Het onvoorstelbare: een nacht van geweld in handen van de Belgische politie

In ieders leven zijn er momenten waarop de hele wereld er na een tragische ervaring, plots anders gaat uitzien. Op vrijdag 1 oktober 2010 bezorgde de Belgische politie mij een dergelijke ervaring. Ze bekeken mij, hun blik vol woede en haat ,gepaard met absolute agressie, hieven hun vuisten gewelddadig naar mij en ik voelde de hand van de staat hard en pijnlijk neerkomen op de zijkant van mijn gezicht. Toen besefte ik dat de wereld, mijn wereld, nooit meer dezelfde zou zijn.
Vrijdag 1 oktober reisde ik af naar Brussel om er de laatste twee dagen van het No Borders Camp mee te maken. Een tweejaarlijkse ontmoeting van het No Borders Netwerk dat mensen van over de hele wereld samenbrengt “om een einde te maken aan het systeem van grenzen waardoor mensen verdeeld worden” en aan de systemen van onderdrukking die “de grenzen tussen mensen binnen een land vermenigvuldigt”.
Mijn onderzoek verdiept er zich in hoe deze internationale netwerken heel complexe en effectieve modellen van democratie ontwikkelen. Het is dus heel ironisch dat de politie, toen ik foto’s op een openbare plaats nam, reageerde door me onterecht te arresteren en te beroven van mijn meest fundamentele democratische rechten.

Het geweld


Gedurende veertien uur werd ik vastgehouden en onderworpen aan hun macht, hun gezag, hun willekeur. Ik werd geslagen, bespuwd, meerdere keren een ‘vuile hoer’ genoemd en vastgeketend aan een radiator tot vier uur ‘s ochtends. Dit laatste gebeurde vlak naast de open deur van het kantoor van de politiechef die het allemaal zag gebeuren en enkel met stilte reageerde.
De politiechef en ik waren ook getuige van de gewelddadige afranseling van een andere gearresteerde, ook vastgeketend aan een radiator. De politiemensen koelden hun woede -die op niets leek waarvan ik ooit getuige geweest was. De jongeman viel op de grond terwijl hij het enige Franse woord dat hij kende uitschreeuwde: ‘Non, non, non.’
Terwijl ik dit zag gebeuren, vroeg ik me af in welk land ik mij bevond, hoe zulke zaken konden gebeuren in deze wereld, en waar democratie en gerechtigheid gebleven waren?

De misdaad – Sociaal geëngageerd zijn


En wat was mijn vermeende misdaad? Ik was enkel foto’s aan het nemen en de politie wist dat. De politiechef, in burger, arresteerde me zelfs zonder me enige waarschuwing of een bevel om op te krassen te geven. Hij wist wat ik aan het doen was en hij wist dat ik enkel foto’s aan het nemen was. Maar dat maakte niets uit voor deze politiemensen.
Ze waren er 100% van overtuigd dat ik een actievoerder was en, zoals zij het stelden, een ‘gauchiste’, en dat was alles wat ze nodig hadden om te rechtvaardigen dat ze mij en anderen mochten slaan. Ze gebruikten de demonstratie van de Europese vakbond van woensdag 29 september 2010, bijgewoond door meer dan 56000 mensen, als bewijs tegen mij, ook al was ik daar niet.
Ze waren ervan overtuigd dat de veronderstelling dat ik deel had uitgemaakt van die demonstratie, voldoende was om hun behandeling tegenover mij te rechtvaardigen. Ze waren boos omdat iemand de ramen van hun politiebureau ingeslagen had, en ze waren er zeker van dat ik, ondanks elk bewijs van het tegendeel, daar iets mee te maken had.
In dit politiebureau was elke associatie met het No Borders Camp en elke intentie om diegenen te helpen die elke dag leven in de onzekerheid van een bestaan zonder papieren en zonder een veilige plaats om naartoe te gaan, voldoende rechtvaardiging voor ernstig geweld.
De politie legde haar waarden open en bloot voor mij op tafel. Voor hen waren de veiligheid, het fysiek en mentaal welzijn en de democratische rechten van de mensen die aan hun verantwoordelijkheid toevertrouwd waren irrelevant. Iedereen die aangehouden wordt, zou behandeld moeten worden als onschuldig tot het tegendeel bewezen is – en niemand, wat hij ook gedaan heeft, verdient het om geslagen te worden door vertegenwoordigers van de overheid.
Opnieuw vroeg ik me af in wat voor een land ik terechtgekomen was en waar democratie gebleven was. Maar ik durfde mijn blik niet eens op te richten om hun in de ogen te kijken, laat staan dat ik hen zou durven tegenspreken, uit angst dat hun woedende vuisten opnieuw op mij zouden neerkomen.

De valse aanklacht - Politie liegt bewust om me in de val te laten lopen


Zelfs een van de ‘vriendelijkere’ agenten vond het nodig me vals te beschuldigen. Er kon geen twijfel over bestaan dat ik niet meer deed dan foto’s nemen. Niet alleen was de chef daar zelf getuige van geweest, ook had ik een perfect alibi voor de hele avond – ik zat op het terras van een café met twee vrienden en ik vertelde de politie ook dat ze, als ze daar nu heen zouden gaan, veel mensen zouden vinden die dit konden bevestigen.
Ik beschreef het café tot in de kleinste details, maar helaas kende ik de naam niet. Ondanks de bewering dat hij me geloofde, en ondanks het verpletterende bewijs dat ik niets gedaan had, zette de agent een flagrante leugen in de verklaring die hij me wou laten tekenen. Hij verzekerde me meer dan eens dat de naam van het café de “volle brol” was, hoewel dit café geen enkele gelijkenis vertoonde met de beschrijving die ik gegeven had. Ik vertelde hem dat ik geen verklaring kon tekenen als ik niet 100% zeker was dat de informatie correct was. Uiteindelijk bleek dit een cruciale beslissing.
Het was echter pas de volgende dag, toen ik voor de rechter kwam, dat ik de gevolgen besefte van wat die agent me had willen aansmeren. Tot vandaag kan ik niet begrijpen wat de politie te winnen had bij een dergelijke poging tot vervalsing van mijn verklaring

Diefstal


Wanneer ik veertien uur later eindelijk vrijgelaten werd door een rechter, ontving ik een plastic zak met de bezittingen die ze me afgepakt hadden. Verschillende items waren verdwenen. Het belangrijkste was mijn identiteitskaart, maar ik miste ook mijn USB stick, de camera die ik bij me had en vijfentwintig euro. Samen met vrienden - want ik vreesde letterlijk voor mijn leven - keerde ik terug naar het politiebureau om die zaken terug te vragen.
Daar lachten ze me uit en zeiden me dat ze mijn geld hielden als ‘schadevergoeding’. De camera en de USB stick hadden ze nodig voor verder onderzoek. Ik vroeg een schriftelijk bewijs dat deze items geconfisceerd waren. Ik kreeg er geen. Ik vroeg mijn identiteitskaart terug en werd uitgelachen. Wanneer ik twee dagen later terugkwam voor mijn identiteitskaart, vertelden ze me dat de kaart verloren geraakt was in een ‘combi’.

Wat leren we hieruit?


Als docent aan een universiteit, gespecialiseerd in democratie en sociale verandering, bracht ik de vreselijke nacht en elke dag sindsdien door met me af te vragen of deze ervaring ons iets kan leren over macht, de staat of democratie? Ik vond erg weinig antwoorden.
Het geweld dat ik ervoer en waar ik getuige van was, was geen uit de hand gelopen, willekeurige daad van een enkele politieman. Het was vanaf de eerste slag duidelijk dat voor deze agenten, in dit politiebureau, dit onvoorstelbare geweld compleet normaal gedrag was. Ze vonden het dan ook niet nodig dit achter gesloten deuren te doen. Ze verborgen hun geweld niet voor hun oversten of voor hun collega’s die niet eens opkeken van hun papierwerk. Waarom zouden ze? Ze zagen dit duidelijk elke dag.
Ik, aan de andere kant, vond dit type van geweld onvoorstelbaar. Ik wist dat de politie gewelddadig kon zijn op de straat en had eerder gehoord van afranselingen in politiecellen. Zelf slachtoffer en getuige te zijn van een dergelijke extreme mate van geweld, en dat in gecontroleerde omstandigheden van een alledaags politiebureau, in duidelijk zicht van superieuren, maar volledig verborgen voor de ogen van het publiek, was echter een ervaring die zich diep in mijn binnenste nestelde en die voor altijd in mijn geheugen gegrift zal staan.
Misschien is het een aspect van mijn geprivilegieerd leven dat geconfronteerd worden met zoveel geweld door degenen die juist bedoeld zijn om ons te beschermen, me zo diep schokte. Ik ben geen arme, geen migrant, geen persoon zonder papieren of geld, die bovendien de taal van de politie niet spreekt en die in een arme buurt woont. Ik heb een doctoraatstitel en kan mij redden in zes talen. Ik werk aan een universiteit en ben een gepubliceerde auteur. Mensen als ik zijn niet vaak degenen die de tomeloze woede van de politie ervaren. Tot we, natuurlijk, durven opstaan voor diegenen wiens dagelijkse leven wel gekenmerkt is door dit soort angst en onveiligheid.
Dit is ook een deel van de trauma waarmee ik achtergelaten ben. Ik was niet alleen onderworpen aan lichamelijk geweld en getuige van iets dat ik enkel kan definiëren als foltering, een andere vraag blijft me achtervolgen . Een vraag die me ’s nachts wakker houdt en die me mijn eetlust ontneemt. Hoe is het mogelijk dat we in een maatschappij leven waar dit soort mensen de wet mag vertegenwoordigen? En waarom is het onmogelijk er iets aan te doen?
Zelfs de rechter vertelde me dat het enige dat ik kon doen was een klacht neerleggen – alsof de politie een administratieve fout gemaakt had. Hoe kan ik een verklaring vinden voor deze ervaring? Er is geen verklaring. Er is werkelijk geen reden waarom dit soort geweld mogelijk is.

Waarom dit alles belangrijk is


Het geweld dat ik in de nacht van 1-2 oktober meemaakte, baart me zorgen voor ten minste drie redenen. Ten eerste hoe de politie handelde op basis van een veronderstelling van schuld door associatie. Dit is een veel bredere trend die we zien in heel Europa wanneer groepen mensen voorgesteld worden als ‘slecht’, ongeacht of deze individuen een misdaad begaan hebben of niet.
De preventieve arrestatie van honderden mensen die op weg waren naar een legale betoging op woensdag 29 september 2010 is een voorbeeld van deze trend. Het is een voorbeeld van het steeds sterker wordende idee dat het oké is mensen hun vrijheid te ontnemen omdat iemand (statistisch gezien waarschijnlijk niet eens de persoon wiens vrijheid ontnomen is) misschien, op een bepaald moment in de toekomst, iets illegaals zou kunnen doen.
Ten tweede is er het idee dat je iemands schuld kan baseren op zijn ideeën en niet op zijn daden – wat we gerust als ideeëncontrole kunnen omschrijven. Voor de politiemensen was het idee dat ik politiek linkse ideeën zou kunnen hebben voldoende om mijn schuld in deze specifieke zaak te bewijzen. Ook dit lijkt een groeiende trend te zijn.
Het was in deze angstaanjagende combinatie van schuld door associatie met een vaag gedefinieerde groep mensen en met een algemene reeks ideeën, dat dit politiegeweld mogelijk was. Eens de politie mij op een bepaalde manier bestempeld had, maakte het niet meer uit wat er met me gebeurde. Dit is een soort vooroordeel dat democratische samenlevingen niet kunnen en niet mogen steunen.
Wat me echter het meeste zorgen baart is het idee dat schuld geweld tegen burgers door vertegenwoordigers van de staat rechtvaardigt. Sinds wanneer leven we in een maatschappij waar de politie gemachtigd is om eerst een oordeel te vellen en zich dan over te geven aan gewelddadige vergelding?
Waar ik me uiteindelijk vandaag zorgen over maak is dat iedereen me blijft zeggen dat er niets is dat ik of de vele andere mensen die onderworpen waren aan misbruik door de politie tijdens het no border camp kan doen. Ik maak me zorgen over de vier anderen die met mij gearresteerd werden, die vastgehouden werden op hetzelfde bureau en er onderworpen werden aan hetzelfde geweld, maar die nog steeds vastgehouden worden.
Hoe meer ik te weten kom over de geschiedenis van politiegeweld in België, hoe meer ik besef dat het effectief een chronisch probleem is en dat mijn ervaring helemaal geen uitzondering is. België als land en wij als haar bevolking hebben de verantwoordelijkheid dit chronische probleem te onderzoeken en stappen, serieuze stappen, te ondernemen om het recht te zetten.

Poging tot zingeving aan het onvoorstelbare.


De enige zinnige dat ik, een week na de feiten, kan ontdekken in dit alles, is dat hetgene waar ik getuige van was het ultieme voorbeeld is van waarom het nodig is te strijden voor een rechtvaardiger samenleving. De maatschappij die we nu hebben, zelfs al is ze gelegitimeerd door de retoriek van democratie, is bereid om de meest fundamentele principes van een democratie te schenden zo gauw ze zich ook maar lichtjes bedreigd voelt. Dat is niet de wereld waarin ik wil leven, noch de wereld waaraan ik anderen onderworpen of door beoordeeld wil zien.
En dus, alles wel beschouwd en als de nachtmerries bedaard zijn, zal ik me deze dag herinneren als de dag waarop ik echt begreep hoe groot de problemen zijn die onze maatschappij vandaag onder ogen moet zien en hoe verregaand ondemocratisch Europa nog steeds is. Het zal de dag zijn waarop ik, met elk stukje van mijn bange, rillende en sidderende lichaam, begrepen heb hoe belangrijk het is te blijven werken aan een maatschappij waarin we ons allemaal vrij en veilig kunnen voelen.
Marianne Maeckelbergh, Antropoloog, Universiteit Leiden. Gebied van deskundigheid: Democratie en Sociale Verandering. Auteur van The Will of the Many: How the alterglobalisation movement is changing the face of democracy.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift