Diepe kloof ten opzichte van landen in Afrika ten zuiden van de Sahara

‘In Somalië heeft een baby 20 keer meer kans om te sterven dan een kind in Brussel of Londen’

© Franz Chávez / IPS

In minder ontwikkelde landen loopt een kind nog steeds vele keren meer kans om vroeg te sterven dan in een ontwikkeld land.

De kans dat een kind sterft voor z’n vijfde verjaardag is wereldwijd aanzienlijk gedaald. Toch zijn er nog landen waar kinderen acht, achttien of zelfs twintig keer meer kans hebben om vroeg te sterven, zegt demograaf Joseph Chamie.

In de afgelopen vijftig jaar is het sterftecijfer van zuigelingen en kinderen onder de vijf jaar aanzienlijk gedaald. Sinds 1971 is de kindersterfte gedaald van bijna 100 gevallen per 1000 levendgeborenen tot 28. Het sterftecijfer onder de vijf jaar is gedaald van bijna 150 per 1000 tot 37.

Ondanks die indrukwekkende dalingen blijven er aanzienlijke verschillen zichtbaar ​​ tussen meer ontwikkelde en minder ontwikkelde regio’s. In 2021 waren de cijfers voor kindersterfte en sterfte bij de min vijfjarigen in minder ontwikkelde regio’s zo’n acht keer hoger dan in meer ontwikkelde regio’s.

56 versus 1 procent

Het grote aantal kinderen dat sterft is nog opvallender in ontwikkelingslanden, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara. Terwijl deze regio in 2021 14 % van de wereldbevolking vertegenwoordigde, was het verantwoordelijk voor meer dan 56 % van de sterfgevallen van kinderen onder de vijf jaar. In de ontwikkelde regio’s woont 16 % van de wereldbevolking, terwijl het de plek is waar 1 % van de sterfgevallen van kinderen onder de vijf jaar te betreuren valt.

De vijftien meest getroffen landen liggen weer allemaal in Afrika ten zuiden van de Sahara.

De vijftien landen waar de kindersterftecijfers het hoogste zijn, bevinden zich allemaal in Afrika ten zuiden van de Sahara. Hier vallen liefst dertien keer meer doden te betreuren dan in de meer ontwikkelde regio’s. In vier van die landen, namelijk Nigeria, Sierra Leone, de Centraal-Afrikaanse Republiek en Somalië sterven achttien keer meer kinderen dan in veel ontwikkelde regio’s.

Een vergelijkbaar patroon is te zien bij kinderen onder de vijf jaar. De vijftien meest getroffen landen liggen weer allemaal in Afrika ten zuiden van de Sahara. Ze hebben een sterftecijfer voor min vijf jaar dat minstens vijftien keer hoger is dan dat van de meer ontwikkelde regio’s. Voor deze groep kinderen tekenen we cijfers op in Somalië, Nigeria, Tsjaad en de Centraal-Afrikaanse Republiek die ongeveer twintig keer hoger liggen dan de sterftecijfers in meer ontwikkelde regio’s.

Deze kinderen sterven het vaakst aan zaken zoals vroeggeboorte en een laag geboortegewicht, verstikking, infecties, longontsteking, malaria, diarree, ondervoeding, hiv/aids, mazelen en tuberculose.

Complicaties

Ook de dood van moeders is een belangrijke factor om rekening mee te houden als het aankomt op kindersterfte. Moeders in de genoemde landen sterven vaak als gevolg van overmatig bloedverlies, infectie, hoge bloeddruk, onveilige abortus, een bevalling met complicaties, bloedarmoede, malaria en hartaandoeningen. Naast de hoge moedersterfte, hebben landen met een hoog overlijdenscijfer van kinderen ook te maken met een hoog percentage vrouwen dat sterft tijdens hun vruchtbare jaren.

Voor de vijftien landen waar de meeste kinderen sterven is de dood onder vrouwen tussen 15 en 50 jaar bijvoorbeeld minstens vier keer hoger dan in de meer ontwikkelde regio’s. Bovendien is de sterfte onder vrouwen tussen 15 en 50 jaar in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Lesotho en Nigeria meer dan zeven keer zo hoog als in meer ontwikkelde regio’s.

SDG3

Een van de belangrijkste doelstellingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (sdg’s) is sdg3: tegen 2030 de te voorkomen sterfgevallen bij kinderen onder de vijf jaar oud de wereld uit helpen. Meer specifiek beoogt sdg3 om het aantal neonatale sterfgevallen te reduceren tot 12 per 1000 levendgeborenen en sterfgevallen bij min vijfjarigen tot 25 per 1000.

Ondertussen is het duidelijk dat de kans erg klein is dat dit nog voor 2030 kan worden gehaald voor de meeste landen van Afrika ten zuiden van de Sahara. Het sterftecijfer voor kinderen onder de vijf jaar was er in 2021 bijvoorbeeld nog 72 per 1000 levendgeborenen, bijna het drievoudige van het gewenste doel tegen 2030.

Ook is het te verwachten sterftecijfer onder de vijf jaar hier 62, opnieuw meer dan het dubbele van het gewenste doel van 25 sterfgevallen per 1000 geboorten.

Landen missen meerdere ontwikkelingsdoelen

De situatie voor de vijftien landen met het hoogste aantal kinderen dat sterft, is nog opvallender. De sterftecijfers van de min vijfjarigen in deze landen zullen naar verwachting in 2030 veel hoger blijven dan het gewenste doel. De cijfers in 2021 voor Nigeria en Somalië van ongeveer 111 sterfgevallen per 1000 geboorten zullen naar verwachting dalen tot ongeveer 100 tegen 2030, of vier keer het doel van sdg3.

De landen waar nog steeds veel kinderen sterven, doen het trouwens ook vaker slecht op andere ontwikkelingsdoelstellingen: er is nog veel armoede, analfabetisme en ondervoeding.

Landen met hoge kindersterfte blijken het minst in staat om zich aan te passen aan de gevolgen van de klimaatverandering.

Ook op verschillende wereldwijde indexen – zoals de Fragile State Index, de Human Development Index, de Economic Freedom Index en de Human Freedom Index – scoren ze relatief slecht. Op de Fragile State Index weerspiegelen de ranglijsten van de vijftien landen met een hoge kindersterfte bijvoorbeeld een lage economische en sociale ontwikkeling met een hoge mate van politieke instabiliteit.

Daarbovenop worden landen met een hoge kindersterfte geconfronteerd met toenemende risico’s van klimaatverandering. Deze naties blijken immers het minst in staat om zich aan te passen aan de gevolgen ervan, zoals hoge temperaturen, droogte, overstromingen en extreme weersomstandigheden. Ook missen diezelfde landen over het algemeen de financiële en institutionele capaciteit om zich voor te bereiden en aan te passen aan het veranderende klimaat.

Kloof blijft groot

Het is zeker zo dat in de afgelopen halve eeuw de kindersterfte wereldwijd aanzienlijk is gedaald. Ondanks die indrukwekkende dalingen blijft er een aanzienlijke kloof ​​in het aantal kinderen dat sterft in de meer ontwikkelde regio’s en de meeste landen in Afrika ten zuiden van de Sahara en andere landen met hoge kindersterftecijfers.

De belangrijkste maatregelen die nodig zijn om de cijfers nog verder te doen dalen, zijn algemeen gekend, want de meeste van die sterfgevallen zijn te wijten aan vermijdbare of behandelbare oorzaken.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn zes oplossingen cruciaal: bekwaam personeel voor prenatale, geboorte- en postnatale zorg; exclusief borstvoeding; toegang tot kwalitatieve voeding en noodzakelijke voedingsbestanddelen; verbeterde toegang tot water, sanitaire voorzieningen en hygiëne; kennis (voor de hele familie) van tekenen die op gevaar bij een kind kunnen wijzen; vaccinaties.

Verder is er meer nood aan financiële middelen, politieke wil, sociale stabiliteit en gezondheidsprogramma’s om het aantal overlijdens bij kinderen te verminderen. Doorgaans ontbreken die of zijn ze ontoereikend.

De aanzienlijke kloof dichten en het aantal kinderen dat sterft overal ter wereld verminderen vormt een grote uitdaging voor veel ontwikkelingslanden en voor de internationale gemeenschap van landen die hulp en bijstand kunnen bieden. Hoewel de uitdaging enorm is, is het essentieel om het onaanvaardbaar hoge aantal kinderen dat nog steeds sterft te verminderen.

Joseph Chamie werkt als onafhankelijk demograaf. Hij is de voormalige directeur van de Afdeling Bevolking bij de Verenigde Naties en auteur van verschillende boeken over demografie en migratie.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift