Het belang van gemeenschapsmedia

‘De kostprijs van gewapende conflicten zit ondergronds, in vijandbeelden die blijven voortbestaan’

Dickelbers / Wikipedia (CC BY-SA 3.0)

De VN-bufferzone op Cyprus

Er zijn verschillende lessen te leren uit het vijfenzestig jaar oude conflict tussen Griekenland en Turkije over Cyprus, schrijven academici Derya Yüksek en Nico Carpentier. ‘Onderzoek toont de nood om te investeren in gemeenschapsmedia, vooral in samenlevingen die (gewelddadige) conflicten moeten verwerken.’

Cyprus is een eiland in de Middellandse Zee dat vooral bekend is als vakantiebestemming. Het zogenaamde ‘eiland van Aphrodite’ heeft een goed ontwikkelde toeristische industrie die de vele stranden, het subtropisch klimaat, de archeologische vindplaatsen, de Cypriotische keuken, maar ook het feestgedruis in steden zoals Ayia Napa uitstekend promoot.

Het paradijselijke Cyprus heeft echter ook een probleem. Het eiland heeft een decennialange oorlogsgeschiedenis, met een onafhankelijkheidsoorlog in de tweede helft van de jaren 1950 en een burgeroorlog tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten (maar ook tussen linkse en rechtse fracties) in de jaren 1960, die besloten werd met een Turkse militaire operatie in 1974.

Het gevolg was dat het eiland opgedeeld werd in een noordelijk en een zuidelijk deel, en dat naar schatting tweehonderdduizend Cyprioten ontheemd werden omdat ze have en goed achterlieten om de veiligheid van “hun” deel van het eiland op te zoeken.

Sindsdien leven de twee gemeenschappen gescheiden van elkaar, met de Republiek Cyprus (RoC) in het zuiden, en de zelfverklaarde Turkse Republiek Noord-Cyprus (TRNC), die internationaal niet wordt erkend (op Turkije na) en die vertrouwt op de economische en militaire steun van Turkije. Na de Turkse bezetting in 1974 – een vredesoperatie, dixit Turkije – werd de grens tussen de twee delen verzegeld, waardoor het etnisch geweld bijna volledig gestopt werd.

De situatie is er niet noodzakelijk op verbeterd met de steeds radicalere koers van het Turkse regime.

Tussen de twee delen bevindt zich nu een bufferzone die door blauwhelmen van de Verenigde Naties (VN) wordt bewaakt. Pas in 2003 gingen de eerste grensovergangen open en was er terug contact tussen Grieks-Cyprioten en Turks-Cyprioten mogelijk. Snel daarna, op 1 mei 2004, werd de Republiek Cyprus lid van de Europese Unie.

Het was in dezelfde periode dat de grootste kans op hereniging gemist werd. Het zogenaamde Plan-Annan, genoemd naar de toenmalige Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, werd in een referendum door 76 procent van de Grieks-Cyprioten verworpen, terwijl het door 65 procent van de Turks-Cyprioten werd goedgekeurd.

Golven van hoop en ontgoocheling

De geschiedenis van de vredesonderhandelingen in Cyprus is echter veel ouder. Na meerdere decennia van opgestarte en terug afgebroken onderhandelingen, met de bijbehorende golven van hoop en ontgoocheling, is er nog steeds geen akkoord of een vredesverdrag. Ook de laatste wezenlijke poging in 2017, met de onderhandelingen in het Zwitserse Crans-Montana, faalde.

De situatie is er niet noodzakelijk op verbeterd met de steeds radicalere koers van het Turkse regime, en de verkilde relatie tussen de Europese Unie en Turkije. De Syrische burgeroorlog met haar vluchtelingenstromen vormt een teer punt in deze relaties, maar ook het oude Egeïsche Zee dispuut tussen Turkije en Griekenland over soevereiniteitsrechten in de regio speelt een rol.

De spanningen werden alleen maar opgedreven na de ontdekking van gasreserves in de Middellandse Zee, ook in de exclusieve economische zone van Cyprus (het zogenaamde Aphrodite-gasveld werd ontdekt in 2011). In de recente presidentsverkiezingen in de TRNC, die plaatsvonden in oktober 2020, werd Mustafa Akıncı, die de Turkse invloed enigszins probeerde te beperken, vervangen door de Turksgezinde Ersin Tatar, hetgeen de complexiteit nog verder versterkt.

Een pertinente vraag bij dit alles is wat we in de rest van Europa kunnen leren uit deze 65 jaar lange conflictgeschiedenis. Het verhaal achter ‘het Cyprus probleem’ is er in belangrijke mate één van ontspoord ethnonationalisme. In de negentiende eeuw en in eerste zeventig jaren van de twintigste eeuw, droomden de meeste Grieks-Cyprioten van enosis, de integratie van Cyprus in de Griekse staat, gevoed door een Grieks nationalisme dat traag maar zeker antagonistisch werd.

Nationalisme kan een samenleving buiten haar democratie en in een burgeroorlog duwen van zodra het ‘de andere’ als vijand definieert.

Het is een proces dat verschillende decennia geduurd heeft, maar toen EOKA (de Nationale Organisatie van Griekse Strijders) in 1955 naar de wapens greep, was het keerpunt bereikt en keerde het geweld zich niet alleen tegen de Britten als koloniale macht, maar ook tegen de Turks-Cyprioten (en Grieks-Cypriotische communisten).

Ook Turks-Cyprioten, onder invloed van een Turks nationalisme, organiseerden zich en richtten de Turkse verzetsorganisatie TMT op, die EOKA en andere Grieks-Cyprioten, maar ook Turks-Cypriotische communisten bestreed, en de splitsing van het eiland (taksim) eiste.

Na de onafhankelijkheid van de RoC in 1960, duurde het welgeteld drie jaren totdat de situatie opnieuw ontspoorde. Deze spiraal van geweld – gevoed door ethnonationalisme – is een waarschuwing voor allen dat nationalisme, van zodra het ‘de andere’ als vijand definieert, een samenleving buiten haar democratie en in een burgeroorlog kan duwen. Tegelijk toont de geschiedenis van Cyprus aan dat dit een traag proces is, met vele waarschuwingen en vele momenten waar het tij nog gekeerd kan worden.

Maar er is nog een tweede belangrijke les uit de geschiedenis van Cyprus te trekken. Een langdurig gewapend conflict snijdt diep en laat wonden achter, die meerdere generaties nodig hebben om te helen. De laatste dodelijke slachtoffers vielen in 1996, maar nog steeds is het trauma zichtbaar, voor wie wil en kan zien.

De laatste dodelijke slachtoffers vielen in 1996, maar nog steeds is het trauma zichtbaar, voor wie wil en kan zien.

Dit trauma is niet alleen een verzameling van individuele traumata, maar het is een collectief trauma, dat tot op heden doorwerkt in de hele Cypriotische samenleving, in noord en zuid. Om een voorbeeld te geven: Nog maar enkele weken geleden, in december 2020, werden – na hun uiteindelijke identificatie – 14 kinderen herbegraven, die in 1974 door paramilitairen werden vermoord en in een massagraf belandden. Ze waren tussen vier maanden en vijftien jaar oud.

De sporen van dergelijke gewapende conflicten verdwijnen niet snel, zelfs al zijn ze niet onmiddellijk zichtbaar voor de vele toeristen op de Cypriotische stranden. De kostprijs zit ondergronds, in de vijandbeelden die blijven voortbestaan, in de fortificaties aan beide zijden van de bufferzone, en in het politieke systeem dat het Cyprus probleem maar niet kan overstijgen.

Een derde les is dat het Cypriotische maatschappelijke middenveld een sleutelrol speelt in het terug samenbrengen van de eilanders. Oplossingen zijn moeilijk te vinden binnen het politieke systeem (of de twee politieke systemen) dat nog steeds in (mentale) loopgraven verblijft.

Het is geen toeval dat de huidige Secretaris-General van de VN, António Guterres, in een nog deze maand te verschijnen rapport, oproept tot ‘greater civic engagement and trustbuilding across the divide’. Ondanks het nog steeds zwakke Cypriotische middenveld (en in het bijzonder de vredesbeweging en de pro-unificatiebeweging) zijn er aanwijzingen dat heil te vinden is in civiele samenwerkingen over de bufferzone heen.

Ons onderzoek, binnen het zogenaamde Cyprus Community Media Research Program, spitst zich toe op de cruciale rol van één specifiek soort middenveldorganisatie, namelijk gemeenschapsmedia (of ‘community media’) en hun belangrijke synergetische rol. De recentste verwezenlijking van ons onderzoeksprogramma was de afwerking van het doctoraatsonderzoek van Derya Yüksek (met als titel Transformations of Antagonism Into Agonism: Community Media as a Participatory Contact Zone for Youth in the Divided Cyprus).

Dit onderzoek toont duidelijk aan dat gemeenschapsmedia kunnen helpen om antagonismen om te buigen, en de opbouw van een meer vredelievende samenleving te ondersteunen.

In dit onderzoeksproject werden Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische jongeren samengebracht, om samen media te maken. Deze interventie werd ondersteund door het ondertussen ter ziele gegane Cyprus Community Media Centre (CCMC), en bestond uit een reeks trainings- en productieworkshops, die vervolgens geanalyseerd werden.

Wat ons vooral interesseerde was te zien hoe de jongeren samenwerkten, in een context waar ze alle ruimte kregen om zelf beslissingen te nemen, hetgeen we ‘participatieve contactzones’ noemden. Het liet de jongeren toe om met elkaar om te gaan op basis van dialoog en wederzijds respect, waarbij hun kritisch denken, expressievrijheid en creativiteit gestimuleerd werden, en de jongeren bemachtigd werden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het onderzoek toonde ook aan dat het werk van deze jongeren een cultuur van geweldloosheid en participatie bevorderden, zonder het bestaan van diversiteit en de mogelijkheden om geweldloos om te gaan met conflict, te verbergen. Wat het onderzoek echter vooral aantoonde, is de noodzaak om meer, en meer structureel te investeren in gemeenschapsmedia, vooral in samenlevingen die nog bezig zijn met de verwerking van (gewelddadige) conflicten.

Het lot van onze partner, CCMC, wiens middelen opdroogden nadat de investeringen van UNDP, USAID en EU om op te starten opgebruikt waren, is een pijnlijk voorbeeld dat dit beleid nog niet op punt staat.

Nico Carpentier is docent aan de Vakgroep Communicatiewetenschappen (VUB), Derya Yüksek is onderzoekster bij de VUB.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift