Vervolging van illegale tussenhandel is zeldzaam

‘De tussenhandel in wapens vormt een uitdaging voor veel Afrikaanse landen’

pxhere (CC0)

De tussenhandel in wapens of wapenmakelarij is echter moeilijk te reguleren en vormt een uitdaging, niet in het minst voor Afrikaanse staten die wapens moeten invoeren voor hun strijdkrachten en ordehandhaving, maar niet over de capaciteit beschikken om bedrijven volledig te reguleren en grenzen en havens te controleren.

De tussenhandel is bij wapens moeilijk te reguleren en vormt een uitdaging voor veel Afrikaanse landen, schrijven Peter Danssaert en Brian Wood van de Internationale Vredesinformatiedienst IPIS. 'Staten moeten wetgeving en maatregelen opstellen om wapenhandel en alle betrokken spelers strikt te reguleren.'

Tussenhandelaren in de wapenindustrie kunnen personen of bedrijven zijn die potentiële kopers en leveranciers van wapens samenbrengen om overeenkomsten voor te stellen, te regelen of te vergemakkelijken. Hun doel is de overdracht van de goederen van het ene nationale rechtsgebied naar het andere.

De vraag naar commerciële tussenhandeldiensten is de afgelopen decennia toegenomen. Dit is het gevolg van de steeds grotere verschillen tussen de markten van uitvoerders en invoerders voor een breder scala van producten die in de defensie- en de rechtshandhavingssector worden gebruikt.

Maar de tussenhandel in wapens of wapenmakelarij is moeilijk te reguleren en vormt dan ook een uitdaging. Dat is zeker het geval voor Afrikaanse staten die wapens moeten invoeren voor hun strijdkrachten en ordehandhaving, maar die niet over de capaciteit beschikken om bedrijven volledig te reguleren en grenzen en havens te controleren.

In veel Afrikaanse landen spelen daarenboven nog andere factoren die de buitensporige vraag naar wapens aanwakkeren. Zoals wanneer leiders de ordehandhaving militariseren door het gebruik van oorlogsmaterieel door politiediensten, en/of het oprichten van lokale zelfverdedigingsmilities of paramilitaire milities. Of zoals wanneer achtergestelde gemeenschappen tegelijkertijd een intense concurrentiestrijd voeren om water, land en andere schaarse hulpbronnen.

Uit documenten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de schaarse rechtszaken blijkt daarenboven dat tussenhandel van wapens ook vaak kan worden gelinkt aan grove mensenrechtenschendingen. Een relevant voorbeeld daarvan is het proces tegen de voormalige Liberiaanse president Charles Taylor voor het Speciale Tribunaal voor Sierra Leone (2007-2009).

Dit proces bracht details aan het licht over zijn medeplichtigheid aan geheime operaties om handvuurwapens en lichte wapens aan te kopen in ruil voor diamanten. Wapens werden via omslachtige aanvoerroutes vanuit ondermeer Burkina Faso en Ivoorkust aangevoerd om rebellengroepen in Sierra Leone te bewapenen.

Sinds 2013 zijn slechts 28 Afrikaanse staten partij geworden bij het VN-Wapenhandelsverdrag.

Controles zijn moeilijker wanneer de transnationale tussenhandel ook voor geheime operaties wordt gebruikt door regeringen en hun veiligheidsdiensten, bijvoorbeeld door het bewapenen van “rebellen”.

Dit leidt tot het ontstaan van “grijze” markten voor wapens, munitie en aanverwante goederen, waarbij de overdrachten aanvankelijk “toegestaan” zijn door de uitvoerende staat, maar als gevolg daarvan niettemin in strijd zijn met de wetten van andere staten (bijvoorbeeld die van de invoerende staat) of met het internationale recht.

Dit werd op tragische wijze aangetoond in het geval van de internationale bewapening van de daders van de Rwandese genocide in het begin en het midden van de jaren '90 van de vorige eeuw. De term ‘wapenmakelaar’ werd zelfs voor het eerst genoemd in officiële VN-onderzoeksrapporten over de Rwandese genocide.

De internationale gemeenschap is het erover eens dat staten wetgeving en maatregelen dienen op te stellen om wapenhandel en alle betrokken spelers strikt te reguleren. Pas in 2013 werd met de aanneming van het VN-wapenhandelsverdrag (WHV) door de Algemene Vergadering de eerste multilaterale wettelijke verplichting overeengekomen om de tussenhandel in de meeste categorieën conventionele wapens te reguleren.

Artikel 10 van het Verdrag verplicht elke staat die partij is maatregelen te nemen om de tussenhandel in een breed scala van conventionele wapens onder zijn rechtsmacht te reguleren. Sinds 2013 zijn slechts 28 Afrikaanse staten partij geworden bij het WHV.

Om de illegale wapenhandel op het continent te voorkomen en uit te roeien is er meer gecoördineerde actie van de staten nodig. Er is nood aan strenge controles op de internationale tussenhandel in wapens. Dit zou veel gemakkelijker zijn indien de basisfuncties van veel Afrikaanse staten – zoals een doeltreffende wetgevende macht, rechterlijke macht, rechtshandhaving, grensoverschrijdend beheer, overheidsopdrachten en militaire verantwoordingsplicht – doeltreffend zouden functioneren.

De nationale wetgeving moet strafrechtelijke sancties omvatten voor illegale tussenhandel zonder geldige vergunning, of voor het verstrekken van valse gegevens om een vergunning te verkrijgen, of voor andere corrupte praktijken bij de tussenhandel. De wetgeving moet ook voorzien in strafrechtelijke sancties voor het opzettelijk schenden van een VN-sanctiemaatregel, zoals bijvoorbeeld een VN-wapenembargo.

Het onderzoeken en vervolgen van tussenhandelnetwerken kan zeer complex en ondoorzichtig zijn.

Een andere uitdaging is te bepalen of de nationale wetgeving inzake tussenhandel ook extraterritoriale aspecten bestrijkt. De handvuurwapens en lichte wapens passeren namelijk niet noodzakelijkerwijs het grondgebied van het land waar de tussenhandel plaatsvindt, en evenmin wordt de tussenhandelaar noodzakelijkerwijs eigenaar van de handvuurwapens en lichte wapens.

Zo heeft bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse wetgeving inzake tussenhandel in wapens ook een extraterritoriale toepassing: elke burger, permanent ingezetene of organisatie die in Zuid-Afrika is geregistreerd of daar rechtspersoonlijkheid heeft, is gebonden door de regelgeving, ongeacht hun fysieke locatie op het ogenblik dat de betrokken activiteiten plaatsvinden.

Ondanks ernstige schade die uit illegale tussenhandel in wapens kan voortvloeien, worden er nog steeds vrij zelden vervolgingen ingesteld. Dit komt deels door het ontbreken van adequate nationale wetgeving. Een andere reden is dat het onderzoeken en vervolgen van tussenhandelnetwerken zeer complex en ondoorzichtig kan zijn. Het vereist voldoende investering van specifieke middelen voor wetshandhaving en justitie, én internationale samenwerking.

Nationale regelgeving moet stroken met het wapenhandelsverdrag en andere relevante internationale en regionale instrumenten.

Maar Afrika’s probleem met de tussenhandel in wapens kan niet alleen worden opgelost met reactief handelen om gevallen van illegale tussenhandel in wapens te vervolgen. Dit is tijdrovend en duur, noch kan het probleem enkel in Afrika worden aangepakt.

Buitenlandse staten die wapens uitvoeren en waarvan de onderdanen zich bezighouden met het regelen van de overdracht van wapens aan Afrikaanse staten moeten solide regels instellen en handhaven. Evenals de staten die betrokken zijn bij de invoer en/of de doorvoer en de overbrenging van wapens van binnen en van buiten Afrika.

De wet- en regelgeving moeten bepalingen bevatten om de tussenhandel in wapens en aanverwante activiteiten proactief aan te pakken. De definitie van tussenhandel in wapens moet zo ruim mogelijk zijn en personen en entiteiten omvatten die dergelijke goederen kopen, verkopen of laten overbrengen vanuit hun eigen land, of vanuit een derde land naar een ander derde land.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het is duidelijk dat om doeltreffend tussenhandel in wapens aan te pakken zowel een reactieve als een proactieve aanpak noodzakelijk zijn. En die zal een aanzienlijke investering van middelen, politieke wil en internationale samenwerking vergen.

Om een doeltreffende internationale samenwerking te vergemakkelijken, moet de nationale regelgeving stroken met het Wapenhandelsverdrag en andere relevante internationale en regionale instrumenten, zoals de VN-verdragen over transnationale georganiseerde criminaliteit en corruptie.

Peter Danssaert en Brian Wood zijn onderzoekers bij IPIS (International Peace Information Service).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift