We moeten kiezen voor de perceptie van collectieve veiligheid in plaats van collectieve defensie

‘Het verhoogde defensiebudget zal het voor burgers niet veiliger maken, integendeel’

Ministerie van Defensie Nederland (CC0)

Militairen van de Belgische luchtmacht tijdens een overdracht van bevel in het Midden-Oosten (2016)

Het Belgische defensiebudget optrekken tot bijna 1,6% van ons nationale inkomen biedt geen garanties dat Defensie efficiënt en strategisch zal worden georganiseerd. Dat schrijft Jorge Hersschens, die lid is van de werkgroep Internationale veiligheid en ontwapening bij Pax Christi Vlaanderen.

Het nationale defensiebudget werd eind vorige maand opgetrokken tot 1,54% van het Bruto Binnenlands Product (BBP), wat een zogenaamd “historische stap voorwaarts” was.

De beslissing was grotendeels gebaseerd op een set aanbevelingen die tien academici vorige zomer gaven. Nochtans volgde kort daarna een kritisch opiniestuk van tien andere specialisten.

De militaire uitgaven waren in 2020 meer dan het dubbele van wat we aan ontwikkelshulp spendeerden.

De aanbevelingen kaderen steevast in een apocalyptisch scenario met proxy-oorlogen rond de Europese Unie, klimaatverandering, migratie, grensoverschrijdende criminaliteit, cyberaanvallen, en de verspreiding van kernwapens. Die zouden ons land onverdedigbaar destabiliseren. Gelukkig is er de Belgische strijdmacht, die is ingebed in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), om ons voor het ergste te behoeden.

Maar, zo stelden de academici in hun aanbevelingen, zonder nieuwe capaciteiten staat ons leger niet paraat en ontbreekt het aan de veerkracht om dat te kunnen garanderen. En zo’n vernieuwingsproces kost geld, veel geld.

België is niet het enige land dat besliste om het defensiebudget op te krikken. Denktank SIPRI rapporteerde dat de globale militaire uitgaven in 2020 tot 1981 miljard dollar stegen, het hoogste bedrag in 30 jaar.

In 2020 gaf ons land 5,5 miljard dollar uit. Daarmee staat België op de 37ste plaats in de lijst van landen met de grootste militaire uitgaven. De “militaire last” bedroeg hierdoor 1,1% van het BBP, ofwel meer dan het dubbele van wat we dat jaar aan ontwikkelingshulp spendeerden.

Dat laatste wordt nochtans door Buitenlandse Zaken als een ‘dam tegen armoede’ gedefinieerd. De beslissing om de militaire last aanzienlijk te verhogen is dus niet onomstreden en vraagt daarom enige doorlichting.

Sterke defensie of robuuste veiligheid?

Het eerder geschetste doemscenario hangt voor een groot deel af van perceptie, en vooral van de lens waardoor de NAVO de wereld aanschouwt.

Het centrale gegeven van deze militaire alliantie tussen 30 landen vloeit voort uit Artikel 5: een aanval op één lidstaat wordt beschouwd als een aanval op alle lidstaten. Dat betekent dat de NAVO een systeem van collectieve defensie is waarbij een select groepje staten één of meer andere staten als een specifieke dreiging aanziet en ervoor kiest zich daartegen te beschermen.

Na de Koude Oorlog liet de NAVO een unieke kans liggen om post-Sovjet Rusland mee in een nieuwe veiligheidsstructuur op te nemen.

Toen het NAVO-Verdrag in 1949 werd ondertekend, waren er goede redenen om een systeem van collectieve defensie op te richten, met vooral dreiging van de Sovjet-Unie. In 2020 gaven Europese NAVO-lidstaten zeker 282 miljard dollar uit aan defensie. De Verenigde Staten spendeerde 778 miljard dollar.

Dat is heel wat meer dan de bijna 62 miljard dollar die Rusland datzelfde jaar in defensie investeerde. Het is daarom moeilijk te begrijpen hoe de top van het Belgische leger vlakaf stelt dat als Rusland morgen binnenvalt, we hen niet kunnen tegenhouden. Natuurlijk zou het ook kunnen dat de bevolking bewust bang wordt gemaakt om een budgetverhoging te verantwoorden.

Een andere manier om naar internationale dreigingen te kijken is vanuit het standpunt van collectieve veiligheid. Terwijl een militaire alliantie per definitie één of meer landen uitsluit, werkt collectieve veiligheid inclusief en is het gericht op het behoud van vrede tussen staten. Het wijzigt de perceptie: niet één specifiek land maar wel de oorlog zelf wordt als het grootste gevaar gezien.

Na de Koude Oorlog liet de NAVO een unieke kans liggen om post-Sovjet Rusland mee in een nieuwe veiligheidsstructuur op te nemen. Integendeel zelfs. Want de NAVO breidde zich verder uit naar het oosten zonder rekening te houden met Russische bezorgdheden. Daarnaast weigert de alliantie halsstarrig een no first use-beleid aan te nemen over het gebruik van kernwapens. En ondertussen nam het ook China mee in het vizier.

Een cruciaal gevolg van de perceptie van collectieve veiligheid is dat staten minder dreiging waarnemen en dus minder redenen hebben om militaire uitgaven te verhogen. Daardoor wordt het makkelijker om het veiligheidsdilemma te vermijden, en zorgt het voor een stabieler internationaal statensysteem.

Want landen kopen wapens aan om zich veiliger te voelen. Maar tegelijk kan dat net als mogelijke dreiging beschouwd worden door omringende landen. Ook die voelen zich dan verplicht om extra wapens aan te kopen, met een wapenwedloop en verhoogd risico op conflict als gevolg.

Zo leidt de initiële beslissing om de veiligheid te verhogen door meer te investeren in defensie dus tot het omgekeerde.

Irrationele willekeur

Binnen de NAVO geldt het principe dat lidstaten ernaar moeten streven om minstens 2% van hun BBP aan militaire uitgaven te spenderen. Dat is een bijkomende verklaring voor de verhoging van het Belgische defensiebudget. Het principe werd geformaliseerd op de NAVO-top in Wales in 2014.

Maar vandaag houdt slechts een tiental van de 28 Europese NAVO-lidstaten zich aan dat principe. Desondanks wordt de norm van 2% amper in twijfel getrokken. Het principe werd pas vastgelegd na de Koude Oorlog. En waarom gekozen werd voor 2% weet niemand zeker, waardoor dit eerder willekeurig lijkt en niet strategisch.

Bovendien zegt het weinig over capaciteit, vaardigheden of de manier waarop materieel en manschappen worden ingezet. Denemarken, bijvoorbeeld, zette meer troepen in bij risicovolle operaties in Afghanistan terwijl Griekenland – dat dubbel zoveel van zijn BBP uitgeeft aan defensie – instond voor de relatief veilige bewaking van de luchthaven van Kaboel.

In de meeste NAVO-lidstaten worden personeelskosten (zoals pensioenen) voor een groot meegenomen als militaire uitgaven. De norm vereenvoudigt de zaken om “objectief” te kunnen meten en vergelijken, maar houdt daardoor geen rekening met strategische noden en capaciteiten. Het geeft de NAVO-lidstaten een motief om niet verder te kijken dan hun financiële input.

2% van het BBP als maatstaf gebruiken is dus fundamenteel een politieke beslissing, net omdat de lastenverdeling tussen de lidstaten sinds het ontstaan van de NAVO problematisch is. Een focus leggen op 2% geeft lidstaten de mogelijkheid om de veel moeilijkere discussies, zoals over het delen van risico’s, te ontwijken.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
When the shit hits the fan

Als we inzoomen op wat ons land precies doet met de beschikbare middelen, krijgen we geen fraai plaatje te zien. Volgens admiraal Hofman, stafchef van het Belgische leger, liet Defensie zien dat ondanks de ‘jarenlange besparingen […] onze succesvolle operatie in Syrië, de evacuatie uit Kaboel en onze hulp tijdens de coronacrisis en de overstromingen in Luik aantoonden dat we er nog steeds staan when the shit hits the fan’. Daarom is volgens hem een verhoging naar 1,6% van het BBP niet buitensporig.

Onze NH90-helikopters waren niet voorbereid op mist in stedelijk gebied en onze legerboten niet tegen de sterke stroming.

Helaas stond het leger niet op de juiste plek na de verdwijning van beroepsmilitair Jürgen Conings. In Afghanistan werd snel duidelijk dat het niet de capaciteit had om Belgische burgers van buiten de luchthaven in Kaboel te evacueren.

Dit capaciteitsgebrek bleek ook toen tientallen mensen de nacht op daken moesten doorbrengen na de extreme watersnood in juli 2021. Onze NH90-helikopters waren niet voorbereid op mist in stedelijk gebied en onze legerboten niet tegen de sterke stroming.

Hoewel de helikopters veel duurder waren dan hun voorganger, de Sea King, (en ook duurder waren dan verwacht) hadden ze een beperkte operationele inzetbaarheid en kampten ze met oplopende kosten. Ze ondervonden zelfs zo vaak technische problemen dat Defensie niet genoeg personeel had om ze constant te herstellen. In juni 2020 werd daarom besloten om ze aan de grond te houden.

De Belgische regering maakt ook goede beslissingen over defensiecapaciteiten. Zo wil minister van Defensie Ludivine Dedonder een vijfde legercomponent gericht op cyberdefensie oprichten. Dit zou dus ook in vredestijd bescherming bieden aan onze militaire en civiele systemen.

Cyberaanvallen spelen een steeds grotere rol bij aanvallen van vijandelijke staten. Ook de NAVO geeft zelf aan dat bij hybride oorlogsvoering de lijn tussen oorlog en vrede vervaagt en dat het gekenmerkt wordt door ambiguïteit en ontkenbaarheid. Daarom is het een goede zaak dat een geavanceerd industrieel land als België zich hiertegen beschermt.

‘Contract van de eeuw’

Ondanks “jarenlange besparingen” besliste de Belgische regering in 2018 om de vloot van 60 verouderde F-16 straaljagers te vervangen door 34 F-35A Lightning II gevechtsvliegtuigen. Dat was goed voor bijna 4 miljard euro en de totale kosten zouden zelfs kunnen oplopen tot 15 miljard euro. Maar de regering beweert dat het aankoopbedrag bijna integraal zal terugstromen naar de Belgische economie, gespreid over 30 à 40 jaar.

Zelfs in de VS, waar plannen bestaan om bijna 2500 toestellen in gebruik te nemen, begint men steeds meer te twijfelen aan het duurste defensieproject ooit.

Kort na de ondertekening van het aankoopcontract sloot producent Lockheed Martin inderdaad een samenwerkingsovereenkomst af met acht Belgische bedrijven, waar ook enkele universiteiten en industriële partners de vruchten van zullen plukken. Maar er is geen enkele garantie dat die bedrijven in nationale handen zullen blijven, zoals het voorbeeld van Arco aantoont. Veel terugverdieneffect moet de Belgische belastingbetaler dus niet snel verwachten.

Toch werd de aankoop van de 34 F-35A modellen het ‘contract van de eeuw’ genoemd. Het is nochtans al lang bekend dat deze vliegtuigen, net zoals de NH90 helikopters, aanhoudend geplaagd worden door hardnekkige problemen en dat er nieuwe blijven opduiken.

Ondertussen blijkt dat ze wellicht al na tien jaar aan de grond moeten blijven, terwijl ze initieel ontworpen zijn om vier keer langer mee te gaan. Zelfs in de VS, waar plannen bestaan om bijna 2500 toestellen in gebruik te nemen, begint men steeds meer te twijfelen aan het duurste defensieproject ooit. Dedonder ziet geen verontrustende elementen in het aankoopdossier.

Uit vliegtesten is nochtans gebleken dat de F-35 ondermaats presteert in korte-afstand luchtgevechten en zowel een lagere maximumsnelheid als een lager dienstplafond heeft dan de meeste andere gevechtsvliegtuigen.

Het Pentagon dringt erop aan dat de F-35 nooit bedoeld was voor een luchtgevecht binnen gezichtsafstand. Het is een ‘pure jachtbommenwerper’ die als frontline fighter kan doordringen tot voorbij de gesofisticeerde vijandelijke luchtafweer en daar zijn wapens inzet.

Dure grap

We weten dat de F-35 kernbommen van het type B61 kan dragen, waarvan er een twintigtal liggen op de luchtmachtbasis in Kleine Brogel. De jachtbommenwerper fungeert dus als een sluipschutter met kernkoppen die liefst in vijandelijk gebied ingezet wordt. De F-35 kan slechts beperkt ingezet worden op het eigen grondgebied en dient voornamelijk om Rusland af te schrikken en om de andere NAVO-lidstaten te tonen dat ook wij ons kernkopje bijdragen.

De aankoop van de F-35 gevechtsvliegtuigen is een immorele grap die ons allemaal duur zal komen te staan, of ze nu ingezet worden of niet.

Zowel de beslissing van de regering om het Belgische defensiebudget aanzienlijk te verhogen als de invulling van dat budget (met uitzondering van de nieuwe cyberunit) zijn niet gestoeld op een strategische logica. Het streefdoel van 2% is willekeurig en irrationeel.

De verhoging heeft voornamelijk een politieke functie binnen de NAVO en is vooral te verklaren door de manier waarop de alliantie – en dus ook onze regering – naar de wereld kijkt. De aankoop van de F-35 gevechtsvliegtuigen is een immorele grap die ons allemaal duur zal komen te staan, of ze nu ingezet worden of niet. Uiteindelijk zal het verhoogde defensiebudget de burger niet veiliger maken. Integendeel.

Jorge Hersschens is lid van de werkgroep Internationale veiligheid en ontwapening bij Pax Christi Vlaanderen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2938   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift