Een echt haalbaar klimaatplan gaat uit van een koolstofbudget

Naakte cijfers, politieke urgentie en stijgende temperaturen

CC Wasfi Akab (CC BY-NC-NA 2.0)

Fire on the City

Het zal velen wellicht volledig ontgaan zijn, maar momenteel werken de Europese instellingen het zogenaamde ‘energy package’, een karrenvracht aan beleidsvoorstellen rond energie-efficiëntie, duurzame energie, enzovoort, die het energie – en dus deels ook klimaatbeleid -van de Europese Unie zullen vormgeven. De Europese Commissie stelde dit pakket onlangs voor en het Europees parlement en de Europese Raad mogen daar nu hun zegje over doen, waarna het dan begin volgend jaar afgehamerd moet worden.

Het is cruciaal belangrijk dat Europese samenlevingen dit proberen volgen omdat het zal tonen hoe het staat met de politieke wil om van het klimaat akkoord van Parijs écht iets te maken. Of er ook enige politiek besef urgentie rond klimaatbeleid bestaat als het gaat om concrete invulling en het nemen van de zogenaamd ‘moeilijke besluiten’. Deze week nog bleek bij een stemming in de industrie-commissie van het Europees Parlement dat er wel ambitie bestaat rond energie-efficiëntie maar onvoldoende rond duurzame energie.  

De klimaattop in Bonn maakte twee dingen pijnlijk duidelijk: er is een gebrek aan politieke urgentie in de strijd tegen de opwarming van de aarde en de tijd die ons nog rest is kort, héél kort

Want de meest recente klimaattop in Bonn maakte twee dingen pijnlijk duidelijk: er is een gebrek aan politieke urgentie in de strijd tegen de opwarming van de aarde en de tijd die ons nog rest is kort, héél kort. De ambities in Parijs waren groot, maar het initiële doel van 1,5oC wordt geleidelijk aan herleid tot 2oC of soms zelfs 2,5oC. En zelfs dat is verre van zeker. Wordt het niet tijd mensen de naakte cijfers te tonen en te laten zien hoeveel koolstofbudget (en tijd) ons collectief (en individueel) nog rest?   

Eén decennium ofwel 10 jaar. Dat is de tijd die we nog hebben voor de wijzer op onze collectieve biologische klok te ver doorslaat en we niet langer ook maar vat kunnen hebben op de klimaatverandering, het zogeheten point of no return. Vanaf dat moment begint de aarde uit zichzelf op te warmen, door allerlei zichzelf versterkende effecten, en kunnen we er niet langer iets aan doen. Met alle onheilspellende gevolgen van dien. Voor de goede orde: de aarde overleeft het wel, maar het gaat om ons en ons nageslacht.     

Hoe onheilspellend dat vooruitzicht ook is – want dat is het – er zijn zeker mogelijkheden. Maar zoals gezegd: daar moeten we dan ook urgent voor kiezen. De Groenen in het Europees Parlement hebben het eerste en realistisch haalbare klimaatplan voorgesteld dat ons wél toelaat om onder de 1,5oC opwarming te blijven zoals afgesproken in het historische Klimaatakkoord van Parijs, namelijk het Vision Scenario. Daarvoor moeten we ons houden aan het nog beschikbare Carbon Budget. Dat plan becijferde dus hoeveel Europa en de rest van de wereld nog, á la limite, aan CO2 mag uitstoten om de maximale concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer niet te overschrijden.

Dit ’carbon budget’ of ‘koolstofbudget’ is een nieuwe kijk op de ruimte die we nog hebben om de opwarming van de aarde voldoende te beperken, een soort maximaal uitstootbudget dus. Wereldwijd is ons totaalbudget becijferd op 890 gigaton CO2,. Dat is dus de hoeveelheid van het belangrijkste broeikasgas dat we als mensheid nog mogen uitstoten om…onze kinderen en kleinkinderen nog eens kans te bieden op een menswaardig bestaan.  Bijna 900 gigaton, dat klinkt natuurlijk enorm. Maar het aandeel dat Europa in dat budget heeft, bedraagt tussen de 47,7 en 61,5 gigaton CO2. Als referentie: in 2015 bedroeg de uitstoot in de Europese Unie 4,45 gigaton CO2 Wat rudimentair rekenwerk leert ons dus dat we met een ongewijzigd beleid nog ruim 10 jaar hebben voor we ons resterend maximaal uitstootbudget gebruikt hebben.

Met een ongewijzigd beleid heeft Europa nog ruim 10 jaar  voor we ons resterend uitstootbudget opgebruikt hebben

 Nogmaals we spreken over gigaton, dat klinkt als een enorme hoeveelheid. Maar als we dat vertalen naar ons dagelijks leven wordt het al wat concreter. Dan krijgen dit soort cijfers plots toch een andere dimensie. Als we de Europese limiet op 54,6 gigaton CO2 vastleggen, dan betekent dit dat we per Europese burger een speling hebben van gemiddeld 107 ton CO2. Concreet komt dit overeen met ongeveer 237.000 km rijden met een gemiddelde personenwagen. In 2014 werd de gemiddelde jaarlijkse CO2-uitstoot per Europese burger geschat op 6,4 ton CO2.  

Wetende dat de gemiddelde Belg gauw 15.000 tot 20.000 km per jaar rijdt kunnen we stellen dat dit krap wordt. Om nog maar te zwijgen over de extra uitstoot van ook het stilstaande verkeer wanneer we dagelijks gezamenlijk stapvoets over de E40 of de Antwerpse Ring tuffen.

Het is duidelijk dat het tijdsaspect een grote uitdaging vormt om de afspraken van Parijs te halen. Daarom moeten we oplossingen inzetten die voelbaar zijn in alle industriële sectoren, op alle niveaus. In dit geval hebben we nood aan een race naar de bodem, maar dan in de positieve zin. Overheden moeten dus  daadkrachtig beleid voorstellen vanuit een overkoepelende strategie en die voorstellen moeten gestuurd worden via een aantal speerpunten.

Zo is er allereerst een focus nodig op energie-efficiëntie in alle sectoren, in combinatie met een versnelde verhoging van het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix. Hoewel het zwaartepunt van deze aanpak bij de energie-, bouw-, transport- en andere industriële sectoren zal liggen, moet de aanpak zowel breed als diep uitgevoerd worden.

Door versneld actie te ondernemen en véél ambitieuzere  doelen voorop te stellen, kunnen we in Europa een transitie bewerkstelligen die een geleidelijke evolutie mogelijk maakt.

Hoe later we beginnen met een straf klimaatbeleid, hoe drastischer de - noodzakelijke - wijzigingen en aanpassingen zullen zijn

Het is door experten al heel vaak gezegd: hoe later we beginnen met een straf klimaatbeleid, hoe drastischer de - noodzakelijke - wijzigingen en aanpassingen zullen zijn. Met veel ingrijpender gevolgen en een serieus duurder prijskaartje. Uitstoot en vervuiling kunnen we nu eenmaal niet uitstellen: eens in de atmosfeer blijven de broeikasgassen daar heel lang hangen.

Wat zou dus de benodigde Europese doelstelling zijn? Tegen het jaar 2030 kunnen we, indien we het Vision Scenario implementeren, de CO2-uitstoot met 55% doen dalen, tot 45% efficiënter omgaan met energie en een aandeel van minstens 40% aan hernieuwbare energie in de Europese energiemix inbrengen.

Dit vormt tevens de bouwstenen voor een beleid opdat we in 2050 effectief een koolstofvrije samenleving kunnen creëren, gestoeld  op efficiënt gebruik van energie én bovendien functionerend op 100% hernieuwbare energie.

De doelstellingen van de Europese Commissie in het nu op tafel liggende ‘Clean Energy Package’, zijn niet te rijmen met het Klimaatakkoord. Als we de huidige beleidskoers zouden blijven volgen, dan krijgen we pas echt effectief beleid in de periode 2020 tot 2030. Dat is te laat omdat dat onvermijdelijk weer maatregelen zal vragen die nog veel ingrijpender zijn. Tenminste, ik ga er nog steeds van uit dat de huidige generatie beleidsmakers niet stiekem denkt “na ons de zondvloed”?

Zijn dit alarmerend cijfers? Allicht, ik mag het hopen. Het is belangrijk dat we die allemaal kennen. Want struisvogelpolitiek zal geen zoden aan de dijk brengen. Alleen collectieve strijd voor ons leefmilieu zal ervoor zorgen de controle niet volledig kwijt te raken. En nogmaals, het gaat hier niet zozeer om het redden van de planeet, maar om ons allemaal,  onze toekomst en de toekomst van onze kinderen. 

 Bart Staes is Europees parlementslid voor Groen

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift