Waarom beleidsmakers het internationale mensenrechtenkader moeten respecteren

‘Niet stemmingmakerij maar mensenrechten zijn beslissend in asielopvang’

Steve Evans (CC BY-NC 2.0)

Volgens De Stemming, de politieke peiling die de VRT en De Standaard in samenwerking met universiteiten organiseerden, wil de Vlaming vooral hoogopgeleide vrouwelijke, kwetsbare christelijke mensen op de vlucht opvangen. Tine Claus, directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen, uit haar bedenkingen. ‘Het recht op opvang voor elke asielzoeker is een van de fundamenten van het mensenrechtenkader.’

De Stemming, waarin twee vooraanstaande universiteiten een publieke bevraging deden in opdracht van VRT NWS en De Standaard, zet al enkele dagen de toon in het nieuws. Uit de vraag “Welke vluchtelingen zijn welkom?” blijkt dat “de Vlaming” vooral hoogopgeleide vrouwelijke, kwetsbare christelijke mensen op de vlucht wil opvangen. Er zou bovendien ook een pak meer bereidheid zijn om Oekraïense vluchtelingen op te vangen dan om vluchtelingen op te vangen uit Syrië of Afghanistan. Het antwoord op de vraag wie welkom is, hangt echter niet af van de publieke opinie. Dat is bepaald door een internationaal mensenrechtenkader dat België heeft aanvaard en dus moet respecteren.

Het antwoord op de vraag wie welkom is, hangt niet af van de publieke opinie.

Het recht op opvang voor elke asielzoeker is een van de fundamenten van het mensenrechtenkader. Iedereen die in België bescherming zoekt, heeft tijdens deze procedure een automatisch opvangrecht, los van de uiteindelijke beslissing in deze procedure. Dit recht kan niet zomaar uitgedeeld of weerhouden worden op basis van vage concepten zoals buikgevoel, nabijheid van de regio van origine of gepercipieerd draagvlak in de samenleving.

Politici die in hun programma iets anders beloven, kunnen dat alleen waarmaken als België uit internationale mensenrechtenverdragen zou stappen en het asielrecht zou opheffen. Wat doet deze onmogelijke vraag dan in een politieke peiling? Het is een voorbeeld van hoe er over asiel en migratie steeds vanuit een buikgevoel wordt gediscussieerd. De rechten van mensen die bescherming zoeken, komen daarbij systematisch op de tweede plaats.

Mensenrechten bieden iedereen vrijheid en veiligheid. Het universele karakter van die mensenrechten brengt ook verplichtingen met zich mee ten opzichte van nieuwkomers. Beleidsmakers zouden dit principe met hart en vuur moeten verdedigen. Gelukkig erkent de huidige regering het belang van deze mensenrechtenkaders in het regeerakkoord. Althans op papier. De omzetting van deze ambitie in de praktijk laat de afgelopen tijd op zich wachten.

Deze week nog hadden zo’n tweehonderd personen geen mogelijkheid om een asielaanvraag in te dienen.

Sinds september vorig jaar verkeert het opvangnetwerk voor asielzoekers in crisismodus. Het recht op opvang wordt als een gunst gezien, die de overheid naar eigen goeddunken uitdeelt. Om dit te rechtvaardigen worden er “kwetsbaarheidscriteria”, “prioriteiten” en “wachtlijsten” gehanteerd. De overeenkomsten met de gebruikte terminologie in de Stemming zijn treffend. Puur juridisch gezien raken deze termen kant noch wal. Zij dragen alleen maar bij aan een verdere ondergraving van dit recht op opvang. Dat recht op opvang is nochtans het absolute minimum dat gehaald moet worden.

Tijdens de vrieskou in december vorig jaar kregen honderden personen weken aan een stuk geen opvangplaats. Het profiel van deze mensen? Mannelijk, alleenstaand en als “niet-kwetsbaar” beschouwd. Vorige opvangcrisissen leren ons dat de alleenstaande mannelijke asielzoeker meestal de dupe is. Ook mensen die al elders in de Europese Unie een asielaanvraag indienden, worden onderaan de prioriteitenlijst geplaatst. Dit is niet wettig: Europese rechtbanken hebben de Belgische overheid al veroordeeld voor schending van de mensenrechten. Maar daadkrachtige oplossingen blijven uit. Deze week nog hadden zo’n tweehonderd personen geen mogelijkheid om een asielaanvraag in te dienen. Zij kregen dus ook geen opvangplaats.

De opvangcrisis sleept al maanden aan. Het zou volgens de staatssecretaris voor Asiel en Migratie zo goed als onmogelijk zijn om tijdig voldoende plaatsen bij te creëren. De reactie op de komst van personen uit Oekraïne toont ons dat het ook anders kan. In een mum van tijd werden er in Vlaanderen alleen al 13.500 structurele opvangplaatsen gecreëerd — de plaatsen van de #plekvrij campagne nog buiten beschouwing gelaten — waarvan er eind april nog 9.200 beschikbaar waren (DS 29 april).

Toch staan sinds vorige week maandag alweer dagelijks zo’n 40 asielzoekers voor een gesloten poort aan het centrale aanmeldcentrum Klein Kasteeltje in Brussel wegens plaats tekort. Asielzoekers in België staan in hun zoektocht naar bescherming wederom letterlijk en figuurlijk op straat.

Van beleidsmakers — op alle niveaus — verwacht men een beleid dat niet discrimineert op basis van nationaliteit en gender.

Van beleidsmakers — op alle niveaus — verwacht men een beleid dat niet discrimineert op basis van nationaliteit en gender. Toch kunnen wij niet anders dan vaststellen dat er een aanzienlijk verschil in behandeling is. Wij vragen dan ook dat er onmiddellijk gekeken wordt om de beschikbare plaatsen voor Oekraïners ook open te stellen voor asielzoekers uit andere regio’s. De plekken zijn er immers. Niet stemmingmakerij maar internationale mensenrechtenverdragen verplichten dit land om asielopvang mogelijk te maken.

Het laatste wat de overheid uiteindelijk wil, is de mensenrechten schenden, toch?

Tine Claus is directeur Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift