Het is niet de schuld van Trump!

Donald Trump heeft de VS teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs. Dat is ernstig. Maar het biedt de Europese politieke kaste ook een perfecte gelegenheid om het eigen gebrek aan actie te greenwashen. Dat is misschien nog wel ernstiger.

  • Mark Dixon (CC BY 2.0) Trump pop tijdens een klimaatmars in de straten van Washington DC Mark Dixon (CC BY 2.0)

Nieuwbakken Frans president Emmanuel Macron is boos. Angela Merkel is boos. China en Europa zijn samen boos. Want Donald Trump gelooft niet in klimaatverandering en nu is iedereen boos op hem omdat hij de Verenigde Staten heeft teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs. Zelfs Arnold Schwarzenegger is boos en nam een filmpje op. Dat is immers wat je doet als je Arnold Schwarzenegger bent. Dan neem je films op.

Europese politici en topmannen van multinationals staan in de rij om de actie van boeman Trump te veroordelen en daarmee te impliceren hoe klimaatprogressief ze zelf wel niet zijn. Maar dat is natuurlijk maar de halve waarheid. Minder dan dat zelfs.

Parijs

Even vooropgesteld. Ik ben vanwege allerlei redenen niet blij dat Donald Trump in het Witte Huis zit. Evenmin ben ik te spreken over het bij het grofvuil parkeren van het Parijse klimaatakkoord. De VS en China zijn samen verantwoordelijk voor zo’n veertig procent van alle mondiale CO2-uitstoot. De terugtrekking van de VS is allerminst kattenpis. Maar tegelijkertijd vraag ik me af of de (Europese) boosheid daarover wel terecht is. De kosten van het akkoord van Parijs zijn volgens Trump te hoog en de baten te laag. En in dat laatste deel van die bewering kan hij best wel eens gelijk hebben.

Eind 2015 was ik in Parijs om verslag te doen van de klimaatonderhandelingen. Ik deed interviews in de gure winterwind buiten onderhandelingscentrum Le Bourget en sprak met boerenorganisaties die te weinig van hun agenda in de gesprekken weerspiegeld zagen. Ik at veganistisch linzenspul, sliep op een matras in iemands woonkamer en moest glimlachen om de opruiende graffiti tegen teveel corporate inmenging in de klimaatonderhandelingen.

Bedrijfsleven

Helaas pindakaas voor alle activisten was (en is) VN-klimaatchef Christiana Figueres groot voorstander van nauwe betrokkenheid van grote bedrijven bij besluitvorming over klimaatverandering. De UNFCCC-baas vestigt haar hoop op slimme innovaties en nieuwe technologieën. Deels heeft Figueres daar gelijk in. Slim innoveren is nodig, vergt ondernemerschap en natuurlijk ook de nodige investeringen. Bovendien zijn niet alle bedrijven door en door slecht. Als een bedrijf formaatje Unilever dan besluit werk te maken van duurzaamheid heeft dat heel veel impact, zo drukte een voormalig topman van de voedselmultinational me een tijd terug op het hart in zijn (ruim bemeten) villa in Heemstede-Aerdenhout. Hij leek me een integer man. Ik geloofde hem.

En warempel. In de aanloop naar Parijs brak de Deense scheepvaartgigant Maersk expliciet met de lobbylijn van de International Chamber of Shipping (ICS) door nadrukkelijk te pleiten vóór meer milieuregels voor de (zwaar vervuilende) scheepvaartindustrie.

In Nederland hebben tientallen grote bedrijven (waaronder Siemens, Shell en het Rotterdamse Havenbedrijf) een transitiecoalitie geformeerd om de aankomende regering ertoe tot een klimaatwet te bewegen als aanvulling op de in Parijs gemaakte afspraken. In de VS stuurden driehonderd topondernemingen als Nike en Starbucks een brief aan president Trump om het belang van een koolstofarme economie te benadrukken.

Lobbycircus

Het bedrijfsleven heeft dan ook rotsvast vertrouwen in de eigen innovatiekracht. Frisdrankproducent Coca-Cola bevindt zich bijvoorbeeld ‘in de voorhoede wat betreft de aanpak van klimaatverandering’ – vooral door verpakkingsmaterialen te verduurzamen, bezwoer een mooie (ook in dit geval: sex sells) jongedame in een Coca Colapakje op een chique bedrijvenexpositie in het neoklassieke Grand Palais midden in Parijs tijdens de klimaattop.

Renault-Nissan presenteerde daar de nieuwste snufjes op het gebied van elektrisch rijden en een Franse landbouwmultinational de meest recente zadentechnologie. Zo kon het internationale bedrijfsleven tijdens de klimaatconferentie zichzelf mooi presenteren. Want er zit geld in klimaatverandering. Zoveel geld zelfs dat maar liefst een vijfde van de 170 miljoen euro kostende klimaattop door grote bedrijven werd bekostigd.

Zo is Renault-Nissantopman Carlos Ghosn naast fabrikant van elektrische auto’s ook president van automobielassociatie ACEA – die er alles aan deed om robuustere Europese emissie-eisen tegen te houden.

Waar echter nog meer geld in lijkt te zitten is zo min mogelijk veranderen. Tegelijk met de expositie in het Grand Palais voerden bedrijfsvertegenwoordigers in Le Bourget een hartstochtelijke lobby tegen té strikte milieuafspraken. Het klimaat redden is immers prima zolang het niet teveel geld kost. Zo is Renault-Nissantopman Carlos Ghosn naast fabrikant van elektrische auto’s ook president van automobielassociatie ACEA – die er alles aan deed om robuustere Europese emissie-eisen tegen te houden.

De Europese Commissie die na de ratificatie van het Parijsakkoord zichzelf nog op de borst klopte over de eigen klimaatactiebereidheid hield tegelijkertijd de Europese auto-industrie jarenlang de hand boven het hoofd ondanks vermoedens over fraude met emissietesten.

Coca Cola wil dan wel verpakkingen duurzamer maken, maar maakt in India alle grondwater op en ook klimaattopsponsor BNP Paribas heeft nog behoorlijk wat kapitaal in kolen geïnvesteerd. Ondanks de (prijzenswaardige) dissidentie van Maersk zijn lucht- en scheepvaart uiteindelijk toch uit het Parijsakkoord gehouden. Precies zoals ICS wilde. Terwijl beide sectoren samen in 2050 volgens een studie van het Europees Parlement maar liefst 39 procent van de mondiale uitstoot voor hun rekening zullen nemen. Money talks.

Export

Naast het bedrijfsleven lijkt ook de politiek niet helemaal zuiver op de klimaatgraat. Want het economische beleid in veel landen staat diametraal tegenover hetgeen waaraan regeringen zich door ondertekening van het klimaatakkoord hebben gecommitteerd.

Eén van de allerbelangrijkste offensieve belangen van Europa in het transatlantische handelspact TTIP is de export van steeds meer Duitse auto’s naar de gigantische Amerikaanse markt. Niet het meest klimaatneutrale voornemen (zeker als er ook nog sjoemelsoftware in verstopt zit, maar dit terzijde). Nederland is als Europese transporthub erg afhankelijk van internationale scheepvaart, heeft met Shell één van de belangrijkste oliemultinationals wereldwijde binnen de grenzen en wil maar wat graag meer melk kunnen exporteren naar China. Ondanks ondertekening van het akkoord van Parijs vindt demissionair regeringspartij VVD het dan ook onnodig om voorop lopen in de strijd tegen klimaatverandering.

Zelfs Unilever meent dat het mogelijk moet zijn om de bedrijfsomvang te verdubbelen en tegelijkertijd de milieu-impact te verkleinen.

Sinds de afschaffing van het Europese melkquotum is de productie omhoog gevlogen. Europees landbouwcommissaris Phil Hogan liet vorig jaar zelfs weten 15 miljoen (!) euro te willen reserveren voor het stimuleren van Europese vleesconsumptie en nog eens 4 miljoen extra om nieuwe buitenlandse exportmarkten te zoeken voor de vleesindustrie. Terwijl de veehouderij in totaal meer bijdraagt aan mondiale klimaatverandering dan de gehele transportsector bij elkaar.

Zelfs Unilever meent dat het mogelijk moet zijn om de bedrijfsomvang te verdubbelen en tegelijkertijd de milieu-impact te verkleinen. Een voornemen waar grote vraagtekens bij gezet kunnen worden. Zeker nu uit een Amerikaanse studie blijkt dat grote multinationals vaak geen idee hebben over het duurzaamheidsgehalte van de soja en mais die ze (vaak via machtige graanhandelshuizen) als agro-grondstoffen aankopen.

Ook het gunnen van extra rechtsbescherming (ISDS) aan multinationals in internationale handelsverdragen komt het nemen van milieumaatregelen door overheden (die dan immers aangeklaagd kunnen worden) niet ten goede. Roemenië kreeg van het Canadese goudbedrijf Gabriel Resources alvast een claim van vier miljard dollar om de oren. Waarom? Omdat de overheid een goudmijn van het bedrijf die het milieu vervuilde met cyanide stillegde.

Millenniumdoelen

Toch wordt er over dergelijke handelsverdragen onderhandeld door dezelfde politici die nu Donald Trump veroordelen. Economische groei über alles. Maar hoe die economische realpolitik in vredesnaam te verenigen is met robuuste klimaatafspraken is de vraag.

Beleidsdiscrepantie, heet dat met een duur woord. In 2011 stelde de Nederlandse Adviesraad voor Internationale Vraagstukken (AIV) al vast dat die andere grote internationale veranderingsagenda (de Millenniumdoelen van de VN) maar lastig gerealiseerd kon worden vanwege inconsistentie met de rest van het beleid. Als in; hoeveel zin heeft het eigenlijk om afspraken te maken over klimaat, armoedebestrijding of duurzame ontwikkeling zónder de oorzaken daarvan kritisch te bekijken.

Veel van die grondoorzaken hebben nu juist te maken met onze economische infrastructuur die in de hoofden van veel politici onaantastbaar is geworden. Om die manier zullen de Millenniumdoelen van toen net als de klimaatafspraken van nu mooi staan op de schoorsteenmantel van de geschiedenis.

Greenwashing

Donald Trump en zijn klimaatontkennende kliek in het Witte Huis hebben een afschrikwekkend politiek signaal afgegeven aan de rest van de wereld. Het zou de Europese politieke kaste echter mooi staan om van de gelegenheid gebruik te maken door zélf klimaatleiderschap te tonen. De zwarte piet toespelen aan Donald Trump om vervolgens door te gaan met business as usual is niets anders dan politieke greenwashing van het eigen gebrek aan actie.

Want business as usual – dat is nou juist het probleem.

De zwarte piet toespelen aan Donald Trump om vervolgens door te gaan met business as usual is niets anders dan politieke greenwashing van het eigen gebrek aan actie.

Het omschakelen naar een schone economie is niet iets wat naast de economie moet gebeuren. Een omschakeling zal de bestaande orde flink door elkaar gaan husselen. En in die bestaande orde wordt de dienst uitgemaakt door bedrijven en politici die helemaal geen belang hebben bij verstoring van die orde.

Dat gaat dus politieke moed vergen, het im frage stellen van economische dogma’s en het op zijn kop zetten van bestaande ideeën. We zouden moeten discussiëren over het verkorten van productieketens, het schrappen van fossiele subsidies, goedkoper openbaar vervoer, herregionaliseren van Europese eiwitproductie en over welk economisch beleid zo’n transitie het beste kan faciliteren.

Er zullen handelsregels herschreven moeten worden (bijvoorbeeld binnen de WTO) en er moeten impopulaire politieke maatregelen genomen. We moeten onderzoeken hoe een duurzaamheidstransitie werkgelegenheid kan scheppen, welke industrieën daartoe beschermd moeten worden, we moeten plasticvervangers ontwikkelen, overbevissing monitoren, massaconsumptie zien terug te dringen en toch werkgelegenheid behouden, duurzame schoenen of vegetarische burgers gaan produceren. Dat zijn allemaal heel erg lastige vragen waarop alleen maar complexe antwoorden te geven zijn.

Maar iemand moet de politieke, economische en sociale moed hebben daarover beginnen na te denken. Door Donald Trump de schuld te geven van het falen van een toch al tandeloos akkoord zonder de hand in eigen boezem te willen steken getuigt nou juist niet van de politieke moed die nodig is.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Hans Wetzels (Heerlen, 1982) is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft over vrijhandel, ontwikkeling en het mondiale voedselsysteem.