Noodhulp Haïti en Indonesië jaren later onder de loep

Resultaten onder de verwachtingen?

De wereld herdenkt vandaag de aardbeving die exact vijf jaar geleden plaatsvond in het hart van Haïti. 150.000 mensen lieten het leven. Eind vorig jaar herdachten we een andere ramp. Op 26 december 2004, doodde een tsunami 230.000 mensen, verspreid over 13 landen, waarvan 70% in de Indonesische provincie Aceh. Erik Todts, crisiscoördinator Tsunami 12-12 en Haïti Lavi 12-12 vraagt zich af wat de resultaten geweest zijn van onze hulp ter plaatse.

  • UNDP (CC BY-NC-ND 2.0) In Haïti is er in vijf jaar letterlijk en figuurlijk een berg werk verzet: de 10 miljoen m³ puin is geruimd, iets wat niemand 3 jaar terug zou geloofd hebben. Nog 140.000 mensen "overleven" in kampen, maar de rest van het anderhalf miljoen daklozen is gehuisvest. UNDP (CC BY-NC-ND 2.0)

Pakkende reportages brachten in beide gevallen wereldwijd een brede golf van solidariteit op gang. De gemeenschappelijke actie Tsunami 12-12 mobiliseerde meer dan € 55 miljoen vanwege de Belgische bevolking voor de slachtoffers en Haïti Lavi 12-12 haalde bijna € 25 miljoen op.

Voor ons land waren dat ongezien hoge en eervolle resultaten, naast de miljarden die internationaal werden ingezameld of door instellingen en regeringen werden beloofd.

In beide gevallen groeiden snel hoge verwachtingen. Iedereen dacht dat, na de noodhulpfase, met zoveel beschikbare en beloofde middelen, ook de wederopbouw verregaand gefinancierd kon worden. Sommigen onder ons dachten zelfs dat er voldoende geld was om een tiental jaar te kunnen doorwerken aan structurele ontwikkeling!

UNDP (CC BY-NC-ND.0)

Voor duurzame ontwikkeling en het structureel terugdringen van de armoede, moeten we hopen op een socioculturele en politieke aardverschuiving in Haïti, op een société civile die de krachten bundelt en op hernieuwde internationale solidariteit om de Haïtianen te ondersteunen bij deze immense uitdaging.

En vandaag?

In Azië blijkt, tien jaar na de verwoestende tsunami, dat de meeste mensen in de getroffen zones tevreden zijn over hun huidige levensomstandigheden.

In Haïti is er in vijf jaar letterlijk en figuurlijk een berg werk verzet: de 10 miljoen m³ puin is geruimd, iets wat niemand 3 jaar terug zou geloofd hebben. Nog 140.000 mensen “overleven” in kampen, maar de rest van het anderhalf miljoen daklozen is gehuisvest.

Het inkomensniveau is nauwelijks hoger, maar het schoolbezoek en de gezondheidsindex zijn gestegen, mede dankzij de hulpprogramma’s na de aardbeving en de strijd tegen de cholera. Alle humanitaire organisaties die deel uitmaken van Consortium 12-12 zijn nog steeds actief in Haïti. Alle fondsen die in 2010 werden ingezameld, zijn intussen volledig besteed, met uitzondering van een aflopend programma van huizenbouw.

De ergste nood is wel degelijk gelenigd, maar de (hoge) verwachtingen zijn niet ingelost. Verrassend is dit niet. Kwaliteit en resultaat van de hulpverlening worden immers beïnvloed door de omstandigheden waarin ze verleend wordt, zoals: de omvang van de ramp; de overrompeling door duizend hulporganismen, waarvan velen zonder ervaring; het ontbreken van een geloofwaardige staat en van een beleid en cultuur van algemeen belang.

Voor duurzame ontwikkeling en het structureel terugdringen van de armoede, moeten we hopen op een socioculturele en politieke aardverschuiving in Haïti, op een société civile die de krachten bundelt en op hernieuwde internationale solidariteit om de Haïtianen te ondersteunen bij deze immense uitdaging.

Ondanks de beste bedoelingen, heeft de hulpverlening na de tsunami te weinig invloed gehad op de vermindering van de bestaande armoede en ongelijkheid in de getroffen regio’s.

In Azië blijkt, tien jaar na de verwoestende tsunami, dat de meeste mensen in de getroffen zones tevreden zijn over hun huidige levensomstandigheden. De grootste tevredenheid is te wijten aan het groot aantal woningen dat gebouwd of hersteld werd. Een huis krijgen betekende niet enkel een dak boven het hoofd, maar ook energie en middelen die vrijkwamen voor andere dingen, zoals levensonderhoud en inkomen, onderwijs voor hun kinderen, gezondheidszorg…

De hulpverlening is niet alleen verantwoordelijk voor de positieve resultaten op lange termijn van al wat na de ramp van 2004 op gang gekomen is. Het globale impact hangt uiteindelijk af van interacties tussen vele factoren, mensen en instellingen. Zo is het bilan uiteraard verschillend in het Oosten van Sri Lanka, waar de burgeroorlog amper voorbij is, van de provincie Aceh, waar een vredesakkoord tot stand kwam, zes maanden na de tsunami.  Bijna drie kwart van de mensen leefde van visvangst en kon die activiteit hernemen, spijtig genoeg dreigt dat resultaat verloren te gaan vanwege de snel opkomende industriële visserij in de kustwateren.

Ondanks de beste bedoelingen, heeft de hulpverlening na de tsunami te weinig invloed gehad op de vermindering van de bestaande armoede en ongelijkheid in de getroffen regio’s.  Initiatieven om mensen nieuwe beroepen en economische activiteiten te leren, hebben het soms niet langer dan een paar jaren overleefd, omdat lokale tradities het haalden. Hulporganisaties hadden meer tijd moeten nemen om te luisteren naar de verwachtingen van de overlevenden en om samen met hen ontwikkelingsprocessen te bedenken en te ondersteunen. De fondsen zijn echter opgebruikt, veel sneller dan wij tien jaar geleden durfden dromen. De druk vanuit de publieke opinie (en media) in de donorlanden, om snel de fondsen te besteden, heeft er mede toe geleid dat soms overhaast werd tewerk gegaan.

Department of Foreign Affairs and Trade Australia (CC BY 2.0)

In Azië blijkt, tien jaar na de verwoestende tsunami, dat de meeste mensen in de getroffen zones tevreden zijn over hun huidige levensomstandigheden.

Alleen betekenen wij weinig

Tijdens het voorbije decennium telde onze planeet elk jaar gemiddeld meer dan 300 natuurrampen. Ruim 200 miljoen mensen delen jaarlijks in de klappen en 100.000 verliezen er het leven bij. Het ene jaar is het andere niet, maar de globale trend is niet dalend. Bovendien bedreigen tientallen gewelddadige conflicten miljoenen mensen en jagen ze op de vlucht. In deze gevallen is de uitdaging voor humanitaire organisaties vaak nog groter, omdat zulke crisissen meer kosten maar het moeten doen met minder middelen.

Humanitaire hulpverlening is een nobele maar veeleisende discipline met hoge kwaliteitsnormen en capaciteitsvereisten. Tegelijk zou enige bescheidenheid ons sieren: alleen betekenen wij niets. In de crisiszones is onze rol belangrijk maar relatief, omdat onze actie zich ontwikkelt in een kader van tijd en ruimte dat wij zelf niet beheersen. Hier bij ons, kunnen we niet zonder steun en vertrouwen van media, artiesten, opinieleiders en bevolking. Die we langs deze weg nogmaals hartelijk danken.

Erik Todts is crisiscoördinator Tsunami 12-12 en Haïti Lavi 12-12.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift