Ons onderwijssysteem reproduceert ongelijkheid

Ikrame Kastit & Pascal Debruyne

17 januari 2017
Opinie

Ons onderwijssysteem reproduceert ongelijkheid

Ons onderwijssysteem reproduceert ongelijkheid
Ons onderwijssysteem reproduceert ongelijkheid

Voor Ikrame Kastit en Pascal Debruyne (Uit De Marge & CMGJ) is de recente onderwijshervorming vooral voor kinderen en jongeren die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven een gemiste kans. Er is dringend nood aan een échte onderwijshervorming waar elk kind centraal staat, en niet alleen dat kind of die jongere die in de kopgroep zit.

Het onderwijs grijpt zeer diep in op het leven van onze kinderen en jongeren. Er zijn weinig andere maatschappelijke instituties te bedenken met zoveel impact. Voor veel van onze kinderen en jongeren zijn positieve ervaringen in de schooltijd, handvaten voor de toekomst. Maar dat is heus niet altijd positief, allerminst. Veel van hen riskeren kwetsingen, omdat ze behoren tot een etnisch-culturele minderheid of opgroeien in armoede. En kwetsingen in het onderwijs hebben de neiging om zich in de verdere levensloop te reproduceren in contact met andere instanties.

Onderwijs is naast het jeugdwerk een van de belangrijkste plekken waar kinderen en jongeren gevormd worden en zichzelf kunnen ontplooien. Daarom is het niet alleen belangrijk dat ze gelijke kansen krijgen, maar ook dat sociale ongelijkheid in het onderwijs weggewerkt wordt. Op dit moment zien we bij Uit De Marge het tegendeel: ongelijkheid word net gereproduceerd en het raakt onze jongeren in hun recht op onderwijs. Daarom dat er zo dringend nood is aan een echte onderwijshervorming waar elk kind centraal staat, en niet alleen dat kind of die jongere die in de kopgroep zit.

Volgens ons is het een gemiste kans dat Minister Crevits en de Vlaamse regering hier niet in geslaagd zijn. Want hoe verantwoord je een hervorming die schijnbaar gebaseerd is op het Mattheuseffect: ‘Wie heeft, zal meer nog meer krijgen, en wel in overvloed. Maar wie niet heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen.’ Want stilstaan is voor onze kinderen en jongeren achteruitgaan.

Dat elke kritiek wordt afgedaan als “egalitaire onzin”, is een blaam voor diegene die de alledaagse ongelijkheid van onze kinderen en jongeren zo negeert. Alsof ongelijkheid een natuurwet is? Alsof onze kinderen en jongeren, die ongelijkheid dagelijks aan de lijve ondervinden, het verdienen om voorwerp te zijn van een ideologisch politiek spel om het grote gelijk. Alsof er ook maar één kind of één jongere verdient om geïnstrumentaliseerd te worden in een onderwijsdebat dat hen geen stap verder helpt na 15 jaar “hervormen”. Hieronder beschrijven we verschillende maatregelen die doorgevoerd moeten worden om meer gelijke kansen en gelijkheid tijdens het onderwijstraject te realiseren.

Dromen zijn voor kwetsbare jongeren bedrog (?)

Elk kind en elke jongere moet zijn of haar droom kunnen waarmaken. En daarin is kwalitatief, degelijk en vooral rechtvaardig onderwijs cruciaal. De school van de toekomst is een school die ruimte biedt voor alle kinderen en jongeren, en die gelijkheid hoog in het vaandel draagt.

Meer dan gelijke kansen, is het streven naar gelijkheid een garantie dat sociale en etnische afkomst niet het schooltraject en de uitkomst bepalen op een negatieve manier. Maar meestal loopt dat al fout vanaf het begin. De school- en studiekeuze gebeurt voor te weinig jongeren op een positieve manier, laat staan dat die keuze gebaseerd is op voldoende informatie. We zien nog altijd hoe “indicatoren” als migratieachtergrond en sociale afkomst daarbij erg hard doorwegen. Wij zijn het land met de grootste kloof tussen de sterkste en de zwakste presteerders op school, en die prestatiekloof blijkt verband te houden met sociale en etnische afkomst.

Kinderen van laaggeschoolde moeders hebben tienmaal meer kans om in het vierde jaar BSO te zitten als kinderen van hooggeschoolden.

Schoolse vertraging en studiekeuze zijn sociaal bepaald. Jongeren uit lagere sociale milieus lopen meer vertraging op en komen terecht in het Beroeps Secundair Onderwijs (BSO) of Technisch Secundair Onderwijs (TSO) terecht, in het deeltijds beroepsonderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs. Kinderen van laaggeschoolde moeders hebben tienmaal meer kans om in het vierde jaar BSO te zitten als kinderen van hooggeschoolden.

In het secundair onderwijs blijkt de nationaliteit een effect te hebben op de studieoriëntering en op de schoolse vertraging, ook wanneer andere indicatoren van sociale ongelijkheid mee worden verrekend. Jongeren met Maghrebijnse nationaliteit lopen vaker vertraging op en komen vaker in het BSO terecht: meer dan de helft van de Maghrebijnse jongeren komt al in het eerste jaar in de B-stroom terecht en meer dan 70% belandt in het vierde jaar BSO.

Aan het eind van het middelbaar onderwijs heeft een leerling 95% kans om in het ASO te zitten als de moeder een universitair diploma heeft, en 80% kans om in het BSO te zitten als de moeder alleen maar lager onderwijs heeft genoten. Een kind van een ongeschoolde arbeider heeft 19 keer meer kans op BSO dan een kind van een kaderlid.

In de loop van de tweede en derde graad van het middelbaar onderwijs neemt de sociale ongelijkheid in termen van het zittenblijven geleidelijk af, en neemt die in termen van de (her)oriëntering geleidelijk toe. We constateren dat een schoolse mislukking bij kinderen uit de lagere milieus snel beslecht wordt met een oriëntering naar het TSO of BSO, terwijl meer begoede milieus en leerkrachten eerder kiezen voor zittenblijven dan voor heroriëntering (Bron: Ides Nicaise, ea.., school van de ongelijkheid).

‘Wij worden allemaal naar BSO gestuurd, niemand vroeg aan mij wat ik echt wou of wat mijn dromen zijn’

Hierdoor krijg je een vorm van segregatie. Jongeren voelen dat vanuit hun leefwereld ook zo aan, ‘ASO is een Belgen-richting’, ‘ASO is niets voor ons, wij zijn niet zo slim’, ‘Wij worden allemaal naar BSO gestuurd, niemand vroeg aan mij wat ik echt wou of wat mijn dromen zijn’, zijn enkele uitspraken van onze jongeren Schoolcarrière wordt als een persoonlijk slagen of falen gezien waardoor groepen jongeren die doorverwezen worden naar TSO of BSO richtingen of de school verlaten zonder diploma, dit ervaren als een persoonlijke mislukking.

Dat er in realiteit een structureel verhaal meespeelt, met diverse vormen van discriminatie die aanwezig voor kinderen en jongeren die in armoede leven en kinderen en jongeren met een migratieachtergrond, wordt te weinig politiek erkend. Alle kinderen en jongeren zouden moeten kunnen dromen over hun toekomst en op zoek moeten kunnen gaan naar een schooltraject op maat.

Watervalsysteem

Zoals aangegeven, speelt “tijdens” het onderwijstraject de sociale en etnische achtergrond mee. Want niet “alle” jongeren komen terecht in een neerwaartse spiraal. Het zijn vaak kwetsbare jongeren die afglijden via het watervalsysteem. Daardoor wordt dit systeem negatief ervaren, als een structurele dynamiek die toekomstperspectieven doet verbleken.

Het watervalsysteem beukt ook in op de positieve eigenwaarde, waardoor de neerwaartse spiraal nog versterkt wordt. Net daarom vinden jongeren het dan ook een goed idee om de studiekeuze uit te stellen.

Het idee van een brede eerste graad is voor onze jongeren het minimum om meer gelijkheid te garanderen. Want net door het weigeren van studiekeuzes uit te stellen, komen veel van onze kwetsbare jongeren terecht in het beroepsonderwijs of buitengewoon onderwijs; niet als bewuste keuzes maar als het eindpunt van “niet-geslaagde” schooltrajecten. Jongeren zijn dan ook erg kritisch voor het systeem van buitengewoon onderwijs als doorverwijsrichting. Voor veel jongeren bevestigt die voor hen gemaakte keuzes, hun gevoel dat ze uitgesloten worden.

Zittenblijven is voor velen zinloos wanneer ze in hun bisjaar met identiek dezelfde aanpak te maken krijgen en nog eens dezelfde leerstof krijgen.

En naast het watervalsysteem, dat de zelfwaarde keldert, is ook zittenblijven een kwetsende kwestie voor veel van onze jongeren en kinderen. Uit De Marge bevroeg samen met Unicef kinderen en jongeren die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven. Zij gaven aan dat zittenblijven voor velen het zinloos is wanneer ze in hun bisjaar met identiek dezelfde aanpak te maken krijgen en nog eens dezelfde leerstof krijgen. Ze vragen een andere aanpak. De meeste jongeren reiken individuele steun aan als oplossing om zittenblijven te voorkomen.

Die ongelijkheid speelt ook op het einde van het onderwijstraject. Opleiding(sniveau) bepaalt in onze maatschappij steeds meer de positie die iemand kan innemen op de sociale ladder. Laaggeschoolden dreigen in onze kennismaatschappij meer en meer uit de boot te vallen. Een lage opleiding leidt tot een merkelijk hoger armoederisico: 27,8 % versus 6,6 % voor hooggeschoolden volgens de EU-SILC 2015 enquête. Het armoederisico onder de laaggeschoolden op actieve leeftijd is sterk toegenomen: van 18,7 % (EU-SILC 2005) tot 27,8 % (EU-SILC 2015).

Kortom, het falen van de onderwijshervorming op het uitstellen van de studiekeuze, heeft een enorme impact. Gedwongen studiekeuzes maken op vroege leeftijd (13jaar), zorgen ervoor dat de sociale afkomst sterk doorweegt.

Had men een brede eerste graad ingevoerd, dan was de impact van sociale afkomst van minder belang.

Had men een brede eerste graad ingevoerd, dan was de impact van sociale afkomst van minder belang. Want die impact verkleint als de studiekeuze op latere leeftijd gemaakt wordt, waardoor het watervalsysteem minder effect heeft, het welbevinden van de leerling stijgt en de aantal schoolverlaters daalt.

Als het watervalsysteem niet aangepakt wordt, dan dreigen kinderen en jongeren die nu in armoede leven of een migratieachtergrond hebben op latere leeftijd moeilijk aan de slag te geraken op de arbeidsmarkt. Graag wat meer egalitaire ideologie alsjeblieft als dat kan bijdragen aan het counteren van deze grimmige realiteit van ongelijkheid.

Een andere kijk op technische vakken

Maar voor onze jongeren, speelt ook mee dat hun competenties niet gewaardeerd worden. TSO en BSO worden gezien als “lagere” schoolkeuzes. TSO en BSO wordt in de samenleving ondergewaardeerd, wat gedeeltelijk komt door het watervalsysteem dat een gevoel van hiërarchie creëert. Via B-attesten vanuit ASO wordt je naar een TSO of BSO doorverwezen, maar nooit in omgekeerde richting.

We merken dat net de richtingen TSO en BSO veel duurder zijn dan de richtingen waar er gemiddeld meer middenklassen-jongeren terecht komen (ASO).

Tegelijkertijd heb je ook een onderwaardering van technische vakken, wat een eerder culturele kwestie lijkt. Daarom is het belangrijk dat technische vakken gemeenschappelijk voor alle jongeren voorzien worden.

Technische basisgeletterdheid van alle jongeren voorzien, zorgt voor een algemene winst. Er zijn daarnaast extra middelen nodig voor de technische vakken, zodanig dat de hoge kosten niet doorgeschoven worden naar ouders. We merken dat net de richtingen TSO en BSO, waar jongeren die in armoede leven studeren, veel duurder zijn dan de richtingen waar er gemiddeld meer middenklassen-jongeren terecht komen (ASO).

Buso Onderwijs

Tijdens het jongerencongres van Uit De Marge vorig jaar gaven jongeren in BuSo onderwijs aan, dat ze het gevoel hebben dat er weinig naar hen wordt geluisterd. Er wordt alleen maar negatief gekeken naar jongeren die BuSO onderwijs volgen. Niemand toont interesse voor hen en voor hun schooltraject.

De jongeren worden meestal onvrijwillig in het BuSO geduwd en hebben vaak geen positieve vooruitzichten bij het afstuderen.

Tijdens de workshop “Bijzonder toekomstperspectief” brachten enkele jongeren hun verhalen naar voren hun ervaringen in het BuSO onderwijs. De jongeren worden er meestal onvrijwillig in geduwd en hebben vaak geen positieve vooruitzichten bij het afstuderen. De jongeren hebben het gevoel dat ze weinig inspraak hebben in de keuze van hun school.

De school moet er zijn voor alle leerlingen. Om dit te doen is het noodzakelijk om zoveel mogelijk te differentiëren in het aanbod. Voor jongeren met ‘gedragsmoeilijkheden’ die op dit moment naar het BuSo onderwijs worden doorverwezen lijkt het M-decreet weinig verschil te maken. De scholen zien zelf niet hoe redelijke aanpassingen kunnen gebeuren voor deze groep. Scholen krijgen daarvoor amper ondersteuning en ook in de lerarenopleiding is er geen plaats voor psychologische en paramedische omkadering in de klas. Werkpunten genoeg om mee aan de slag te gaan.

Versterk de leerkracht, versterk de leerlingen

Voor Uit De Marge VZW zijn er ook zaken die zelfs niet aan bod komen in deze onderwijshervorming: de rol van de leerkracht die moet versterkt worden, en de stem van kwetsbare leerlingen die wordt ernstig genomen zodat hun noden en behoeftes voorop staan.

Leerkrachten moeten signalen van armoede leren herkennen en weten hoe daarmee om te gaan.

Als Uit De Marge VZW benadrukken we de rol van de leerkracht. De leerkracht vormt de brug naar een positief leertraject, tenminste als dat leerkrachten zijn die vertrouwensfiguren zijn voor jongeren. En dat heeft voor de meeste kwetsbare te maken met de manier waarop leerkrachten kunnen intreden en zich inleven in de leefwereld van leerlingen. Daarom is het ook belangrijk dat leerkrachten goed opgeleid en omkaderd worden. Ze moeten signalen van armoede kunnen herkennen en weten hoe daarmee om te gaan. Leerkrachten moeten ook weten hoe ze met een diverse klas moeten omgaan, waar kinderen en jongeren van verschillende afkomst en verschillende sociale klassen en leerproblemen aanwezig zijn. Dit brengt heel wat uitdagingen met zich mee.

Maar dit is tegelijkertijd ook zo cruciaal, want net die vertrouwdheid met de leefwereld van deze kinderen en jongeren, geeft mee vorm aan het zelfbeeld van onze kinderen en jongeren. Daardoor leren ze zelf met diversiteit omgaan. Dit kan alleen maar onder begeleiding van leerkrachten die de sterktes in elk kind en elke jongere erkent, zodanig dat er geen talent verloren gaat. Dit is alleen maar mogelijk als leerkrachten goed omkaderd worden en ze niet alleen voor de klas staan, zodanig dat er veel meer individueel en op maat kan les gegeven worden.

Ook kwetsbare kinderen en jongeren zijn actieve participanten, geven vorm aan hun levens en-onderwijstraject, en ze zijn er mede-eigenaar van.

We eindigen met de stem van onze kinderen en jongeren. In heel het proces rond de onderwijshervorming zijn kinderen en jongeren die in maatschappelijk kwetsbare situaties leven amper betrokken geweest. Terwijl zij net het grootste slachtoffer zijn van ons huidige onderwijssysteem, waarvan de sociaal problematische delen blijven bestaan na de onderwijshervorming. Is het dan vreemd dat “dit” de uitkomst is van deze hervorming? Een krachtige onderwijshervorming, die ongelijkheid echt aanpakt, en elk kind en elke jongere de kans geeft om zijn talent te ontplooien, kan alleen gerealiseerd worden door samen met hen ons onderwijssysteem te evalueren. Ook kwetsbare kinderen en jongeren zijn actieve participanten, en geven vorm aan hun levens en-onderwijstraject, en ze zijn er mede-eigenaar van.

Meer zelfs, misschien kunnen zij beter stem geven aan hun zorgen en noden, dan deze generatie politici in de Vlaamse regering die daarvoor potdoof blijkt. Het momentum was er om die politieke verantwoordelijkheid te nemen. In de plaats daarvan wentelt het beleid de keuze en dus verantwoordelijkheid af op de individuele scholen. Meer dan andere groepen worden kwetsbare kinderen en jongeren daar het slachtoffer van.

Voor Uit De Marge vzw & CMGJ vzw is de onderwijshervorming een gemiste kans. In een superdivers tijdperk waar ongelijkheid aanpakken en diversiteit integraal verweven door het beleid meer dan ooit de kernuitdaging vormen, hebben Minister Crevits en de Vlaamse regering ervoor gekozen met de rug de toekomst tegemoet te treden.

Ikrame Kastit (co-coördinator van Uit De Marge VZW, Netwerk voor jeugdwerk en jeugdbeleid met kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties & CMGJ vzw, Het centrum voor maatschappelijke gelijkheid en jeugdwelzijn) en Pascal Debruyne (Voorzitter van Uit De Marge vzw & CMGJ vzw).