Alternatieve benaderingen van kennis en kennisproductie

Stem uit Zuiden wordt belangrijker in kenniseconomie

Wiredforlego CC BY-NC 2.0

Decolonize! Straatkunst in Los Angeles, VS

Globalisering en nieuwe technologie hebben de manier veranderd waarop kennis ontstaat en verspreid en verwerkt wordt. Met een druk op de knop zijn artikelen uit de hele wereld te vinden. Toch draagt de wereldwijde kenniseconomie nog het stempel van het verleden, zegt Robert Morrell, historicus aan de Universiteit van Kaapstad.

De voormalige kolonisatoren van de negentiende en twintigste eeuw zijn de rijke landen van Europa en Noord-Amerika, die het Noorden worden genoemd en waartoe meestal het Westen en de eerste wereld worden gerekend. Zij zijn goed voor een kwart van de wereldbevolking en 80 procent van het wereldwijd verdiende inkomen. Deze landen spelen nog steeds een centrale rol in de kenniseconomie. Maar het verhaal gaat niet eenvoudigweg over Noordelijke dominantie. In het Zuiden is een proces van kennisopbouw gaande.

Kennisongelijkheid

De Europese kolonisatoren kwamen veel ontwikkelde en complexe kennissystemen tegen in de landen die ze koloniseerden. Deze landen hadden hun eigen intellectuelen en wetenschappen op het gebied van milieu, geografie, geschiedenis en medicijnen. Ze hadden ook hun eigen manieren om kennis te ontwikkelen. Soms probeerden de kolonisatoren deze kennis uit te wissen.

In andere gevallen eigenden ze zich de kennis toe, bijvoorbeeld in de landbouw, visserij en mijnbouw. Soms erkenden ze andere kennissystemen en intellectuelen, en kenden er zelfs groot respect aan toe.

‘In de afgelopen decennia kwam er meer kritiek op de kennisongelijkheid en de Noordelijke dominantie, ook waren er veranderingen in de patronen van kennisproductie’

Dit was het geval bij sommige Britten in India en een vroege vorm van oriëntalisme, de studie van mensen en culturen uit het Oosten.

In de afgelopen decennia kwam er meer kritiek op de kennisongelijkheid en de Noordelijke dominantie. Ook waren er veranderingen in de patronen van kennisproductie, sommige nieuwere disciplines hebben zich gedistantieerd van de oude patronen van ongelijkheid.

Deze kwesties staan centraal in Knowledge and Global Power: Making new sciences in the South (Wits University Press), waarvan ik mede-auteur ben met Fran Collyer, Raewyn Connell en Joao Maia. De focus ligt vooral op die gebieden waar oude patronen niet herhaald worden, zoals klimaatverandering, gender en hiv/aids. Dit zijn drie gebieden waarop kennis geproduceerd wordt en waarin de nieuwe stemmen van het Zuiden prominent kunnen zijn.

Plaatselijke kennis voor plaatselijke doelen

De kritiek op ongelijkheid in de wereldwijde kennisproductie neemt verschillende vormen aan. Een is de “postkoloniale theorie”, theorieën vanuit India en de Arabische wereld die de ongelijke machtsrelaties analyseren in de periode na het formele einde van het kolonialisme. Zij leggen de nadruk op ondergeschiktheid of marginalisering van de bevolkingsgroepen die leefden in de koloniale contexten.

De “dekoloniseringsbeweging” is een ander voorbeeld. Die onderzoekt modernistische aannames en ontwikkelt nieuwe manieren van denken, los van kennisongelijkheid. Deze beweging trekt lering uit de kolonisatie van Latijns-Amerika.

Er klinkt ook een roep om de terugkeer naar inheemse kennis. Maar de gevolgen daarvan zijn niet altijd positief, zoals bij de Zuid-Afrikaanse poging om de hiv/aids-epidemie te bestrijden via plaatselijke genezingspraktijken. Voormalig president Thabo Mbeki zag de traditionele medicijnen als de antithese van een exploitatieve, westerse farmaceutische industrie. Hij verwierp het gebruik van antiretrovirale medicijnen eerder dan dat hij probeerde deze benaderingen elkaar te laten aanvullen. Dat bleek een kapitale fout die ongeveer 330.000 mensen het leven kostte.

Wetenschappers zoals Paulin Hountondji uit Benin benadrukken het belang van het verbinden van de actieve processen van kennisproductie die ontstaat in gekolonialiseerde samenlevingen met andere kennissystemen.

Kennis produceren voor plaatselijke doeleinden, eerder dan voor export naar de wereldwijde kenniseconomie, is al lange tijd onderdeel geweest van het werk van intellectuelen in koloniale en postkoloniale samenlevingen. Dit kan voor activistische doelen zijn, zoals de nationalistische geschiedenis die wordt geschreven om de strijd voor onafhankelijkheid te ondersteunen. Het kan ook gebeuren als antwoord op problemen die nauwelijks bestaan in het Noorden, zoals de sociale problematiek in postkoloniale megasteden. Het herkennen van plaatselijke kennisagenda’s is belangrijk.
Toch groeit de autoriteit van kennisformaties geconcentreerd in het Noorden.

Kennisproductie

Dit is waar het idee van de ‘Zuidelijke Theorie’ zich aandient, een theorie van een van de auteurs van het boek, Raewyn Connell. De theorie verwijst naar sociale ideeën uit samenlevingen in het Zuiden.

Er bestaan alternatieve benaderingen van kennis en kennisproductie. Er is een rijkdom aan kennis afkomstig van gekoloniseerde volken, van kolonistenpopulaties en van postkoloniale samenlevingen die worstelen met onafhankelijkheid, geweld en nieuwe vormen van uitbuiting.

‘Zuidelijke kenniswerkers werken nog steeds met een kennissysteem waarin de macht van uitgeverijen, topuniversiteiten en veelgeciteerde onderzoekers, onaantastbaar is’

Het bestaan van de Noordelijke dominantie en invloed betekent niet dat er passiviteit heerst in het Zuiden, of dat die dominantie niet wordt uitgedaagd. Over kennisproductie wordt onderhandeld en er dienen zich creatieve manieren van participatie aan.

Zuidelijke kenniswerkers werken nog steeds met een kennissysteem waarin de macht van uitgeverijen, topuniversiteiten en veelgeciteerde onderzoekers, onaantastbaar is. Maar ze zijn ook in staat om controle uit te oefenen over hun eigen werk. Dit doen ze door plaatselijke onderzoeksprogramma’s en -instituten op te zetten, en hun onderzoek op onderscheidende wijze te koppelen aan publiek beleid gericht op sociale problemen.

Onder kenniswerkers in het Zuiden zien we bewijs van verandering, de ontwikkeling van lokale kennis en complexe verweving van Noordelijke paradigma’s met Zuidelijke ervaringen. Het aandeel van het Noorden in wetenschappelijke publicaties nam recentelijk af en het Zuiden heeft bijgedragen aan die veranderende balans. Deze veranderingen laten zien dat de wereldwijde kenniseconomie niet statisch is.

De waarde van verbinding

Uit het onderzoek voor dit boek bleek dat veel respondenten waarde hechten aan connecties in hun periferie. Brazilianen zoeken verbinding met onderzoek in Latijns-Amerika en Afrika; Zuid-Afrikanen zoeken naar connecties op hun contintent; Australiërs leggen links in de regio Azië en de Pacific.

De connecties die er al zijn, laten een praktische basis zien voor de logica om kennisprojecten te verbinden tussen Noord en Zuid, en tussen Zuid en Zuid. In een neoliberale context, die zich kenmerkt door bezuinigingen op onderzoeksbudgetten, zullen het de kenniswerkers zelf en de sociale bewegingen in het Zuiden moeten zijn die nieuwe vormen van solidariteit stimuleren. Zij moeten zich richten op wereldwijde kennisproductie die bijdraagt aan de ontwikkeling van vrijheid, vrede en democratie.

Robert Morrell is historicus aan de Universiteit van Kaapstad

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift