Spanningen tussen Servië en Kosovo: wat is er aan de hand?

‘Niemand is gebaat bij stemmingmakerij rond Kosovo’

Reuters

Een man loopt langs een brandende politieauto tijdens gevechten tussen de Kosovaarse politie en etnisch-Servische demonstranten die probeerden te voorkomen dat een verkozen etnisch-Albanese burgemeester zijn kantoor zou betreden, Zvecan, Kosovo, 26 mei 2023.

Onlangs kwam het in het noorden van Kosovo tot gewelddadige confrontaties. Daarbij raakten ook militairen van de NAVO-vredesmissie ernstig gewond. Compleet uiteenlopende interpretaties van de feiten vormen een integraal en ondertussen haast ritueel onderdeel van het etnisch-politieke opbod. En daar hebben weinigen baat bij, schrijft UGent-onderzoeker Pieter Troch.

Het is handig deze tekst te beginnen met enkele verduidelijkingen. De NAVO-missie bewaart de vrede in Kosovo sinds het einde van de oorlog in juni 1999. Die oorlog was de uitloper van etnisch-politieke spanningen in de Servische provincie Kosovo, die vanaf 1996–1997 een steeds gewelddadiger karakter kregen.

Het Servische regime van Slobodan Milošević trad als vergelding voor het gewapende verzet van het Kosovaarse Bevrijdingsleger excessief en willekeurig op tegen de Albanese meerderheid van Kosovo. Het maakte zich schuldig aan etnische zuivering door middel van massale verdrijving, vernietiging van dorpen en cultureel erfgoed, moord en seksueel geweld.

Over de interpretatie van het conflictueuze verleden en de toekomst van Kosovo bestaat niet het minste gemeenschappelijke draagvlak.

In maart 1999 kwam de NAVO tussenbeide met luchtbombardementen tegen Servische strategische doelwitten. Pas in juni 1999 en na de complete escalatie van het conflict ter plekke bond Milošević in en werd Kosovo onder militair en administratief toezicht van de Verenigde Naties geplaatst.

Het Kosovaarse Bevrijdingsleger maakte gebruik van de terugtrekking van de Servische troepen om wraakacties uit te voeren tegen de Servische en Romagemeenschappen en politieke tegenstanders.

Het grootste deel van de Servische bevolking vluchtte weg uit Kosovo, een deel vestigde zich in de gemeentes in het noorden. Op een opflakkering van anti-Servisch geweld in maart 2004 na, is de NAVO erin geslaagd de vrede te bewaren in Kosovo. Vrede betekent echter niet samenleven. Contact tussen de Servische en Albanese gemeenschappen in Kosovo is uiterst beperkt en oppervlakkig. Over de interpretatie van het conflictueuze verleden en de toekomst van Kosovo bestaat niet het minste gemeenschappelijke draagvlak.

Die gespannen vrede manifesteert zich het duidelijkst in het noorden van Kosovo. Dat is een misleidende benaming voor een relatief klein gebied bestaande uit vier gemeentes die ongeveer een tiende van de oppervlakte van Kosovo omvatten en waar om en bij de 80.000 mensen wonen. De absolute meerderheid daarvan is Servisch, maar er zijn ook enkele Albanese dorpen in de omgeving van de stad Mitrovica. Die stad is opgedeeld in een overwegend Albanees deel ten zuiden van de rivier Ibër/Ibar en een overwegend Servisch deel ten noorden. Al is de grens op de brug over de Ibër doorheen de jaren steeds minder hard geworden, het noorden van Kosovo vormt nog steeds een duidelijk afgescheiden gebied, dat zich slechts geleidelijk en voorwaardelijk geïntegreerd heeft in de Kosovaarse instellingen.

Albin Kurti werd in 2020 verkozen tot eerste minister van Kosovo. Hij dankte zijn verkiezing aan de belofte schoon schip te maken met het machtsmisbruik in de Kosovaarse politiek en een meer assertieve positie in te nemen in de onderhandelingen die Prishtina sinds 2011 onder EU-bemiddeling met Belgrado voert. Volgens Kurti en een groot deel van het Albanees-Kosovaarse electoraat stelde de Kosovaarse regering zich daarbij in het verleden te inschikkelijk op en kreeg ze daarvoor te weinig terug.

Kosovo staat immers nog steeds helemaal achteraan in de pikorde voor EU-toetreding, haar inwoners zijn in tegenstelling tot de buurlanden niet vrijgesteld van visa om naar de EU te reizen (al komt daar in 2024 verandering in) en Servië blijft grote invloed uitoefenen op delen van het land. Kurti eist dat Kosovo als gelijkwaardige gesprekspartner behandeld wordt. Hij stelt zich daarbij ook minder toegevend op tegenover het noorden van Kosovo.

In de zomer van 2022 nam premier Kurti de beslissing om Kosovaarse nummerplaten over het gehele Kosovaarse grondgebied te verplichten. Deze beslissing was voornamelijk gericht tegen het courante gebruik van Servische nummerplaten in het noorden. Dat is, net als het alomtegenwoordige uithangen van de Servische vlag en de monumenten ter ere van middeleeuwse Servische heersers, een vooral symbolisch bewijs van blijvende Servische invloed.

Vanuit Kosovaars perspectief was de beslissing een logische zet waarmee de staat haar soevereiniteit over het gehele grondgebied bestendigt. Voor de Kosovaarse Serviërs was de beslissing een provocatie. Uit protest trokken zij zich massaal terug uit Kosovaarse overheidsinstellingen. Die tactiek is een beproefde strategie van de Servische Lijst (SL), de dominante politieke vertegenwoordiger van de Kosovaarse Serven. SL maakt daarbij handig gebruik van het Kosovaarse politieke systeem.

In de berichtgeving van de laatste dagen wordt het geheel herleid tot een verhaal van slachtoffers, provocateurs en hooligans en een potentieel nieuw Oekraïne.

De Kosovaarse grondwet voorziet dat de Servische minderheid gegarandeerd vertegenwoordigd wordt in regering en parlement en ook lokale autonomie geniet in tien gemeentes met een Servische meerderheid (vier in het noorden, zes meer verspreid doorheen Kosovo). Doordat SL een monopolie heeft uitgebouwd over de Servische gemeenschap in Kosovo, kan ze hoge eisen stellen.

In het najaar van 2022 werd deze tactiek als antwoord op de doorgedreven beslissingen van Kurti uitgebreid tot een massale walk-out van Serviërs uit het lokale bestuur, politie en gerecht. Daarmee werd een lang proces van integratie onder EU-bemiddeling ongedaan gemaakt. Er werden ook wegversperringen opgericht die het verkeer tussen Kosovo en Servië blokkeerden en het kwam tot schermutselingen.

Na intensieve druk vanuit de Europese Unie en de Verenigde Staten werd de crisis ontmijnd. Kurti en de Servische president Aleksandar Vučić schaarden zich achter een aantal principes die de normalisering van de relaties moesten garanderen. Servië stelde voorop het Kosovaars lidmaatschap in internationale organisaties niet meer tegen te houden. Kosovo zou een vorm van collectieve autonomie voor de Servische gemeentes in Kosovo toestaan. Dat het akkoord niet ondertekend werd, was echter een teken aan de wand.

Nauwelijks drie maanden later zijn we dus weer bij af. In april werden lokale verkiezingen georganiseerd in de vier gemeentes in het noorden van Kosovo, ten gevolge van de terugtrekking van Servische lokale politici uit de gemeentebesturen. De verkiezingen werden door de Servische gemeenschap geboycot maar toch georganiseerd in geïmproviseerde units. De verkozenen bestaan haast uitsluitend uit etnische Albanezen, met vaak letterlijk een handvol stemmen achter hun naam.

Het recente geweld kwam er nadat de nieuwverkozen gemeenteraadsleden onder escorte van de Kosovaarse politie hun werkplekken in de gemeentehuizen innamen.

Slachtoffers, provocateurs en hooligans?

Ik probeerde hierboven om de uiterst complexe situatie zo bondig mogelijk weer te geven, en toch zijn er hiaten. Maar in de berichtgeving van de laatste dagen wordt het geheel herleid tot een verhaal van slachtoffers, provocateurs en hooligans en een potentieel nieuw Oekraïne.

Er zijn grofweg twee lezingen van wat gebeurt.

Enerzijds is er het Kosovaarse perspectief dat vooropstelt dat Kosovo het meest democratische en inclusieve land van de regio is en dat de legitiem verkozen lokale besturen hun werk moeten kunnen uitvoeren, waarbij alle burgers van het land, ongeacht etniciteit, gelijke rechten en plichten hebben. Dit perspectief schildert Servische protestanten af als gewelddadige en extremistische hooligans die vanuit Belgrado gestuurd worden, sympathiseren met de Russische oorlog in Oekraïne en banden hebben met de criminele onderwereld en Wagner.

Het is onmiskenbaar zo dat Belgrado de touwtjes in het noorden van Kosovo strak in handen houdt.

Het is onmiskenbaar zo dat Belgrado de touwtjes in het noorden van Kosovo strak in handen houdt. De Servische Lijst is een trouwe bondgenoot van de Servische president Aleksandar Vučić. Haar leden maken deel uit van zijn partij en ze maken er geen geheim van de instructies van Vučić in Kosovo uit te voeren. Ze hebben ook het autoritaire systeem van Vučić geperfectioneerd en de politieke en economische macht op alle niveaus van de Servische samenleving in Kosovo gemonopoliseerd.

De Servische walk-out is dus ongetwijfeld georkestreerd vanuit Belgrado. Het geweld tegen NAVO-militairen toont ook de lelijke kant van het Servisch nationalisme en de cultuur van geweld en antiwesters sentiment die het noorden van Kosovo teisteren.

Anderzijds is er het Servische narratief, waarbij Kurti wordt afgeschilderd als een provocateur die er alles aan doet om de Servische gemeenschap uit Kosovo weg te pesten. Het valt mij op dat deze interpetatie ook opgang vindt bij meer gematigde en zelfs kritische stemmen in de lokale Servische gemeenschap, die niet per se meegaan in de autoritaire politiek van Aleksandar Vučić en de SL.

De brede gedragenheid van deze kijk op de gebeurtenissen blijkt ook uit deze recente oproep van Servische middenveldorganisaties aan de internationale gemeenschap, waarin gewag gemaakt wordt van de intimidatie en demonisering van de Servische gemeenschap in Kosovo. Vooral de toegenomen aanwezigheid van speciale eenheden van de Kosovaarse politie in het noorden van Kosovo doet de gemoederen hoog oplaaien.

Deze twee interpretaties zijn er niet op gericht om een gemeenschappelijke dialoog op gang te brengen tussen Albanezen en Serviërs in Kosovo. Ze richten zich naar een internationaal publiek dat wordt geacht tussenbeide te komen. Zeker in het huidige instabiele geopolitieke klimaat heerst ook een zekere urgentie om snel te handelen, met de les van Oekraïne in het achterhoofd.

Kant-en-klare evaluaties

In een opmerkelijke zet hebben zowel de westerse mogendheden (traditionele bondgenoten van de Kosovaarse zaak), met de Verenigde Staten op kop, de verantwoordelijkheid voor de onrust van de voorbije weken bij de Kosovaarse regering gelegd. Ze hebben de druk opgedreven om nieuwe verkiezingen in de noordelijke gemeentes te houden. In Kosovo en een deel van de internationale opinie wordt deze eenzijdige veroordeling, waarbij het geweld tegen NAVO-militairen en de Servische obstructiepolitiek in Kosovo niet benoemd worden, streng veroordeeld.

De realiteit is dat de verschillende partijen provoceren en dat er aan beide kanten gerechtvaardigde gevoelens van angst en onrecht zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het probleem met dergelijke kant-en-klare evaluaties van de crisis in Kosovo is niet zozeer dat ze “verkeerd” zijn. Interpretaties van de crisis waarbij gezocht wordt naar slachtoffers en schuldigen zijn per definitie onvolmaakt.

De interpretatie dat Kurti met zijn onnodige en provocatieve acties de crisis veroorzaakt heeft, speelt in de kaart van Vučić en zijn trawanten. Die stellen zich maar wat graag op als beschermers van de Servische zaak in Kosovo. De Servische obstructiestrategie in Kosovo zal zo alsnog zegevieren. De lelijke kant van het Servische nationalisme, die in het noorden van Kosovo bijzonder nadrukkelijk aanwezig is, blijft onbenoemd maar biedt weinig perspectief op duurzame vrede.

Anderzijds kan je de Servische onvrede en angst in Kosovo ook niet wegzetten als georkestreerd extremisme en voorbijgaan aan de breed gedragen onvrede en frustraties bij de Servische gemeenschap in Kosovo. De realiteit is dat de verschillende partijen provoceren en dat er aan beide kanten gerechtvaardigde gevoelens van angst en onrecht zijn. Dat wil niet zeggen dat de hele kwestie kapotgerelativeerd moet worden omdat iedereen slachtoffer is, maar het kan wel helpen om niet mee te gaan in de huidige stemmingmakerij, die een integraal onderdeel uitmaakt van het etnisch-politieke opbod.

Pieter Troch doceert geschiedenis van Zuidoost-Europa aan de Universiteit Gent. In het kader van lopend onderzoek was hij de voorbije jaren regelmatig in Kosovo. Hij schreef in het verleden ook als blogger voor MO*.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2886   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift