‘Grote focus op spektakel door media ondermijnt inhoud van studentenprotest over oorlog in Gaza’

IPS / The Conversation / Danielle K. Brown

Opinie

Waarom was er zo weinig media-aandacht voor de campagnes die aan de campusbezettingen voorafgingen?

‘Grote focus op spektakel door media ondermijnt inhoud van studentenprotest over oorlog in Gaza’

08 mei 2024
‘Grote focus op spektakel door media ondermijnt inhoud van studentenprotest over oorlog in Gaza’
‘Grote focus op spektakel door media ondermijnt inhoud van studentenprotest over oorlog in Gaza’

Berichtgeving over de studentenprotesten aan de Amerikaanse universiteiten heeft te weinig aandacht voor de inhoud achter de protesten, schrijft professor journalistiek Danielle Brown. ‘De grote focus op sensatie en ontwrichting zet de bezorgdheden en eisen van protestbewegingen op de achtergrond.’

David Geitgey Sierralupe (CC BY 2.0 Deed)

Voor de studenten vormt het protest een manier om ‘de stemmen te verheffen van Gazanen, van Palestijnen die genocide ondergaan’.

David Geitgey Sierralupe (CC BY 2.0 Deed)

Afhankelijk van waar je staat, zowel letterlijk als figuurlijk, kunnen protestbewegingen er heel anders uitzien. Voor demonstranten zijn protestacties gewoonlijk het resultaat van het nauwgezette planwerk dat belangengroepen en hun leiders hebben gedaan om een boodschap tot bij een breder publiek of bij specifieke instituties te brengen.

Voor wie er als buitenstaander naar kijkt kunnen protesten ongeorganiseerd en ontwrichtend lijken. Dat kan het moeilijk maken om te zien wat de inspanningen en doelstellingen van actievoerders inhouden.

De pro-Palestijnse protesten die zich afgelopen weken op verschillende Amerikaanse universiteitscampussen voordeden, zijn daar een goed voorbeeld van.

Voor wie zich buiten de campus bevindt, ligt de focus vooral op confrontatie en arrestaties.

Voor de studenten die eraan deelnemen, vormen ze in de woorden van een actievoerder, een manier om ‘de stemmen te verheffen van Gazanen, van Palestijnen die genocide ondergaan’. Maar wie zich buiten de universiteitscampus bevindt lag de focus vooral op de confrontatie en arrestaties.

Vanwaar die ontkoppeling? De meeste mensen nemen niet deel aan straatprotesten en ondervinden zelf niet de ontwrichting die ze veroorzaken. Ze vertrouwen erop dat de media hen een volledig beeld van de protesten geeft.

Met mijn onderzoek focus ik al meer dan een decennium op de trends van hoe media narratieven vormgeven bij verschillende vormen van protest. Bij berichtgeving ter plekke, zoals in de kampen op de campussen, is een algemeen patroon zichtbaar: de berichtgeving focust op dramatiek en ontwrichting, in plaats van de onderliggende redenen van het protest. Het gevolg is dat het publiek ongeïnformeerd kan blijven over de nuance die achter deze protestbewegingen schuilgaat.

Ontwrichting krijgt de bovenhand

Demonstraties, gaande van kleine stille sit-ins, massamanifestaties tot de studentenkampen die we vandaag zien, delen gelijkaardige eigenschappen. Ze vergen een zekere mate van planning, focussen op een waargenomen onrecht en streven hervormingen of oplossingen na.

Voor de media is niet elk element van protest even nieuwswaardig.

Per definitie houdt demonstratie een mate van ontwrichtende actie in, die altijd gepaard gaat met een confrontatie met iets of iemand. De gebruikte strategieën trekken de aandacht van nieuwsmedia en anderen.

Quasi elk protest bevat dezelfde kernelementen: grieven, eisen, ontwrichting, confrontatie en spektakel. Maar voor de media is niet elk element even nieuwswaardig. Confrontatie en spektakel halen in berichtgeving vaak de bovenhand, wat ervoor zorgt dat die vaker zichtbaar zijn in het nieuws dan de andere elementen.

In mijn onderzoek richtte ik me op sociale bewegingen zoals Black Lives Matter of het wereldwijde vrouwenprotest na het aantreden van Trump in 2017. Daarin stelde ik vast dat keer op keer de koppen in de berichtgeving gericht waren op de delen van het protest die sensationeel en disruptief waren. Op die manier wordt de politieke lading van de protesten verwaarloosd, omdat de bezorgdheden, eisen en agenda’s van de bewegingen vaak op de achtergrond blijven.

Samen met collega Rachel Mourão analyseerde ik de berichtgeving over protesten die volgden op de dood van George Floyd in 2020. We kwamen tot de vaststelling dat Associated Press en de grote media zich meer richtten op de disruptie en chaos, dan op het politiegeweld of de eisen van de demonstranten.

Dit patroon wordt het “protestparadigma” genoemd. Dat paradigma kan verschillen, naargelang de timing van verhalen en de locatie van een nieuwszender. Maar toch blijkt duidelijk dat bewegingen die de status quo trachten te doorbreken de meeste kans krijgen om initiële media-aandacht te krijgen. De demonstranten worden daarbij vaak als crimineel, irrelevant, triviaal of onwettige deelnemers van het politieke systeem beschouwd.

Wanneer de media het opmerken

Dit patroon werd ook zichtbaar in de initiële berichtgeving over protesten tegen de oorlog in Gaza aan de Amerikaanse universiteiten. De protesten begonnen al in 2023 en evolueerden pas tot de huidige campusbezettingen na maanden van campagnevoering. Al maanden eisten studenten in hun protest tegen de Israëlische campagne in Gaza dat hun universiteiten zouden desinvesteren in zaken die gelinkt zijn aan de Israëlische bezetting in de Palestijnse gebieden.

Wanneer de universiteiten politie vroegen om het studentenprotest af te breken nam de nieuwsberichtgeving fel toe.

Zo was er in februari een een hongerstaking door studenten aan Brown University. Diezelfde maand riep een coalitie van studenten van verschillende historische zwarte universiteiten gezamenlijk op om actie te voeren over verschillende universiteiten heen.

Ook studenten aan mijn universiteit, Michigan State University, verzamelden steun via een online petitie en lobbyden nadien bij de universiteitsraad. Die raad gaf vervolgens in een verklaring aan op geen enkele manier te desinvesteren. Ze zette de studenten ertoe aan bij de trappen van het administratieve universiteitsgebouw hun protest verder te zetten. Dat was nog vóór het plan er was om er een kamp op te richten.

Maar hierover was er maar weinig berichtgeving te zien in de brede media in vergelijking met de berichtgeving over de studentenbezettingen eind april toen ook de universiteiten officieel begonnen te reageren. Wanneer de universiteiten politie vroegen om het studentenprotest af te breken nam, samen met de intensiteit van de confrontatie, de nieuwsberichtgeving fel toe.

In plaats van te focussen op de grieven van de demonstranten — zijnde: bezorgdheid om de doden en gewonden en de dreigende hongersnood voor Palestijnen — werden de confrontaties tussen demonstranten en politie de centrale focus in de nieuwsberichtgeving.

Toch zijn er uitzonderingen en uitschieters en volgt niet alle berichtgeving het protestparadigma. Zo stelden we in ons onderzoek over de nieuwsberichtgeving na de dood van George Floyd vast dat wanneer berichtgeving afwijkt van het paradigma, het vaak werk is van journalisten die sterk geëngageerd en betrokken zijn binnen een gemeenschap.

In het geval van de universiteitsprotesten is het de studentenjournalistiek die in dat opzicht de uitschieter is. Een artikel van de Indiana Daily Student, gepubliceerd tijdens de piek van de onrust, illustreert dat. Het artikel legt uit hoe minder bekende administratieve beleidswijzigingen op het laatste moment de protestplannen verstoorden en bijdroegen aan de arrestaties van studenten en docenten.

Wie wordt geciteerd en wie niet?

Er zijn commerciële redenen die ervoor zorgen dat sommige nieuwsredacties focussen op spektakel en confrontatie. Het oude journalistieke gezegde if it bleeds, it leads’, als het bloedt dan leidt het, is nog steeds sterk aanwezig op vele nieuwsredacties. In de eerste weken van het studentenprotest maakte de focus op chaos, confrontaties en arrestaties dat zichtbaar.

Het is een redactionele keuze die de doelstellingen van het protest ondermijnt.

Maar het is een redactionele keuze die de doelstellingen van het protest ondermijnt. Die delegitimering komt ook tot stand in de routine waarop veel journalisten terugvallen om snel en zonder al te veel juridische consequenties verhalen te vertellen.

In het geval van “breaking news” hebben veel journalisten de neiging om vooral bronnen met een zekere status te citeren. Het gaat dan om bijvoorbeeld overheidsfunctionarissen of vertegenwoordigers van de universiteit. In veel gevallen hebben journalisten al een zekere verstandhouding met deze functionarissen, die daarnaast ook vaak een toegewijd media- en communicatieteam hebben. Zo blijkt bij de studentenprotesten dat reporters meer moeite te hebben om in direct contact te komen met de demonstranten.

Het gevolg is dat officiële narratieven het nieuws domineren. Als functionarissen zoals de gouverneur van Texas, Greg Abbott, de demonstranten vergelijkt met criminelen met antisemitische bedoelingen, komt dat in nieuwsberichtgeving. En dat verschijnt vooral meer in het nieuws dan enige vorm van wederwoord van de deelnemers van het protest.

Omdat lezers en kijkers niet zomaar ter plekke kunnen gaan om de beschuldigingen van Abbott zelf te gaan beoordelen, kan die berichtgeving bepalen hoe dat publiek een protestbeweging en de achterliggende politiek begrijpt.

Media beïnvloeden bijgevolg de manier waarop de meeste mensen dat protest en de deelnemers begrijpen. Maar zoals de berichtgeving aan de universiteiten aantoonde, ligt de focus vaak op spektakel, in plaats van op inhoud.

Dit opiniestuk werd eerder gepubliceerd bij The Conversation.