Klimaatchaos, ecocide… It’s capitalism, stupid!

Ludo De Witte, auteur van o.a. “De moord op Lumumba” en “Wie is bang voor moslims”, heeft zijn pen opnieuw in de inkt gedoopt om de toenemende klimaatchaos in kaart te brengen, maar vooral om naar de oorzaken ervan te zoeken. We publiceren enkele uittreksels uit dat boek, met een inleiding door hemzelf.

© The Conservation Project

Massale houtkap in Myanmar

Mediaberichten over onze ontregelde biosfeer worden in hoog tempo op de publieke opinie losgelaten. Orkanen, hittegolven, wegsmeltende poolijskappen en gletsjers, de stijging van de zeespiegel, klimaatvluchtelingen, het wegsmelten van de permafrost, dat de weg vrijmaakt voor zelfontbranding van de toendra, waardoor massa’s gevaarlijk broeikasgas in de atmosfeer worden gestuwd…

Het zijn berichten die overweldigen, vooral omdat minder duidelijk is wat de oorzaken zijn en wat eraan kan worden gedaan. In mijn nieuwe boek, met als titel Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op, breng ik de klimaatchaos in kaart, maar kijk ik vooral naar de wortels van deze existentiële crisis. De centrale stelling wordt in de ondertitel aangegeven: Het kapitalisme versus de aarde. Ons economisch stelsel, dat drijft op oneindige groei, is in oorlog met onze eindige aarde.

Let’s face it: we moeten een taboe slechten, het vervloekte K-woord moet eruit: het kapitalisme is het probleem.

Niet iedereen wil die ongemakkelijke boodschap horen of heeft dat begrepen. Politici sussen ons met de boodschap dat de klimaatverandering wordt aangepakt. Veel mensen in de milieu- en arbeidersbeweging stappen daarin mee. Ze geloven dat technologische innovatie, hernieuwbare energie en een “slimme” fiscaliteit voor een transitie naar een duurzame samenleving kunnen zorgen. Als ze al niet beginnen over vegetarisme, dikketruiendagen of fietsen naar het werk.

Afgemeten aan wat nodig is, is het gerommel in de marge. Let’s face it: we moeten een taboe slechten, het vervloekte K-woord moet eruit: het kapitalisme is het probleem. Willen we de aarde en de mensheid redden, dan dringt een systeemwissel zich op. Wég van een economie met ingebouwde groeimotor, die in optimale omstandigheden elk jaar met 3 procent groeit, wat neerkomt op een verdubbeling van de mondiale productie na 25 jaar, en een verviervoudiging na 50 jaar.

Radicaal? Er zijn helaas geen oplossingen meer die niet radicaal zijn. Milieuactivisten, syndicalisten, mensen actief in burgercomités, leden van politieke partijen: vanuit welke hoek men ook komt en met welke blik men de nakende ecocide ook bekijkt, de cijfers tonen ondubbelzinnig aan dat er nood is aan een brede volksbeweging die voor een diepgaande transitie gaat. Een beweging die het beste van het ecologisme en het socialisme verenigt tot een nieuwe synthese. Een synthese die beide historische stromingen overstijgt in een nieuwe analyse, strategie en perspectief, aangepast aan de uitdagingen van de 21ste eeuw. Hieronder volgen enkele uittreksels uit Als de laatste boom geveld is, dat bedoeld is als een wake-up call, en als een aanzet tot een ecosocialistisch manifest kan worden gelezen.

***

De markt, maatstaf van alles

De markt is de maatstaf van alle dingen, en die schrijft bedrijven voor dat productie die winst oplevert een prima zaak is, ook al voert dat de aarde naar een armageddon. De vervuilers gaan dus door met het verwoesten van de planeet. Onderzoek van de kwartaalcijfers van de grootste vijf oliebedrijven toont aan dat ze blijven mikken op fossiele-energiewinning. Shell, ExxonMobil, Total en BP investeren tientallen miljarden in de productie van olie en gas in het Zuid-Amerikaanse natuurgebied van Patagonië. Tussen 2000 en 2015 investeerde de olie- en gasindustrie 3.000 miljard dollar in projecten ‘om aan de groeiende vraag naar olie en gas te voldoen’. In 2010, 2011 en 2012 zijn steenkoolcentrales gebouwd met een totale verbrandingscapaciteit die tweeënhalve keer groter is dan de totale capaciteit die in het laatste decennium van vorige eeuw is gecreëerd.

Als alle fossiele brandstof die met de gekende technologie kan worden opgehaald ook daadwerkelijk wordt verbruikt, zal de temperatuur op aarde met meer dan 8°C stijgen.

De koolstofuitstoot van alle in 2012 in werking zijnde centrales die op fossiele energie draaien, zal 300 tot 580 miljard ton bedragen, naargelang hun levensduur veertig jaar is, dan wel wordt opgerekt tot zestig jaar. Geplande investeringen voor de exploitatie van nieuwe fossiele-energiebronnen en de bouw van pijpleidingen die vele decennia in gebruik zullen blijven, worden vandaag geraamd op 14.000 miljard dollar. Wat het betekent als ExxonMobil, Saudi Aramco, Shell en hun directe concurrenten hun zin krijgen, is berekend door professor Michael Greenstone, chef van het team van economische adviseurs van president Obama. Als alle fossiele brandstof die met de gekende technologie kan worden opgehaald ook daadwerkelijk wordt verbruikt, zal de temperatuur op aarde met meer dan 8°C stijgen.

Zijn de oliebaronnen cynische massamoordenaars die geld verdienen aan een project dat miljoenen mensen de dood zal injagen? Misdadigers zonder strafblad? Die CEO’s kunnen niet anders. Het zijn criminelen ondanks zichzelf. Kapitalistische bedrijven van enige omvang zijn gewoon niet in staat om zelf het roer om te gooien. Ook Bekaert, Arcelor Mittal, BMW, Delhaize en Apple kennen maar één drijfveer: hun omzet en marktaandeel opdrijven.

Bedrijfsleiders die de wereldeconomie beheersen, willen in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk produceren en verkopen, groeien, wat de ecologische kostprijs ook is. Onder de zweepslag van de concurrentie jagen beursgenoteerde bedrijven op almaar meer groei, winsten en kapitaalvorming, op straffe van uit de markt te worden geprijsd door bedrijven die nog meer kapitaal accumuleren en dus nog meer kunnen investeren in productiviteitswinsten. De groei-imperatief is dwingend, onontkoombaar. De aandeelhouders, die return on investment eisen, zullen niet aarzelen om hun aandelen in te ruilen voor andere als de groei- en winstvooruitzichten elders beter zijn.

Het resultaat van die ijzeren wet? Een bonanza-economie die zorgt voor creativiteit én destructie. Met bedrijven die mens en natuur mobiliseren en inzetten voor maximale groei, en als “externaliseringsmachines” zo veel mogelijk “kosten” ervan afwentelen op de samenleving en de planeet. Bedrijven die de winsten privatiseren en de kosten socialiseren. Bedrijven kennen geen “sociale” of “maatschappelijke” kosten; voor hen zijn dat absurde noties.

Het irrationele gevolg van dat op individueel vlak “rationele” gedrag is de ingebouwde groeidynamiek die onvermijdelijk tegen de biofysische grenzen van de aarde aanstoot. Daarom blijven BHP Billiton en Rio Tinto in Australië steenkool opdelven en naar China en India vervoeren, blijft IKEA de wouden van Siberië en Maleisië platgooien opdat Chinese bedrijven zijn wegwerpmeubeltjes zouden kunnen bouwen en plunderen Apple en Samsung met de hulp van warlords de grondstoffen van Oost-Congo voor de aanmaak van steeds nieuwere modellen van smartphones en andere iThings

Rationele bedrijfskeuzes, maar maatschappelijk nefast

In de strijd voor de uitbreiding van marktaandeel worden op bedrijfsniveau rationele keuzes gemaakt die op maatschappelijk vlak nefast zijn. Autoproducenten liggen in bed met Big Oil. Samen proberen ze de shift naar elektrisch aangedreven voertuigen en openbaar vervoer af te remmen. Begin twintigste eeuw waren veel Amerikaanse steden uitgerust met efficiënte, elektrisch aangedreven tramlijnen.

General Motors sloot een pact met Standard Oil en bandenproducent Firestone. Het trio organiseerde de ontmanteling van het spoorweg- en tramnet in en rond Los Angeles, nadat het in 1940 de lokale spoorwegmaatschappij Pacific City Lines had overgenomen. In een veertigtal andere Amerikaanse steden gebeurde hetzelfde, zo blijkt uit een rapport van de Amerikaanse Senaat. Goed voor de winstcijfers van GM en de oliebonzen, maar desastreus voor de planeet en de gezondheid van de mens. In 1949 veroordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof deze Gang of Three voor monopolievorming in de transportsector. De drie bedrijven werd een boete opgelegd: 5.000 dollar, plus 1 dollar voor elke CEO …

Zelfs na de oliecrisissen van 1973 en 1979 gingen er amper middelen naar onderzoek over zonnecelenergie.

Rationele energiewinning is nooit een prioriteit geweest. Neem zonnecellen. Het fotovoltaïsche effect is al ontdekt in 1839. Gedurende 130 jaar werd nagelaten onderzoek naar de mogelijkheden ervan te verrichten. Uiteindelijk ontstond er pas interesse toen de NASA onderzoek verrichtte naar energieopwekking tijdens ruimtevluchten. En zelfs na de oliecrisissen van 1973 en 1979 gingen er amper middelen naar onderzoek over zonnecelenergie: tussen 1974 en 2002 besteedden de landen aangesloten bij het Internationale Energieagentschap er minder dan 2 procent van hun onderzoeksbudgetten aan.

Augustin Mouchot, auteur van het boek La chaleur solaire et ses applications industrielles (1869) en uitvinder van machines die op zonnewarmte draaien, schreef 130 jaar geleden al: ‘Onvermijdelijk breekt ooit de dag aan waarop de industrie bij gebrek aan brandstof verplicht zal zijn om op natuurlijke [energie-] bronnen een beroep te doen. We twijfelen er niet aan dat de steenkool- en petroleumreserves nog lange tijd hun enorme warmtekracht zullen vrijgeven. Maar die reserves zullen zonder twijfel op geraken (…) Men kan niet ontkomen aan het besluit dat het voorzichtig en wijs is zich op dat vlak niet in slaap te laten wiegen.’

Bedrijfsleiders, op jacht naar gunstige kwartaalcijfers om de aandeelhouders tevreden te houden, kozen evenwel voor de korte en middellange termijn … en indirect voor de dood van miljoenen mensen, ten gevolge van silicose, astma, fijnstofconcentraties en de klimaatverandering. (…)

Een woud kappen om eekhoorns te vinden

De productie van voedsel, als uitwisseling tussen mens en natuur, legt allicht het best de kwalijke kanten van de markteconomie bloot. Een Europese viskwekerij handelt ‘rationeel’ wanneer zij vis naar Marokko verscheept om te laten versnijden en die daarna weer naar Europa vervoert, want de kostprijs van de verwerking in Marokko en het transport heen en terug is lager dan de verwerking hier. Dat levert dus meer winst op voor de eigenaars. Maar voor het milieu, het klimaat, de mensheid is het een desastreuze praktijk.

Een reder die met gigantische, kilometerbrede netten en met de hulp van satellietnavigatie en dieptesensoren de zeeën bevist, handelt “redelijk”, want hij maximaliseert de visvangst tegen de laagst mogelijke prijs. Redelijk voor de aandeelhouders, maar niet voor de mensheid en de aarde: nog enkele decennia van dat “redelijke” gedrag en er zit geen vis meer in de oceanen. Het gebruik van sleepnetten en dynamiet vernietigt maritieme ecosystemen. In het State of the World-rapport (2008) wordt de praktijk veroordeeld als ‘vergelijkbaar met het kappen van een woud op zoek naar eekhoorns’.

(…)

De vleesindustrie doet het misschien nog slechter. In het algemeen is de sector een dodelijk efficiënte verspiller van voedsel. De sector verwerkt gewassen die honderden miljoenen mensen zouden kunnen voeden, maar vandaag in de maag van industrieel geproduceerde koeien, varkens en pluimvee terechtkomen. Elk jaar worden ongeveer 50 miljard “vleesdragers” geproduceerd die samen een derde van alle granen, 90 procent van de sojaproductie en 30 procent van de visvangst opeten.

De vleesindustrie moet zes kilogram plantaardige proteïnes (bijvoorbeeld uit graan) aan dieren voederen om amper één kilogram dierlijke proteïnes in de vorm van vlees voor menselijke consumptie te verkrijgen. Amper 30 procent van de calorieën in het graan en de soja die aan industrieel opgekweekte dieren wordt gevoederd, komt terecht in de vleesproducten die de consument koopt.

Vleesproducenten zijn “omgekeerde voedselbedrijven”: ze verspillen voedsel in plaats van voedsel aan te leveren, en ze doen dat door land geschikt voor gewassen te bezetten.

Dat alles vertaalt zich in een enorm landbeslag: wereldwijd neemt de veestapel ongeveer 70 procent van alle voor landbouw gebruikte grond in. Vleesproducenten zijn “omgekeerde voedselbedrijven”: ze verspillen voedsel in plaats van voedsel aan te leveren, en ze doen dat door land geschikt voor gewassen te bezetten. (…) Het beslag op watervoorraden is al even rampzalig. Per gewonnen calorie heeft vlees tien keer zo veel water nodig als groenten. Voor de productie, inclusief transport en verwerking, van 1 kilogram rundsvlees is 15.400 liter water nodig. Ter vergelijking: 1 kilogram varkensvlees vereist 6000 liter water; 1 appel 125 liter; 1 kop koffie 132 liter; 1 T-shirt 2500 liter. De gemiddelde watervoetafdruk van de Belg is 5200 liter per dag, en daarvan gaat driekwart naar de productie van ons voedsel. 89 procent van dat water verbruiken we indirect, want het komt uit het buitenland, en is nodig om onze geïmporteerde goederen en voedsel te produceren.

Vlees van bij ons?

De actie “Dagen zonder vlees” was ook in 2017 een succes, tot ergernis van de vleesindustrie. In een opinieartikel gaf Hendrik Vandamme van het Algemeen Boerensyndicaat tegengas. De titel van zijn stuk speelde in op nationalistische sentimenten: ‘Mijn lekker lapje vlees van bij ons blijft op tafel komen’. Van bij ons? Geitenboer Remy Schiffeleers: ‘Vlaanderen heeft ongeveer zes miljoen varkens, een varken per Vlaming. Dat kan alleen maar omdat die varkens elders eten. Omdat we overal in de wereld goede grond inpikken. Ginder halen we te veel mineralen weg. Met als gevolg dat we hier, via drijfmest, te veel mineralen afzetten.

Het aardnotenbekken in Senegal, Mali en Burkina Faso is leeggehaald. De grond is uitgeput. De woestijn rukt er op.

Varkens worden gevoed met mais en eiwitten. Mais kunnen we hier gemakkelijk kweken: 12 tot 14 ton per hectare. Eiwitten, in de vorm van aardnoten, hebben we dertig jaar lang goedkoop ingevoerd uit West-Afrika. De olie was voor Devos-Lemmens en de aardnotencake voor de varkens en de koeien. Het resultaat is dat het aardnotenbekken in Senegal, Mali en Burkina Faso is leeggehaald. De grond is uitgeput. De woestijn rukt er op. Het alternatief voor aardnoten is soja: rijk aan eiwitten en goed verteerbaar.

Het imperialisme heeft de macht om soja te halen waar die klimatologisch goed gedijt, in Brazilië en Argentinië. Tant pis voor het regenwoud, dat baan moet ruimen voor sojaplantages. Dieren die het voedsel van de mens opeten, horen niet thuis in een gezonde landbouw. Er worden gewoonweg te veel dieren gekweekt en opgegeten.’

De gezondheidsproblemen die de sector creëert, zijn amper in kaart gebracht. In eigen land is West-Vlaanderen getransformeerd tot één groot vleesverwerkend platform. In de provincie worden 3,5 miljoen varkens en meer dan 11 miljoen kippen gekweekt, en de cijfers gaan crescendo. De output wordt opgedreven: in 1980 werd een varken in de loop van zijn leven gemiddeld 550 gram per dag zwaarder; in 2009 is dat 750 gram per dag geworden.

Een varken wordt geslacht wanneer het zes maanden oud is, en dan weegt het al 110 kilogram. Het aantal biggen per zeug steeg in dezelfde periode van 15 naar 25 per jaar. De schadelijke impact van deze industrieel georganiseerde vleesproductie op de omgeving is volgens buitenlands wetenschappelijk onderzoek enorm: blootstelling aan fijnstof en ammoniak, en een afgenomen resistentie tegen schimmels, bacteriën en virussen. Is het toeval dat Vlaanderen nog geen onderzoek heeft verricht naar die gezondheidsaspecten?

Om nog maar te zwijgen over de kwaliteit van het vlees dat op ons bord belandt. We eten ook te veel vlees. Overconsumptie van (vooral rood) vlees verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, overgewicht, diabetes en allerlei kankers. En dan hebben we het nog niet gehad over de morele aspecten van de kapitalistische vleesproductie, die koeien, varkens en kippen niet opvat als levende wezens behept met gevoelens, maar als vehikels van vlees of uiers. De eerste wet die wreedheid tegen dieren verbood, was de Franse Loi Grammont, uit 1850. Maar 165 jaar later is de achteruitgang op dat vlak zo veralgemeend dat we zelfs niet meer zien dat de vleesindustrie van dierenleed een hoeksteen van onze verhouding met dieren heeft gemaakt.

Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde, door Ludo De Witte is een uitgave van EPO, Berchem, 2017.
De Witte schreef eerder o.m. De moord op Lumumba (1999), Wie is bang voor moslims? (2004) en Huurlingen, geheim agenten en diplomaten (2014)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift