Zeven maanden geleden werd gezondheidswerkster Shatha Odeh door Israël gearresteerd

‘Voor het Palestijnse middenveld breekt een duister tijdperk aan’

Joe Catron (CC BY-NC 2.0)

‘De zaak van mijn moeder is een schoolvoorbeeld van de systematische Israëlische aanvallen op het Palestijnse middenveld.’

De arrestatie van de Palestijnse gezondheidswerkster en activiste Shatha Odeh, zeven maanden geleden, gold als voorbode van Israëls frontale aanval op het Palestijnse middenveld. Dat schrijft Odehs dochter Shirin Abu Fannouneh. ‘Dit heeft maar één doel: alle kritische stemmen uitschakelen die Israëls decennialange onderdrukking en vervolging blootleggen.’

Vandaag, zeven maanden na haar arrestatie op 7 juli 2021, wordt de Palestijnse Shatha Odeh nog steeds vastgehouden in een Israëlische cel. Odeh is directeur van de gezondheidsorganisatie Health Work Committees (HWC). Ze is ook mijn moeder.

Haar opsluiting en proces zijn de zoveelste schabouwelijke vertoning van een discriminerend Israëlisch rechtssysteem. Een systeem dat gericht is tegen het Palestijnse volk, met inbegrip van vooraanstaande actoren uit het middenveld zoals Odeh.

In januari raakten verschillende Palestijnse gevangenen in de Damon-gevangenis besmet met COVID-19. Mijn moeder was één van hen.

Volgens getuigen moesten de gevangenen hun quarantaine doorbrengen in een donkere, vochtige cel. Ademen was er moeilijk. Israël verwaarloosde systematisch de gezondheid van de Palestijnse gevangenen, soms met de dood tot gevolg.

Mijn moeder, die binnenkort 61 jaar wordt, heeft meerdere chronische ziekten. Door haar leeftijd en medische geschiedenis behoort ze tot een een groep hoogrisicopatiënten voor COVID-19. Ook zij zat 10 dagen opgesloten in die cel.

Als verpleegster, en vervolgens directeur van HWC, wijdde ze haar leven aan de zorg voor en de gezondheid van anderen. Het is bitter en ironisch dat net zij in zulke erbarmelijke omstandigheden moet herstellen van een dodelijk virus.

Schoolvoorbeeld

De zaak van mijn moeder is een schoolvoorbeeld van de systematische Israëlische aanvallen op het Palestijnse middenveld. Het heeft maar één doel: het uitschakelen van alle kritische stemmen die Israëls decennialange onderdrukking en vervolging blootleggen en die verantwoording eisen voor de zeer ernstige internationaal erkende misdaden.

De Palestijnse civiele maatschappij, mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenactivisten stevenen af op een duister tijdperk.

Maar de internationale gemeenschap, de EU inclusief, laat Israël ongestraft zijn gang gaan. Zo stevenen de Palestijnse civiele maatschappij, mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenactivisten af op een duister tijdperk.

Israël, dat zich bedreigd voelt door Palestijnen die zich op gelijk welke manier organiseren, drijft zijn aanvallen tegen het middenveld op. Zelfs organisaties die gezondheidsdiensten verlenen worden geviseerd.

De vermeende aanklachten tegen mijn moeder hebben vooral betrekking op haar activiteiten als directeur van gezondheidsorganisatie HWC. Onder het mom van “veiligheid” worden de aanklachten tegen haar behandeld door een militaire rechtbank. Dat geldt voor zovele andere Palestijnse gevangenen en is slechts één van de vele kenmerken van het Israëlische apartheidsregime.

Alle Palestijnse gevangenen, waaronder mijn moeder, maar ook kinderen en andere mensenrechtenactivisten, worden onderworpen aan harde ondervragingen. Elk eerlijk proces is onmogelijk.

Zaken zoals die van mijn moeder kunnen jaren duren eer een vonnis wordt geveld. Het jarenlang laten aanslepen van dergelijke rechtszaken is een intimidatietechniek.

Veel opgesloten Palestijnen bezwijken onder de druk en accepteren een overeenkomst, een schuldbekentenis in ruil voor een strafvermindering zonder dat een rechtbank de schuld moet bewijzen. Ze bekennen schuld uit schrik voor de meedogenloze en onmenselijke detentie.

Discriminerend strafrechtsysteem

Israël gebruikt ook valse bekentenissen om andere Palestijnen valselijk te beschuldigen. In het recente rapport van Amnesty International staat te lezen dat de veroordelingspercentages van een Israëlische militaire rechtbank rond de 99,74% schommelen. Amnesty spreekt kortweg over een systematische ‘discriminerende behandeling van Palestijnen door het Israëlische strafrechtsysteem’.

Via lastercampagnes en arbitraire arrestaties van personeel van civiele organisaties hoopt Israël internationale donoren af te schrikken.

In oktober 2021 bestempelde Israël zes prominente Palestijnse middenveldorganisaties als “terroristische organisaties” en verklaarde hun activiteiten op de Westelijke Jordaanoever als “onwettig”. De VN reageerde fel en veroordeelde deze ‘frontale aanval op de Palestijnse mensenrechtenbeweging’, en verklaarde dat ‘het misbruik van antiterrorismemaatregelen op deze manier door de Israëlische regering de veiligheid van iedereen ondermijnt’.

De arrestatie van mijn moeder was bij deze een voorbode van Israëls bredere aanval tegen het Palestijnse middenveld. Haar arrestatie maakt deel uit van dezelfde Israëlische strategie: de volledige vernietiging van de Palestijnse civiele maatschappij. Israël hoopt dit te bereiken door de Palestijnse organisaties financieel droog te leggen.

Via lastercampagnes, zonder enige bewijslast en arbitraire arrestaties van personeel van deze organisaties, hoopt Israël internationale donoren af te schrikken. In een aantal gevallen leidde dit al tot de stopzetting van financiering van het Palestijnse middenveld.

Een maand voor de arrestatie van mijn moeder, temidden van de pandemie, besloten de Israëlische autoriteiten het hoofdkwartier van HWC te sluiten. Amnesty International waarschuwde dat een dergelijke draconische maatregel ‘catastrofale gevolgen zou hebben voor de Palestijnse gezondheidszorg’, aangezien HWC een van de belangrijkste leveranciers is van gezondheidsdiensten in de bezette Palestijnse gebieden.

Wereldwijd werd al opgeroepen om mijn moeder onmiddellijk vrij te laten. Zoals Mary Lawlor, speciale VN-rapporteur voor de situatie van mensenrechtenverdedigers, die opriep tot de vrijlating van mijn moeder en twee andere HWC-medewerkers, Juana Ruiz Sánchez en Tayseer Abu Sharbak.

Maatschappelijk middenveld is noodzakelijk

Op 12 januari werd in het Europese Parlement een parlementaire vraag gesteld over mijn moeder. Josep Borrell, de hoge vertegenwoordiger voor het Europese buitenlands beleid, antwoordde bevestigend dat de zaak op de voet wordt gevolgd. Plaatselijke vertegenwoordigers zouden rechtszittingen bijwonen en er is bezorgdheid over de rechtsprocedure en de omstandigheden van de detentie.

Borrell herhaalde dat een bloeiend maatschappelijk middenveld noodzakelijk is om ‘de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te beschermen, en zo bij te dragen tot duurzame vrede en veiligheid in de bezette Palestijnse gebieden’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Die verklaring is belangrijk, maar gaat niet ver genoeg. Het Europese gedoogbeleid na Israëlische aanvallen tegen het Palestijnse middenveld staat in schril contrast met Europese waarden en beginselen, haar houding tegenover mensenrechten, democratie en de rechtsstaat.

Op 10 februari zal mijn moeder haar tiende hoorzitting bijwonen voor het Israëlische militaire tribunaal van Ofer. Die zal waarschijnlijk 15 minuten duren en zal in het Hebreeuws worden gehouden. Er zal geen of een slechte vertaling voorhanden zijn.

De zaak van mijn moeder maakt deel uit van het Israëlische offensief tegen het Palestijnse middenveld. Het zijn voortdurende pogingen om het Palestijnse volk te onderdrukken, te domineren en te elimineren. Dat zal niet gauw veranderen.

Ondertussen blijven wij, Shatha’s familie en geliefden, reikhalzend uitkijken naar haar vrijlating. #FreeShathaOdeh

Shirin Abu Fannouneh is de dochter van Shatha Odeh.

Vertaling door Viva Salud. De Belgische organisatie Viva Salud steunt actief de campagne voor de onmiddellijke vrijlating van mensenrechtenverdediger Shatha Odeh.

 

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift