Dossier: 

Terugkerende Syriëstrijders: angst moet plaats ruimen voor verstandig beleid

Wat is de reële dreiging die uitgaat van terugkerende Syriëstrijders? Hoe kan en moet een overheid daarmee omgaan om haar bevolking te beschermen? De roep om het leger in te zetten tegen terrorisme is volkomen van de pot gerukt en zelfs contraproductief, maar wat is dan wel effectief? Uit de motivatie, de ideologie en de achtergrond van de Syriëstrijders kunnen we veel leren en een aanpak ontwikkelen die vruchten zou kunnen afwerpen.

  • Montasser AlDe’emeh (l) en Pieter Stockmans (r)

‘Nemmouche is de eerste teruggekeerde Syriëstrijder die heeft gedaan waar wij voor vreesden.’ De federale procureur Fréderic Van Leeuw stelde dat de vrees van Europese inlichtingendiensten – dat Syriëstrijders geradicaliseerd terugkeren en dat ze in Syrië leerden hoe ze moesten omgaan met wapens – werkelijkheid is geworden. Indien onderzoek uitwijst dat dit klopt, dan bewijst dit dat er een dreiging uitgaat van jihadisten die ooit bij de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) streden. Dat is een militie die zich afscheurde van Al-Qaeda, het is een losse organisatie waarin cellen en zelfs individuen ongecontroleerd initiatieven ontplooien.

Het verklaart ook waarom een gewone strijder zonder leiderspositie als de Antwerpenaar Azeddine Kbir Bounekoub moslimjongeren in België kon oproepen om aanslagen in België uit te voeren. ‘Het martelaarschap kan je niet alleen vinden in Syrië, maar ook in België.’ Het is erg onwaarschijnlijk dat de leiders toestemming gaven om die uitspraken te doen, want de focus van de jihadbeweging ligt voorlopig enkel op Syrië.

Abu Muhammad al-Maqdisi, één van de peetvaders van de jihad, verklaarde onlangs dat ISIS afwijkt van de ideologie: ‘Hun strijders neigen naar extremisme en verspillen bloed. Deze groep heeft de jihad besmeurd.’ Tijdens onze reis naar Jordanië interviewden we Munif Samara, een prominente jihad-ideoloog. Hij raadt Belgische moslimjongeren aan om thuis te blijven als het is om bij ISIS te gaan vechten en is een tegenstander van aanslagen op burgerdoelwitten in het Westen.

Radicaliserende jongeren

Tijdens ons onderzoek in Jordanië ontmoetten we verschillende jongemannen die radicaliseren, maar die voorlopig geen gevaar voor eigen land betekenen. Al-Qaeda concentreert zijn energie op Syrië, omdat de voorwaarden voor een jihad in Jordanië niet vervuld zijn, laat staan voor Europa. Maar een land dat de jihad tegenwerkt, wordt volgens sommige strekkingen een doelwit van de jihad. Het huizenhoge dilemma waar de inlichtingendiensten voor staan is het volgende: net door jihadisten tegen te houden en te vervolgen verhoogt de kans op aanslagen. Het is dus balanceren op een slappe koord, en daarom is preventie belangrijk.

Minister Milquet trok in februari naar Jordanië om te bestuderen hoe dat land omgaat met teruggekeerde strijders. Voorlopig lijkt België eerder de Jordaanse repressie over te nemen: voor het eerst worden kandidaat-Syriëgangers gerechtelijk vervolgd na de aanhouding van twee Antwerpse moslimmeisjes, Elio Di Rupo pleit voor meer sanctiemiddelen tegen gewelddadige radicale bewegingen, Bart De Wever vraagt paracommando’s om joodse doelwitten te bewaken, sommige politici pleiten voor een uitbreiding van de mogelijkheden voor veiligheids- en politiediensten in de strijd tegen terreur.

Het lijkt alsof we geconditioneerd zijn om op deze manier op terreurdreiging te reageren: repressie, criminalisering van radicalisme, meer bevoegdheden voor veiligheidsdiensten; stuk voor stuk kunnen ze leiden tot de inperking van de democratische ruimte en de rechtstaat. Wat blijft er nog over van het preventieplan dat Binnenlandse Zaken in april vorig jaar lanceerde?

Allereerst zijn er bepaalde dingen die je als overheid vooral niet moet doen. In Jordanië bereikten de salafi-jihadi’s hun doel: dankzij de onderdrukking van hun protest wonnen ze net aan invloed. Ook de inlichtingendienst bereikte haar doel: zij hebben nu een sterke vijand die ze kunnen opvoeren om de bevolking bang te maken. Het tragische aan deze symbiose tussen vijanden is dat er nooit zoveel jongeren uit Jordanië naar Syrië waren vertrokken als de overheid de salafi-jihadi beweging niet zo hardhandig had aangepakt.

The Way of Life

In België beleeft Sharia4Belgium een heropleving onder de naam The Way Of Life, na de arrestatie van de twee Antwerpse moslimmeisjes. Op sociale media en in straatprotesten grijpen ze de arrestatie aan om de beweging te doen groeien. Ze bombarderen Fouad Belkacem en de meisjes tot symbolen van een heldhaftige strijd. Zo zadelt de staat zichzelf op met een probleem. Sommige moslims die anders nooit met de gewapende jihad zouden bezig zijn, voelen sympathie voor de jihadisten die opkomen voor de “onderdrukte zusters”. En sommigen zijn minder bestand tegen het schuldgevoel dat jihadisten aan andere moslims aanpraten.

Dat de staat minder daadkrachtig optreedt tegen extreemrechts racisme dan tegen moslimextremisme, is een extra bron van frustratie. Na het videospel van De Winter, zijn uitspraken over de “verbruining” van onze samenleving en de racistische aanval tegen VRT-journalist Peter Verlinden: geen straffe uitspraken, geen duidelijke veroordeling van racisme. Nochtans is ook racisme een aanslag, een echte tikkende tijdbom. Het zijn die twee maten en twee gewichten die vele jongeren confronteren met een soort onrecht in onze maatschappij.

Het gevoel er alleen voor te staan als gemeenschap bleek ook na de reacties op de knuppelaanval tegen een Turkse jongen in Hamme. Velen zag er het bewijs in dat het videospel van De Winter effectief had aangezet tot racistisch geweld.

Bewegingen als The Way Of Life kapitaliseren op het gevoel van vele moslims dat ze niet welkom zijn in deze maatschappij. Het gevoel er alleen voor te staan als gemeenschap bleek ook na de reacties op de knuppelaanval tegen een Turkse jongen in Hamme. Velen zag er het bewijs in dat het videospel van De Winter effectief had aangezet tot racistisch geweld. Sommigen keren zich vanuit een diepe frustratie tot bewegingen die tegengeweld prediken. En zo is het doel van polarisatie bereikt.

Een beleid tegen gewelddadige radicalisering dat racisme en polarisatie selectief bestrijdt, voedt zelf de polarisatie. Door bepaalde disproportionele en selectieve repressieve acties verwordt het Belgische preventieplan, dat polarisatie erkent als complex en veelzijdig fenomeen, tot een druppel op een hete plaat.

Op de markt van Zarqa ontmoetten we Amir al-Hujuj, ook zo’n 18-jarige jongere die net zoals de Belgische meisjes bewogen werd door onrecht en op de luchthaven werd tegengehouden. Eén van de meisjes wordt strafrechtelijk vervolgd, de Palestijnse jongen uit Zarqa kwam na drie weken vrij. ‘Gelukkig begrijpt de inlichtingendienst dat mijn zoon jong en naïef is en dat hij geen lid is van een organisatie’, zei zijn vader. De Belgische meisjes worden wél beschuldigd van “deelname aan de activiteiten van een terroristische organisatie”.

Wat is dan een verstandig beleid in deze gevoelige situaties, een beleid dat niet nog meer kwaad dan goed doet?

De woorden van de vader van Amir zijn misschien een betere leidraad voor België dan de Jordaanse overheid: ‘Wij weten precies hoe we met Amir moeten omgaan. Teveel preken werkt averechts, dus behandelen hem met begrip en liefde. Amir is diep geraakt door het onrecht in Syrië. Ik begrijp dat, maar hij mag zich niet laten gebruiken door mensen met een politiek project in Syrië.’ De jongen wil deel uitmaken van de geschiedenis die zich op een paar kilometers hiervandaan voltrekt. Maar toch hadden we de indruk dat de liefdevolle omgeving van de ouders een betere omgeving is om te deradicaliseren dan een gevangenis.

Slachtoffers of daders?

We horen Belgische politici zeggen dat die jongeren gehersenspoeld worden door radicalen. Waarom willen ze de maatregelen tegen de Syriëstrijders dan opvoeren en repressief optreden? Zijn ze nu slachtoffers of daders? Waarom wordt er niet alles aan gedaan om die jongeren bij hun terugkeer een tweede kans te geven in de maatschappij? Bovendien, Belgische politici weten ook dat de meerderheid van die moslimjongeren onze samenleving de rug hebben toegekeerd. Van een terugkeer is voor de meesten onder hen dus helemaal geen sprake.

De vraag die we onszelf moeten stellen is waarom sommige jongeren wél terugkeren. Pas daarna kunnen we effectief en rechtvaardig optreden. Zien ze het niet meer zitten? Hebben ze spijt van hun keuze? Ex-Syriëstrijder Michael ‘Younes’ Delefortrie (25) liet bij zijn terugkeer uitschijnen dat hij nooit meer naar het wespennest Syrië wil. Hij raadde andere moslimjongeren aan om goed na te denken over een eventueel vertrek naar Syrië. Verdient hij geen tweede kans, als Belgische onderdaan?

Uiteindelijk zijn die jongeren hier opgegroeid en zijn ze nog altijd een onderdeel van onze samenleving. En of we dat nu leuk vinden of niet, jihad is een deel geworden van de maatschappelijke realiteit in België. Daarom zouden de burgemeesters, politici en beleidsmakers zich moeten gedragen als bezorgde vader- en moederfiguren. Ze zouden wat meer begrip moeten opbrengen voor de frustraties van vele moslimjongeren.

Moslimgeleerden in dienst van de overheid in de Jordaanse gevangenissen proberen op jongeren in te praten met een andere islamitische ideologie. Het is heel belangrijk om de islamitische gemeenschap te betrekken in de reïntegratie van onze jongeren, maar het moet van moslimgemeenschap zelf komen, niet van de overheid. Die jongeren hebben op dat moment nood aan mensen die hen begrijpen. Aan deradicalisering georganiseerd door de overheid zijn contraproductieve risico’s verbonden, namelijk dat deelnemers beschuldigd worden van collaboratie met de “ongelovigen”.

Een leger van moslimdenkers

Wat we nodig hebben is niet het Belgische leger, maar een leger van moslimdenkers die de gefrustreerde moslimjongeren kunnen helpen in het kanaliseren van hun pijn, frustraties en ontgoochelingen. We spraken met een moslimmeisje wiens vriend in Syrië vecht. Zelf wil ze weerstaan aan zijn pogingen haar te overtuigen om met hem te huwen in Syrië. Maar ze wil niet te veel over jihad lezen omdat ze vreest dat ze zich wel eens zou kunnen overgeven aan het schuldgevoel als ze geleerden hoort beweren dat je voor jihad geen toestemming van je ouders nodig hebt, en zeker als ze een vriend heeft die op haar inpraat. Dàt is de reden waarom moslims ook andere islamitische ideologieën moeten kunnen leren kennen.

Op internet moet er een even actief tegenverhaal worden gelanceerd door invloedrijke moslims, niet tegen jihad, maar voor een diversificatie van informatie over jihad. Theologisch gezien is dat perfect mogelijk: veel geleerden trekken de legitimiteit van de jihad in Syrië in twijfel.

Maar als deze jongeren wordt aangepraat dat ze zich niet moeten verzetten tegen onrecht, als hen geen ander politiek platform – vreedzaam maar voldoende krachtig – wordt aangereikt, riskeren deze pogingen verloren moeite te zijn. Het Belgische preventieplan spreekt van een “heroriëntatie” van onrechtvaardigheidsgevoelens naar “exclusief humanitaire projecten”, maar lijkt zo net de honger naar politiek activisme bij vele jongeren te onderschatten. Deradicaliseren mag niet gelijk staan met depolitiseren.

Die pogingen zullen snel worden ontmaskerd door de jihadisten en daar zullen ze op inspelen. Want het is en blijft het politieke onrecht dat de jihad voedt en deze jongeren mobiliseert. Als de wereld de oorlog in Syrië niet had laten voortduren, was Amirs geweten dan ook in opstand gekomen en hadden de salafi-jihadi’s hem dan ook in hun rangen kunnen sluiten? De strijd zou opdrogen en mensenlevens zouden niet meer vernield worden.

Toon begrip voor de Syriëstrijders en begeleid hen bij hun terugkeer: ongetwijfeld een moeilijke boodschap voor vele mensen. Maar in het moeilijkste uur waarin angst regeert, moeten we weerstaan aan de drang naar repressie, de drang om er met de botte bijl door te gaan. Repressie waar dat nodig is, preventie waar dat nodig is. Tenzij we de verantwoordelijkheid op ons willen nemen om nog meer olie te gooien op een vuur waarvan de vlammen ons al de sinds de jaren ‘80 overstijgen, en die nu van Syrië tot Europa reiken.

Pieter Stockmans en Montasser AlDe’emeh publiceren volgende week een dossier over Syriëstrijders, en de internationale jihadbeweging in Jordanië en België.

In het zomernummer van MO*magazine dat volgende week van de persen rolt, verschijnt een uitgebreide reportage over Syrië.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift