Waarom de Europese Unie haar handelsbeleid grondig moet herdenken

‘Een interregionaal handelsakkoord met duurzame toekomstvisie, dat zou pas historisch zijn’

Alex Proimos (CC BY-NC 2.0)

Een Argentijnse veeboer. ‘Het EU-Mercosur-akkoord voorziet onder andere in een drastische toename van de import van Zuid-Amerikaans rundsvlees.’

Vrijhandelsakkoorden zoals die van CETA, TTIP en Mercosur zijn niet meer van deze tijd, stelt doctoraatsonderzoeker Siemen Van den Broecke. Dit type handelsbeleid legt geen basis voor duurzame ecologische en sociale standaarden, maar ‘is een misplaatste nostalgie naar een multilaterale markt die bijdroeg aan de hedendaagse crisissen waarin we verzeild raakten.’

Op 15 november sloot de Europese Commissie haar publieke consultatie af voor de broodnodige herziening van het Europees handelsbeleid. Voor de Europese Unie werd het de afgelopen jaren steeds moeilijker om alle lidstaten te overtuigen van de voordelen van de handelsakkoorden die ze probeerde af te sluiten. Denk maar aan de hetze rond CETA, een handelsakkoord tussen Europa en Canada en het stranden van TTIP, het handelsakkoord tussen de VS en Europa. Het akkoord met Mercosur, of de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, is het laatste dat voorlopig vastloopt omdat de ratificatie door de lidstaten uitblijft. Dat hoeft niet te verwonderen, want het akkoord staat symbool voor een soort van handelspolitiek die niet meer in de huidige tijdsgeest past.

Al in 1999 knoopte de EU gesprekken aan met Mercosur voor het sluiten van een vrijhandelsakkoord. Toen al liepen die gesprekken bijzonder moeilijk. Pas in 2016 werd vooruitgang geboekt, waarna in 2019 het akkoord tot stand kwam dat nu voorligt ter ratificatie in het Europees Parlement en de nationale parlementen van de lidstaten van de EU en Mercosur. Daar lijkt het voorlopig te stranden om goede sociale en ecologische redenen. Het akkoord, dat ooit veel historisch potentieel had, gaat zo ten onder aan een naïeve tijdsgeest die niet meer terugkomt.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Regionalisatie van handel

Mercosur is een douane-unie met als lidstaten Argentinië, Brazilië, Paraguay, Uruguay en het (voorlopig geschorste) Venezuela. Begin jaren negentig besloten deze landen samen een regionale organisatie op te richten die, althans wat handel betreft, enigszins vergelijkbaar is met de Europese Unie. Ze waren daarin niet alleen. Sinds de jaren negentig kunnen we spreken van een globale trend, waarin multilaterale handel steeds meer plaats moet maken voor regionalisatie.

Sinds de jaren negentig moet multilaterale handel steeds meer plaats maken voor regionalisatie.

Zo zien we ook organisaties als de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties en de Euraziatische Economische Unie aan belang winnen. De wereld wordt steeds meer onderverdeeld in regionale blokken, waarmee landen zich trachten te wapenen tegen de explosieve globalisering. Die overspoelde de wereld na de desintegratie van de Sovjetunie. Sommige regio’s, zoals de EU, proberen samen te werken om zoveel mogelijk de vruchten te plukken van die globalisatie. Anderen, die een minder competitieve economie hebben, willen zich net afschermen. Mercosur bevond zich aanvankelijk in dat laatste kamp.

Misplaatste nostalgie

Zoals de continenten van de wereld ooit letterlijk uiteen dreven, drijft de multilaterale handel vandaag uiteen in verschillende regio’s. Als het akkoord tussen de EU en Mercosur geratificeerd zou worden, is dat historisch. Het zou de eerste keer zijn dat de EU twee van die uiteen gedreven regio’s aan elkaar haakt. Als al die regio’s weer aan elkaar haken, zijn we terug bij die multilaterale markt waar sommigen met misplaatste nostalgie op terugkijken.

Maar zoals het EU-Mercosurakkoord er nu voorligt kan het ook op een andere manier historisch zijn: als mislukking. Het valt terug op een wereldbeeld waarbij de oplossing voor problemen van vandaag automatisch zullen voortvloeien uit een toename aan handel. De ecologische en sociale bepalingen die erin omvat zijn, zijn louter strategisch.

De minimale bepalingen inzake milieu- en sociale standaarden in het akkoord dienen enkel om de concurrentiepositie van de Zuid-Amerikaanse landen enigszins te verzwakken ten opzichte van de EU. In de mate dat het akkoord een instrument kan zijn dat bijdraagt aan de oplossing van de klimaatcrisis en de sociale onrechtvaardigheid schieten deze standaarden te kort.

Zo voorziet het akkoord onder andere in een drastische toename van de import van Zuid-Amerikaans rundsvlees. Dat staat haaks op de wetenschappelijke inzichten van vandaag die wijzen op het grote aandeel van de wereldwijde veestapel op ons klimaat. Daarnaast blijkt uit verschillende studies dat de veesector in die regio één van de grootste oorzaken van ontbossing is van het Amazonewoud, ‘s werelds groene long. Bovendien zorgt het niet alleen voor een desastreuze klimaatimpact, het schendt ook de rechten van de inheemse bevolking voor wie het woud de enige veilige haven is.

Daarom past het akkoord zoals het voorligt niet binnen de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (of SDG’s) die de EU voor zichzelf opstelde, waarin het stoppen van ontbossing een cruciaal onderdeel is. Tenslotte heeft het akkoord ook verregaande gevolgen voor lokale Europese landbouwers, die zouden moeten concurreren met producten die geproduceerd zijn zonder de milieu- en sociale kosten die zij hier moeten dragen.

Niet meer van deze tijd

Dit is het type handelspolitiek dat bijdroeg aan verschillende van de hedendaagse crisissen, van klimaat tot migratie.

Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Mercosur bulkt daarom van het soort handelspolitiek dat de EU lang voerde en bijdroeg aan verschillende van de hedendaagse crisissen, van klimaat tot migratie. Door te vertrekken vanuit een positie die kortetermijnwinsten nastreeft voor Europese ondernemingen, walst de EU als rijke consumentenmarkt gemakkelijk over minder rijke landen heen. Zo slaagt de EU erin om erg ongebalanceerde akkoorden af te sluiten waarbij de winsten van de toename van handel in disproportionele mate de EU toekomen.

Maar dit soort akkoorden is bijzonder onevenwichtig en niet meer van deze tijd. Op lange termijn hebben ze te weinig aandacht voor de desastreuze klimaateffecten van de handel die ze promoten en bestendigen ze de bestaande ongelijkheden in de wereld. Ze beroven grote populaties van significante socio-economische voorspoed.

Vandaag zien we steeds meer de effecten van dat beleid, en dat is dan ook niet meer te verantwoorden. Daarom stel ik een nieuwe strategie voor, een langetermijnstrategie. Want vandaag zijn we aan het einde van de korte termijn van de vorige strategie. Als de EU oprecht op zoek gaat naar akkoorden met andere regio’s in deze wereld en daarbij minutieuze aandacht wil hebben voor de principes die ze vooropstelt in haar eigen Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, staan we al een heel eind verder.

Een interregionaal handelsakkoord met duurzame toekomstvisie, dat is pas echt historisch. Het is een kans om de trend van regionalisatie te keren. Niet uit misplaatste nostalgie naar een multilaterale wereld die nooit bestaan heeft. Wel om te bouwen aan een toekomst waarin iedereen beter af is.

Siemen Van den Broecke is doctoraatsonderzoeker aan het European University Institute, waar hij onderzoek doet naar het EU handelsbeleid en ‘interregionale’ handelsakkoorden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift