Planetaire grenzen overschrijden we niet straffeloos

De aarde kraakt in haar voegen. De manier waarop de mens omgaat met de grondstoffen die de aarde levert, zorgt voor grote verschuivingen in het milieu en het klimaat. Maar terwijl we ons best doen om te zorgen voor onze sociale en economische veiligheid, komt onze ecologische veiligheid zelden aan bod. En dat terwijl het voortbestaan van het leven op aarde zelf op het spel staat door het immens aantal ingrepen van onze hoogtechnologische “beschaving”.

We zien de gevolgen van de verwaarlozing van onze ecologische veiligheid steeds vaker: van zeeën die nu al leeggevist geraken en op sterven na dood verklaard worden, tot de dalende kwaliteit van het menselijk sperma. De invloed van de mens op de systemen die het leven op aarde mogelijk maken wordt daarbij danig onderschat.

Een groot euvel aan al de onheilsberichten over het leefmilieu die ons dag in dag uit bereiken, is dat ze fragmentarisch zijn. Bijna altijd ontbreekt het globale kader waarin al die verschillende aspecten bekeken moeten worden. Daardoor merken we de onderlinge wisselwerking niet tussen de sociale, economische en milieu-ontwikkelingen die zich voor onze neus afspelen.

Socrates stelde terecht dat ‘het geheel meer is dan de som van de delen’. Economie, sociale rechtvaardigheid en ecologie oefenen invloed op elkaar uit, versterken of verzwakken elkaar.

‘Veerkracht is het vermogen van een systeem, een individu, een bos, een stad of een hele economie, om om te gaan met veranderingen en zich verder te ontwikkelen. Het gaat over hoe mensen en natuur schokken en verstoringen – zoals een financiële crisis of de klimaatverandering - kunnen aanwenden om te komen tot vernieuwing en innovatief denken.’

Het Zweedse Stockholm Resilience Centre (SRC) dat “onderzoek doet naar sociaal-ecologische systemen om ecosysteemdiensten voor het welzijn van de mens veilig te stellen” ziet economie en maatschappij als ingebed in de biosfeer.

Volgens de centrum heeft het concept “veerkracht” de jongste decennia geleid tot een explosie aan studies en onderzoeken die uitpluizen hoe de veerkracht van systemen versterkt kan worden.

Met het concept van de veerkracht kunnen we trachten mens en planeet mentaal terug te verbinden. We kunnen er het begrip mee bevorderen bij de mensen voor de invloed die ze hebben op de planeet. Op de biosfeer, de “sfeer” die alles omvat: het water, de lucht en het land waarin alle leven zich afspeelt.

Het helpt ons te begrijpen dat ecosystemen zich in stand moeten kunnen houden opdat ze voor ons mensen verder diensten kunnen leveren zoals zuivere lucht en drinkbaar water.

De drie pijlers van het veerkrachtdenken

Het SRC onderscheidt drie pijlers waarop het veerkrachtdenken is gestoeld. De eerste is de nauwe verbondenheid van mens en natuurlijke ecosystemen. Dit moet keer op keer benadrukt worden want met name veel stedelingen leven tegenwoordig alsof de natuur overbodig is. Terwijl we bijvoorbeeld geen minuut zonder zuurstof kunnen. Zuurstof waarvoor de aardse flora nodig is om die steeds weer te produceren.

Ook heel onze economie is op 1001 manieren verbonden met de natuur. Uit de aarde halen we het water dat we drinken, ook wanneer dat tot ons komt in de vorm van frisdranken. Uit de aarde halen we de petroleum voor het vervoer, maar bv. ook voor plastics of cosmetica. Landbouwgronden over heel de planeet staan in voor onze voeding. Net zoals oceanen en zeeën dat doen. En als we goed gegeten, hard gewerkt en veel rond gereden hebben, mag planeet aarde al het afval van onze activiteiten ook nog eens verwerken. Van onze stoelgang tot al het blik dat we produceren en plastic afval: we dumpen het allemaal op en in de aarde die er maar “haar plan” moet mee trekken.

In feite, schrijft SRC, zijn mens en aarde zo nauw met elkaar verbonden dat ze als één “sociaal-ecologisch systeem” benaderd moeten worden. In onze geglobaliseerde samenleving is er overigens geen enkel lokaal ecosysteem meer over dat niet de invloed van de mens ondergaan heeft.

We lopen het risico dat de “stress” waarmee we de ecosystemen opzadelen te groot wordt.

De aarde is heel verdraagzaam. We kunnen het vermogen van de aarde om ons dienstbaar te zijn, rekken tot het uiterste, maar we lopen het risico dat de “stress” waarmee we de ecosystemen opzadelen te groot wordt. Het veerkracht-denken helpt ons manieren te vinden om om te gaan met onverwachte gebeurtenissen en crisissen en om duurzame manieren te vinden zodat we als mensen kunnen leven binnen de planetaire grenzen.

“The Age of Man”

Het tweede aspect is van historische aard en beschrijft de enorme versnelling van de menselijke “ontwikkeling” de jongste 200 jaren, vooral sinds WO II. Deze versnelling duwt onze planeet gevaarlijk op naar haar grenzen, in die mate dat plotse grote milieuveranderingen niet uit te sluiten zijn.

De versnelling van de menselijke ontwikkeling duwt onze planeet gevaarlijk op naar haar grenzen.

Wetenschappers zijn nu van mening dat we sinds het begin van vorige eeuw een nieuw geologisch stadium zijn binnengetreden: dat van het “Anthropoceen”, in het Engels ook omschreven als “the Age of Man”. Een tijdperk waarin de mensheid elke aspect van de aarde beïnvloedt op een schaal die vroeger alleen was weggelegd voor de grote natuurkrachten.

Het derde aspect van het ‘veerkracht-denken’ belicht de paradox dat we juist door onze toenemende macht over de Aarde, het zover kunnen drijven dat we het leven op Aarde voor ons zelf onmogelijk maken.

Om dat te voorkomen is “veerkracht-denken” nodig: we moeten leren van de Aarde, leren hoe we ons beter kunnen aanpassen aan haar. Een nieuw sociaal-ecologisch denken is nodig waardoor we nieuwe wegen vinden om ons weer te verbinden met de biosfeer.

Eén van de grootste antropogene uitdagingen wordt zeker en vast de wereldwijd om zich heen grijpende verstedelijking. Het SRC gaat er van uit dat goed ontworpen steden, samenleving en natuur weer met elkaar kunnen verbinden door omgevingen te scheppen die én levendig én duurzaam zijn.

Negen planetaire grenzen

Het inzicht dat de aarde “planetaire grenzen” heeft die we niet straffeloos overschrijden, werd in 2009 gelanceerd door Johan Rockström en 28 collega-wetenschappers, onder wie de Nederlandse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en de Nederlandse ecoloog Marten Scheffer. Ze vatten in een schema de negen planetaire grenzen samen die we niet mogen overschrijden zonder ons eigen voortbestan en dat van de aarde in het gedrang te brengen. De 9 grenzen werden voor het eerst voorgesteld in een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

De onderzoekers stelden vast dat vier van de negen planetaire grenzen al overschreden zijn als gevolg van menselijke activiteiten

Volgens de auteurs moet de mensheid binnen de 9 planetaire grenzen blijven om verder duurzaam gebruik te kunnen blijven maken van de hulpbronnen van Planeet Aarde. Indien we de grenzen overschrijden, kunnen abrupte en zelfs onomkeerbare milieu-veranderingen optreden die het leven voor (veel) mensen, planten en dieren heel lastig tot zelfs onmogelijk kunnen maken.

Zes jaar na het uitbrengen van de publicatie in Nature, publiceerde het tijdschrijft Science een geactualiseerde versie van de 9 grenzen. De onderzoekers stelden vast dat vier van de negen planetaire grenzen al overschreden zijn als gevolg van menselijke activiteiten: “klimaatverandering, verlies van biosiversiteit, gewijzige landsystemen (‘land-system change’) en gewijzigde biochemische cycli (fosfor en stikstof).

Twee van deze reeds overschreden grenzen – klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit – vormen wat de wetenschappers “Core Boundaries”, “kern-grenzen”. Door deze ingrijpend te overschrijden, brengen we heel de planeet in een nieuwe toestand.

De negen grenzen zijn:

1. Klimaatverandering (Climate Change): Hier gaat het om de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. De grens werd hier al overschreden.

2. Verlies biodiversiteit (Biodiversity loss): omschreven als het aantal soorten dat uitsterft per miljoen per jaar. Ook deze grens hebben we al overschreden. Daarom dat men nu spreekt over de “zesde grote uitstervingsgolf” onder planten en dieren in de geschiedenis van de aarde. Een golf die van de vorige verschilt door de snelheid waarmee ze optreedt.

Sinds de actualisering van de 9 grenzen begin 2015, gebruikt het SRC de complexere omschrijving “Verlies aan biosferische integriteit” (Biosphere Integrity). Daarbij wordt de nadruk meer gelegd op ecosystemen in hun geheel en op het proberen beschermen van volledige “habitats” (natuurlijke leefgebieden).

3. De derde grens bestaat uit twee delen. De nieuwe verzamelterm bij SRC is “Biogeochemische stromen(Biogeochemical flows). Het gaat hier onder andere om de invloed van grote hoeveelheden landbouw-chemicaliën op de planeet. Enerzijds is er de verstoring van de natuurlijke stikstofkringloop. Ook hier hebben we de grens al overschreden. Daarnaast hebben we de fosforkringloop. Hier wordt de grens bijna overschreden.

4. De grens van de stratosferische ozon-concentratie (Stratospheric Ozon Depletion) wordt gelukkig niet overschreden. En dat omdat er wereldwijd actie ondernomen werd (zie het Montreal Protocol) nadat het beruchte ozongat boven Antarctica vastgesteld werd. De ozonlaag in de stratosfeer beschermt ons tegen schadelijke ultraviolette zonnestralen en zodoende tegen de huidkankers die ze veroorzaken.

5. De verzuring van de oceanen (Ocean acidification) betreft de gemiddelde verzadigingsgraad van aragoniet in het zeewater. Deze grens wordt bijna overschreden. Verdere verzuring zal dramatische gevolgen hebben voor het leven in de oceanen en zeeën en zo ook voor alle mensen (en dieren) die van hen afhankelijk zijn voor hun voedsel.

6. Ook de grens van het wereldwijd zoetwatergebruik (Fresh Water Use) wordt bijna overschreden. In de toekomst wordt drinkbaar water steeds schaarser. Tegen 2050 schat men dat een half miljard mensen zal lijden onder “water-stress”.

7. Land-systeem-verandering (Land System Change). Bijvoorbeeld door ontbossing en door het toenemende landgebruik voor landbouw. Ook deze grens werd recent overschreden.

8. Verder is er heel de chemische verontreiniging van de planeet: de concentratie aan toxische stoffen, plastics, ‘endocrine disruptors’, zware metalen enzoverder. Deze grens wordt – merkwaardig genoeg – nog niet overschreden. Wat niet wil zeggen dat er hier geen problemen zijn: denk aan de verminderde vruchtbaarheid bij tal van dieren (waaronder de mens) door de “bio-accumulatie’ van chemische vervuiling.

De categorie chemische verontreiniging werd door het SRC begin 2015 uitgebreid tot “Chemical pollution and the release of novel entities”. (Te vertalen als ‘de introductie van nieuwe stoffen’.) ‘Dit om te beklemtonen dat we ons ook bewust moeten zijn van de globale systeemgevaren die veroorzaakt kunnen worden door de verspreiding van radioactieve -en nanomaterialen’, aldus Sarah Cornell, coördinator van het “Planetary Boundaries Research” van SRC.

9. De laatste grens is die van de onder andere door de menselijke luchtverontreiniging veranderde concentratie aan “aerosols in de atmosfeer” (Atmospheric Aerosol Loading). Ook deze grens wordt nog niet overschreden. Wat weer niet betekent dat zich hier geen problemen stellen. Zoals het SRC aangeeft, sterven jaarlijks wereldwijd zo’n 800.000 mensen vroegtijdig door het inademen van zwaar vervuilde lucht.

De vermelde grenzen functioneren niet los van elkaar. Ze beïnvloeden elkaar. Een grote verandering van landgebruik in de Amazone kan bv. een schadelijke invloed hebben op de zoetwaterhulpbronnen in Tibet. Het is pas als alle grenzen terug gerespecteerd zullen worden, dat de Aarde het min of meer stabiel systeem kan blijven waarin de vandaag levende planten- en diersoorten (inclusief de mens) zich konden ontwikkelen en handhaven.

Bedenkingen bij het “planeetgrenzenconcept”

Hoe waardevol het besef ook dat er planetaire grenzen bestaan die we niet mogen overschrijden, toch is er kritiek mogelijk op de indeling en op de bepaling van waar de grenzen liggen. De exacte waarden van de grenzen zijn immers arbitrair. Het is bij voorbeeld niet zeker of de grens van 350 ppm CO2 een veilige grens is. Of dat de uitstervingssnelheid juist is.

Desondanks kunnen we zeggen dat het vaststellen van de 9 planetaire grenzen voor een veilig voortbestaan van de mensheid, een veelbelovende eerste stap is. Het concept kan bv gebruikt worden om de nieuwe duurzame ontwikkelingdoelen (Sustainable Development Goals, of SDG’s) die de Millenniumdoelstellingen vanaf dit jaar vervangen, concreter te maken.

Het besef van de plantetaire grenzen heeft alvast een hele reeks menselijke reacties gestimuleerd: van transitiesteden en agro-ecologische landbouw tot ecologisch verantwoord vismanagement. Maar opdat zulke initiatieven ons zouden kunnen helpen binnen de grenzen van de planeet te blijven, moeten ze op grotere schaal ingang doorgevoerd worden.

Wat met de sociale grenzen?

In 2012 constateerde de Britse Kate Raworth (die onder andere werkte voor Oxfam) dat het concept van Rockström geen rekening houdt met de bevolkingsgroei. Zij stelde voor om ook de sociale grenzen een plaats te geven in het ‘raamwerk van de planetaire grenzen’. Met daarbij aspecten zoals: banen, onderwijs, voedsel, toegang tot water, energie en gezondheidsvoorzieningen. Dit vanuit de noodzaak om te komen tot een in milieu-opzicht veilige ruimte, ‘vergelijkbaar met armoedebestrijding en rechten voor iedereen’.

Volgens Raworth bevindt er zich binnen de planetaire grenzen en het sociaal fundament, een “donut-vormig gebied”, dat het gebied is waarin er een ‘veilige en rechtvaardige ruimte is voor de mensheid om te bloeien’.

Het mainstream economisch denken zoals dat gedoceerd wordt aan universiteiten, besproken in de media én in de praktijk gebracht door de regeringen, is volgens Kate Raworth gebaseerd op achterhaalde theorieën en foutieve uitgangspunten. Daardoor is het gevaarlijk slecht uitgerust om ons in deze tijd te gidsen.

Alternatieve benaderingen – inbegrepen het ecologische, feministische en evolutionair economisch denken, alsook systeemdenken en de Systeem Aarde-wetenschap - brengen volgens Raworth waardevolle inzichten om binnen de ecologische grenzen van de planeet, het welzijn van alle mensen na te streven.

Raworth wil verkennen hoe “economische ontwikkeling” er uit zou moeten zien - en hoe ze gemeten zou kunnen worden – in het licht van de planetaire grenzen en de extreme sociale ongelijkheden op aarde. Moeten we ons instellen op groene groei, of op een krimpscenario, of zal een ‘de groei-voorbij-economie’ ons de oplossingen brengen ?

Lacunes in het dominant economisch denken

Kate Raworths vertrekpunt vormt het inzicht dat de “klassieke economische wetenschap” alleen maar rekening houdt met de bedrijven die “de motor van onze samenleving” heten te zijn … en de gezinnen die hun werkkracht (en kapitaal, hun spaarcenten) aan hen toeleveren. In ruil daarvoor krijgen de gezinnen een loon (en dividenden) waarmee ze vervolgens de producten en diensten die de bedrijven hen “leveren”, kunnen consumeren.

Twee blokjes en vier lijnen met pijlen: meer is er niet nodig om het “klassiek” economisch verhaal in een (weliswaar sterk vereenvoudigd) schema te vatten. Maar dit schema ligt aan de basis van alle hedendaags economisch én politiek denken. Het is gevaarlijk simplistisch, want waar houdt de dominante “economie” allemaal geen rekening mee? ‘Ik zou er een overheidssector kunnen aan toevoegen én de financiële sector’, vertelt Kate, maar dat is niet het belangrijkste.

Belangrijker zijn volgende vier aspecten die in het schema ontbreken:

1. Een economie hangt niet in het luchtledige maar draait op een planeet. De economie functioneert maar dankzij alles wat de natuur “gratis” levert; gratis maar noodzakelijk. Zonder zuiver water of lucht kunnen we niet eens leven. Zonder gronden voor landbouw en om bedrijven op te bouwen, zonder grondstoffen uit de grond is er geen “economie”. De fundamentele stroom door ons systeem, stelt Kate ook, is niet die van het geld, maar van de energie. De energie van de zon, brandstof van het leven.

2. In het klassiek economisch verhaal wordt ook geen rekening gehouden met het immens aantal gratis diensten die door en binnen de gezinnen gepresteerd worden, met name door vrouwen. Zij zorgen vaak zowel voor hun voor de werkende man alsook voor de kinderen, de toekomstige werkende generatie. Bovendien gaan ze nog vaak uit werken ook. Maar al het “gratis” werk dat vrouwen presteren wordt door de ‘klassieke’ economen genegeerd.

3. Wat economen nog negeren, zijn al de gratis activiteiten die mensen vrijwillig (elders dan in het gezin) onder en voor elkaar ondernemen maar zonder dewelke het bedrijfsleven vaak niet kan. Vrijwilligerswerk ligt zelfs aan de basis van de grootste encyclopedie ter wereld: Wikipedia.

4. En hoe zit het met wat de huishoudens krijgen voor hun werk? Hun inkomens dalen. Daar tegenover staat een winstaccumulatie die sommigen heel machtige posities geeft.

Tel dat allemaal mee en het wordt voor veel economen hopeloos ingewikkeld, zo stelt Kate Raworth. En dat willen de economen niet. Ze houden het liever simpel en strooien er wiskundige formules over heen waardoor het allemaal erg wetenschappelijk gaat lijken.

Economisch denken op planetaire schaal

Kate gebruikt het woord holistisch niet, maar daar komt het wel op neer. Dat is het alternatief voor de verminkte kijk van de economen.

Jammer genoeg stelt ze ook vast dat je tegenwoordig niet onder het “eng economisch” denken uit kan: het bepaalt de marsrichting van heel onze samenleving. En dus moeten we dat denken veranderen: weg van de maximalisatie van winst. Naar een economie gericht op het welzijn van de bevolking én het behoud van onze planetaire thuis. Een thuis dt de laatste 12.000 jaar een geweldig stabiele omgeving geweest is.

Omdat Kate Raworth tot een ander schema wilde komen, ontwikkelde ze een “donut-systeem” waarbij je aan de ene kant van de donut de “9 Planetaire Grenzen’” hebt, en aan de andere kant al de aspecten die noodzakelijk zijn voor de mens.

De grote uitdaging is om iedereen een redelijk bestaan te gunnen binnen deze planetaire grenzen. Voor de volgende decennia wordt dat een gigantische opdracht want de bevolkingspopulatie – en dus ook het aantal armen én het aantal wel bemiddelde consumenten – zal nog met miljarden aangroeien. Terwijl we de planetaire grenzen nu al overschrijden.

Vooruitgang kan niet langer bestaan in het nastreven van economische groei, maar moet de evenwichten tussen de menselijke noden en de planetaire (recuperatie-)vermogens realiseren.

“Worden wij de generatie die het tij zal keren?’, vraagt Kate. ‘Worden wij de generatie die een verantwoorde ‘duurzame’ economie zal organiseren. Een duurzame economie op wereldschaal?’

Ze verwijst naar de “oude Griek” Xenophon die het economisch denken ontwikkelde op het niveau van een huishouden, een gezin. Later ontwikkelde hij een economie op stadsschaal. Die van de stadsstaat Athene. Nog later kwam er – met Adam Smith – een economie op nationale schaal. Nu hebben we nood aan een economisch denken op wereldniveau, op planetaire schaal.

Maar hoe bij de economisten (en de politici en …) hun denken doen transformeren? Kate stelt een “guerilla” voor om een totaal andere economie in ons denken te helpen groeien …

Hoe we dan van dat kapitalisme zouden kunnen afraken, daar laat Raworth ons wel op onze honger. De aanzetten tot oplossingen die ze aan het eind van haar TED-exposé - nog altijd enthousiast - voorstelt, zijn te beperkt. Er zal inderdaad nog een pak meer denkwerk nodig zijn, maar ook heel veel groenrode, sociaal-ecologische strijd om behalve de hebzucht, de jaloezie en alle aanverwante slechte karaktertrekken in ons zelf, ook het “kapitalistisch monster” met zijn machtige multinationals en banken, zijn corrupte media en politici - en als het er op aankomt, ook zijn geen geweld schuwende “ordestrijdkrachten” - getemd te krijgen.

Jan-Pieter Everaerts is initiatiefnemer van De Groene Belg, een kritisch e-zine over ecologie en maatschappij.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift