‘Twijfel lijkt een zwakte die niemand zich nog kan veroorloven’

De War on Woke

CC dric / Pixabay

 

De voorbije twintig jaar zijn discussies versneld, verhard, gemondialiseerd, gedigitaliseerd en gepolariseerd. Twijfel lijkt een zwakte die niemand zich nog kan veroorloven op sociale media, schrijft voormalig MO*hoofdredacteur Gie Goris. ‘Wie gaat het debat nog aan met de bedoeling de echte waarheid te vinden?’

Soms lijkt het alsof Mozes door de mensenzee waadt, waarbij de wateren tot twee gescheiden wanden uiteenwijken om hem vrij doorgang te geven. Dit is het tijdperk van de splijtende hashtag: #MeToo, #WarOnWoke en #BlackLivesMatter.

Verontwaardiging heeft alleen nog ruimte voor bokken en schapen, niet meer voor nuance, twijfel, laat staan begrip. Je bent dader of slachtoffer, voor of tegen, wakker of cynisch, wit of zwart – figuurlijk dan.

Woke is het nieuwe politiek correct. En beide begrippen zijn zo negatief geladen.

Wie vandaag discriminatie en racisme aanklaagt, wordt uitgekreten voor woke. Niemand kan je precies uitleggen wat dat begrip inhoudt en de overgrote meerderheid van de geviseerde denkers of activisten gebruikt het ook niet, maar dat doet er niet toe. Woke is het nieuwe politiek correct, en beide begrippen zijn zo negatief geladen, dat ze harder aankomen dan alle progressieve hashtags samen.

De tactiek is zo succesvol dat hij intussen een goed uitgewerkte strategie geworden is: om progressieve groepen en emancipatorische bewegingen te ondergraven, verwijt je hen gewoon dat ze reactionair zijn en de ongelijkheid op basis van huidskleur, gender, seksuele geaardheid, religie of wat ook dieper verankeren. Oorlog wordt vrede, en vrijheid is slavernij, zoals George Orwell al voorspelde. Het leven op sociale media lijkt elke dag een beetje meer op zijn 1984.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Er wordt, met andere woorden, volop en succesvol ingezet op verwarring. Dat is vandaag makkelijker dan ooit. De algoritmes van de techplatformen versterken en verspreiden dat, en iedereen draagt er met veel overtuiging toe bij met meningen en verontwaardiging. De spraakverwarring die daaruit volgt is babels en ze dient een doel.

Rebeleren tegen gezag?

Wie jong was in het laatste wonderdecennium van de naoorlogse periode (1965-1975) geloofde het verhaal dat we geen andere autoriteit nodig hadden dan onze eigen overtuiging en wat de wetenschap ons bood. Ni Dieu ni Maître was in de woelige jaren zestig zo gedemocratiseerd dat het een banale vorm van zelfbegoocheling werd: het middelpunt van alle kennis lag in de eigen navel (of net iets lager) en al wie met gezag afkwam, werd weggehoond. Het was verboden te verbieden, onder de kasseien lag het strand en eenmaal de verbeelding aan de macht, zou niemand het grote genieten nog kunnen stoppen.

Wie een blik media optrekt, beseft dat we in een dystopische versie van de jaren 1960 terechtgekomen zijn.

Maar de navel is ondiep en het geslacht een onbetrouwbare Heer, dus werd er allengs opnieuw gezocht naar stevigere fundamenten voor waarheid of engagement. Met name de wetenschap zou die bieden. Maar ook dat wetenschappelijke optimisme heeft de eeuwwende niet overleefd, toch niet zonder kleerscheuren.

Wie vandaag een blik media optrekt en daar de bijhorende zak socialemediasaus over giet, beseft dat we in een dystopische versie van de jaren 1960 terechtgekomen zijn. Het verwerpen van externe autoriteit is niet langer een bevrijdende geste die de deur naar authenticiteit en broederlijkheid opent, maar een uiting van wantrouwen tegen alles, iedereen en de wetenschap in het bijzonder.

Anno 2021 heeft dat wantrouwen het kleed aangetrokken van vrije meningsuiting en grondwettelijk individualisme. Maar daaronder gaat een donkerbruin verzet schuil tegen collectief belang en instellingen die dat belichamen.

Geen onbelangrijk detail: veel van dat verzet verwerpt het collectieve, omdat men de diversiteit van de samenleving verwerpt. Vaak is het niet het gezag zelf dat verworpen wordt, maar het gezag dat weigert om een volk, dat monocultureel hoort te zijn, te verdedigen. Bij één volk en één taal hoort één leider, maar als we ons onder onbekenden, andersdenkenden en een bont geschakeerde massa moeten begeven, zijn we plots tegen autoriteit.

Verzet tegen gelijkheid

Het is overigens niet dat de verdedigers van het boreale land, de witte samenleving of het monoculturele Europa – het ideaal dat nooit bestond maar in elk geval definitief voorbij is – geen enkele autoriteit aanvaarden. Wel integendeel. Maar wie gezag wil hebben, moet “ons” gelijk geven. Dat was wat Donald Trump zo succesvol deed. En dat is waaraan op sociale media bijna iedereen zich bezondigt – ook, het spijt me, het spiegelbeeld van boze witte burger.

Gezag wordt toegekend op basis van de vaardigheid mij te bevestigen in mijn eenzijdige eigenbelang.

Het debat is niet langer een zoektocht naar waarheid, zoals het in goede filosofische en wetenschappelijke traditie hoorde. En gezag wordt niet toegekend op basis van kennis en inzicht, maar op basis van de bereidheid of de vaardigheid mij te bevestigen in mijn eenzijdige eigenbelang. Voor de ene betekent dat: bevestig mijn recht op hogere status, voor de andere: bevestig mijn recht om gekwetst te zijn.

Toen de Amerikaanse burgerrechtenbeweging vanaf de jaren 1950 stap voor stap gelijke toegang tot publieke zwembaden voor blank en zwart afdwong, kozen honderden stadsbesturen er onder druk van de witte kiezers voor om het zwembad leeg te laten lopen, of om het vol te storten met beton, liever dan het te delen.

In haar recente boek The Sum of Us gebruikt Heather McGhee die teloorgang van het publieke zwembad als voorbeeld dat racisme schadelijk is voor zowel de uitgesloten zwarten en andere minderheden “van kleur” als de witte meerderheid of wie zich daartoe rekent. Dat mensen toch bereid zijn hun eigen belang te schaden, komt omdat ze de wereld zien als een zero sum game: 1+1 is voor hen niet 3, maar 0. Jouw vooruitgang is mijn achteruitgang, mijn status is afhankelijk van jouw ondergeschikte positie. Ik geef nog liever mijn wekelijkse zwembeurt op dan ze te delen met jou. De polarisering is met andere woorden ouder dan de algoritmes van vandaag.

Rebels verzet tegen elitair gezag is in de feiten vaak vastklampen aan status.

Wat zich presenteert als rebels verzet tegen elitair gezag, is in de feiten vaak een wanhopig vastklampen aan – deels ingebeelde, deels verhoopte – status. Het gaat wel degelijk om wit privilege, al hebben de werkende klassen daar nooit veel van gezien in het dagelijkse leven, en al zeker niet in de afgelopen periode van neoliberale hegemonie. Maar de afwezigheid van tastbaar privilege ondergraaft dat discours niet, het maakt het verlangen naar de bedreigde status binnen een steeds diverser wordende natie net groter.

Instant gezag: even roeren, klaar!

Dat Amerikaanse verhaal vergelijken met de Europese context kan niet één op één. Op dit oude continent is de aanwezigheid van grote, zichtbare en assertieve groepen burgers van kleur een redelijk recent gegeven.

Maar het feit dat hun status als burgers met gelijke rechten zo nadrukkelijk betwist wordt, wortelt natuurlijk in eerdere ideologieën die heel Europees en diep ingesleten zijn, van antisemitisme tot kolonialisme. Die overtuigingen migreerden mee met de kolonisten die het Amerikaanse continent gingen bezetten en exploiteren met de massale inzet van slavenarbeid.

Dat de onderliggende statusstrijd dus toch vaak verrassend gelijklopend is op beide oevers van de Atlantische Oceaan, hoeft dan ook niet echt te verbazen, en verklaart waarom ook bij ons de reacties op begrippen als witte middenklasse of witte privileges zo heftig zijn.

En omdat niemand gezien wil worden als de verdediger van zijn eigen privilege of voordeelspositie, wordt de wereld op zijn kop gezet. Antiracisten krijgen het verwijt dat ze verantwoordelijk zijn voor de opdeling van de samenleving op basis van huidskleur, feministen dat ze mannenhaat verspreiden, holebi’s dat ze de hele samenleving tot hun seksuele voorkeur willen bekeren.

Antiracisten krijgen het verwijt dat ze verantwoordelijk zijn voor de opdeling van de samenleving op basis van huidskleur.

In de VS lanceerde Steven Pinker, Ayaan Hirsi Ali en andere Amerikaanse opiniemakers recent een nieuwe stichting met een kort citaat uit de beroemde I Have a Dream toespraak van Martin Luther King, terwijl Dyab Abou Jahjah een zin leent uit een brief van Malcolm X. Beiden gebruiken ze de botsende iconen uit de Amerikaanse burgerrechtenbeweging van de jaren 1960 om respectievelijk de klassieke burgerrechtenorganisaties en de jongste generatie activisten aan te vallen. Ze eisen aan de hand van één geïsoleerd citaat de hele erfenis op voor zichzelf – Dyab Abou Jahjah schrijft letterlijk: Malcolm belongs to us.

Zo werkt gezag vandaag: je staat niet langer op de schouders van de reuzen die je zijn voorgegaan, je knipt die reuzen op in quotes. De twee zinnen die bruikbaar zijn voor jouw standpunt, gebruik je als harpoen waarmee je de tegenstander, die zich beroept op dezelfde iconen, probeert te verwonden. Je gebruikt gezagsargumenten niet om anderen te overtuigen, maar om hen te schaden.

Twijfelen als gezag

‘Twijfelen is een mensenrecht’, zei de Keniase schrijver Ngugi wa Thiong’o in een interview dat ik met hem had in 1992. ‘Wie twijfelt, stelt dingen in vraag. Het is de bron van kritiek. Je gaat zoeken naar de echte waarheid, naar de diepere oorzaken, de ware drijfveren. Daarom zijn maatschappijen die het debat en de maatschappelijke discussie niet toestaan gevaarlijk. Want ze zijn bevreesd voor de echte waarheid.’

Het debat aangaan met de bedoeling de echte waarheid te vinden – het klinkt bijna middeleeuws ernstig. De voorbije twintig jaar zijn discussies versneld, verhard, gemondialiseerd, gedigitaliseerd en gepolariseerd. Twijfel is een zwakte die je je niet langer kan veroorloven op sociale media, terwijl ze in realiteit een voorwaarde vormt om het pad van de waarheid te vinden.

Twijfelarmoede heerst over het hele spectrum: van de verongelijkte witte middenklasser tot de gekwetste zwarte activist.

Als er binnen het enorme overaanbod aan meningen op de wereld één tekort is, dan is dat twijfel. En die twijfelarmoede heerst over het hele spectrum: van de verongelijkte witte middenklasser tot de gekwetste zwarte activist. Ten minste, dat is het beeld dat sociale media tonen, en dat beeld wordt vervolgens gereproduceerd door de meeste andere media.

Maar de conclusie dat er niet langer getwijfeld wordt, is wellicht voorbarig en eenzijdig. We tonen onze twijfels niet op het publieke forum, onder andere omdat ze niet tot dialoog leiden maar tot hoon, en tot jaren later nog geciteerde tweets. Maar binnenskamers, of onder vrienden, gaat de zoektocht naar waarheid wel nog door. Dat mag je ten minste hopen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur