‘Alleen door onze bijdrage te leveren, worden we allen deel van de oplossing’

‘De groei van het bruto binnenlands product zegt niets over het geluk van mensen’

© Iratxe Álvarez

‘Zoals wel vaker in de geschiedenis is solidariteit – en met name internationale solidariteit – hét antwoord.’

De coronacrisis heeft ons weer doen beseffen hoe cruciaal het is om te kunnen terugvallen op sterke sociale systemen. Dat toont het dertigste Human Development Report van de Verenigde Naties. Het rapport vraagt expliciet om niét te kiezen tussen mensen en bomen, maar voor een gemeenschappelijke toekomst, schrijft Belgisch minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir.

Dit jaar vieren we de dertigste verjaardag van het Human Development Report van de Verenigde Naties. Dat is een jaarlijkse ranking van om en bij de 200 landen, waar België is opgeschoven naar de veertiende plaats.

Ons land in de top 15 van een klassement over ‘menselijke vooruitgang’: niet slecht zal u denken, maar echt gelukkig word ik daar niet van. Want nu COVID wereldwijd 100 miljoen mensen weer in extreme armoede duwt en de strijd tegen dit virus nog maar eens aantoont hoe verbonden de wereld wel is, is dit een verjaardag in mineur.

Vergis u niet, de toekomst van onze planeet is bij uitstek een sociale strijd.

In 1991 werd het rapport een allereerste keer voorgesteld, met als doel menselijke vooruitgang in een veel breder perspectief te plaatsen.

Dat groei enkel tot het bruto binnenlands product (en dus economische groei) van een land herleid werd, was een benadering waarbij toen voor het eerst – en zeker op dat niveau – openlijk vraagtekens werden geplaatst. Want wat zegt het zogenaamde bpp van een land over de propere lucht die inwoners inademen? Wat zegt het over de kwaliteit van het onderwijs? Of wat zegt het over betaalbaarheid van kinderopvang?

U raadt het al: 3 keer niets. De openingswoorden van het eerste rapport destijds waren dan ook glashelder: ‘De echte rijkdom van een land zijn de mensen. Echte vooruitgang is dan ook die omstandigheden mogelijk maken die mensen toelaten lang, gezond en gelukkig te leven. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar wordt te vaak vergeten’.

Vandaag, 30 jaar later, vertoont het heilige huisje dat groei enkel in economische termen vertaalt barsten, maar verandering blijft een werk van lange adem. Het doet me dan ook plezier dat een nieuwe generatie economen – niet in het minst vrouwelijke economen – het voortouw nemen om een bredere definitie van menselijke vooruitgang ingang te doen vinden.

De Britse Kate Raworth, van de universiteit van Oxford, is er een van en zij verwoordt het als volgt: ‘Groei, dat gaat over onze kinderen zien opgroeien. Dat gaat over onze natuur zien bloeien in de lente. Groei gaat over het besef dat we dringend moeten kweken dat wanneer iets eeuwig groeit, dat precies ten koste kan gaan van ons allemaal.’

Deze crisis heeft ons weer doen beseffen hoe cruciaal het is om te kunnen terugvallen op sterke sociale systemen.

Maar met alleen barsten komen we er niet. Het is zaak om te blijven duwen. De grote verdienste van dit dertigste rapport is dan ook dat het de band tussen mens en klimaat op scherp stelt: economische groei baat niemand, als de mens in ruil natuurlijke rijkdommen blijft uitputten en het milieu naar de vaantjes blijft helpen.

En vergis u niet, de toekomst van onze planeet is bij uitstek een sociale strijd. Dit rapport vraagt dan ook expliciet om niét te kiezen tussen mensen en bomen, maar wel om te kiezen voor een gemeenschappelijke toekomst. En zoals wel vaker in de geschiedenis is solidariteit – en met name internationale solidariteit – dan hét antwoord. Want één van de zaken die deze coronacrisis ons leert, is dat terugplooien op onszelf geen enkele zin heeft.

Deze crisis heeft ons weer doen beseffen hoe cruciaal het is om te kunnen terugvallen op sterke sociale systemen. We hebben ervaren wat de toegang tot kwaliteitsvolle gezondheidszorg betekent en hoe belangrijk een systeem van tijdelijke werkloosheid is om naakte ontslagen te vermijden. In het Zuiden hebben ze die luxe niet. Meer nog, vandaag hebben lage-inkomenslanden naar schatting 78 miljard dollar nodig om hun sociale beschermingssystemen weer op peil te brengen. Dat gat kunnen wij alleen uiteraard niet vullen. Maar we kunnen en moéten wel onze bijdrage leveren.

Met onze Belgische ontwikkelingssamenwerking wil ik die bijdrage leveren door onze partners bij te staan. Precies om te vermijden dat ziek of werkloos zijn, gelijk staat aan een val in extreme armoede. Precies om te vermijden dat klimaatverandering sociale ongelijkheid nog aanscherpt. Zo zal ik twee thematische programma’s opzetten: één rond sociale bescherming in Centraal-Afrika en één rond verwoestijning in de Sahel. Want de Sahel is bij uitstek een regio waar de impact van klimaatverandering en verwoestijning zich laat voelen.

De internationale ambitie is om er tegen 2030 – met het ‘Grote Groene Muur’-project tot 100 miljoen hectaren ‘gedegradeerde’ gronden te herstellen en 10 miljoen groene banen te creëren. Ons programma zal bijdragen om de oprukkende Sahara een halt toe te roepen, om verschraalde gronden opnieuw vruchtbaar te maken, en zo armoede en voedselonzekerheid tegen te gaan.

We are all in this together. Alleen door onze bijdrage te leveren, worden we allen deel van de oplossing. Om van dit tijdperk – the Age of Humans, zoals het rapport het zo mooi noemt – alsnog een succes te maken.

Meryame Kitir (sp.a) is federaal minister van Ontwikkelingssamenwerking.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3108   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift