Journalisten en ngo’s in het nauw in Bolivia

‘Met mijn ontslag zoek ik de clementie van het regime, aangezien de regering zo zal krijgen wat ze zocht, het zwijgen opleggen aan de meest kritische journaliste van ERBOL.’ Met deze woorden legde de populaire journaliste Amalia Pando bloot hoe slecht het gesteld is met de vrije meningsuiting in Bolivia. In dezelfde week werden vier kritische ngo’s door vicepresident Alvaro Garcia Linera bedreigd met sluiting en uitzetting.

  • Joel Alvarez (CC by 3.0) Volgens de Boliviaanse vicepresident Álvaro Marcelo García Linera zouden verschillende ngo’s zich wijden aan het verspreiden van leugens, valse data, en bedrog Joel Alvarez (CC by 3.0)

Amalia Pando werkt voor het nationale radionetwerk Erbol. Haar goed beluisterde ochtendprogramma En Directo staat bekend om haar kritische en onafhankelijke journalistieke toon. Ondanks het goede bereik heeft Erbol grote economische problemen. De overheid koopt bij hen namelijk geen tijd voor publiciteit, in tegenstelling tot andere televisie en radiozenders, die voornamelijk hiervan rondkomen.

‘Economische verstikking, die langzaam maar zeker zal leiden tot de sluiting.’

Daarbij worden ook ngo’s en bedrijven die wel reclametijd kochten bij Erbol, dwars gezeten door de overheid. Pando noemt dit in haar brief ‘economische verstikking, die langzaam maar zeker zal leiden tot de sluiting’. Een strategie die volgens haar bedoeld is om in het bijzonder haar kritische stem doen verstommen.

Zij doet nu een stap terug, volgens eigen zeggen om Erbol te kunnen redden van deze langzame dood, maar betwijfelt in haar ontslagbrief of dit zal lukken. In elk geval heeft ze een krachtig signaal gegeven. Waarschijnlijk niet toevallig namen in dezelfde week ook twee bekende televisiejournalisten ontslag, nadat ze zich kritisch hadden uitgesproken over het beleid van Evo Morales.

Hiermee wordt nu publiekelijk bevestigd wat al eerder dit jaar naar voren kwam in een rapport over de vrijheid van meningsuiting van de nationale persvereniging (ANP): achter de enorme bedragen die de Boliviaanse regering uitgeeft aan publiciteit, zit wel degelijk een bewuste intentie om de media naar haar hand te zetten.

Boycot en uitzetting

Veel televisiekanalen die in het verleden kritisch waren over Evo Morales en de MAS, hebben de afgelopen jaren hun toon aangepast en worden dan ook rijk voorzien van overheidspubliciteit. De enkele media die hun onafhankelijke blik wel proberen te bewaren (zoals Red Erbol, de krant Pagina Siete en bepaalde debatprogramma’s op de televisie) hebben het economisch nu zwaar te verduren.

Ook worden zij bijvoorbeeld onevenredig vaak door de belastingdienst lastig gevallen met allerhande controles, juist als ze de dag daarvoor kritische artikelen of programma’s hebben geproduceerd, zo blijkt uit hetzelfde rapport van de ANP. Via sociale netwerken en reguliere media is veel solidariteit betuigd met Amalia Pando, en hebben ook andere journalisten dit beeld bevestigd vanuit hun eigen ervaringen.

Een andere sector die de afgelopen jaren met steeds meer controles te maken kreeg, zijn de ngo’s. Eind 2013 werd de Deense ngo IBIS officieel Bolivia uitgezet, wegens “politieke activiteiten”. IBIS ondersteunde onder andere Red Erbol en verschillende organisaties die de rechten van inheemse volkeren verdedigen.

Omstreden wet

Ook werd een omstreden wet aangenomen over de juridische registratie van nationale ngo’s. Zij worden nu o.a. verplicht om in hun eigen statuten te vermelden dat zij volgens de ontwikkelingsplannen van de overheid zullen handelen. Als zij zich hier niet aan houden, kan hun legale juridische status ingetrokken worden zonder enige vorm van proces.

Volgens het sociale middenveld gaat deze maatregel in tegen de vrijheid van vereniging. Ook het Comité van Mensenrechten van de VN raadde de Boliviaanse overheid aan om de wet aan te passen en de elementen er uit te halen die ‘op buitenproportionele wijze de capaciteit van ngo’s beperken om op vrije, onafhankelijke en effectieve manier te handelen’.

‘Ngo’s die de winning van grondstoffen bemoeilijken, moeten het land uit’

De Boliviaanse Ombudsman beaamt dat deze artikelen tegen het recht van vrije vereniging in gaan,  en voegde daar aan toe dat het om een evidente poging gaat om de sociale organisaties, ngo’s en andere maatschappelijke organisaties te controleren en te onderwerpen. Hij diende in 2014 al een klacht in bij het Grondwettelijk Gerechtshof, waar tot nu toe geen respons op is gegeven.

Evo Morales sprak in juni 2015 al uit waar deze bezorgdheid over ngo´s precies rond draait: de conflicten rond de winning van grondstoffen, vooral in inheemse gebieden en natuurparken. ‘Ngo’s die de winning van grondstoffen bemoeilijken, moeten het land uit’, sprak hij ferm.

‘Leugens, valse data, bedrog’

Twee maanden later was het de taak van de vicepresident om deze bedreiging nog wat concreter te maken. ‘Deze ngo’s wijden zich aan leugens, aan valse data, aan bedriegen’, zo sprak Alvaro Garcia Linera zich uit over 4 nationale ngo’s: CEDIB, CEDLA, Fundación Tierra en Milenio. Bovendien beschuldigde hij ze van “politiek bedrijven” en dreigde hij vervolgens met het uitzetten van ngo’s die zich mengen in de politieke zaken van het land.

De vicepresident noemde op geen enkel moment concrete activiteiten of publicaties van deze ngo’s die op leugens gebaseerd zouden zijn

De vicepresident noemde op geen enkel moment concrete activiteiten of publicaties van deze ngo’s die op leugens gebaseerd zouden zijn. CEDIB en CEDLA houden zich vooral bezig met onderzoek over het economische beleid rond grondstoffen. Fundación Tierra onderzoekt het beleid rond landrechten en plattelandsontwikkeling.

De afgelopen maanden publiceerden deze instituten onder andere kritische artikelen over de uitbreiding van de olie- en gaswinnig naar de beschermde natuurgebieden van Bolivia en over nieuwe agrarische beleidsmaatregelen in het voordeel van het grootkapitaal. Deze onderzoeken spiegelen het socialistische en inheemse discours van president Evo Morales en vicepresident Garcia Linera met feiten, cijfers en kritische analyses over de economische realiteit van het land. 

Geen geïsoleerd incident

CEDIB sprak zich in een verklaring uit tegen het ongebaseerde karakter van de beschuldigingen, maar benadrukte bovendien: ‘de mediaoorlog tegen CEDIB en andere instituten is geen geïsoleerd incident, maar vormt deel uit van een systematisch beleid van aantasting van democratische rechten en zekerheden gericht tegen alle organisaties van de maatschappij, inclusief media die niet pro-regering zijn’.

Ook CEDLA en Fundación Tierra publiceerden verklaringen in dezelfde lijn. Maar de brief die het meeste aandacht losmaakte, was van 28 vooraanstaande intellectuelen gericht aan Alvaro Garcia Linera, die zichzelf graag profileert als een belangrijke socioloog die deel uitmaakt van de academische kringen in het continent.

Dit zou een zware verschuiving betekenen richting de beperking van civiele rechten

De brief , onder andere ondertekend door Boaventura de Sousa Santos, Leonardo Boff, Maristella Svampa en Alberto Acosta, veroordeelt de uitspraken van hun collega op harde toon: ‘Als deze bedreigingen concreet worden, zou dit een zware verschuiving betekenen richting de beperking van civiele rechten, waaronder de vrijheid van meningsuiting en organisatie, en daarmee een enorme achteruitgang in de Boliviaanse democratie’. Ook stellen ze dat de enige basis voor de veroordeling van deze onafhankelijke onderzoekscentra is dat ze informatie publiceren ‘die ongemakkelijk is voor de regerende politieke partij’.

Na het verschijnen van deze brief, en vele andere solidariteitsverklaringen van Boliviaanse en Latijns-Amerikaanse individuen en organisaties, richtte de vicepresident in nieuwe verklaringen zijn pijlen nu op de internationale ngo’s. Volgens hem hoeven de Boliviaanse ngo’s toch geen sluiting te vrezen omdat zij ‘het recht hebben om te liegen’, maar de internationale actoren die dergelijke “politieke” activiteiten financieren, zullen wel degelijk het land uitgezet worden.

Imperialistisch milieudiscours

In zijn reactie op de brief van de academische collega’s legt hij omstandig uit hoe goed het gesteld is met de democratie in Bolivia, en dat de ngo’s helemaal niet uitgezet zullen worden, maar herhaalt hij ook zijn visie dat zij ‘rechtse partijpolitiek bedrijven, door het imperialistische milieudiscours te ondersteunen.’

Hiermee kan hij echter niet voorkomen dat door deze conflicten met journalisten en de ngo’s nu internationaal de aandacht is gewekt voor de vrijheid van meningsuiting in Bolivia. De romantische beeldvorming over het inheemse socialisme in het Andesland heeft plaats gemaakt voor een realistischer plaatje.

Net als in buurlanden Peru, Ecuador en Brazilië zijn er grote spanningen tussen de economische visie van de overheid, die koste wat het kost de primaire grondstoffen wil exploiteren, en de kritische visies die de grote impact van dit beleid op  inheemse volkeren, mensenrechten, milieu en volksgezondheid zichtbaar willen maken. Spanningen die in een context van dalende prijzen van de primaire grondstoffen, de komende tijd zeker nog vaker venijnig de kop op zullen steken.

In Ecuador leidden ze de afgelopen week al tot grote protesten van inheemse organisaties en andere sectoren. Hierbij werden verschillende leiders gearresteerd. De met een links en pluralistisch discours verkozen regeringen vervallen steeds vaker in dezelfde patronen als hun neoliberale voorgangers: als antwoord op kritiek en protest: vage zwartmakerij, crimalizering en uiteindelijk harde repressie.

Suzanna Kruyt werkt in Bolivia. Ze schrijft dit opiniestuk in eigen naam.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift