'Milieuactivisme in vraag stellen zonder aandacht voor structurele ongelijkheid is misleidend en zelfs gevaarlijk'

Er is meer dan één probleem met Michael Moore's “Planet of the Humans”

De nieuwste film van Jeff Gibbs en Michael Moore stelt enkele mythes over hernieuwbare energie en groene groei aan de kaak. Maar hij negeert grotendeels de bewegingen voor sociale en ecologische rechtvaardigheid die het voortouw nemen in de strijd voor een “duurzame” toekomst en hoe die eruit zou moeten zien.

Onlangs produceerde Oscarwinnaar Michael Moore een nieuwe documentaire met als titel Planet of the Humans. De lancering viel samen met de Dag van de Aarde. Gezien Moore’s eerdere boeiende en bekroonde anti-establishmentdocumentaires over cruciale politieke kwesties, werd ook naar deze film met spanning uitgekeken.

De documentaire wordt geregisseerd en verteld door Jeff Gibbs, die zichzelf in de film voorstelt als milieuactivist. De film werd online uitgebracht en werd in minder dan een week meer dan vier miljoen keer bekeken.

De filmmakers ontrafelen enkele van de mythes over de grootschalige productie van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie, wind en biomassa. Daarbij argumenteren ze dat dergelijke technologieën zelf materiaal-intensief zijn, en dat ze afhankelijk zijn van energie uit fossiele brandstoffen, waaronder steenkool, olie en aardgas.

Het is de groei, sufferd

Planet of the Humans stelt terecht de verslaving aan groei van het kapitalisme ter discussie, en de zoektocht van grote bedrijven naar nieuwe winsten door middel van greenwashing (lippendienst aan vergroening). De “hernieuwbare-energiezwendel” wordt aan de kaak gesteld als een verontrustende coöptatie van milieubewustzijn door de zakelijke belangen van de fossiele en hernieuwbare energiesector.

Geen enkel wetenschappelijk bewijs toont aan dat economische groei losgekoppeld kan worden van milieuschade.

De hele vraagstelling is verfrissend en zeer welkom. Zeker in een tijd waarin geloof in groene groei door de privésector en zijn aanhangers binnen de overheden wordt aangeprezen als dé belangrijkste oplossing voor milieuvraagstukken. Deze boodschap in de film is uiterst belangrijk, want geen enkel wetenschappelijk bewijs toont aan dat economische groei losgekoppeld kan worden van milieuschade of -degradatie.

Sinds hij is uitgebracht, kreeg de film al veel kritiek van deskundigen in hernieuwbare energie, van klimaatwetenschappers en klimaatactivisten. Zij bestempelen de film als gevaarlijk misleidend en achterhaald, tegenover de meest recente ontwikkelingen in de sector van de hernieuwbare energie. De felle kritiek dat de film zelfs klimaat-negationistisch zou zijn, slaat duidelijk nergens op, gezien de centrale focus van de film op de ecologische crisis die gepaard gaat met economische expansie.

Planet of the Humans laat zien waarom grootschalige hernieuwbare energie uiteindelijk een valse oplossing is om in de onverzadigbare behoeften van de industriële samenleving te voorzien. En dat is een geldig punt. Zelfs al zouden hernieuwbare energiebronnen volledig vervangbare alternatieven zijn voor fossiele brandstoffen: een geïndustrialiseerde beschaving gebaseerd op eindeloze economische groei is niet duurzaam.

Meer dan een levensstijl

Wat ons meer zorgen baart, is dat de film slechts oppervlakkig verwijst naar het kapitalisme als oorzaak voor milieuproblemen. En dat de analyse geen aandacht heeft voor historische en structurele ongelijkheid.

Planet of the Humans doorprikt genadeloos de “milieuvriendelijke” lifestylebubbel waaraan zoveel goedbedoelende, vooruitrevende mensen met hun hart, ziel en portemonnee verknocht zijn. Maar de film gaat voorbij aan historisch ingebakken voorrechten en structurele ongelijkheden op het gebied van sociale klasse, gender en ras, die de kern vormen van de milieucrisissen.

De film gaat voorbij aan historisch ingebakken voorrechten en structurele ongelijkheden.

Een door blanken geproduceerde film, gemaakt voor andere welmenende en vooruitstrevende blanken, waarin niet de stemmen van de meest kwetsbaren voorkomen, van zij die het zwaarst te lijden hebben onder de klimaatverandering en de ineenstorting van de ecologie: die faalt. Hij schiet volledig te kort in het beantwoorden van de vraag waarom aandacht voor het milieu voor veel mensen een kwestie is van vernederende onrechtvaardigheid en niet louter een keuze van levensttijl.

Aan het begin van de film zegt Gibbs dat als iemand ‘levenslange milieuactivist’ wordt, de persoonlijke en individuele keuze is om naar een ‘ecohuis’ te verhuizen en duurzamer te gaan leven. Zo wordt de definitie van wat milieuactivisme eigenlijk betekent, wel heel beperkt en elitair.

Meer dan wat clichématige beelden over de structurele ongelijkheden en hun relatie tot milieuvernietiging ontbreken, en precies dat maakt deze film zeer simplistisch. Dat is in de huidige conjunctuur en in dit tijdsgewricht ook gevaarlijk.

De fundamentele problemen met “Planet of the Humans”

Er zijn vier belangrijke redenen waarom de film tekortschiet op het vlak van de sociale en ecologische crisissen van het kapitalisme, die sterk met elkaar vervlochten zijn.

1. De verhaallijn duidt de mensheid als geheel als de boosdoener aan voor ecologische achteruitgang.

Dat wordt al gesuggereerd in de titel, en het wordt helemaal duidelijk door het Antropoceen te gebruiken als metafoor voor een universele verklaring voor onze huidige hachelijke situatie.
Maar niet zo alle mensen zijn verantwoordelijk voor de huidige stand van zaken. Het gehanteerde perspectief neutraliseert de sterke invloed van het feit dat, om het westerse wereldbeeld te repliceren, de wereld werd gereduceerd tot gestandaardiseerde, kwantificeer- en controleerbare landschappen.

Sommigen van ons worden meer dan anderen verplicht om te leven met de consequenties van een bijzonder dodelijke visie op de wereld. Door het begrip Antropoceen te hanteren wordt het voor de grootindustrie mogelijk ons ervan te overtuigen dat “wij”, de anthropoi, allemaal even verantwoordelijk zijn voor klimaatverandering.

2. De film speelt in op de milieugevoeligheden van westerse of niet-westerse middenklassers.

De film speelt in op de gevoeligheden van middenklassers, die niet geconfronteerd worden met de structurele onrechtvaardigheden waarmee de massa in het Globale Zuiden moet leven. Zij leven niet in de meest vervuilde gebieden op aarde. Ze sterven niet of minder door luchtvervuiling. Ze raken hun inkomen of cultuur niet kwijt door landonteigening, en hun levenskeuzes worden niet bepaald door onzekere migratiearbeid.

De wereld van de mondiale onderklasse ligt erg ver van de wereld van middenklassers voor wie “milieu” een levensstijlkeuze is: kiezen om naar een festival met zonne-energie te gaan, of kiezen voor een plantaardig dieet.

Een van de gevolgen van het eenzijdige westerse milieubeschermingsperspectief van de filmmaker is de buitengewone aandacht voor activisten en voorstanders van hernieuwbare energie. Milieuactivisme heeft veel minder te maken met een liefde voor de ongerepte natuur dan met steun voor de autonome beslissingsmacht van kwetsbare gemeenschappen die blootgesteld worden aan buitensporige milieuverontreiniging waarin geen enkel mens ooit zou mogen leven.

Milieu-onrechtvaardigheid op basis van raciale kenmerken kent een lange geschiedenis in de VS. Aangezien de film grotendeels op de Verenigde Staten is gericht, draaien de standpunten in de film uiteindelijk rond koloniale bezetters van gestolen land die debatteren over wat onder de noemer “duurzame toekomst” zou moeten vallen. De opvallende afwezigheid van autochtone verdedigers van het eigen land, de geschiedenis van hun strijd en de lessen die daaruit kunnen worden geleerd zijn een andere belangrijke gemiste kans om echt in te gaan op wat “duurzaamheid” zou kunnen betekenen.

3. De film stigmatiseert overbevolking.

Overbevolking is in Planet of the Humans een ander aspect waar “wij” als mensen fout gingen — op hetzelfde niveau als ongebreidelde economische groei. Dit perspectief legt onterecht de schuld bij de zogenaamde ontwikkelingslanden en sluit aan bij malthusiaanse en etnonationalistische denkbeelden van ecofascisten die de haat tussen mensen proberen te “vergroenen”. Dit zijn zonder meer gevaarlijke standpunten die als racistisch kunnen worden beschouwd, zeker wanneer men bedenkt dat sommige milieubewegingen in de VS diepe wortels hebben in anti-immigratie- en blanke suprematiebewegingen.

Dat wordt bijzonder problematisch wanneer het publiek van de film schijnbaar goedbedoelende progressieven uit de middenklasse zijn wiens dromen van een door hernieuwbare energie aangedreven kapitalisme aan diggelen worden geslagen zonder dat er alternatieven worden geboden. Het gevolg is dat door blanke suprematie gevoede mediakanalen zoals Breitbart een film als Planet of the Humans zonder moeite kunnen kapen, wat nu al lijkt te gebeuren.

4. Hij creëert een verhaal dat probleemloos kan worden overgenomen door groeigerichte ecomodernisten.

Ecomodernisten, in Vlaanderen vaak “ecorealisten” genoemd, krijgen met Planet of the Humans in feite groen licht om op onverantwoorde wijze te pleiten voor kernenergie. Dat gebeurt door te wijzen op het falen van hernieuwbare technologieën voor de energievoorziening van een ​​industriële samenleving.

Door geen alternatieven aan te bieden, vergoelijkt het stilzwijgen van de film hierover in wezen kernenergie. Een dergelijke contextloze benadering van het potentieel van alternatieve energie zoals uit wind en zon, sluit de deur voor hernieuwbare energie-alternatieven. Zonder de cruciale rol te erkennen die ze spelen als gedecentraliseerde energie-oplossingen, en in het bijzonder deze die erop gericht zijn energiedemocratie te creëren voor gemeenschappen over de hele wereld.

Kortom, energiesystemen kunnen niet los worden gezien van het soort samenleving dat vanuit democratisch standpunt wordt gewenst. Net als fossiele brandstoffen is kernenergie afhankelijk van machtige spelers om zowel de vraag als het aanbod van energie aan te sturen en te regelen; een duurzame toekomst vereist daarentegen gedecentraliseerde, autonome gemeenschappen die controle hebben over hun energieverbruik en over de oorsprong van hun energie.

Onzichtbare alternatieven

Een intersectioneel begrip van ecologische crisissen en de manier waarop ze verbonden zijn met ras, gender en sociale klasse zou een veel krachtiger beeld van de ecologische situatie van onze planeet hebben opgeleverd. Wereldwijde sociale bewegingen zoals La Via Campesina en de degrowth-beweging in westerse geïndustrialiseerde landen verbinden structurele ongelijkheid uitdrukkelijk met de eis voor ecologische en sociale rechtvaardigheid en bieden hoop en inspiratie voor nu reeds bestaande bloeiende alternatieven voor het creëren van een andere wereld.

Planet of the Humans heeft dat niet gedaan en de gevaarlijke gevolgen van dit falen hadden niet op een slechter moment kunnen komen.

Gert Van Hecken is docent ontwikkelingsstudies, IOB, UAntwerpen; Vijay Kolinjivadi is postdoctoraal onderzoeker, IOB, UAntwerpen. (Met dank aan Guido Van Hecken voor de vertaling vanuit het Engels naar het Nederlands)

Hier kan je de volledige film bekijken:

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift