De betekenis van Ntaganda in Den Haag

Op 18 maart 2013 kwam een einde aan de militaire blitzcarrière van Bosco Ntaganda in de Democratische Republiek Congo. Die dag stapte de militieleider de Amerikaanse ambassade in Rwanda binnen en vroeg hij zijn uitlevering aan het Internationaal Strafhof in Den Haag, waar hij deze week voor de rechter verscheen. Waarvan wordt hij precies beschuldigd? En wat betekent zijn arrestatie voor Congo, Rwanda en het vredesproces voor de regio? Nadia Nsayi van Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen geeft tekst en uitleg.

  • AP/Reporters Bosco Ntaganda in de beklaagdenbank van het Internationaal Strafhof in Den Haag. AP/Reporters

Analisten beweren dat Ntaganda kon kiezen tussen sterven in de regio of zich aangeven aan het internationaal gerecht en een comfortabel leven leiden in een ‘luxueuze’ Westerse gevangenis. In dat laatste geval zou hij vanuit Rwanda garanties krijgen voor zijn verdediging in Den Haag.

Beschuldigingen

Het Internationaal Strafhof vaardigde twee arrestatiebevelen uit tegen Bosco Ntaganda: in augustus 2006 en juli 2012. Als voormalige militaire leider van vroegere rebellengroep Union des Patriotes Congolais (UPC) wordt hij beschuldigd van zeven oorlogsmisdaden (inlijving van kinderen onder 15 jaar en hun inzet in gevechten, moord, aanvallen tegen de burgerbevolking, verkrachting, seksuele slavernij, plundering) en drie misdaden tegen de mensheid (moord, verkrachting, seksuele slavernij). Deze misdaden zouden begaan zijn in de Ituristreek tussen september 2002 en september 2003.

Door samenwerking tussen de Rwandese, de Amerikaanse en de Nederlandse autoriteiten kon Bosco Ntaganda op 22 maart 2013 overgebracht worden naar het Strafhof. Deze week, op dinsdag 26 maart, verscheen hij op een eerste hoorzitting in Den Haag. In het Kinyarwanda verklaarde Ntaganda dat hij een Congolees is die in Rwanda werd geboren en opgroeide in Congo. Op 23 september start de zitting ter bevestiging van de aanklachten. Indien die bevestigd worden, volgt een proces tegen de militieleider, die overigens onschuldig pleit.

Kabila en Kagame

Op het eerste gezicht lijken de presidenten Joseph Kabila en Paul Kagame profijt te halen uit de uitlevering van Bosco Ntaganda. Nadat zij jaren samenwerkten met de rebellenleider, hebben ze, weliswaar onder diplomatieke druk, eindelijk hun bondgenoot opgeofferd. Dit kan hen bij de internationale partners aan geloofwaardigheid doen winnen.

Kabila, wiens interne legitimiteit onder druk staat, kan de uitlevering toejuichen om de indruk te geven dat hij belang hecht aan de strijd tegen straffeloosheid. Maar terwijl Congo Ntaganda nooit heeft aangehouden toen hij nog op Congolees grondgebied vertoefde, toonde Kagame zijn goodwill door het Internationaal Strafhof te helpen met de uitlevering, hoewel Rwanda het Statuut van Rome niet erkent. Wordt Kigali gerustgesteld omdat Ntaganda niet terecht staat voor misdaden in de Kivu’s ten tijde van CNDP en M23?

Toch hoeft het niet te verbazen dat de autoriteiten in Kinshasa en Kigali zich oncomfortabel voelen bij de uitlevering van Bosco Ntaganda. Door zijn lange militair parcours in Oost-Congo en zijn nauwe banden met zowel het Congolese als het Rwandese regime weet Ntaganda veel over de motieven van de oorlogen in Oost-Congo en de (geheime) akkoorden die gesloten werden.

Zijn proces zal op veel internationale aandacht kunnen rekenen. Als men hem kan overtuigen om een boekje open te doen over zijn samenwerking met Kabila en Kagame, riskeren de regimes in Kinshasa en Kigali gedestabiliseerd te worden. Zo’n scenario zou voor de betrokkenen uiterst ongelegen komen met de presidentsverkiezingen van 2016 (Congo) en 2017 (Rwanda) in het vooruitzicht.

Tot slot rijst de vraag of het Kabila en het Kagame-regime erin zullen slagen om de politieke en militaire aanhangers van Bosco Ntaganda in Congo en Rwanda te sussen. Leggen deze aanhangers zich neer bij de uitlevering van hun leider of keren zij zich tegen diegenen die er aan meewerkten?

Overwinningsgevoel getemperd

De aanhouding en de uitlevering van Bosco Ntaganda vormen een verrassend sterk signaal. Het is een stap vooruit in de strijd voor meer gerechtigheid in Congo. Toch moet het gevoel van ‘overwinning’ getemperd worden.

Ten eerste staat Ntaganda enkel terecht voor misdaden in Ituri. Hij ontsnapt voorlopig aan een vervolging voor zijn daden als één van de leiders van CNDP en M23 in de periode 2006-2013. Dat is een opdoffer voor zijn slachtoffers in de Kivustreek.

Ten tweede is Ntaganda slechts de uitvoerder van bevelen die komen van hooggeplaatste steunbezorgers die internationaal niet vervolgd worden.

Ten derde is Ntaganda slechts één pion die wordt uitgeschakeld. Zijn steunbezorgers hebben andere bondgenoten die hun (economische) belangen kunnen blijven verdedigen in Oost-Congo.

De berechting van militieleiders zoals Bosco Ntaganda is een goede zaak. Maar het moet deel uit maken van een algemene strategie in de strijd tegen straffeloosheid in Congo. Al jaren is die strategie quasi afwezig. Op dit ogenblik lopen andere rebellenleiders nog vrij rond. Ze staan klaar om de strategische positie van Ntaganda in te nemen.

Vredesproces

De uitschakeling van Bosco Ntaganda opent de weg voor een vredesakkoord tussen Congo en M23 onder leiding van Sultani Makenga. Volgens het kaderakkoord van Addis Abeba mogen Makenga en andere militieleiders, die beschuldigd worden van oorlogsmisdaden of waartegen VN-sancties lopen, niet meer beschermd worden. Het zou een uiterst slecht signaal zijn om hen (opnieuw) op te nemen in het Congolees leger en het politieke leven. Zij moeten eveneens vervolgd en berecht worden. Maar een effectieve strijd tegen straffeloosheid is onvoldoende voor de terugkeer van vrede in Oost-Congo. Hiervoor is er is nood aan een andere benadering van het vredesproces in Congo.

Goed geplande militaire acties tegen rebellengroepen in Oost-Congo moeten gecombineerd worden met diplomatieke en politieke demarches, die zowel de defensie- en veiligheids- als de politieke en de sociaal-economische vraagstukken van de opeenvolgende conflicten aanpakken. Hiervoor moet Congo werk maken van een nieuwe visie en strategie voor het pacificatie- en stabilisatiebeleid in het oosten van het land.

Daarnaast moeten de buurlanden – vooral Rwanda en Oeganda – stoppen met het schenden van de nationale soevereiniteit en de territoriale integriteit van Congo.

Tot slot moeten de internationale partners – waaronder de VN, de EU en de lidstaten zoals België – meer druk uitoefenen op de presidenten Joseph Kabila en Paul Kagame en hun regeringen opdat zij de ondertekening van het kaderakkoord en de benoeming van de VN-gezant Mary Robinson als een ultieme kans zien om alsnog constructief mee te werken aan het vredesproces. Dit alles vraagt politieke wil en moed.

Nadia Nsayi is beleidsmedewerker Centraal-Afrika bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Centraal-Afrika Broederlijk Delen & Pax Christi

    Nadia Nsayi heeft een masterdiploma in de vergelijkende en internationale politiek van de K.U. Leuven.