Vrijheid verdedigen moet samengaan met strijd voor gelijkheid en broederlijkheid

‘Onze rechten en vrijheden moeten gericht zijn op de diverse toekomst, niet op Europese nostalgie’

CC Guilhem Vellut (CC BY 2.0)

Muurschildering aan het Maison des Pratiques Artistiques Amateurs, Broussais, Parijs.

De aanslagen in Parijs, Nice en Wenen, maar ook in Dresden zorgden dit najaar voor hernieuwde discussie over terrorismebestrijding en de verdediging van vrijheden die onder druk gezet worden. Gie Goris vraagt meer aandacht voor égalité en fraternité, naast de terechte zorg voor liberté. Want alleen samen winnen we deze strijd.

‘Ik denk dat terreur de juiste omschrijving is voor de moord op de Franse leraar Samuel Paty’, schreef ik half oktober op sociale media. Het ging op de eerste plaats over een aanslag op één leven, maar ik ben ervan overtuigd dat de boodschap bedoeld was voor iedereen die, zoals de geschiedenisleraar, dingen wil doen of zeggen die door de zelfbenoemde behoeders van het ware geloof gezien kunnen worden als beledigend of anderszins ontoelaatbaar. Zij moeten vrezen voor hun veiligheid en uiteindelijk hun leven. Die boodschap is even onaanvaardbaar als de moordende daad zelf, want ze treft niet één maar talloze levens, en bij uitbreiding de democratische rechtsstaat zelf.

‘Het recht op vrije meningsuiting geldt ook voor zaken die beledigen, schokken of storen.’

Het democratische debat vereist immers verdraagzaamheid voor meningen en uitingen die de ander niet welgevallig zijn. In de woorden van het Europees Hof van de Mensenrechten in 1976: ‘Het recht op vrije meningsuiting is niet alleen van toepassing op “informatie” of “ideeën” die verwelkomd worden, gezien worden als niet beledigend of met onverschilligheid onthaald worden. Het geldt ook voor zaken die de Staat of een deel van de bevolking beledigen, schokken of storen.’

Onze manier van leven

Die vrijheid stond opnieuw centraal in de reacties op de aanslagen die daarna volgden in Nice en Wenen. Oostenrijks Kanselier Kurz wijst niet onterecht, maar wel veralgemenend naar de politieke islam en noemt dat ‘een ideologie die een gevaar betekent voor onze vrijheid en onze Europese manier van leven.’

President Macron stelde na de moord op Samuel Paty dat ‘de islam in crisis verkeert, in de hele wereld’ en volgens VRTNWS schreef hij na de aanslagen in Wenen in een condoleanceboek dat ‘Europa een plaats van vrijheid, cultuur en van waarden is. We zullen de gesel van het terrorisme blijven bestrijden.’

Duits Bondskanselier Merkel zat naar aanleiding van de schietpartijen in Wenen op dezelfde lijn, maar formuleerde het wat ruimer: ‘De islamistische terreur is onze gemeenschappelijke vijand. De strijd tegen deze moordenaars, en hun opruiers is onze gezamenlijke strijd.’ 

Merkel: ‘De strijd tegen deze moordenaars, en hun opruiers is onze gezamenlijke strijd.’

Dat de politieke leiders in landen waar gewone burgers het mikpunt of de toevallige slachtoffers worden van terroristisch geweld, hun bevolking willen geruststellen, is normaal en nodig.

Dat ze daarbij een klare lijn trekken tussen de daders en de motieven van politiek geweld en de fundamenten waarop de politieke maatschappij gevestigd is, is belangrijk. Want ook al is het geweld zoals het in Wenen of Nice gepleegd werd nogal diffuus – er worden geen eisen geformuleerd of traktaten gepubliceerd – toch is het duidelijk dat de aanslagen de polis als geheel willen treffen. Dat geldt trouwens ook bij gerichte aanslagen, zoals die tegen Samuel Paty.

Liberté, fraternité, egalité

Wat opvalt bij Macron en Kurtz, is dat ze tegenover het moorddadig extremisme de Europese waarden en manier van leven plaatsen. Of beter: dat ze het belangrijk vinden om vrijheid en “onze manier van leven” Europees te noemen.

Daar is enerzijds en anderzijds wel wat over te zeggen. Enerzijds is het belangrijk om te affirmeren dat de fundamentele verworvenheden van de Verlichting niet opgegeven zullen worden in de landen waarover deze presidenten of kanseliers gaan. Anderzijds is het toch vreemd dat ze enkel pal lijken staan voor liberté, en niet meteen voor fraternité en égalité.

Minder ongelijkheid en meer verbondenheid zouden echt helpen in deze strijd.

Nochtans zouden minder ongelijkheid en meer verbondenheid echt helpen in de strijd die ze aankondigen. Ze zouden, in dezelfde zin, ook duidelijk kunnen maken dat Europese overheden niet zullen buigen of wijken, welk geweld er ook gebruikt wordt, en dat zij integendeel de mensenrechten en daaraan verbonden vrijheden onverkort zullen blijven verdedigen – in beginsel én in de dagelijkse praktijk. Het verschil zit in het signaal dat gegeven wordt, aan de bevolking in het algemeen, aan mensen die naast staatsburgers ook moslim zijn, maar ook aan de rest van de wereld.

Europa is niet het enige slachtoffer

Om bij die wereld te beginnen: Terwijl de reeks aanslagen Europa leek wakker te schudden uit een soort coronaslaap, waarin blijkbaar gedroomd werd dat er van terreurdreiging nauwelijks nog sprake was, bleef het soort terrorisme dat Islamitische Staat produceert en propageert wel degelijk veel slachtoffers eisen.

Alleen waren het in 2020 vooral dorpen en steden in Niger, Nigeria, Mali, Burkina Faso, Afghanistan, Pakistan en uiteraard Irak en Syrië die getroffen werden. Met verwijzingen naar Europese waarden krijg je die landen en hun bevolkingen niet gemotiveerd om samen de strijd met het gewelddadige extremisme aan te gaan.

Is vrijheid van meningsuiting in Kaboel een Aziatische waarde? Een islamitische? Of een universele?

Nochtans is er ook in dit land veel medevoelen als burgers ver weg slachtoffer worden. Dat bleek begin november. Ik zette een korte boodschap op Twitter: ‘Voor wie denkt dat IS enkel “onze democratie en waarden” wil vernietigen: iemand de aanslag op een boekenbeurs in Kaboel gevolgd gisteren? Afghaanse studenten, Iraanse gasten, iedereen die rondliep op de campus geviseerd. 22 doden, allen moslim wellicht.’

Op twee dagen tijd zagen 30.000 mensen die tweet, honderden liketen en/of retweetten het bericht, waarmee ze denk ik zowel onderlijnden dat ook Afghanen beschermd moeten worden en dat de vrijheid van meningsuiting ook in Kaboel geldt. Moet ze daar Aziatisch genoemd worden? Of islamitisch? Of vinden we op dat moment universeel wél goed genoeg?

Wie zijn wij?

Een inclusieve reactie op terreuraanslagen zou de gemeenschappelijke menselijkheid van alle slachtoffers benadrukken, net als het belang om die gedeelde menselijkheid samen te verdedigen. Toen Jacinda Ardern in 2019 haar Nieuw-Zeelandse burgers toesprak na de aanslagen in Christchurch tegen migranten en moskeeën, zei ze: ‘Nieuw-Zeeland werd uitgekozen tot de plek voor deze gewelddaden … omdat dit is wat we vertegenwoordigen: diversiteit, mildheid, compassie, een thuis voor wie onze waarden deelt en een schuilplek voor wie daar nood aan heeft. En die waarden, dat verzeker ik u, kunnen en zullen niet aan het wankelen gebracht worden door deze aanslag.’

Leiders die reageren op extreemrechts terroristisch geweld lanceren opvallend vaak verbindende oproepen.

Dat klinkt heel erg als Jens Stoltenberg toen die als premier van Noorwegen reageerde op de slachting die de extreemsrechtse terrorist Anders Breivik aanrichtte in 2011: ‘We hebben u nodig. Ongeacht waar je leeft, het maakt niet uit welke God je aanroept, elk van ons kan verantwoordelijkheid nemen en de vrijheid bewaken.’

Het is opvallend dat leiders die reageren op extreemrechts terroristisch geweld verbindende oproepen lanceren, terwijl leiders die reageren op islamistisch terroristisch geweld vaak terugvallen op termen die onderscheid maken tussen wij en zij, hier en ginder, onze manier van leven en hun ideologie.

Ook al hebben westerse politieke leiders intussen geleerd het subtiele verschil te maken tussen islamisme en islam, toch doen ze duidelijk geen inspanningen om moslims die hier geboren en getogen, of aangekomen en ingeburgerd zijn te betrekken in het “wij”. Die inspanning moeten die moslims blijkbaar zelf maar doen.

Het recht op vrije meningsuiting

Hoe belangrijk expliciet inclusieve boodschappen kunnen zijn voor het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting, bleek al in de dagen na de moord op Paty. Één voorbeeld: De tweet van professor Nadia Fadil, waarin ze in 214 tekens haar afschuw uitsprak voor die moordaanslag en tegelijk opriep om vanuit alle hoeken werk te maken van depolarisering, leidde rechtstreeks tot een online lynchpartij. (Dit was de boodschap: ‘Horrific, despicable and sad. There are no words to condemn this hard enough. I hope this nightmare of our times will soon be over, and this will require a depolarization from all sides, including the French state.’)

Je kan niet enkel universeel zijn als het past, net zomin als je een beetje zwanger kan zijn.

Als regeringsleiders het recht op vrije meningsuiting verdedigen – en dat is vandaag even belangrijk als honderd jaar geleden – dan moet dat recht niet alleen gelden voor meningen die een reeds geviseerde minderheid ‘beledigen, schokken of storen’, maar ook voor meningen die de meerderheid uitdagen, schokken of storen. Je kan niet enkel universeel zijn als het past, net zomin als je een beetje zwanger kan zijn.

Walter Lippmann, een vooraanstaand Amerikaans democraat en publicist zie ooit: ‘Het recht om te spreken is wellicht het begin van vrijheid, maar het is de noodzaak om te luisteren die van dat recht een belangrijke zaak maakt.’ Tijd maken om de andere te begrijpen, aandacht geven aan gevoeligheden die je niet deelt, begrip opbrengen voor overtuigingen die je verwerpt: het zijn basisvaardigheden die voor de democratie van essentiële waarde zijn.

Moordenaars en voorstanders van terreur als instrument om meningen te onderdrukken, hebben geen boodschap aan de oproep om te luisteren, dat is geweten. Al te vaak zie je aan de andere kant van de scheidslijn al even weinig respect voor de rechten en vrijheden van al wie stoort – en die categorie wordt met de dag ruimer, zo lijkt het. Je ziet die houding dus ook bij mensen die geweld verwerpen, maar onbewust vanuit hun meerderheidspositie wel een vorm van intimidatie bezigen die de samenleving dieper verdeelt en andere stemmen het zwijgen oplegt of probeert op te leggen.

Rechten en vrijheden zijn universeel…

Er is geen enkele aanvaardbare reden om een mens te vermoorden. Geen enkele. En als terreur de motivatie is, moet het geweld nog meer, breder en dieper bestreden worden. Dat moeten we samen doen. Met alle burgers, overheden en instellingen die de rechten en vrijheden genegen zijn.

Het is tijd om de diverse bronnen en historische wortels van rechten en vrijheden te erkennen.

De roep van sommigen om de universaliteit van mensenrechten, burgerlijke vrijheden, rechtsstaat en democratie eenzijdig te grondvesten op de westerse geschiedenis, ervaring en ontwikkeling van deze principes, is geen toekomstgericht project, maar een uiting van onvermogen om afscheid te nemen van de periode van eenzijdige dominantie en over te gaan naar een pluraal alternatief.

Een ernstige oefening om mensenrechten of burgerlijke vrijheden te plaatsen en te her-denken in het kader van de superdiverse én gepolariseerde samenleving van vandaag, is geen poging om deze pijlers van de hedendaagse maatschappij te relativeren, maar net om hun diverse bronnen en historische wortels – ook buiten de Europese ruimte – te erkennen en op te nemen in een toekomstgericht discours, waarin alle naties en hun divers samengestelde bevolkingen zich kunnen herkennen.

… en moeten functioneren in een superdiverse toekomst

Elke reflectie over rechten en vrijheden binnen de context van de actuele polarisering moet daarom mondiaal én inclusief zijn, en heeft de inbreng nodig van experts en activisten met diverse achtergronden en uit verschillende delen van de wereld. ‘Mensenrechten zijn geen luxe, geen wijsheid achteraf, geen soft onderwerp’, zegt de Zuid-Afrikaanse Navi Pillay, een monument van de mondiale mensenrechtenstrijd. ‘Wie mensenrechten verwaarloost, krijgt achteraf af te rekenen met veel groter geweld.’

‘Wie mensenrechten verwaarloost, krijgt achteraf af te rekenen met veel groter geweld.’

Voor de duidelijkheid: dat is geen vergoelijking, laat staan een verdediging van geweld. Het is een waarschuwing aan overheden om niet lichtzinnig om te springen met mensenrechten. Een samenleving waarin alle mensen van hun volle mensenrechten kunnen genieten, is een samenleving met veel minder kans op ontsporingen, wrok, geweld en terreur.

Het her-denken van de voornaamste politieke en maatschappelijke erfenis van de voorbije eeuwen – de onvervreemdbare rechten en vrijheden van mensen – moet gericht zijn op de wereld van de toekomst, niet op een steriele nostalgie naar een onbestaand verleden. En die toekomst is divers, mondiaal en uitgedaagd door diepgaande problemen op vlak van klimaat en ongelijkheid.

De Libanees-Franse auteur Amin Maalouf verdedigt de open samenleving waarin individuen van hun culturele vrijheden en rechten genieten en waarin iedereen zichzelf kan zijn en ontwikkelen tegenover het communautaire denken, dat mensen opsluit in één aspect van hun complexe identiteit en dus uitsluit van vruchtbare dialoog en verandering. ‘Het gevecht voor een open samenleving is een gevecht om de geesten en de mentaliteit van de samenleving. We moeten dat gevecht niet uit de weg gaan, we moeten dat winnen’, besloot hij een gesprek dat ik enkele jaren geleden met hem had.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur