‘Door bestaande procedures nog strenger te maken, zullen meer mensen langdurig in onwettig verblijf verzanden’

Pascal Debruyne, Sylvie Van Dam en Kaat Van Acker

Opinie

Kafka zonder papieren

‘Door bestaande procedures nog strenger te maken, zullen meer mensen langdurig in onwettig verblijf verzanden’

10 mei 2024

We hebben geen nood aan nog meer wantrouwen en repressie in een nieuw terugkeerbeleid, schrijven Odisee-onderzoekers Pascal Debruyne, Sylvie Van Dam en Kaat Van Acker. ‘Wat werkt en wat niet, weten politici nog altijd niet. Welke praktijken het meest efficiënt en duurzaam zijn en dwang vermijden, wordt niet onderzocht of geëvalueerd. Nog altijd heerst willekeur en domineren dwangmaatregelen het beleid.’

‘Het is alleen vanwege hun domheid dat ze zo zeker van zichzelf kunnen zijn’, klinkt het in het boek Het proces van Franz Kafka. In dat boek ontvouwt zich de absurditeit van bureaucratische staatsmacht wanneer Joseph K., een jonge bankbediende, een jaar na zijn lukrake arrestatie en na een lang maar willekeurig proces gedood wordt “in naam van de wet”.

Met diezelfde ‘domheid’ wordt in politieke kringen gesproken over mensen zonder wettig verblijf en het terugkeerbeleid, al lijkt het nieuwe terugkeerbeleid te schipperen tussen zachte hand en dwang.

In ons lopende onderzoek naar gezinnen zonder wettig verblijf zien we al te vaak dat ouders en kinderen terechtkomen in een kafkaiaans doolhof. Hoewel de bestaande beleidspraktijk soms harder wordt voorgesteld dan ze in werkelijkheid is, riskeert het afgeklopte wetsvoorstel aanklampend terugkeerbeleid tot nog meer hardvochtigheid te leiden, met meer repressie en wantrouwen.

Aanzet tot beleid

Eerst het ‘goede’ nieuws. Er zijn aanzetten tot het begin van echt beleid voor mensen zonder wettig verblijf dat verder gaat dan het papieren ‘bevel om het grondgebied te verlaten’. Zo kwam er tijdens deze legislatuur een erkenning van staatloosheid als verblijfsprocedure.

‘De zogenaamde terugkeercoaches bekijken in de praktijk ook de mogelijkheden voor wettig verblijf.’

Ook zijn er in diverse steden sinds 2021 Icam-coaches aan de slag, die borg staan voor ‘het aanklampend beleid’ van De Moor en Vivaldi. Ze worden ‘terugkeercoaches’ genoemd, maar in de praktijk bekijken ze ook de mogelijkheden voor wettig verblijf, door ‘Integraal Casemanagement’ – Icam, dus.

Daarnaast waren er al de cellen ‘vrijwillige terugkeer’ van Fedasil, die gedegen werk doen voor mensen zonder wettig verblijf die willen terugkeren. Want terugkeren vraagt zowel begeleiding op persoonlijk en familiaal niveau, als een hele papierwinkel die in orde moet worden gemaakt en het uittekenen van een toekomst in het thuisland.

Deze regeerperiode werden ook enkele proefprojecten voor opvang en oriëntatie opgezet op plekken waar mensen zonder wettig verblijf voor onbepaalde duur mogen verblijven terwijl ze begeleid worden tot ze een wettig verblijf hebben, of tot ze vrijwillig terugkeren naar hun thuisland of een derde land. Al die alternatieven werken op basis van vertrouwen in plaats van dwang.

De proefprojecten, die ook wel “opvang met perspectief op toekomst” worden genoemd, vullen tal van al bestaande opvanginitiatieven, ook voor gezinnen, aan die door het middenveld worden ingericht. Denk maar aan: de Overzet van De Loodsen vzw in Antwerpen, gezinsopvangplaatsen van Pigment vzw in Brussel of het 4B-huis voor vrouwen zonder wettig verblijf van EHVV vzw in Gent.

De organisatie Jesuit Refuge Service (JRS) begeleidt daarnaast tientallen gezinnen zonder wettig verblijf waarbij het aan écht integraal casemanagement doet dat alle betrokken diensten en actoren samenbrengt. Het is meer dan wat de drie obligate gesprekken met Icam-coaches opleveren, die bovendien het werk overnemen van Fedasail dat nochtans wettelijk verplicht is om voor gezinnen met kinderen zonder wettig verblijf opvang en oriëntatie te voorzien.

Tot zover het goede nieuws.

Dwang domineert

Het slechte nieuws? Als het over terugkeer gaat, hoor je politici vaak zeggen: ‘Vrijwillig als het kan, gedwongen als het moet.’ Maar wat werkt en wat niet, weten politici nog altijd niet. Welke praktijken het meest efficiënt en duurzaam zijn en dwang vermijden, wordt niet onderzocht of geëvalueerd. Nog altijd heerst willekeur, waarbij het beleid wetenschappelijke evidentie naast zich neerlegt over projecten zonder dwang.

We weten dat het verblijf in detentiecentra mensonwaardig en inefficiënt is.

Dwangmaatregelen domineren het beleid. Zo telt ons land zes detentiecentra, met een totale capaciteit van 751 plaatsen. De federale regering bouwt nog drie bijkomende centra en een vertrekcentrum, waardoor de capaciteit tot 1.145 plaatsen zal stijgen.

Dwangmaatregelen zoals de medewerkingsplicht en potentiële dwang bij medische onderzoeken worden nog verder opgedreven. Toch weten we dat het verblijf in detentiecentra mensonwaardig en inefficiënt is. Veel mensen worden telkens weer vrijgelaten, omdat ze niet repatrieerbaar zijn. Volgens organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen en Dokters van de Wereld maakt dat de weg vrij voor mishandeling met het risico op blijvende fysieke en psychische gevolgen voor de gezondheid van mensen.

De discussie over kinderen opsluiten bij gedwongen terugkeer verloopt al even hardvochtig. Dat idee werd dan wel geweerd uit het wetsvoorstel aanklampend terugkeerbeleid, maar sommige partijen waren er wel voorstander van. Het is een politiek opbod. Dat je een kind niet opsluit omdat zoiets lijnrecht ingaat tegen de universele rechten van het kind en omdat de psychologische gevolgen verwoestend kunnen zijn, is blijkbaar niet langer evident.

Individueel schuldmodel

Het is makkelijk om mensen zonder wettig verblijf de schuld te geven van hun verblijfstoestand. In ons onderzoek bij vijf opvangpraktijken van gezinnen met kinderen stoten we op complexe en gelaagde verhalen waarin het beleid ook een rol speelt: te lange en bureaucratische procedures en te weinig toegang tot (sociaal-)juridische ondersteuning en hulpverlening.

Iemand valt door ontslag uit een verblijfsstatuut, krijgt te maken met intrafamiliaal geweld en een scheiding en komt in een neerwaartse spiraal terecht. Iemand wordt zwanger van een man met de Belgische nationaliteit, maar die wil het kind niet erkennen, waarna een jarenlange patstelling volgt.

We horen ook verhalen van lokale diensten burgerzaken of OCMW’s die de medische kaart weigeren tot de Dienst Vreemdelingenzaken die veel mensen als erg ontoegankelijk ervaren – velen hebben het over “een black box” als het gaat over humanitaire regularisatie. Over dit structureel deel van het verhaal blijft het stil.

Beleidsmakers willen het migratiewetboek herschrijven, om een deel van deze problemen aan te pakken. Maar dat zal de eindmeet van deze regeerperiode niet halen. Staatssecretaris De Moor en haar partij CD&V wilden er zo nodig repressieve elementen aan toevoegen. Voor sommige partijen waren die politiek onbespreekbaar en rode lijnen die ze niet wilden overschrijden.

Vaak komen mensen zonder wettig verblijf terecht in de procedure van humanitaire regularisatie, wat een gunst en geen recht is. Hoewel er argumenten zijn om de ‘discretionaire werking’ van deze procedure te behouden, had er minstens een commissie van advies en hoorrecht kunnen worden opgericht. Het is een meer dan legitieme eis vanuit de beweging van mensen zonder papieren.

Geen pragmatiek

Waarom maakt men geen pragmatischere keuzes? In Duitsland geeft men onverwijderbare mensen een verblijfsstatuut (ofwel het Duldung-statuut, ofwel het BAMF-statuut, wat staat voor Bundesamt für Migration und Flüchtlinge, en een nationale ban op deportatie inhoudt). Ze hebben daardoor recht op onderwijs, werk en huisvesting. Waarom niet meer legale wegen proberen, bijvoorbeeld via arbeidsmigratie in knelpuntberoepen?

Waarom de bestaande opvang- en oriëntatiepraktijken die echt werken aan duurzame oplossingen niet verder opschalen? Door de huidige politieke keuzes om bestaande verblijfsprocedures nog strenger te maken, verzanden wellicht nog meer mensen langdurig in onwettig verblijf.

Zelfs met een soort aanzet tot beleid die verder gaat dan het papieren bevel om het grondgebied te verlaten, staan we nog ver van een beleid waar beleidsverantwoordelijkheid centraal wordt gezet en de verantwoordelijkheid niet wordt afgewenteld op mensen zonder wettig verblijf waardoor dwang het antwoord wordt. Samenwerken aan duurzame oplossingen vergt vertrouwen, zo leert ons onderzoek, niet nog meer op wantrouwen gebaseerde repressie.

Pascal Debruyne, Sylvie Van Dam en Kaat Van Acker zijn verbonden aan het kenniscentrum Gezinswetenschappen en Onderzoekscentrum Sociaal Werk Odisee Hogeschool.