Olie, schulden en de helden van de Wetstraat

Steven Vromman

03 mei 2010
Opinie

Olie, schulden en de helden van de Wetstraat

Olie, schulden en de helden van de Wetstraat
Olie, schulden en de helden van de Wetstraat

De week van de amateurkunsten is net afgesloten met een feest in Gent, maar de voorbije week toonde de Wetstraat hoe zielig amateurtoneel wel kan zijn. Politici die zichzelf alle lof toezwaaien na drie jaar immobilisme en het blijkbaar nog menen ook. Volgens mij is dit politiek circus een complot. Men wil dat alle columnisten alleen nog over politiek schrijven. Zodat we het niet zouden hebben over de echt belangrijke dingen. Een olielek voor Golf van Mexico of een financieel lek in de Griekse schatkist, bijvoorbeeld.

Het is nog niet duidelijk in welke richting de olieramp van ‘Deepwater’ zal evolueren maar de tekenen zijn ongunstig. Wat begon als een spijtig accident met 11 doden – we moeten toch ergens een prijs betalen voor onze oliehonger – bleek dat er toch wat milieugevolgen zijn. 
De eerste berichten hadden het over 160 000 liter vrijgekomen olie per dag. Een paar dagen later bleek het te gaan over een slordige 800 000 liter per dag. En nu blijkt dat ook dit cijfer  een kleine onderschatting is;  de meest recente  rapporten van oceanografen spreken over 4 miljoen liter. Dagelijks. De drie gaten waaruit de olie in de Oceaan loopt worden steeds groter en de schatting is dat er 1 tot 3 maanden nodig zullen zijn om het lek te dichten.
Ik durf er mijn rekenmachine  niet bij te nemen.  De waarschuwingen van milieubewegingen over risico’s van olieboringen op zee zijn steeds weggelachen als doemscenario’s. Wat nu gebeurt zou wel eens een pak erger kunnen worden dan de nachtmerries van de doemdenkers. Ter info: in de vergunningsaanvraag van BP voor Deepwater werd een dergelijke ramp als onmogelijk beschreven.
Het Griekse lek dan. Ook hier een vergelijkbaar communicatiescenario. In eerste instantie zou Griekenland er bovenop komen met zo’n 30 miljard euro, de getallen die nu genoemd worden gaan over 160 miljard. Minstens. Ook Portugal en Spanje glijden in de richting van grote financiële tekorten. Alle hens worden aan dek geroepen.
Dat de zaak ernstig is blijkt ook uit de telefoon van president Obama naar collega Merkel . Zelfs al staat hij tot aan zijn enkels in de olie, dan nog neemt de man tijd om zich met een –op het eerste gezicht– Europese kwestie te bemoeien. Blijkbaar zijn de risico’s op een nieuwe financiële crash ernstig. Al willen veel bankiers en politici ons doen geloven dat een dergelijke financiële ramp net zo onmogelijk is als het Deepwater debacle.
Wat hebben beide lekken met elkaar te maken? De olieboringen volgen uit de logica dat we steeds meer olie nodig hebben en er dus een flink pak geld mee te verdienen valt. Als de makkelijk te winnen olie schaars wordt,  dan gaan we boren op zee. Geen zee te diep, geen berg te hoog, geen milieuvergunning te moeilijk.
De financiële crisis is een gevolg van het ingewikkeld verpakken van financiële producten, gebaseerd op verwachte maar nog niet gerealiseerde winsten. Dit veronderstelt dat er steeds groei zal zijn, dat de hulpbronnen onbeperkt zijn en de honger van de consument nooit stilvalt. Ik wacht nog steeds op de eerste econoom die deze beweringen echt kan bewijzen.
Het leger en gedetineerden worden ingeschakeld om de oliesmurrie op te ruimen. Internationale instellingen en nationale banken moeten koste wat kost het Griekse Ebola -virus onder controle krijgen. Wie heeft tijd om een paar vragen te stellen? Of dit model van groei en consumptie nog houdbaar is? Welke planeet willen we doorgeven aan de naar schatting 9 miljard mensen die er in 2050 zullen zijn?  Hoeveel onmogelijke rampen zijn er nodig eer we bereid zijn ons model in vraag te stellen? Voor we erkennen dat er misschien toch grenzen zijn?
Het is in elk geval een hele geruststelling te weten dat onze politici zich steeds onverwijld inzetten voor de echte problemen van de mensen.