Ook Palestijnse burgers binnen Israël verzetten zich tegen koloniale overheersing

‘Elke hardhandige reactie van Israël zal alle Palestijnen verder verenigen in een gezamenlijke strijd’

Tal King (CC BY-NC 2.0)

De recente gewelddadigheden in Israël en Palestina leidden tot een toename van Palestijns protest binnen de staat Israël. Lang probeerde Israël de ‘Arabische Israëli’s’ af te zonderen van hun mede-Palestijnen in de bezette gebieden, maar dit lijkt niet langer te lukken, zegt historica Maha Nassar. ‘Elke hardhandige reactie op demonstranten lijkt alleen maar te bewerkstelligen dat Palestijnse burgers verder vervreemd raken van de staat Israël.’

De aandacht van de wereld richt zich opnieuw op dodelijke Israëlische bombardementen op de Gazastrook en de raketten die de militante Hamas-beweging afvuurt op Israël. Deze gebeurtenissen volgen op twee weken van protesten in Oost-Jeruzalem tegen pogingen om Palestijnen met geweld uit hun huizen in de wijk Sheikh Jarrah te verdrijven en Israëlische politie-invallen op gelovigen in de Al-Aqsa-moskee.

Maar verspreid over Israëlische steden vindt een andere belangrijke - en onderbelichte - ontwikkeling plaats. Die kan de manier waarop we over Palestijnen en Israëli’s praten, wel eens sterk veranderen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Sinds 9 mei gingen ook duizenden van de in totaal ongeveer 1,9 miljoen Palestijnse inwoners van Israël, doorgaans aangeduid als ‘Arabische Israëli’s’, de straat op om hun steun te betuigen aan Palestijnen in Gaza en Jeruzalem. De protesten vinden plaats in gemengde Arabisch-Joodse steden zoals Haifa, Jaffa en Lod (onder Palestijnen bekend als Lydda), maar ook in overwegend Palestijnse steden en dorpen zoals Nazareth en Umm al-Fahm.

Gewoonlijk worden Palestijnen met Israëlisch burgerschap als onderdeel van het Israëlische sociale en politieke weefsel beschouwd, los van Palestijnen elders.

De omvang en reikwijdte van die demonstraties verrasten veel politieke analisten. Gewoonlijk wordt deze groep Palestijnen beschouwd als onderdeel van het Israëlische sociale en politieke weefsel, los van Palestijnen elders.

Als historicus met specialisatie over de situatie van de Palestijnse burgers van Israël, verrasten de recente gebeurtenissen me niet. Het was zelden op deze schaal zichtbaar, maar Palestijnse burgers van Israël identificeren zich historisch gezien al langer met mede-Palestijnen.

Beleid van isolatie en integratie

In mijn boek Brothers Apart argumenteer ik dat overheidsfunctionarissen vanaf de oprichting van Israël in 1948 een gevoel van loyaliteit probeerden te bewerkstelligen onder de minderheid van Palestijnen die in hun thuisland bleven wonen. Dit maakte deel uit van bredere Israëlische pogingen om hen te isoleren van de overgrote meerderheid van de Palestijnen die ofwel waren gevlucht ofwel waren verdreven uit de nieuw opgerichte staat.

Deze ‘Arabische Israëli’s’ werden tot 1966 onder militair bewind geplaatst. Ze konden geen rechtstreeks contact opnemen met familieleden die in vluchtelingenkampen woonden. De meesten werden in 1952 Israëlische staatsburgers, maar ze werden geconfronteerd met een groot aantal discriminerende wetten die hen de toegang tot hun land ontzegden, restricties oplegden om vrij te bewegen en economische kansen inperkten. Hoewel ze konden stemmen, politieke partijen mochten vormen en een openbaar ambt konden bekleden, zorgden uitgebreid overheidstoezicht en straffen voor wie kritiek had op de staat voor een alomtegenwoordig klimaat van angst.

Discriminatie en economische achterstand spelen nog altijd. Palestijnse steden en dorpen in Israël kampen met woningtekorten en economische onderontwikkeling.

Wervingspraktijken waarbij sollicitanten in bepaalde gebieden moeten wonen of in het leger moeten hebben gediend - iets wat maar heel weinig Palestijnse burgers doen – zorgen ervoor dat voor veel Palestijnen slechts de laagbetaalde, onzekere banen overblijven.

Alledaags racisme

Hoewel directe discriminatie op het gebied van huisvesting door de rechtbank is verboden, richtten verschillende joodse gemeenschappen toelatingscommissies op die het aantal Palestijnse burgers dat in overwegend joodse steden woont, effectief beperken.

Leerlingen op publieke Arabische scholen krijgen per hoofd van de bevolking minder financiering dan leerlingen op de meeste joodse staatsscholen.

Deze de facto segregatie wordt ook weerspiegeld in het schoolsysteem van Israël. Leerlingen op publieke Arabische scholen krijgen per hoofd van de bevolking minder financiering dan leerlingen op de meeste joodse staatsscholen.

Bovendien worden Palestijnse burgers onderworpen aan zogenoemd preventief fouilleerbeleid (‘stop-and-frisk’) door de politie. En op het werk krijgen zij te maken met alledaags racisme, bijvoorbeeld door Joods-Israëlische collega’s die verrast zijn door hun opleidingsniveau.

Palestijnse burgers van Israël protesteren al sinds de oprichting van de staat tegen deze voorwaarden, maar altijd binnen de perken. In 1964 riep de Arabisch-nationalistische Ard-groepering op tot ‘een rechtvaardige oplossing voor de Palestijnse kwestie […] in overeenstemming met de wensen van het Palestijnse Arabische volk’. Als reactie daarop verbood de Israëlische regering de groep en arresteerde haar leiders op beschuldigingen van het in gevaar brengen van de staatsveiligheid.

Politieke ruk naar rechts

Ondanks die beperkingen werden de uitingen van een Palestijnse nationale identiteit luider. Na de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en Oost-Jeruzalem in 1967, ontmoetten de Palestijnse burgers in Israël en hun landgenoten die onder de bezetting leefden elkaar regelmatig, waarmee ze gevoelens van een gezamenlijke strijd ontwikkelden.

Die gezamenlijke strijd werd zichtbaar in oktober 2000, toen duizenden Palestijnse burgers zich verzamelden in Palestijnse en gemengde steden in heel Israël, als uiting van steun voor de Palestijnen in de bezette gebieden tijdens de tweede Palestijnse intifada. Israëlische veiligheidstroepen doodden hierbij 12 ongewapende, demonstrerende Palestijnse staatsburgers van Israël en arresteerden meer dan 600 van hen. Zo ondermijnden de troepen het idee dat volledige gelijkheid voor Palestijnse burgers in Israël is weggelegd.

Sindsdien lanceerde Israël verschillende initiatieven op het gebied van economische ontwikkeling om Palestijnse burgers in de staat te integreren. Maar deze initiatieven deden weinig om de discriminatie waarmee Palestijnse burgers nog altijd worden geconfronteerd, te verminderen.

Bovendien leidde de politieke ruk naar rechts in Israël tot zelfs nog explicieter racistische retoriek uit bepaalde hoek, waaronder toenemende steun voor het uitzetten van Palestijnse burgers uit Israël.

Palestijnse identiteit centraal stellen

Als reactie hierop identificeren steeds meer Palestijnse burgers zichzelf als behorend tot één volk dat zich collectief verzet tegen koloniale overheersing. Een jongere generatie burgeractivisten nam hierin het voortouw, zoals blijkt uit de jaarlijkse herdenking van de Nakba - het verlies van Palestina in 1948 - elke 15 mei.

Dat zij de Palestijnse identiteit centraal stellen, was ook te zien in maart 2021 in de Palestijnse stad Umm al-Fahm. Protesten tegen ogenschijnlijk lokale problemen - misdaad en wapengeweld - veranderden in een uiting van de Palestijnse nationale identiteit toen demonstranten met Palestijnse vlaggen zwaaiden en Palestijnse liederen zongen.

In de stad Lod beklom een Palestijnse burger en demonstrant een lantaarnpaal en verving daar de Israëlische vlag door de Palestijnse.

De laatste protesten rond Sheikh Jarrah en de invallen in de Al-Aqsa-moskee bevorderen opnieuw een gemeenschappelijke Palestijnse zaak. Bij een bijeenkomst in de gemengde stad Lod, een paar kilometer ten zuiden van Tel Aviv, beklom een Palestijnse burger en demonstrant een lantaarnpaal en verving daar de Israëlische vlag door de Palestijnse.

Ondertussen trok de begrafenis van Lod-demonstrant Moussa Hassoun op 11 mei zo’n 8000 rouwenden, terwijl hij gewikkeld in een Palestijnse vlag ter ruste werd gelegd. Sindsdien wakkerden de protesten verder aan, wat Israëlische veiligheidsfunctionarissen ertoe bewoog een avondklok in te stellen in de stad en versterking op te roepen.

Niet langer gefragmenteerd?

De huidige protesten suggereren dat de pogingen van de Israëlische regering om Palestijnse burgers in Israël te isoleren van Palestijnen in de bezette gebieden en in ballingschap, en hen te integreren in de Israëlische staat, zijn mislukt.

Elke hardhandige reactie op demonstranten lijkt alleen maar te bewerkstelligen dat Palestijnse burgers verder vervreemd raken van de staat Israël.

Beelden van politie die op gewelddadige wijze vreedzame protesten opbreekt, Israëlische veiligheidstroepen die in Palestijnse buurten binnen het land worden ingezet, en gewapende Joods-Israëlische burgerwachten die Palestijnen in gemengde steden aanvallen, zullen het beeld van Israël als koloniale macht verder versterken.

Niet alleen bij de gemarginaliseerde Palestijnse minderheid, maar ook bij hun internationale aanhang. Dit alles zou kunnen resulteren in een nieuw soort Palestijnse mobilisatie. Eén die ingaat tegen het idee van een gefragmenteerd volk en alle Palestijnse mensen verenigt in een gezamenlijke strijd.

Dit artikel is eerder verschenen bij IPS-partner The Conversation.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift