‘Stop pollution, we need a solution!’

Klimaatbeleid for dummies: 10 tips van een lokaal bestuur

© Kayin Luys / StampMedia

‘Stop pollution, we need a solution!’ of ‘Tijd dat politici iets doen.’ Het is in 2019 een wekelijks fenomeen, tienduizenden mensen die wekelijks in de Wetstraat hun keel schor schreeuwen. De kloof tussen hun woord en de politieke daad is gigantisch groot, maar ondertussen zijn er ministers die zich zelfs met zoveel antistemmen blijkbaar gesterkt voelen in hun beleid. Ik voel mij anders wel aangesproken als één van die “politiekers”. Als een klimaatschepen in een kleine stad tussen hamer en aambeeld. Zes jaar lang, en net vertrokken voor nog eens zes, probeer ik de Vlaamse klimaatkafka uit te leggen aan onze inwoners. Bedrijfswagens vergroenen? In Europa eens gaan babbelen over een toelage op vliegtuigtickets? Ballonnetjes, gevuld met in het buitenland gekochte schone lucht.

Bedrijfswagens vergroenen? In Europa eens gaan babbelen over een toelage op vliegtuigtickets? Ballonnetjes, gevuld met in het buitenland gekochte schone lucht

Het verschil met wat wij in Eeklo de laatste jaren gedaan kregen, kan niet groter zijn. De voorbije zes jaar was ik er schepen voor Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid en Stadsvernieuwing. Het idee dat al die maatregelen de overheid veel moet kosten of voor de rijkere middenklasse zou zijn, klopt al helemaal niet. Eeklo is niet de rijkste stad van Vlaanderen en toch zullen we vanaf dit jaar meer elektriciteit opwekken (164GWh) dan we zelf verbruiken (123GWh). De Belgische bedanking voor deze prestatie? De helft van onze stad is opgenomen in schijf 6 van het afschakelplan en dus eerste in lijn om zonder stroom te vallen.

Maar we zijn niet rancuneus en ik bied de collega’s van de Vlaamse regering vriendelijk 10 tips aan die lokale besturen de hefbomen moeten geven om de gezette doelstellingen te halen. Ik bied ze kosteloos aan, net zoals ze ook niets kosten voor mensen die het al moeilijk hebben.

1. Tel het eigen aandeel groene energie mee voor het afschakelplan

We zitten met een absurde situatie die het draagvlak voor windenergie niet bepaald versterkt. Eeklo telt één turbine per 900 inwoners en toch moeten we onze inwoners uitleggen dat ook zij deze winter misschien even zonder elektriciteit vallen, omdat er elders een paar oude kerncentrales niet werken. Breng die eigen inbreng in rekening. Straks moet ik ook nog uitleggen dat er in Eeklo windmolens worden stilgelegd terwijl men ergens oude straalmotoren aankoppelt.

2. Schep een ruimtelijk kader en laat omwonenden rechtstreeks participeren

Voor onze 22 windturbines waren er amper een handvol bezwaren. Terwijl in Vlaanderen 70 procent van de aanvragen in procedures verzandt. Hoe? Wij gaven zekerheid over waar turbines kunnen komen en waar niet. We laten naast de ontwikkelaar en de grondeigenaar ook de omwonenden een stukje delen in de winst.

Het is omdat de Vlaamse Regering via het Vrijstellingsbesluit in 2008 alle landbouwgronden heeft opengesteld dat alle draagvlak voor windenergie verdwijnt

De provincie Oost-Vlaanderen deed dit ook. Alleen al de voorwaarden van een lokaal unaniem draagvlak koppelen aan omgevingsvergunningen zou een grote stap vooruit zijn. In de praktijk gebeurt nu het omgekeerde, zoals in een naburige gemeente waar de minister zomaar beslist om zes windturbines te zetten zonder voorwaarden. Het is omdat de Vlaamse Regering via het Vrijstellingsbesluit in 2008 alle landbouwgronden heeft opengesteld dat alle draagvlak voor windenergie verdwijnt. De wet van de jungle nam het over, ten koste van de Vlaming.

3. Laat sociale huisvestingsmaatschappijen de energieprijs verrekenen in de huurprijs

Alle sociale woningen moéten aan de minimumnorm voldoen. Ook daar ligt nog een hoop werk op de plank. Een energiecorrectie op de huurprijs zou een win-win kunnen betekenen voor zowel sociale huisvestingsmaatschappijen als de bewoners. De huizen die de norm halen betalen het standaardtarief. Bij woningen met slechte energieprestaties wordt de huurprijs naar onderen aangepast.

Sociale huisvestingsmaatschappijen krijgen zo een extra motivatie om sneller te renoveren. Ook voor maatschappijen die een stapje verder — naar energieneutraal of zelfs energieplus — willen gaan, met zonneboilers, zonnepanelen, warmtepompen, wordt het zo een economisch verantwoorde investering indien ze de helft van de winst op de energiefactuur kunnen aanrekenen. De andere helft is een directe winst voor de bewoner. Dit zou een perfecte win win kunnen zijn.

4. Laat groepen burgers de productie van groene stroom achter het EAN-nummer van de wijk verzamelen

Op dit moment wordt alle overschot van bijvoorbeeld zonnepanelen op het net gezet. Maar dat is erg verouderd en te weinig flexibel om een decentrale productie van stroom goed te verwerken. Daarom betalen mensen die dit doen een prosumententarief, ofwel een afradingstaks. Als je de overschot op wijkniveau kan delen – en dit kan nu al onder het EAN-nummer van de wijk – zal er gemiddeld minder stroom op het net komen en kunnen mensen die niet de middelen hebben om zelf zonnepanelen te leggen, mee profiteren van groene stroom. Op termijn kan een wijk misschien zelfs batterijen kopen met de winst.

5. Regulariseer zonevreemde bossen

Wat een schepen écht niet kan uitleggen? De vele bossen die in en rond steden worden gerooid. Een braakliggend perceel bouwgrond waar in de loop der jaren spontaan een bos is ontstaan, kan zonder pardon verdwijnen. Het aanreiken van een oplossing, via een boskaart, hield in deze regering welgeteld één dag stand.

Of reken op z’n minst alle ecosysteemdiensten (zuivere lucht, verkoeling, opname van water, enz.) mee in de prijs voor het rooien van bomen. Dat scheelt een slok op de borrel. Een boom heeft toch meer functies dan gewoon gekapt te worden? Voor de jaarlijkse kaalkap langs de snelwegen is er ook een alternatief!

6. Beplant de grondreserves (bijvoorbeeld van AWV) of schakel ze in als zonnevelden

Elk agentschap, elke overheid heeft haar afgelijnd budget en iedereen maximaliseert zijn budgethouderschap. Hoe harder de besparingsvraag, des te meer het waakt over de marges en de budgetten. Zo staat groenonderhoud bij de één onder exploitatiekosten en bij de ander staat het in het investeringsbudget. Om samen naar maatschappelijk meerwaarde te streven, is een samenwerkingsverband nodig.

Maar omdat iedereen zo over z’n eigen potje waakt, worden er over de niveaus heen weinig aan elkaar gegund. De ene overheid doet er alles aan om geen boscompensatie te moeten betalen aan de andere en verhindert spontane bosgroei. Of overheden verkopen historische gronden liever op de markt aan de hoogste bieder dan ze onderling in beheer te geven.

7. Belast warmteverlies in plaats van groene stroomcertificaten uit te delen

In Eeklo blaast een afvalintercommunale al jaren gratis restwarmte de lucht in, goed voor zo’n 32.000 ton CO² per jaar. Ideaal dus voor een warmtenet. Met die warmte zou je onze volledige stad kunnen verwarmen. Hoewel één kilometer aan een warmtenetbuis tussen de 750.000 euro en één miljoen euro kost, betalen alle inwoners van Eeklo samen jaarlijks een 40 miljoen voor alle gasrekeningen. Een mooie winst, maar tegelijk een kost die veel malen groter is dan ons stedelijk investeringsbudget. Daarom schreven we dit neer in een opdracht, een concessie waarin we de bouw van een warmtenet op ons ganse grondgebied omschreven. Bijzonder complex, want door het uitblijven van een Vlaams kader blijven warmtenetten beperkt tot nieuwbouwprojecten en een uitzonderlijke aarzelende uitbreiding van een historisch net. Na twee jaar slagen we er in om dit juridisch kader rond te krijgen, maar plots krijgt die anders weggeblazen warmte wel een waarde én vinden sommigen dat we hiervoor moeten betalen. Het voorstel om de warmte en mogelijke interne kosten als aandelen in te brengen ligt nu voor. In Denemarken pakken ze dat omgekeerd en succesvoller aan. Daar worden afvalcentrales belast op hun warmteverlies waardoor het net een stimulans wordt om de warmte zo optimaal mogelijk te gebruiken en te delen met lokale overheden en particulieren.

Bob D’Haeseleer is schepen voor Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid en Stadsvernieuwing in Eeklo

8. Als lagere planschade politiek moeilijk ligt, moet vergoeding voor lokale besturen omhoog

Is de olifant in de kamer niet de gesubsidieerde baksteen in de maag? Het huisje-tuintje-boompje-ideaal houdt, na generaties ruimtelijke laissez-faire, nog steeds stand. Niemand heeft de moed om hier acties als een betonstop aan te koppelen. Dat heeft gevolgen. Iedereen weet dat ‘zachte’ natuurlijke ruimte als airbag van het klimaat zal moeten dienen, bijvoorbeeld om hitte-eilandeffecten te vermijden, of om plotse stortbuien op te vangen en ons door langere periodes van droogte te helpen.

De Vlaamse regering verhoogde in 2017 de planschade van 80 naar 100 procent. Een bijzonder dure grap voor veel lokale besturen. Dit maakt het enorm duur om woonuitbreidingsgebied terug naar natuur om te zetten, en bijna onmogelijk om nieuwe natuur te ontwikkelen. Het kan toch niet dat een deel van een generatie slapend rijk is geworden door te speculeren op grond die verandert van bestemming (bijvoorbeeld naar woon- of woonuitbreidingsgebied), en dat de lokale besturen daarvoor moeten opdraaien?

9. Belast onbebouwde percelen in woongebied

Op die manier wordt de druk op de overgebleven open ruimte verlicht. Op dit moment schuift een versnipperd Vlaanderen dat heet hangijzer liever naar politiek-suïcidale schepenen. Voor geen enkel lokaal bestuur een cadeau.

10. Verstreng de Codextrein die de bouwvoorwaarden bepaalt

Enig idee hoe dankbaar en handig de huidige watertoets is voor een schepen van Stedenbouw om aan mensen uit te leggen dat ze hun perceel niet helemaal mogen betonneren? Of dat hun oprit waterdoorlatend moet zijn? Lokaal budget krijgen voor onthardingsprojecten, of op een buurtvergadering pleiten voor een groene berm ten nadele van een overtollig voetpad, het is spitsroedelopen. Dan zwijg ik nog over de toegenomen druk op de milieudiensten na de hervorming van de omgevingsvergunning.

Lokale handhaving is in kleine gemeentes vaak facultatief en staat wegens toch o zo populair onderaan de prioriteitenladder. Zie het zoals bij de andere tips, hoe hoger Vlaanderen de lat legt, des te ambitieuzer lokale overheden kunnen reiken.

Bob D’Haeseleer is schepen voor Ruimtelijke ordening, Duurzaamheid en Stadsvernieuwing in Eeklo

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur