Kanttekeningen bij de Nobelprijs voor Liu Xiaobo

Net zoals vorig jaar lokte de toekenning van de Nobelprijs voor de vrede dit jaar opnieuw verwondering en controverse uit. Deze keer ging de prijs naar een Chinese gevangene, Liu Xiaobo. Wereldwijd waren de reacties zeer verdeeld. Enkele kanttekeningen.
  • Marc Vandepitte Aantal vermoorde journalisten tussen 1996 en 2006 Marc Vandepitte

De internationale context


Het comité dat de prijs uitreikt zegt onafhankelijk te zijn, maar zo merkt de Financial Times op, men kan er niet naast kijken dat ‘de prijs op een moment komt van toenemende ongerustheid in veel hoofdsteden op de manier waarop China, nu de tweede grootste economie, probeert zijn invloed uit te breiden’.(1)
De combinatie van aangehouden uitzonderlijk hoge groei en een grote bevolking, doen de wereldverhoudingen kantelen. Dat is zowel het geval voor China als voor India, maar in deze loopt China (voorlopig) meer in de kijker omdat zijn BNP ongeveer driemaal zo groot is als dat van India. Enkele cijfers illustreren de kantelende verhoudingen zeer goed als je de evolutie van de nummers een en twee van de wereld met elkaar vergelijkt. In 1950 bedroeg het aandeel van de VS nog 45% van het totale wereldproduct, nu is dat nog maar 25%. In 1992 was de VS economie elf maal groter dan de Chinese, vijftien jaar later is dat nog iets meer dan viermaal.(2) Voor het eerst in de moderne geschiedenis zullen landen uit het Zuiden invloed hebben op het wereldgebeuren. De monopoliepositie die het Noorden de laatste vijfhonderd jaar heeft gekend loopt stilaan ten einde. Dat maakt het establishment van die landen zenuwachtig. 
Die zenuwachtigheid verklaart meteen ook waarom de reacties in het Westen eerder aan de voorzichtige kant waren. Die vaststelling was de inzet van een interview die van me afgenomen werd op Radio 1. Daarin gaf ik aan dat de toekenning van de prijs eigenlijk ongelegen komt.(3) De voorbije financiële crisis heeft lelijk huis gehouden in de economieën van de Westerse landen. Voor de heropleving van de wereldeconomie wordt vooral op China gerekend. China is overigens de grootste kredietverlener van de VS en is voor heel wat landen de belangrijkste handelspartner. Ook wil men China ertoe bewegen om zijn munt op te waarderen. Daarnaast heeft men Beijing ook nodig in enkele belangrijke dossiers zoals dat van Iran en van Noord-Korea. Het is dan ook onverstandig Beijing op dit moment al te hard voor het hoofd te stoten.
Bovendien heeft men ondervonden dat een frontale aanpak t.a.v. China niet werkt en integendeel een averechts effect heeft. Dat heeft te maken met het gegeven dat gezichtsverlies zowat het ergste is wat je een Chinees aandoet. Je kan kritiek geven en Chinezen staat er voor open, maar dat doe je niet openlijk, want dan klappen ze dicht. In de aanloop van de Olympische Spelen was er ware haatcampagne tegen het land. Als het de bedoeling was om meer openheid in de Chinese samenleving te creëren, dan is dat grondig mislukt. Het effect was namelijk dat de rangen zich sloten en dat China zich naar binnen en naar buiten harder ging opstellen. Dat zou nu ook wel eens opnieuw het geval kunnen zijn. Premier Wen heeft zich onlangs uitgesproken voor meer politieke openheid. In een interview met CNN zie hij dat de vraag ‘naar democratie en vrijheid niet tegen te houden is’.(4) Waarnemers gaan ervan uit dat hij dat meent. Maar de Nobelprijs zou hierbij roet in het eten kunnen strooien omdat het koren op de molen is voor tegenstanders van meer openheid.

Democratie op zijn Chinees


Dat het democratisch gehalte van de Chinese maatschappij niet beantwoordt aan onze normen, staat buiten kijf. Laat daarover geen misverstand bestaan. Er zijn weliswaar verkiezingen op lokaal niveau en de burgers kunnen hun klachten via email kenbaar maken. En zo zijn er nog wel zaken, maar veel verder dan dat gaat het niet. Toch is het nuttig enkele kanttekeningen te maken bij dit belangrijk thema.
1. Elk politiek stelsel is het resultaat van een historisch proces en is organisch gegroeid uit de concrete omstandigheden. De grondwet van de VS na de revolutie van 1776 was eerder een soevereiniteitsverklaring dan een blauwdruk van democratie, zoals wij dat nu zouden invullen. Het heeft vijftig jaar geduurd vooraleer de Noord-Amerikanen meervoudig stemrecht hadden.(5) Het huidige regime in China heeft zijn wortels in de strijd tegen de Japanse bezetting van het land, tegen de reactionaire Guomindang en tegen de verschrikkelijke miserie en achterlijkheid waarin het land was ondergedompeld. Uit die strijd is de communistische partij als leider van het land naar voor gekomen, die zich als taak heeft gesteld het land uit de onderontwikkeling te halen, de soevereiniteit ervan te vrijwaren en te streven naar een humane, socialistische samenleving. Het zijn deze taken die de krijtlijnen vastleggen waarbinnen wordt gewerkt. Binnen die grenzen is veel mogelijk, maar je wordt wel geacht binnen die grenzen te blijven. Zo worden godsdiensten of spirituele bewegingen (als de Falun Gong) getolereerd zolang zij geen politieke doelstellingen ambiëren.
2. Er is een relatief verband tussen de graad van economische en sociale ontwikkeling aan de ene kant en de graad van politieke openheid aan de andere kant. Neem de lijst van de landen gerangschikt volgens de Human Development Index (HDI) van de VN. Hoe hoger de HDI, hoe groter de kans op politieke openheid en vice versa. Naarmate landen ‘zich ontwikkelen’ zie je dan ook een evolutie in de richting van meer politieke openheid. China is precies een land dat een snelle evolutie doormaakt, zowel op economisch als sociaal vlak. En als je wat afstand neemt zie je ook dat het op politiek vlak aan het wijzigen is. The Economist, die je allesbehalve kan beschuldigen een China lover te zijn, zegt daarover: ‘De Chinese bevolking is veel vrijer dan 30, 20 of zelfs 10 jaar geleden. De partij heeft zich uit belangrijke domeinen van het leven teruggetrokken en de relatieve welvaart heeft de horizons verbreed.’(6)
 
3. Dat wil daarom niet zeggen dat China in de richting van ons politiek stelsel evolueert of zal evolueren. De Chinese samenleving heeft een millenniumoude traditie. Die traditie weegt heel sterk door en verschilt grondig van de onze, vooral op het vlak van de plaats van het individu en het mandaat van een regering. Bij ons zijn individuele rechten onvervreemdbaar en krijgt een politieke overheid zijn mandaat van de onderdanen, door verkiezingen. Die overheid is voor zijn acties permanent verantwoording verschuldigd (via parlement) en drukkingsgroepen hebben hun plaats om de koers van een regering te laten bijsturen indien nodig. In de Chinese traditie heeft de regering een zogenaamd ‘mandaat van de hemel’. Zij moet niet constant verantwoording afleggen. De onderdanen moeten dan ook niet constant hun kritiek uiten of proberen het beleid bij te sturen. Dat alles op voorwaarde echter dat die regering goed functioneert en zich bekommert om de onderdanen. Indien ze het bruin bakt dan verliest ze het hemels mandaat en dan hebben de onderdanen het recht en zelfs plicht om de regering omver te werpen.(7) 
4. Chinezen denken pragmatisch. Ze kijken vooral of iets al dan niet ‘werkt’, dat is een belangrijk criterium, zo niet het belangrijkste. Voor hen zijn eenheid, ontwikkeling en soevereiniteit (geen inmenging van buitenaf) belangrijker dan individuele mensenrechten of parlementaire democratie. Hun politiek systeem, waarin de communistische partij de ruggengraat vormt, heeft voor hen in elk geval bewezen dat het zeer gunstig was voor de ontwikkeling van het land. De laatste dertig jaar werd een half miljard mensen uit de armoede geheven. Voor een vijfde van de wereldbevolking werd de honger zo goed als uitgeroeid. De laatste dertig jaar waren, op politiek vlak vrij stabiel, ondanks de grote etnische diversiteit en bijbehorende spanningen. Het land kende geen staatsgrepen, geen guerrillagroepen die hele stukken van het land bezetten, of burgeroorlogen, realiteiten waarmee de meeste buurlanden geconfronteerd worden. Het is daarom niet te verwonderen dat een toenemend aantal landen uit het Zuiden met bewondering kijkt naar China en de Washington Consensus ruilt voor de zogenaamde Beijing Consensus.(8)
5. Een ander belangrijk aspect is de schaal en diversiteit van het land. China is een land met de afmetingen van een continent: driehonderdvijftien maal groter dan België, evenveel inwoners als West-Europa, Oost-Europa, de Arabische landen, Rusland en Centraal-Azië samen. Er zijn zesenvijftig etnische groepen, meerdere filosofieën en religies, en er bestaan zeer grote verschillen in levensstandaard. Deze gigantische proporties en verschillen vormen meteen een van de grootste uitdagingen van het land, zo niet de belangrijkste. Als je het vertaalt naar de Europese situatie, dan zou dat betekenen dat Egypte of Kirgizië vanuit Brussel moeten bestuurd worden. Daarbij moet je in het achterhoofd houden dat het democratisch gehalte op de Europese schaal veel kleiner is dan op nationale schaal. Zo ligt de beslissingsmacht bijna uitsluitend bij de Europese Commissie en de Europese Raad, en heeft het Europese parlement nauwelijks iets in de pap brokken. Dat het land, gezien de proporties, de zeer grote verschillen tussen de regio’s en de gigantische uitdagingen, toch nog regeerbaar blijft is grotendeels te danken aan de sterke aanwezigheid van de communistische partij in alle geledingen van de maatschappij. Het alternatief is anarchie en chaos voor een vijfde van de wereldbevolking.
6. Het is geen kwestie van alles of niets. Veel commentatoren spreken over China alsof er daar geen vrijheid of geen democratie is, terwijl dat hier bij ons wel het geval is. Daar nul procent en hier honderd procent, zo lijkt het wel. Het is iets complexer. Ja er is hier wellicht meer vrijheid, maar vooral ook de illusie ervan. Ik citeer hier graag de dichter Frank Albers die dit schitterende verwoordde in een brief gericht aan Liu Xiaobo: ‘Wij mogen namelijk schrijven wat we willen, daar kunt u dan weer alleen maar van dromen, maar wat wij ook schrijven, hoe puntig, helder, hard, beargumenteerd en juist onze kritiek op onze machthebbers ook mag zijn, onze geschriften halen geen mallemoer uit. Opiniestukken, pamfletten, petities, manifesten, charta’s: zij vallen als rotjes in zee. Wij koesteren het recht op vrije meningsuiting, maar dat recht is soms ook een open gevangenis. Wij vliegen niet naar een werkkamp, wij mogen rustig doorfulmineren achter tralies van onverschilligheid.’(9)
Op vlak van persvrijheid valt inderdaad over China heel wat op te merken. Maar laten we toch ook eens kijken naar de ergste vorm van het aan banden leggen van de pers: de fysische liquidatie van journalisten. Sinds kort wordt dat cijfer berekend door een onafhankelijk instituut met zetel in Brussel. In de tabel zie je de score van de periode 1996-2006.(10) Deze cijfers zetten minstens aan tot enige bescheidenheid vanuit Europa.
7. In een land met een dergelijk omvang en diversiteit kan een politiek stelsel maar blijven werken in de mate het de steun blijft genieten van de bevolking. Een peiling van het gerenommeerde Pew Research Center van 2008 toont aan dat 86% van de Chinezen tevreden is met de politieke leiding van het land. Een peiling van hetzelfde instituut in vijftien landen in 2006 toonde dat 81 procent van de Chinezen tevreden is met de gang van zaken in zijn land tegenover 31 procent in India, 29 procent in de VS en Duitsland, en 20 procent in Frankrijk.(11) De politieke leiding van China kan in elk geval rekenen op een legitimiteit die beduidend hoger is dan in de meeste Westerse landen. Ook dat kan ons misschien aanzetten tot wat minder betweterigheid en meer bescheidenheid.

Noten


(1) Financial Times, 9-10/10/2010, p. 1.
(2) Kennedy P., De wisselkoers van de macht, Utrecht 1989, p. 410; UNDP, Rapport Mondial sur le Développement Humain 1995, Parijs 1995, p. 214 en 233 ; UNDP, Human Development Report 2009, Washington 2009, p. 195, 196 en 198.
(3) Te beluisteren op http://www.youtube.com/watch?v=G7tRLN1bGAI.
(4) http://archives.cnn.com/TRANSCRIPTS/1010/03/fzgps.01.html.
(5) Van de Voorde H., e.a., Supermachten. Verenigde Staten van Amerika, BRT Instructieve Omroep 1985, p. 43v; Vis J., Politiek en democratie. Een inleiding, Groningen 1988 p. 146v.
(6) The Economist 2 augustus 2008, p. 11.
(7) Dat wordt heel goed beschreven in Jacques M., When China Rules the World. The Rise of the Middle Kingdom and the End of the Western World, Londen 2009.
(8) Halper S., The Beijing consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century, New York 2010.
(9) http://frankalbers.blogspot.com/2010/10/waarde-liu-xiaobo.html.
(10) International News Safety Institute, Killing the messenger, Brussel, maart 2007, p. 60-1. Te bekijken op www.newssafety.com. In Europa telden respectievelijk Duitsland 6, Spanje 5, het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Italië, Cyprus, Kroatië en Roemenië 2 vermoordde journalisten in die periode.
(11) De peiling van 2008: http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/. De andere scores van 2006: Egypte 55%; Jordanië 53%; Spanje 50%, Turkije 40%, Pakistan 35%, India 32%, Groot-Brittannië 35%, Rusland 32%, Japan 27%, Indonesië 26% en Nigeria 7%. Pew Research Center, No Global Warming Alarm in the U.S., China. America’s image slips, but allies share U.S. concerns over Iran, Hamas, 15-Nation Pew Global Attitudes Survey, Washington 13 juni 2006, p. 5, http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf.
Marc Vandepitte is publicist en auteur. Hij schreef o.a. samen met MO*journalist John Vandaele een MO*paper over de invloed van China in Afrika en Latijns-Amerika.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift