RED DE WERELD, ORGANISEER EEN CONCERT!

Op 7 juli zullen in zeven continenten meer dan 150 topmuzikanten het podium beklimmen voor een schonere wereld. Dat zal individuen, bedrijven en overheden aanzetten tot actie om het klimaatprobleem op te lossen, belooft de website van Live Earth. Geloven muzikanten in hun politieke kracht en hebben ze genoeg kennis van zaken om de rest van de mensheid een geweten te schoppen?
We kennen het fenomeen sinds oktober 2006 (0110) ook in Vlaanderen: het festivalpodium dat muteert tot politieke tribune en zangers die zich ontpoppen tot als politieke woordvoerders.
Op 7 juli wordt een nieuwe internationale standaard gezet met Live Earth. Die dag zullen meer dan twee miljard mensen op een of andere manier deelnemen aan de grootste rockmanifestatie van de geschiedenis. Het initiatief komt onder andere van Al Gore, die het model van Live Aid en Live 8 wil gebruiken om aandacht te vragen voor de aarde en haar klimaatprobleem. De Live Earth concerten vinden plaats in Londen, New York, Johannesburg, Tokio, Hamburg, Sidney, Rio de Janeiro en Sjanghai. Een planetair probleem vraagt om een planetaire aanpak, zoveel is duidelijk.
Niet iedereen is er echter van overtuigd dat concerten zullen helpen om het groeiende probleem op te lossen. Het is ook de vraag of de mensheid zijn stem per se moet verheffen via de stembanden van rockgoden. En hebben die beroemde zangers eigenlijk wel een brede en onderbouwde mening, zodat ze met recht en rede de rol kunnen opeisen die in vroeger tijden door schrijvende en lezende intellectuelen vervuld werd?
MO* vroeg het aan drie artiesten die deze zomer gewoon op Belgische festivalpodia verschijnen: Johnny Clegg, Rachid Taha en Philippe Cohen-Solal van Gotan Project. Via de aangegeven links vindt u de volledige interviews én korte recensies van de jongste cd’s van de artiesten.

Johnny Clegg: ‘IEDEREEN MOET ZIJN STEM VERHEFFEN’


“De witte Zoeloe” is de bijnaam die Johnny Clegg kreeg omdat hij in de jaren van gescheiden ontwikkeling en officieel racisme in Zuid-Afrika de eerste gemengde muziekgroepen oprichtte: Juluka en Savuka. Voor heel veel mensen blijft hij de zanger van Asimbonanga, maar de politiek heeft zijn teksten anno 2006 ook niet verlaten. Moeten zangers maatschappelijke standpunten innemen? (lees hier het volledige Clegg-interview)

Johnny Clegg: Ik zie mezelf niet als een woordvoerder van welke beweging dan ook. Ik maak muziek en doe mijn ding -that’s it. Al zuig ik natuurlijk wel de thema’s en de uitdagingen op die zich in de wereld rondom mij voordoen. De veranderingen die de voorbije jaren plaatsvonden in Zuid-Afrika worden ook in de artistieke sector zichtbaar. De strijdkunst van de jaren zeventig en tachtig was uitgesproken politiek-ideologisch, vandaag zijn kunstenaars bevrijd van de druk om altijd op de nagel van het onrecht te kloppen. Dat levert kunst op die, zoals de hedendaagse politiek, veel diverser en genuanceerder is, boeiender dus ook. Er is bijvoorbeeld meer aandacht voor klassetegenstellingen, ook binnen de zwarte meerderheid.
Zuid-Afrika is niet de regenboognatie geworden die in 1994 beloofd werd?
Johnny Clegg: Er is veel veranderd en veel van de veranderingen gingen in de richting van wat beloofd werd. Er is veel meer ruimte voor debat en veel meer begrip voor elkaar. Op politiek vlak is de apartheid overwonnen, op economisch vlak nog bijlange niet. Vandaag is nog maar vijf procent van de aandelen op de Beurs van Johannesburg in handen van zwarten.
Alleen in de overheidsadministraties is er echt iets veranderd. Daar is de overschakeling van een witte ambtenarij naar een legertje zwarte en gekleurde mensen met witte boorden wel degelijk gerealiseerd -en dat gaat toch over een miljoen mensen. De weg van politieke vrijheid naar economische bevrijding is dus nog erg lang.
Toch vind ik dat we in een bijzonder boeiende tijd leven. Mensen hebben vertrouwen en hoop opgebouwd, ze verdienen een beetje geld waarmee ze zich een menswaardig leven kunnen voorstellen… Er is nog vreselijk veel te doen, maar er is ook veel meer mogelijk.
Maakt het ANC zorgvuldig gebruik van die mogelijkheden?
Johnny Clegg: Jammer genoeg probeert de Zuid-Afrikaanse op dit moment het maatschappelijk debat in de media stil te leggen. In Pretoria gaan ze niet zo brutaal tewerk als in Harare, in Zuid-Afrika wordt vooral op zelfcensuur gemikt. De overheid is supergevoelig wat de berichtgeving over misdaad en werkloosheid betreft en ze probeert daarom te voorkomen dat haar machteloosheid te breed uitgemeten wordt in de media.
Mensen wéten echter dat de misdaadcijfers uit de hand lopen en ze wéten dat Zuid-Afrika een economische groei kent zonder dat die extra banen oplevert. Ze willen daar dan ook deftig over geïnformeerd worden. De krachtmeting tussen overheid en media gaat dus iedereen aan.
Op mijn nieuwe cd zing ik dat iedereen zijn stem moet gebruiken om zich uit te spreken, om de stilte te doorbreken die elke vorm van censuur probeert op te leggen. Het recht op vrije meningsuiting opeisen is de eerste stap om de ruimere mensenrechten te verdedigen.
Vindt u politieke concerten zoals Live Earth belangrijk?
Johnny Clegg: Natuurlijk. Ik besef dat het entertainmentgehalte van zulke popconcerten groter is dan hun inhoudelijke gehalte, maar dat zorgen voor de aarde hip en cool wordt, daar is toch niets op tegen? Als er over de hele wereld weer eens miljoenen mensen bereikt worden met de boodschap dat we beter moeten nadenken over onze relatie met de natuur, dan is dat fantastisch.
Het milieu zal de politieke agenda in de hele wereld veel meer gaan domineren in de komende twintig jaar en dus moet er gewerkt worden aan een breed publiek bewustzijn. In Zuid-Afrika wordt milieu een steeds belangrijker, maar zeker geen eenvoudig thema. De massale werkloosheid en wijdverspreide armoede maakt het heel moeilijk om neen te zeggen op industriële projecten, zelfs op de invoer van elektronisch en chemisch afval.
Zuid-Afrika heeft intussen wel een wettelijk kader om daarmee om te gaan, wat ontbreekt is de politieke wil of macht om dat ook op te leggen en uit te voeren.
lees hier de recensie van One Life, de jongste cd van Johnny Clegg.

Rachid Taha: ‘PODIUM GEBRUIKEN VOOR EEN INHOUDELIJK DEBAT’


Hij voelt zich meer verwant met Iggy Pop, Brian Eno en Patti Smith dan met de charmezangers uit de Magrebijnse popmuziek. Toch leverde enfant terrible Rachid Taha onlangs een erg melancholieke cd af waarin hij op zoek gaat naar de muziek van de eerste generatie Algerijnen in de Franse voorsteden. We vroegen hem of muzikanten zich moeten uitspreken over grote maatschappelijke problemen zoals uitsluiting, racisme of klimaat. (lees hier het volledige Taha-interview)
Rachid Taha: Vanzelfsprekend. Je kan toch niet onberoerd blijven door wat je om je heen ziet. Ik reis behoorlijk veel en dus word ik met heel veel verschillende situaties geconfronteerd. De mens in mij ziet dat allemaal en wordt erdoor aangegrepen, de zanger of het podiumbeest wil daar dan natuurlijk over vertellen.
Ik wil contact met mijn publiek en dus moet ik -forcement- weten in welke wereld zij dagelijks leven. En omgekeerd is het van groot belang dat het publiek weet wat er in mijn hoofd zit. Door mijn mening te geven over de maatschappelijke evoluties, geef ik mijn publiek de kans om te reflecteren op de machtsverhoudingen in de wereld.
Twintig jaar geleden organiseerde men in Frankrijk megaconcerten voor Touche pas à mon pôte. De situatie van de allochtone Fransen is er niet op vooruitgegaan sindsdien, is er opnieuw behoefte aan zulke concerten of initiatieven?
Rachid Taha: Nee, danku. De Touche pas à mon pôte campagne van SOS Racisme is zowat het stomste dat er in Frankrijk ooit gebeurd is rond racisme en uitsluiting. Ik herinner me een uitspraak van Baudrillard waarin hij SOS Racisme, die het racisme wou uitbannen, vergeleek met SOS Baleines, de organisatie die de walvissen wou redden. Misschien, redeneerde Baudrillard, willen sommige mensen racisme wel behouden, zodat ze tenminste een vijand hebben om te haten.
Intussen is er in Frankrijk volop een verharding van de samenleving bezig en stranden er elke dag doden aan de buitenkusten van Europa. Er sneuvelen massaal veel mensen bij hun poging om de grens tussen arm en rijk over te steken, ook al beseft Europa goed genoeg dat het nood heeft aan immigranten. Alleen: die immigranten zijn zwart, en dus willen we ze niet. Zo’n diepgaand onrecht kan je dus niet bestrijden met een button, daarvoor heb je politieke macht nodig.
Intussen maakt u een nostalgische cd in plaats van een strijdvaardige. Is dat niet een beetje contradictoir?
Rachid Taha: Divan 2 is geen kwestie van nostalgie, eerder van melancholie. Ik ga terug in de tijd met deze plaat omdat ik wil dat iedereen de Maghrebijnse gemeenschap kent en begrijpt, en om ons te begrijpen moet je beseffen dat we een verleden hebben, dat we een geheugen hebben, dat we geen onbeschreven blad zijn waarop de Franse samenleving haar verwachtingen kan inschrijven.
Begin juli vinden de Live Earth concerten plaats. Is dat een goede zaak?
Rachid Taha: Ja, want op die manier worden heel veel mensen bewust gemaakt van een essentieel probleem van onze tijd. Wat er ook zo goed aan is, is het feit dat het evenement vanuit de VS georganiseerd wordt en dat op die manier wereldwijd duidelijk gemaakt wordt hoe sterk de tegenstroom tegen het beleid van Bush wel is.
Als het volk zich organiseert, dan moet de politiek uiteindelijk bewegen, daarvan kan Tony Blair getuigen. Het is daarom zo belangrijk dat we onze mond opentrekken en zeggen waar het op staat. Helaas hebben de intellectuelen zich tevreden gesteld met een rolletje als entertainers in praatprogramma’s. Ze geven niet langer zin aan of inzicht in de samenleving.
Zijn muzikanten beter op de hoogte van wat er zich in de wereld afspeelt?
Rachid Taha: Ik wou dat ik ja kon antwoorden, maar het is jammer genoeg niet zo. Je kan je niet voorstellen met wat voor onbenullen de showbusiness volloopt. Neen, ook de klasse van de muzikanten is niet geschoold of geïnteresseerd. Je moet dus niet luisteren naar elke hond met een gitaar om zijn hals, maar als een artiest een gefundeerde mening heeft, moet hij die wel wereldkundig maken, dan moet hij er alles aan doen om zijn podium ook voor inhoudelijke debatten te gebruiken.
(lees hier de recensie van Diwan 2, de jongste cd van Rachid Taha)

Gotan Project: ‘ALS MUZIKANT ABSORBEER JE DE OMGEVING’


Philippe Cohen-Solal is een onbekende naam, maar met zijn Gotan Project verkocht hij wel al meer dan een miljoen cd’s. Cohen-Solal is dj, sampler, projectbeheerder, kortom: een jonge muziekgod uit de 21ste eeuw. Hij heeft duidelijk iets met Latijns-Amerika: de muziek van Gotan Project wordt omschreven als elektrotango en hij noemde zijn platenmaatschappij Ya Basta!, naar het gelijknamige boek van Subcomandante Marcos. Van waar die fascinatie? (lees hier het volledige Gotan-interview)
Philippe Cohen-Solal: Marcos’ visie op de samenleving, maar vooral de manier waarop hij die verwoordt en hoe hij mensen ermee mobiliseert, fascineerden me meteen. Hij voegt een element van poëzie toe aan het politieke discours en dat vind ik verfrissend. In de politieke arena heerst meestal immers een dodelijke ernst en een egocentrische praktijk. Ik idealiseer de figuur van Subcomandante Marcos niet, maar het is juist zijn uitgesproken menselijkheid die zo inspirerend werkt.
Sommigen vinden het sampelen van stukjes toespraak van Marcos een commerciële uitbuiting van een radicaal verzetssymbool. Ik heb daar eigenlijk geen probleem mee, omdat de kern van de boodschap van Marcos, Che Guevara en Bob Marley -verzet, radicale inzet, rechtvaardigheid- zelfs de commerciële exploitatie van hun afbeelding overleeft. Overigens: wij betalen de publicatierechten van Marcos’ woorden via tussenpersonen aan de Zapatisten.
Volgens Ignacio Ramonet was de poëtische strijd van de Zapatisten een mooi ideaal voor de jaren negentig, maar heeft de eenentwintigste eeuw behoefte aan de machtspolitiek van Hugo Chavez.
Philippe Cohen-Solal: Ik ben het daar niet mee eens. De Venezolaanse president Chavez voert een goed sociaal beleid, maar ik vrees dat zijn aanpak van de ene dag op de andere in elkaar kan klappen. Op het internationale vlak toont hij zijn zwakste kant door in het simpele schema te stappen van “de vijand van mijn vijand is mijn vriend”.
Natuurlijk moet Chavez zich krachtig opstellen tegenover de regering Bush in de VS, maar als hij daarvoor zoete broodjes moet bakken met mensen als de Iraanse president Ahmadinejad, dan is hij niet goed bezig. Je kan de wereld niet simpelweg opdelen in goeden en slechten, in daders en slachtoffers.
La Revancha del Tango verscheen in 2001, het jaar dat de Argentijnse economie in elkaar klapte. Is er een verband?
Philippe Cohen-Solal: Neen, het uitgangspunt was tango en Argentijnse muziek. Maar als muzikant absorbeer je natuurlijk altijd wat er rondom je gebeurt. Al in 1999 produceerden we met het prille Gotan Project de track El capitalismo foraneo, waarin we een oude toespraak van Evita Perron gebruikten. Zij had het daarin over de verwoestende effecten van het buitenlandse kapitalisme. Dat nummer werd in 2001 meteen grijsgedraaid door Argentijnse dj’s en werd daardoor voor veel mensen de soundtrack van de opstand tegen de oude politiek.
Hoe staat u tegenover een initiatief als Live Earth?
Philippe Cohen-Solal: Positief. Ik ben lid van Greenpeace en ben samen met de organisatie een festival aan het organiseren voor september. Ik heb in Zürich onlangs ook nog een dj set gespeeld voor Greenpeace. Ik probeer zoveel mogelijk benefietconcerten te spelen voor dit soort thema’s en organisaties. Alleen worden wij niet vaak gevraagd.
Sommige mensen vinden het vreemd dat rockmuzikanten zo veel aandacht krijgen voor hun politieke standpunten, terwijl ze niet noodzakelijk goed uitgerust zijn om het beter te weten.
Philippe Cohen-Solal: Er zit misschien wel wat waarheid in die kritiek. Anderzijds vind ik het wel terecht dat wij ons bereik en ons podium gebruiken om meer jonge mensen tot engagement aan te zetten. Het mag alleen niet eenzijdig worden.
Ik haat de politiek van George W. Bush en wil mijn luisteraars graag aanzetten tot verzet, maar tegelijk hoop ik dat ze niet vervallen in het primaire anti-Amerikanisme dat opgeld maakt. Ik heb net een soloplaat gemaakt met Amerikaanse rootsmuziek. Dat is mijn  -muzikale- manier om te zeggen dat er fantastische mensen leven in de VS. Wat er vandaag in the Other America gebeurt, de strijd tegen de domme machtspolitiek vanuit Washington, dat is gewoon schitterend.
(lees hier de recensie van Lunatico, de jongste cd van Gotan Project)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur