen in zijn gebracht.

Vandaag zijn er al enkele klassiek veredelde resistente rassen op de markt. Maar de teelt van deze rassen neemt – ook in de bioteelt – geen grote vlucht. Ondermeer omdat de smaak of de verwerkingseigenschappen van die aardappelen maar matig zijn. Dat de via gangbare veredeling verkregen rassen daarenboven slechts één of enkele nieuwe resistentiegenen bezitten en dat die resistentie daardoor tamelijk gemakkelijk doorbroken wordt, wordt voor het gemak verzwegen.

Het argument van doorbreking van resistenties wordt daarentegen wel altijd aangehaald tegen genetische gewijzigde plaagresistente aardappelen. Nochthans kunnen en worden er via genetische modificatie in één stap drie, vier of vijf verschillende resistenties binnengebracht, zonder de door de consument en verwerkende industrie geliefde raseigenschappen in het gedrang te brengen. Wat is er nu duurzamer: een gangbaar veredeld ras met twee resistenties of een genetisch gewijzigd ras met vier resistenties? Als u het mij vraag: het laatste. Maar wie genetische modificatie als veredelingstechniek afwijst, zal het eerste krijgen.

Het VIB krijgt van de Vlaamse overheid geld om basisonderzoek uit te voeren in de levenswetenschappen.

En passant wordt ook VIB als onderzoeksinstituut nog even door de mangel gehaald. Voor alle duidelijkheid: het VIB krijgt van de Vlaamse overheid geld om basisonderzoek uit te voeren in de levenswetenschappen.

Concreet betekent dat dat VIB probeert te doorgronden welke mechanismen er aan de basis liggen van gezondheid en ziekte en van groei en bloei. Gentechnologie is daarbij niet meer dan een middel. Het VIB produceert kennis en eventuele economische activiteiten op basis van die kennis worden bij voorkeur in Vlaanderen ontwikkeld.

Dat het VIB bovenop de dotatie die ze van de Vlaamse overheid ontvangt ook zelf nog op zoek gaat naar andere middelen om zijn onderzoek te financieren is niet meer dan logisch. Daarin verschilt het VIB in geen enkel opzicht van elk ander Vlaams onderzoeksinstituut of van enig welke universiteit. En om een laatste misverstand weg te werken: het VIB kent geen verplichting om voor elke euro dotatie een euro extern inkomen te realiseren.

René Custers is Regulatory & Responsible Research Manager bij het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB).

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3249   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift