Hoop, de ontbrekende schakel in het Midden-Oostendebat

Als het Midden-Oosten ter sprake komt, is hoop vaak het laatste woord dat valt. Maar Brigitte Herremans blijft na twaalf jaar bestuderen van de regio overtuigd van het nut: ‘Hopen is gokken. Een andere wereld is mogelijk: niet gegarandeerd en niet beloofd.’

  • Omar Chatriwala (CC BY-NC-ND 2.0) Twee meisjes in het Jerash vluchtelingenkamp in Jordanië poseren voor een foto. Omar Chatriwala (CC BY-NC-ND 2.0)

Toen de Jasmijnrevolutie vijf jaar geleden in Tunesië losbarstte, was ik aanvankelijk sceptisch. Midden-Oostenstudies, een passie voor mensenrechten en reizen in de regio hadden me beroofd van illusies over de macht van het volk in de Arabische wereld. Maar al snel maakte mijn gelatenheid plaats voor hoop en vreugde.

Enthousiast juichte ik de straatprotesten in Tunesië, Egypte en vooral Syrië toe. Vol bewondering zag ik hoe talloze mensen zich met doodsverachting ontpopten tot burgeractivisten. Vijf jaar later, en veel illusies armer, is de hoop gebleven. Toch bots ik steeds vaker op onbegrip en moedeloosheid.

Moedeloosheid is niet geoorloofd

‘Moedeloosheid is een luxe die wij ons niet kunnen permitteren’, zei een Palestijnse vriend me toen ik begon als beleidsmedewerker rond het Midden-Oosten. Ik klaagde dat zoveel beleidsmakers vastgeroeste ideeën hebben over het Israëlisch-Palestijns conflict. ‘Wij lobbyisten komen gewapend met VN-rapporten, verwijzingen naar het internationaal recht en harde feiten. Maar als je gesprekspartner reageert dat ngo’s evenwichtiger moeten zijn, om toch geen kritisch standpunt tegenover Israël te moeten innemen, word ik moedeloos.’

‘Ik ontken niet dat het Midden-Oosten er veel erger aan toe is dan in 2010 en dat wij in Europa daar een hoge prijs voor betalen.’

Middenin mijn betoog snoerde hij me de mond: ‘Stel je de vraag of je hiertegen opgewassen bent. Het is een lange strijd en er is geen vooruitzicht op beterschap. Successen mogen niet de drive voor je activisme zijn.’

Twaalf jaar later denk ik nog vaak aan dat gesprek. Sinds 2013, toen het optimisme over de protesten week voor de vrees voor grootschalige conflicten en de opmars van jihadistische groepen, krijg ik vaak de vraag of ik niet ontmoedigd raak. Als ik die negatief beantwoord, oogst ik soms bewondering, maar ook vaak meewarige blikken. Blijkbaar getuigt het van naïviteit om de protesten, en vooral de mensen erachter, niet af te schrijven.

Natuurlijk ontken ik niet dat de regio er veel erger aan toe is dan in 2010 en dat wij in Europa daar met de vluchtelingencrisis en terroristische aanslagen ook een hoge prijs voor betalen. Maar enkel onder foltering zou ik kunnen beamen dat de regio, en ook onze veiligheid, beter gedijt met dictaturen.

Arabische burgeractivisten gedreven door hoop

Weinig van mijn politieke gesprekspartners hier beseffen hoe lucide de Arabische straat is. In de wetenschap dat de repressie genadeloos zou zijn, keerden burgers zich in verschillende landen tegen de eigen regimes en, voor het eerst, eisten ze massaal basisrechten zoals vrije meningsuiting.

‘In complexe crisissen biedt binair denken vaak een uitweg.’

De actievoerders werden enerzijds gedreven door hoop: dat vrijheid ook voor hen geen abstracte term zou blijven. Anderzijds gingen ze gebukt onder uitzichtloosheid.

Als het heden onleefbaar is, is de sprong naar een ongewisse toekomst makkelijker. Ze hadden slechts één zekerheid: de Arabische wereld zou voorgoed veranderen.

Naarmate de Arabische protesten uitdraaiden op een nachtmerrie, merkte ik bij beleidsmakers en lezingen nostalgie naar dictaturen. In complexe crisissen biedt binair denken vaak een uitweg: de Islamitische Staat is een monster, moeten we noodgedwongen vrede nemen met Assad.

De opmars van jihadistische groepen zoals IS is echter niet zozeer te wijten aan de burgerprotesten, maar vooral aan de repressie en de contrarevoluties. Dit is duidelijk in Syrië waar het extreme geweld van het Assadregime de condities creëerde waarin IS kon floreren. In 2011 deinsde het regime er zelfs niet voor terug om honderden jihadisten vrij te laten. Het feit dat 90 percent van de doden op het conto van Assad te schrijven is, die burgers blijvend bombardeert en humanitaire hulp ontzegt, lijkt minder relevant in het debat. Ook de catastrofale  gevolgen van de Russische interventie blijven onderbelicht.

Realpolitiek mag geen vrijgeleide zijn voor straffeloosheid

Sinds de aanslagen in Parijs halen emoties de bovenhand. Regeringsleiders zien geen alternatief dan de militaire strijd tegen IS om burgers gerust te stellen. Het probleem is dat cruciale politieke beslissingen haastig worden genomen, onder druk van publieke opinie en aasgieren. Denk maar aan Hollande en het Front National.

‘Bij veel Europese ngo’s is er weinig animo om rond Syrië te werken: pasklare antwoorden ontbreken.’

Er bestaat nu in Europa en de VS een consensus dat IS het grootste gevaar is en dat een pact met de spreekwoordelijke duivel niet kan worden uitgesloten. Dit wordt voorgesteld als realpolitiek.

Ik trek deze zogenaamd pragmatische aanpak in twijfel. Een oplossing voor het conflict lijkt onmogelijk zolang er niet getornd wordt aan de massale schendingen van het internationaal recht door het Assadregime.

Ik weet me gesterkt door de analyse van veel academici, activisten, denktanks en diplomaten. Het probleem is echter dat we geen eenduidige oplossing hebben. Mijn stokpaardje is dat steun aan burgeractivisme een wereld van verschil zou kunnen maken. Vijf jaar na de start van de protesten zijn er nog steeds moedige activisten op het terrein, ze werken veelal onder de radar.

Ook de alternatieve bestuursvormen in bevrijde steden in Syrië, de zogenaamde volksraden, verdienen meer steun. Dergelijk lokaal bestuur heeft te kampen met een chronisch tekort aan middelen. Bij veel Europese ngo’s is er weinig animo om rond Syrië te werken omdat het conflict te complex is en pasklare antwoorden ontbreken. Voor mij was het echter geen optie om geen gehoor te geven aan de noodkreten van de Syrische activisten. Het is een logisch verlengstuk van mijn engagement voor mensenrechten in Palestina en Israël.

Een andere wereld: niet gegarandeerd, wel mogelijk

Elke dag denk ik na over hoop, gevoed door de verhalen van activisten in de regio. In het prachtige boekje Hope in the Dark wijst de Amerikaanse filosofe Rebecca Solnit erop dat transformaties in de verbeelding starten. Hopen is gokken. Een andere wereld is mogelijk: niet gegarandeerd en niet beloofd.

Solnit herhaalt dat de geschiedenis niet lineair verloopt, het is een krab die een zijwaartse dansje doet, een druppel die een steen uitslijt, een aardbeving die na eeuwen spanning uitbarst. Dit kan een schamele troost lijken in deze donkere tijden. Toch biedt deze gedachte perspectief, en dat ontbreekt zo vaak in de verhitte discussies over het Midden-Oosten.

Brigitte Herremans is medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

    Brigitte Herremans is onderzoekster mensenrechten aan de Universiteit Gent. Ze werkte 16 jaar lang als experte Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen.