Verkrachting als oorlogswapen? Ja, maar het is veel erger dan dat!

Met de Internationale Dag voor de Uitroeiing van Geweld tegen Vrouwen (op 25 november) en Wereld Aids Dag (op 1 december) in één week, zijn er de laatste tijd nogal wat verklaringen geweest rond het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen in Centraal-Afrika.
Ik heb daar een ambigu gevoel bij. Het is natuurlijk erg belangrijk dat dit gezegd en aangeklaagd wordt, zeker nu het aantal slachtoffers van seksueel geweld in sommige delen van Congo weer oploopt. Maar het gaat voorbij aan een tendens die uiterst verontrustend is: in de loop der jaren werd verkrachting losgekoppeld van het conflict en hangt het niet meer alleen af van de eb en vloed van het geweld.

Verkrachting is een probleem dat niet ontstaan is door de burgeroorlogen in Centraal-Afrika, maar het is er wel enorm door aangewakkerd. Toen echter de intensiteit van het geweld in Burundi vanaf 2003 afnam, bleek uit een studie van de toonaangevende mensenrechtenliga Iteka twee jaar later dat het aantal schendingen van de mensenrechten in het grootste gedeelte van het land spectaculair was afgenomen, maar niet het seksueel geweld. Hetzelfde bleek ook in Congo in dezelfde periode, na de installatie van de overgangsregering midden 2003.

Van oorlogsbuit tot oorlogswapen



In beide landen is er een zelfde patroon in het verband tussen verkrachting en conflict. In een eerste fase van de oorlog was seksueel geweld een ontsporing van de vijandigheden. Verkrachting behoorde tot het recht van de sterkste, die de oorlogsbuit naar goeddunken consumeerde. Als je een dorp inneemt, dan plunder je de huizen, je slacht de geiten, drinkt het bier en verkracht de vrouwen. Zo gaat dat.

In een tweede fase wordt verkrachting een oorlogswapen: seksueel geweld wordt doelgericht ingezet om een gemeenschap op haar gevoeligste plek te treffen en haar totaal te ontwrichten. Niet alleen zijn de medische, psychologische en emotionele gevolgen zwaar voor de slachtoffers en hun familie, ook het sociale stigma is groot. Veel slachtoffers worden verstoten door hun man of vader. Seksueel geweld creëert bovendien een klimaat waarin vrouwen niet meer naar het veld en meisjes niet meer naar school durven. Seksueel geweld haalt de sociale en economische cohesie van een gemeenschap onderuit.

Maar het feit dat in een derde fase, waarin het conflict naar een oplossing lijkt toe te groeien, verkrachting als enige schending van de mensenrechten niet vermindert, is bijzonder verontrustend. Het betekent dat er iets heel erg misgaat met de waarden binnen de samenleving: het geweld tegen vrouwen sijpelt in de loop van het conflict binnen in de cultuur. Seks wordt iets wat je neemt als je het nodig hebt, vrouwen worden wegwerpproducten. De daders zijn niet langer alleen strijdende partijen en moeilijk te identificeren milities, maar wel de reguliere ordediensten en in toenemende mate ook niet gewapende actoren: familieleden, buren, vrienden of leraren. Slachtoffers worden ook steeds jonger. Het wijdverbreide geloof dat seks met een maagd aids kan genezen dan wel voorkomen, versterkt deze tendens nog.

Natuurlijk is verkrachting verboden, de wet stelt er zware straffen op. In de praktijk worden die zelden toegepast: door een mankerende gezondheidszorg kan niet elk slachtoffer de medische verklaring voorleggen die nodig is voor juridische stappen. Anderen ondernemen die stappen niet door onwetendheid of sociale druk. Nog anderen laten het maar zo omdat de zware straffen toch nooit worden uitgesproken. Het draagt allemaal bij tot het feit dat het probleem nog niet helemaal in kaart is gebracht.

Hier zijn geen snelle oplossingen. Vredesakkoord en staakt-het-vuren maken geen eind aan seksueel geweld. Landen als Congo en Burundi moeten geholpen worden om de instrumenten van de rechtstaat te herstellen. Een geloofwaardig, ééngemaakt en gedisciplineerd leger bijvoorbeeld, of een goed functionerende justitie. En dit moet hand in hand gaan met de duurzame heropbouw van gezondheidszorg en onderwijs als belangrijke pijlers van armoedebestrijding.
Maar om de sociale cohesie te herstellen en dat seksueel geweld en het waardensysteem weer uit te krijgen, dat zal van onderaan moeten gebeuren. De civiele maatschappij in Centraal-Afrika en de vrouwenbeweging in het bijzonder hebben hier een sleutelrol te spelen. De basisorganisaties en netwerken zijn er al, de sterke leidersfiguren ook. Met wat begeleiding en middelen kunnen ze een heel eind geraken.
Kris Berwouts, Directeur EurAc (EurAc is het Europees NGO-netwerk voor politiek werk rond Centraal-Afrika)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift